t
0344 647 000
|

Btw-verleggingsregeling voor door loonbedrijf ingehuurde loonwerker

Btw-verleggingsregeling onderaanneming 

Voor de btw geldt een verleggingsregeling voor het in onderaanneming uitvoeren van een werk van stoffelijke aard met betrekking tot een onroerende zaak. Deze verleggingsregeling zorgt ervoor dat de voor de werkzaamheden verschuldigde btw niet is verschuldigd door de onderaannemer, maar wordt verlegd naar de hoofdaannemer.  

Let op! De hoofdaannemer geeft de voor de dienstverlening van de onderaannemer verschuldigde btw aan in zijn btw-aangifte. Deze btw kan de hoofdaannemer in diezelfde btw-aangifte in aftrek brengen, indien en voor zover de hoofdaannemer recht heeft op aftrek van voorbelasting. 

Gevolgen ten onrechte geen btw-verlegd 

Past de onderaannemer de btw-verleggingsregeling ten onrechte niet toe? Dan heeft hij ten onrechte btw gefactureerd. Deze btw is de onderaannemer wel verschuldigd aan de Belastingdienst, maar de hoofdaannemer kan deze btw in principe niet in aftrek brengen.  

Let op! Onder voorwaarden is het mogelijk om deze ten onrechte gefactureerde btw te herzien. Neem contact op met onze adviseurs wat in uw situatie de mogelijkheden zijn.

Loonwerker ingehuurd door loonbedrijf 

De Belastingdienst heeft de situatie beoordeeld waarin een loonbedrijf als aannemer loonwerk verrichtte voor een opdrachtgever in de tuinbouwsector. Het loonbedrijf huurde, als hoofdaannemer, voor de uitvoering van dat loonwerk een zelfstandige loonwerker in als onderaannemer. 

Het loonwerk bestond uit het toppen, draaien en oogsten van gewassen in de volle grond, frezen en spitten in de grond en schoonspuiten en krijten van de kassen. Omdat de gewassen in de volle grond staan, kwalificeren zij als onroerende zaken. 

Belastingdienst: btw-verleggingsregeling 

De Belastingdienst is van mening dat het loonwerk kwalificeert als werkzaamheden van stoffelijke aard die in onderaanneming worden verricht met betrekking tot het onderhoud en andere dienstverlening aan bomen, planten, gewassen, grond, kassen en andere onroerende zaken. Daarom was in deze situatie de btw-verleggingsregeling van toepassing. De zelfstandige loonwerker moest de verschuldigde btw wegens het loonwerk verleggen naar het loonbedrijf. 

Het loonbedrijf moest de verschuldigde btw aangeven in de btw-aangifte. Omdat het loonbedrijf btw-belaste activiteiten verrichtte, kon het loonbedrijf deze btw in diezelfde btw-aangifte weer in aftrek brengen. 

Let op! Als de btw-verleggingsregeling van toepassing is, mag de zelfstandig loonwerker geen btw op de factuur vermelden. Wel moet de zelfstandig loonwerker het btw-identificatienummer van het loonbedrijf op de factuur vermelden, en de woorden ‘btw verlegd’ zodat duidelijk is dat de btw-verleggingsregeling van toepassing is. 

Geen btw-verlegd tussen loonbedrijf en tuinbouwer 

Op dienst die het loonbedrijf verrichtte aan de tuinbouwer is de btw-verleggingsregeling in principe niet van toepassing. Het loonbedrijf stuurde dan ook een factuur met btw. 

Let op! Dit kan anders zijn als de tuinbouwer wordt aangemerkt als zogenaamde “eigenbouwer”. Daar zal niet snel sprake van zijn, maar neem voor uw eigen situatie contact op met onze adviseurs.

Landbouwvrijstelling

Bovenstaande discussie speelde zich af bij een zaak bij rechtbank Noord-Holland waarbij het ging om de landbouwvrijstelling. Deze vrijstelling van de winst geldt voor waardeveranderingen van landbouwgronden die niet zijn ontstaan door de bedrijfsvoering of door bestemmingswijziging. De winst bij verkoop van de grond is dus onbelast, maar een eventueel verlies is ook niet aftrekbaar.

Makelaarskosten aftrekbaar?

In genoemde zaak ging het om een vof waarin drie agrariërs een veehouderij en kaasmakerij uitoefenden. Bij staking van het bedrijf realiseerden zij een stakingswinst van ruim € 6,2 miljoen, waarvan € 938.000 belast was en de rest vrijgesteld was ingevolge de landbouwvrijstelling. Voor de rechtbank stond de vraag centraal of de bij verkoop gemaakte makelaarskosten integraal aftrekbaar waren.

Direct op de verkoop drukkende kosten

De rechtbank stelde vast dat ‘direct op de verkoop drukkende kosten’ eerst op de onder de landbouwvrijstelling vrijgestelde opbrengst in mindering moesten worden gebracht. Omdat het overgrote deel van de stakingswinst was vrijgesteld, betekende dit dat ook van de makelaarskosten van € 54.000 nog geen € 7.000 in aftrek kwam op de winst. De rechtbank stelde de inspecteur dan ook in het gelijk.

