Gewijzigde regels voor plastic wegwerpbekers en -bakjes
Het uitgangspunt blijft hergebruik van bekers en bakjes. In situaties waar hergebruik goed werkt, worden de uitzonderingen geschrapt. In bepaalde situaties blijft wegwerp toegestaan onder voorwaarde van inzameling en recycling.
In kantoren, bedrijven en andere organisaties
In kantoren, bedrijven en andere organisaties is hergebruik over het algemeen nu al de standaard. Vanaf 2027 mag op deze plekken alleen nog gebruikgemaakt worden van herbruikbare bekers en bakjes. De op dit moment nog geldende uitzondering wordt vanaf 2027 afgeschaft.
Consumpties ter plaatse
In horeca, kantines, foodtrucks en vergelijkbare ondernemingen mogen bij consumpties ter plaatse in beginsel geen plastic wegwerpbekers en -bakjes gebruikt worden. Alleen bij uitzondering mag gebruikgemaakt worden van plastic wegwerpbekers en -bakjes. Voorwaarde is dat de wegwerpproducten zijn te recyclen tot bekers en bakjes en dat de ondernemer zorgdraagt voor inzameling en recycling. Vanaf 2027 is deze uitzondering in principe niet toegestaan.
Plaatsen waar hergebruik lastiger is
De uitzondering geldt vanaf 2027 alleen nog op plaatsen waar hergebruik lastiger is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij gesloten evenementen zoals concerten en festivals, maar ook in attractieparken en bij (sport)verenigingen.
Vanaf 2027 blijven herbruikbare bakjes en bekers ook hier het uitgangspunt, maar mag ook gebruikgemaakt worden van de uitzondering. Ondernemers houden hier dus een keuze.
Afhalen en bezorgen
Voor afhalen en bezorgen van eten en drinken (consumpties onderweg) blijven de regels gelijk. De ondernemer moet herbruikbaar aanbieden, maar wegwerp is toegestaan onder voorwaarde van inzameling en recycling.
Tip! De verplichte meerprijs voor eenmalige bekers en bakjes die plastic bevatten bij consumptie onderweg worden nog uit de regelgeving verwijderd. Dit is in april 2025 al aangekondigd. Op dit moment wordt er door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) al niet meer gehandhaafd op de verplichte meerprijs.
Aangepaste handhaving in 2026
De nieuwe regels gelden vanaf 2027. In 2026 hanteert de ILT een aangepaste handhaving waarbij aangesloten wordt op de nieuwe regels. Op die manier krijgen bedrijven in 2026 de tijd om zich voor te bereiden.
Wettelijke acceptatieplicht contante betalingen
De wettelijke acceptatieplicht betekent dat consumenten contant moeten kunnen betalen aan niet-consumenten. In onder meer winkels en horecagelegenheden wordt het wettelijk verplicht deze contante betalingen door consumenten te accepteren. Het gaat hierbij om contante betalingen tot € 3.000.
Uitzonderingen
Voor bepaalde activiteiten of vanwege de veiligheid komen er uitzonderingen op de wettelijke acceptatieplicht. In het ‘Besluit uitzonderingen acceptatie contant geld’ zijn deze uitzonderingen opgenomen.
Niet gelijktijdig persoonlijk aanwezig
Zo wordt er een uitzondering voor de wettelijke acceptatieplicht voorgesteld voor situaties waarbij degene die moet betalen en degene aan wie wordt betaald niet allebei tegelijk persoonlijk aanwezig zijn. Denk hierbij aan verkoop via een onbemande verkoopautomaat, betalingen bij een parkeerautomaat, bij een onbemand tankstation of een onbemande tolpoort.
Let op! Deze uitzondering geldt niet als er een natuurlijke persoon aanwezig is die werkzaamheden verricht voor degene aan wie betaald wordt. Als er bijvoorbeeld in een supermarkt een beveiliger of vakkenvuller aanwezig is, maar er zijn alleen zelfscankassa’s, moet er minimaal één zelfscankassa toch contant geld accepteren.
Overeenkomst op afstand
Verder wordt een uitzondering voor de wettelijke acceptatieplicht voorgesteld bij aankopen op afstand, denk aan online, per postorder of telefonisch.
Periodieke betalingen
Ook periodieke betalingen, zoals de betaling van huur, energie, abonnementen of een verzekeringspremie, vallen erbuiten.
Buiten de verkoopruimte
Vanwege de veiligheid wordt voorgesteld om betalingen die plaatsvinden buiten een verkoopruimte, bijvoorbeeld wanneer er moet worden afgerekend aan de deur aan een maaltijdbezorger, uit te zonderen van de wettelijke acceptatieplicht.
Let op! Een mobiele verkoopruimte, zoals een marktkraam, valt niet onder deze uitzondering.
In het openbaar vervoer
Ook de verkoop van vervoersbewijzen in het openbaar vervoer wordt, vanwege de veiligheid, uitgezonderd van de wettelijke acceptatieplicht.
