Mkb houdt adem in: investeringen ‘on hold’
Dit blijkt uit het SRA-Branches in Zicht-onderzoek 2026. Voor dit onderzoek zijn 7061 jaarrekeningen van mkb-bedrijven (exclusief zzp’ers) geanalyseerd. Meer dan 99% van alle bedrijven in Nederland behoort tot het mkb (Staat van het mkb, 2025).
Investeringen uitgesteld
Het SRA-onderzoek laat zien dat ondernemers hun investeringen uitstellen. Het eigen vermogen en de liquide middelen zijn toegenomen en ondernemers hebben minder geleend om investeringen te financieren.
“Over 2025 zien we een magere winstgroei ten opzichte van de omzet, waardoor er steeds minder geld overblijft voor investeringen. We zien onzekerheid door de toegenomen personeels- en inkoopkosten en inconsistent overheidsbeleid. Daarbovenop liggen grote opgaven, zoals personeelskrapte, netcongestie, AI, digitalisering en is er onzekerheid door de onrust in het Midden-Oosten”, aldus Van der Kwaak.
Afvlakking winstgroei
Uit de BiZ-analyse blijkt dat de omzet van het mkb over 2025 met 6,4% toenam ten opzichte van het jaar ervoor, terwijl de winststijging 3,4% bedroeg. Achter de omzettoename van 6,4% gaat bovendien voor een groot deel inflatie schuil (3,3%).
De helft van alle ondernemingen zag de winst dalen, waarvan 24% met 50% of meer. De oorzaak ligt in de toename van de inkoopkosten (6,1%) en de personeelskosten (8,5%). De micro-ondernemingen (met 2-10 medewerkers) hebben naar verhouding het minst gepresteerd: 52% zag de winst dalen (versus 50% gemiddeld in het mkb).
Tot de coronaperiode steeg het winstpercentage in het mkb elk jaar ongeveer juist twee keer zo hard als de omzetstijging, terwijl de afgelopen jaren de winstgroei in relatie tot de omzet flink afvlakte.
41% van de ondernemers noemt hogere kosten het grootste effect van onzekerheid en het personeelstekort de grootste belemmering voor de productiviteit (Staat van het mkb, 2025).
Omzet- en winstontwikkeling mkb
Grote verschillen tussen branches
Op brancheniveau liepen de cijfers flink uiteen. Op sectorniveau was de winstdaling gemiddeld het grootst bij bouw (-11,2%), horeca (-4,8%) en retail (-2,7%). Positieve uitschieters met een bovengemiddelde winsttoename waren specialistische zakelijke diensten (15,5%), industrie (13,3%), logistiek en zorg (beide 5%).
Regionale verschillen
De vier grote steden kenden het grootste aandeel ondernemingen met een daling van de winst: 55% (versus 50% voor heel Nederland). Hiervan had 31% een winstdaling van 50% of meer (versus 24% mkb-gemiddeld).
Over het onderzoek
Het SRA-onderzoek Branches in Zicht 2026 bevat de belangrijkste financiële kengetallen van het Nederlandse mkb. Het onderzoek is gebaseerd op een grootschalige cijferanalyse van 7061 jaarrekeningen over 2025 uit het SRA-benchmarkplatform BiZ, dat in totaal over de jaren heen 500.000 jaarrekeningen bevat. De cijfers zijn rechtstreeks afkomstig van de jaarrekeningen van klanten van SRA-accountantskantoren. De betrouwbaarheid is gegarandeerd, omdat de data volledig automatisch en anoniem worden verzameld vanuit de software. De massa, validiteit en actualiteit van deze data zijn uniek.
Dit rapport bevat, naast de gemiddelde prestaties over 2025 in het mkb als geheel, ook de financiële prestaties (omzet, winst, kosten) van ondernemers in de branches bouw, detailhandel, horeca, industrie, logistiek, medische zorg en specialistische zakelijke dienstverlening.
Over SRA
SRA is de grootste vereniging van accountantskantoren werkzaam voor het mkb. Sinds 1989 vormen wij een landelijke vereniging van 386 zelfstandige accountantskantoren, die 1.060 vestigingen, 3.900 accountants (AA’s en RA’s), 1.800 fiscalisten (NOB en RB) en in totaal 22.500 professionals met elkaar verbindt. De SRA-kantoren bedienen 65% van het mkb.
Voordeel slimme tachograaf
Een tachograaf houdt de rij- en rusttijden van de chauffeur bij, evenals de snelheid en de afgelegde afstand. Een slimme tachograaf houdt daarnaast automatisch bij of de grens wordt gepasseerd. Het voordeel hiervan is dat de chauffeur dan niet meer handmatig de landcode hoeft te wijzigen.