Compensatie voor verlies aan inkomen en fosfaatrecht

De nieuwe subsidie vereist dat melkveehouders 10% tot 20% minder koeien gaan houden ten opzichte van 2025. De subsidie voorziet drie jaar lang in een compensatie voor verlies aan inkomen als gevolg van de verminderde melkopbrengst.

Daarnaast krijgt de melkveehouder een vergoeding voor het vervallen van het fosfaatrecht dat samenhangt met de vermindering van het aantal koeien. Hoeveel fosfaatrechten moeten worden ingeleverd, hangt af van de gemiddelde melkproductie per koe. Deze ingeleverde fosfaatrechten verdwijnen definitief van de markt.

Let op!Deelnemers aan de SEM kunnen na de periode van drie jaar eventueel terugkeren naar het oorspronkelijke aantal koeien. Wel zullen ze dan nieuwe fosfaatrechten aan moeten schaffen.

Andere voorwaarden

Naast de vermindering van het aantal koeien met 10% tot 20% mag het areaal grasland van het bedrijf drie jaar lang niet afnemen en mag het aantal graasdieren (jongvee, schapen, geiten, paarden enzovoort) gedurende die periode niet toenemen.

Omvang subsidie

De subsidie voor het verlies aan melkinkomsten bedraagt € 1.606 per verminderde koe. Dit is gebaseerd op de melkproductie van een gemiddelde koe, inclusief transactiekosten. De vergoeding voor het inleveren van een fosfaatrecht bedraagt € 110 per recht. Deze vergoeding wordt in drie jaarlijkse termijnen uitbetaald.

Impact SEM

Het budget voor de SEM bedraagt € 627 miljoen. Hiervan is €11,3 miljoen gereserveerd voor de uitvoering van de subsidie door de RVO. Met dit budget kan het aantal melkkoeien naar verwachting met maximaal 64.000 suks afnemen, ofwel 4% van het totale aantal.

Rentekortingen

In overleg met de Nederlandse Vereniging van Banken is daarnaast besloten om melkveehouders die via deelname aan de Sem tijdelijk gaan extensiveren en overgaan tot nieuwe duurzame investeringen, een rentekorting te verlenen. Op deze manier kunnen de vaste lasten van deelnemers aan de SEM worden verminderd. De omvang van de korting is nog niet bekend.

Aanvragen SEM

Melkveehouders kunnen de SEM aanvragen via de RVO van 1 juni tot en met 29 juli 2026. Nadere informatie over de SEM is op termijn beschikbaar via de site van de RVO. Er zal hier onder meer een rekentool te vinden zijn, met behulp waarvan een schatting gemaakt kan worden van de te verkrijgen subsidie.

PAS-melder

In deze casus was een melkveebedrijf een PAS-melder. In het verleden had dit melkveebedrijf gebruikgemaakt van de uitzondering die door het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (het PAS) werd geboden op de vergunningsplicht voor bepaalde activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken.

WOZ-waarde lager?

De eigenaar van het melkveebedrijf vond dat de WOZ-waarde lager moest worden vastgesteld omdat hij een PAS-melder was. De verkoopbaarheid van zijn bedrijf stond namelijk al sinds 2019 onder grote druk ten opzichte van agrarische bedrijven die wel over de benodigde vergunningen beschikten.

Oordeel rechtbank Noord-Nederland

Rechtbank Noord-Nederland vond, net als het melkveebedrijf, dat bij het bepalen van de WOZ-waarde rekening gehouden moest worden met het PAS-melderschap.

In 2019 oordeelde de Raad van State immers dat PAS-melders alsnog vergunningsplichtig waren. Na het vaststellen van een legalisatieprogramma door de Minister van LNV, had aanvankelijk in 2025 duidelijkheid voor PAS-melders moeten bestaan. Die termijn is echter inmiddels verlengd naar 2028. Dit heeft een waardeverminderend effect. En dit effect deed zich ook voor bij het melkveebedrijf, aldus de rechtbank.

Agrarische taxatiewijzer

De in de door de gemeenteambtenaar gebruikte agrarische taxatiewijzer zijn kengetallen opgenomen die gebaseerd zijn op agrarische objecten die wél over de benodigde vergunningen beschikken. Daarom is deze taxatiewijzer naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer toepasbaar voor de waardebepaling bij een PAS-melder.

Let op!De WOZ-waarde werd in deze casus door de rechter verlaagd van € 1.091.000 naar € 850.000. Deze verlaging betrof deze specifieke casus en kan daarom niet een op een getalsmatig worden doorgetrokken naar andere casussen.

De rechtbank gaf nog aan dat het feit dat er inmiddels aan oplossingen wordt gewerkt voor de PAS-melders en dat uitkoop ook een optie was, niet leidde tot een ander oordeel. Ook het gegeven dat het betreffende melkveebedrijf nog draaide en als kansrijk kon worden gezien, maakte niet dat er geen waardedruk was. Hetzelfde gold voor de vestiging van het bedrijf buiten een Natura 2000-gebied.