Niet van 22.00 uur tot 6.00 uur
Om veiligheidsredenen wordt verder voorgesteld om betalingen tussen 22.00 uur en 6.00 uur uit te zonderen van de wettelijke acceptatieplicht. Dit is uiteraard voor horecaondernemers van belang.
Uitzondering bij wezenlijk veiligheidsbelang
De ontvanger van contant geld mag vanwege een wezenlijk veiligheidsbelang ook tijdelijk contant geld weigeren.
Let op! Deze uitzondering geldt dan echt tijdelijk. Alleen bij ondernemingen met minder dan vier werkzame personen kan hiervoor een permanente uitzondering gelden.
Ook geen wettelijke acceptatieplicht
In onder meer de volgende situaties geldt er (nu ook al) geen acceptatieplicht van contant geld:
- Betalingen tussen privépersonen.
- Betalingen tussen niet-consumenten.
- Betalingen met meer dan 50 muntstukken.
Let op! Het Besluit waar de bovengenoemde uitzonderingen zijn opgenomen ligt van 14 november 2025 tot en met 2 januari 2026 ter internetconsultatie. Wilt u hierop reageren, dan kan dit via deze link.
Ingangsdatum nog onbekend
Het is nog onbekend vanaf wanneer de wettelijke acceptatieplicht en de uitzonderingen daarop ingaan. De ingangsdatum zal per koninklijk besluit bekendgemaakt worden.
Afrekenen, bijhouden, bewaren
De nieuwe tool bevat een onderverdeling in drie thema’s: afrekenen, bijhouden en bewaren. De tool vraagt bijvoorbeeld als eerste of er bij het afrekenen gebruik wordt gemaakt van een digitaal kassasysteem. Daarbij wordt gewezen op de voordelen ervan en wordt gevraagd of er gebruik wordt gemaakt van dagrapporten.
Tips
De tool bevat per onderdeel ook de nodige tips. Zo wordt de ondernemer tijdens het beantwoorden van de vragen erop gewezen dat de administratie minstens zeven jaar bewaard dient te worden en welke onderdelen dit betreft. En bij vragen over het al dan niet gebruiken van een boekhoudpakket wordt aangegeven dat de kosten ervan aftrekbaar zijn van de winst.
Contanten
De ondernemer wordt tijdens het invullen gewezen op de verplichtingen die samenhangen met het gebruik van contant geld en op de gevaren als niet dagelijks het kasboek wordt bijgehouden. Daarnaast wordt expliciet ingegaan op een aantal zaken dat moet worden bijgehouden, met name als wordt aangegeven dat geen gebruik wordt gemaakt van een boekhouder of adviseur.
Digitalisering
Er wordt ook aandacht besteed aan digitalisering van de administratie en aangegeven dat de onderliggende papieren administratie niet zomaar vernietigd mag worden. Daarbij wordt de ondernemer duidelijk gemaakt dat hierover afspraken te maken zijn met de inspecteur.
Checklist
Gedurende het invullen van de tool kan de horecaondernemer belangrijke zaken waarop hij terug wil komen opslaan in een checklist. Na het invullen van de tool krijgt de ondernemer een overzicht van aandachtspunten binnen zijn administratie en kan hij deze aan de hand van de checklist verbeteren.
Aanslagen van €1,5 miljoen
In een zaak die zich afspeelde voor de rechtbank Oost-Brabant, waren door een gemeente aan een bv aanslagen toeristenbelasting opgelegd voor een totaal van ruim € 1,5 miljoen voor de periode 2014 tot en met 2021. Het betrof een vakantiepark dat onder meer vakantiehuisjes verhuurde. De bv had deze vakantiehuisjes in de betreffende periode (onder meer) verhuurd aan arbeidsmigranten.
Wie is belastingplichtig?
Vooropgesteld is dat de heffingsambtenaar aannemelijk moest maken wie belastingplichtig is. De eigenaar van de bv stelde dat niet hij, maar de uitzendbureaus en huisvestingsondernemingen die de accommodaties op het vakantiepark huurden belastingplichtig waren. Als deze dan al niet belastingplichtig waren, dan was het wel een aan zijn bv gelieerde bv, zo stelde de eigenaar.
De rechtbank was het hiermee niet eens, aangezien de bv in ieder geval betrokken was geweest bij de verhuur van de vakantiewoningen. Daarmee stond vast dat de bv gelegenheid bood tot het houden van verblijf in deze woningen.
Bijkomende en aanvullende diensten
De rechtbank stelde verder vast dat voor de belastingplicht ook van belang is wie bijkomende en aanvullende diensten biedt. Uit de feiten bleek dat de bv maar liefst 23 aanvullende diensten bood, zodat ook het merendeel van de aanvullende diensten door haar werd aangeboden. De bv bestreed dit weliswaar, maar zonder dit met bewijs te onderbouwen.
Aanslagen eerder te laag dan te hoog
De bv bestreed ook de hoogte van de aanslagen. Uit eigen administratie en uit informatie van de FIOD bleek echter dat een substantieel aantal overnachtingen niet geboekt was. De rechtbank concludeerde dan ook dat de aanslagen eerder te laag dan te hoog waren en liet deze onverkort in stand.