Verplichte slimme tachograaf tot 1 juli 2026
De slimme tachograaf was tot 1 juli 2026 al verplicht voor bussen en touringcars die meer dan acht personen vervoeren (zonder de bestuurder mee te rekenen). Ook was de slimme tachograaf al verplicht voor vrachtwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kilo.
Let op! De maximummassa is het eigen gewicht van het voertuig plus het maximale laadvermogen.
Uitbreiding vanaf 1 juli 2026
Vanaf 1 juli 2026 is het verplichte gebruik van slimme tachografen uitgebreid. De slimme tachograaf geldt vanaf die datum ook voor onder andere bestelbussen en auto’s met een aanhangwagen. Het voertuig moet een toegestane maximummassa tussen 2.501 en 3.500 kilo hebben en er moet in het buitenland goederen mee vervoerd worden of er moet sprake zijn van cabotagevervoer. Cabotagevervoer betekent dat je bedrijf in Nederland is gevestigd, maar dat met je bedrijfsvoertuig in een ander EU-land goederen of mensen vervoerd worden.
Tip! De toegestane maximummassa staat vermeld op het kentekenbewijs.
Vrijstellingen verplichte tachograaf
Er geldt ook een aantal vrijstellingen van de tachograafplicht, bijvoorbeeld voor campers en kampeerwagens met een toegestane maximummassa tot en met 7.500 gram.
Ook vrijgesteld zijn voertuigen voor het vervoeren van apparatuur door professionals, zoals het gereedschap van een loodgieter. Hiervoor geldt als voorwaarde dat het voertuig maximaal twaalf uur per week (op basis van een werkweek van 40 uur) mag worden gebruikt en alleen in een straal van 100 kilometer rondom de vestiging van het bedrijf.
Let op! De slimme tachograafplicht geldt alleen als met het voertuig ook goederen worden vervoerd in het buitenland. De bestelbus of auto met aanhangwagen van de loodgieter die alleen in Nederland goederen vervoerd hoeft dus geen slimme tachograaf te hebben, ook niet als de loodgieter meer dan twaalf uur per week van het voertuig gebruik maakt.
Verder zijn vrijgesteld volledig elektrische voertuigen en voertuigen met waterstofbrandstofcel die een toegestane maximummassa tussen de 3.501 en 4.250 kilogram hebben en binnen 100 kilometer van de vestigingsplaats en binnen Nederland blijven.
Voertuigen tussen de 2.501 en 3.500 kilo die alleen voor de onderneming of de bestuurder worden gebruikt, zijn ook vrijgesteld. Als extra voorwaarde geldt dan dat het vervoeren van producten niet het hoofddoel van de onderneming of bestuurder mag zijn.
Let op! Op de site van de ILT tref je ook een overzicht aan van alle nationale en internationale vrijstellingen inzake de tachograafplicht.
Controle door ILT
De controle op de slimme tachograaf wordt uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Bij overtreding van de regels of wanneer geen slimme tachograaf is geïnstalleerd kunnen boetes volgen en kan de vervoersvergunning worden ingetrokken.
Betaalperiode beperkt
In een zaak die speelde voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, was in de betreffende situatie in Groningen het voldoen van parkeerbelasting beperkt tot een periode van maximaal twee uur. Langer parkeren was toegestaan, maar dan moest er opnieuw actie worden ondernomen om parkeerbelasting te betalen.
Parkeerduur niet beperkt, dus naheffing terecht
Omdat de parkeerduur in deze zaak niet was beperkt tot twee uur, maar er na die periode opnieuw een parkeerticket kon worden gekocht, was volgens het gerechtshof de naheffing parkeerbelasting terecht. De parkeerder die langer dan twee uur stond, had immers niet betaald voor de verschuldigde belasting die voldaan had moeten worden.
Afwijkend wanneer parkeerduur beperkt is
Het gerechtshof merkte op dat de betreffende situatie afwijkt van die waarin de parkeerduur is beperkt. Belanghebbende had in dat verband tevergeefs verwezen naar een arrest van de Hoge Raad, waarin de Hoge Raad besliste dat dan geen naheffing kan volgen. In die zaak had een automobilist in Hilversum voor de maximale parkeerduur van één uur parkeerbelasting betaald, maar na dat ene uur zijn auto gewoon laten staan. De naheffing parkeerbelasting was in die casus onterecht, omdat er na het uur door hem helemaal niet meer geparkeerd mocht worden op de betreffende parkeerplaats. Er hoefde dus voor die periode ook geen parkeerbelasting betaald te worden.
Parkeerboete als alternatief
Staat een auto geparkeerd op een plaats waar deze auto niet meer mág parkeren omdat de maximale parkeerduur is overtreden, dan kan de gemeente dus geen naheffingsaanslag parkeerbelasting opleggen. De gemeente kan echter wel een parkeerboete opleggen. Dat kan zelfs als het technisch wel mogelijk is om voor een langere periode te betalen. Het ‘teveel’ betaalde wordt dan dus niet automatisch beschouwd als betaalde parkeerbelasting voor een periode waarin helemaal niet meer geparkeerd had mogen worden.
Praktische oplossing
Parkeercontroleurs die een naheffing parkeerbelasting op mogen leggen, mogen niet altijd ook een boete opleggen als wordt geparkeerd terwijl dat niet meer is toegestaan. Gemeentes dienen in die gevallen na te denken over hoe dan toch adequaat kan worden opgetreden tegen te lang parkeren. Uiteraard kan een wel bevoegde collega worden opgetrommeld, of net als tegenwoordig in Hilversum met een scanauto eerst de overtreding vastgelegd worden, waarna men vervolgens handmatig de juiste sanctie oplegt. Uiteraard kan men ook, net als in de casus in Groningen, parkeerders verplichten regelmatig een nieuw parkeerkaartje te kopen.
Parkeerbelasting alleen te voldoen bij aanvang
In een ander zaak besliste gerechtshof Amsterdam overigens anders dan gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het gerechtshof besliste dat de parkeerder in die zaak de belasting voor opvolgende tijdvakken (na de maximumperiode van een uur die in die zaak gold) niet kon voldoen. In de Gemeentewet en in de Verordening was namelijk opgenomen dat de parkeerbelasting uitsluitend kon worden voldaan bij aanvang van het parkeren.
Obligatieplan
In de casus die voorgelegd is bij de Belastingdienst wilde een sportvereniging geld ophalen voor de realisatie van een aantal sportfaciliteiten. Het obligatieplan dat daarvoor bedacht was, werkte als volgt:
- Een lid van de vereniging leent via een obligatielening geld uit aan de vereniging.
- Deze obligatielening wordt in een bepaald aantal jaren afgelost door de vereniging.
- Op de obligatielening wordt door de vereniging een zakelijke rente vergoed.
- Het lid maakt met de vereniging een akte van schenking op, waarbij het lid jaarlijks gedurende minimaal vijf jaar een vast bedrag aan de vereniging schenkt.
- De door de vereniging te betalen aflossing en rente op de obligatielening worden verrekend met deze jaarlijkse schenking.
- Het verstrekken van een obligatielening door een lid gaat altijd gepaard met de periodieke schenking zoals hiervoor beschreven.
Let op! De sportvereniging in deze casus voldeed aan de definitie die geldt voor het aftrekbaar zijn van een periodieke gift aan een vereniging. Een vereniging voldoet hieraan als ze niet aan de vennootschapsbelasting is onderworpen of daarvan is vrijgesteld. Daarnaast moet de vereniging volledige rechtsbevoegdheid en minimaal 25 leden hebben.
Periodieke gift aftrekbaar?
De vraag aan de Belastingdienst was of de periodieke gift die het lid aan de sportvereniging doet, aftrekbaar is als periodieke gift. De Belastingdienst heeft hierop geantwoord dat sprake is van een aftrekbare periodieke gift als het een reële geldlening betreft met een zakelijk rentepercentage. Uiteraard moet ook aan de overige voorwaarden voor de periodieke giftenaftrek worden voldaan.
Let op! De overige voorwaarden voor periodieke giftenaftrek zijn opgenomen op de website van de Belastingdienst.
Reële geldlening
Voor een reële geldlening is volgens de Belastingdienst in ieder geval een terugbetalingsverplichting nodig. Verder moet de geldlening voldoende realiteitswaarde hebben. Dit betekent dat:
- het bedrag van de geldlening door het lid daadwerkelijk moet worden overgemaakt naar de vereniging,
- in de overeenkomst de duur van de geldlening is opgenomen;
- de vereniging ook over de vereiste middelen beschikt om aan de terugbetalingsverplichting te voldoen.
Zakelijke rente
De Belastingdienst geeft aan dat het niet mogelijk is om op voorhand een vast zakelijk rentepercentage te benoemen. Dit is namelijk afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Desondanks geeft de Belastingdienst aan dat onder de feiten en omstandigheden zoals hiervoor beschreven aangesloten kan worden bij de rente op Nederlandse staatsobligaties met een vergelijkbare looptijd vermeerderd met een beperkte risico-opslag.
Overleg met adviseur
Overweeg je met je vereniging een vergelijkbaar fiscaal aantrekkelijk obligatieplan? Overleg dan met onze adviseurs. De uitspraak van de Belastingdienst betekent namelijk niet dat elke obligatieplan zonder meer aan de voorwaarden voldoet. Zo kan er onder meer discussie ontstaan over de vraag of de vereniging over de vereiste middelen beschikt om aan de terugbetalingsverplichting te voldoen of over de zakelijkheid van het rentepercentage.