21% btw voor toiletlift
9% btw-tarief
Het 9% btw-tarief is van toepassing op de levering van hulpmiddelen zoals opgenomen in Tabel 1, post a.34 van de Wet OB. In deze post zijn invalidewagentjes, invalidekrukken, sta-op stoelen en hoog-laag bedden opgenomen. Deze hulpmiddelen mogen dan ook geleverd worden tegen 9% btw.
Toiletlift
Een toiletlift helpt iemand met verminderde spiercapaciteit bij het gaan zitten en weer opstaan van een toilet. De Belastingdienst is van mening dat het 9% btw-tarief niet van toepassing is op de levering van een toiletlift, omdat deze niet is opgenomen in de hiervoor benoemde post a.34.
Toiletlift niet gelijk aan sta-op stoel
De Belastingdienst vindt een toiletlift ook niet vergelijkbaar met een sta-op stoel omdat een toiletlift niet de functie van een stoel heeft. Het maakt daarbij naar de mening van de Belastingdienst niet uit dat een toiletlift een vergelijkbaar sta-op mechanisme heeft als een sta-op stoel en ook een hulpmiddel is voor mensen die niet zelfstandig kunnen opstaan.
Een toiletlift is ook niet vergelijkbaar met een invalidewagentje, invalidekrukken of een hoog-laag bed, aldus de Belastingdienst.
Daarom is post a.34 niet van toepassing. Omdat een toiletlift ook niet vergelijkbaar is met enig ander product of hulpmiddel uit een ander post van Tabel I is het 9% btw-tarief niet van toepassing.
Ontbrekende delen
Voor het Hof werd duidelijk dat van belang is of een bepaald voetbed al dan niet dient ter complementering en ondersteuning van ontbrekende delen van de voet. De ontbrekende delen moeten bovendien betrekking hebben op uitwendige delen van de voet. Alleen als dit het geval is, is het lage btw-tarief van 9% van toepassing, anders het hoge tarief van 21%.
Wat is een orthopedisch voetbed?
Een orthopedisch voetbed is een medisch hulpmiddel dat de voet in de juiste stand zet en houdt. De stand van de voet wordt erdoor gecorrigeerd en gestabiliseerd om functieverlies van de voet tegen te gaan. Het complementeert de voet niet en is dan ook duidelijk iets anders dan een prothese.
Hoog tarief orthopedische voetbedden
Aangezien orthopedische voetbedden geen betrekking hebben op voeten waarvan bepaalde delen ontbreken, zoals één of meer tenen, is hierop het hoge btw-tarief van toepassing. Het Hof acht het onderscheidende criterium ook voldoende objectief, duidelijk en nauwkeurig en dus geschikt om onderscheid te kunnen maken in toepassing van het hoge of lage btw-tarief.
Vergelijking met korset gaat mank
Het feit dat op orthopedische maatkorsetten wel het lage btw-tarief van toepassing is, maakt het bovenstaande niet anders. Deze hulpmiddelen hebben namelijk een andere functie en het toepassen van een verschillend btw-tarief brengt de fiscale neutraliteit dus ook niet in gevaar. Het Hof stelde de inspecteur dan ook in het gelijk, op orthopedische voetbedden is het hoge btw-tarief van 21% van toepassing.
Aftrek zorgkosten
Niet alle zorgkosten zijn aftrekbaar van uw inkomen. Een overzicht van aftrekbare zorgkosten in 2025 vindt u hier op de site van de Belastingdienst.
Ook geldt er een drempel, wat betekent dat u een bepaald deel van uw zorgkosten niet in aftrek kunt brengen. Hoe hoger uw inkomen, hoe hoger de drempel. Daarnaast geldt er een maximaal tarief waartegen uw zorgkosten aftrekbaar zijn. In 2025 kunt u zorgkosten, die u betaalt in 2025, aftrekken tegen maximaal 37,48% (2025).
Verklaring huisarts
Voor rechtbank Zeeland-West-Brabant werd een zaak behandeld van een belastingplichtige die aftrek van zorgkosten had geclaimd. De zorgkosten bestonden onder meer uit kosten van medicatie, hulpmiddelen, dieetkosten en kosten van extra kleding en beddengoed vanwege urineverlies.
Belastingplichtige wilde de kosten van de extra kleding en het beddengoed vanwege urineverlies aantonen met behulp van een verklaring van haar huisarts, maar had verder deze uitgaven niet onderbouwd met facturen. Ook de andere uitgaven voor medische kosten had zij niet onderbouwd. Verder had zij niet aangegeven welk deel van de kosten door haar verzekeraar was vergoed.
Verklaring onvoldoende voor aftrek zorgkosten
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de huisarts voor de aftrek van de meeste door de vrouw geclaimde zorgkosten onvoldoende was. Hieruit bleek immers niet welk bedrag aan zorgkosten ten laste van de vrouw was gekomen. Dat er zorgkosten waren gemaakt, stond niet ter discussie, maar wel de omvang ervan.
Wel voldoende voor aftrek extra kleding en beddengoed
De aftrek voor extra kleding en beddengoed betreft een vast bedrag. Dit forfaitaire bedrag voor de kosten van extra kleding en beddengoed is voor 2025 bepaald op € 340. Alleen als wordt aangetoond dat deze kosten meer dan € 680 (2025) bedragen, is een bedrag van € 850 (2025) aftrekbaar.
De rechtbank stond wel het lage forfaitaire bedrag in aftrek toe in verband met de extra kosten van kleding en beddengoed vanwege het urineverlies. Nu de vrouw de kosten niet had onderbouwd, bleef de aftrek echter beperkt tot het lage forfaitaire bedrag van het betreffende jaar. De verklaring van de huisarts was wel voldoende voor het dit lage forfaitaire bedrag, maar niet voor het hogere bedrag.
Tip! Houd gedurende het jaar uw uitgaven aan zorgkosten bij én het bedrag dat u hiervan vergoed heeft gekregen. Bewaar alle bonnen, facturen en declaraties zorgvuldig in uw administratie.
Wijzigingen voor pgb-zorgverleners
Als gevolg van dit wetsvoorstel krijgen pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst voor minder dan vier dagen per week ook wettelijk recht op WW, Ziektewet en WIA. De Regeling dienstverlening aan huis wijzigt dus voor arbeidsovereenkomsten in het kader van het pgb. Voor dergelijke pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst gaan als gevolg van deze wijziging zowel de verplichte werknemersverzekeringen gelden, als ook de reguliere regels voor loondoorbetaling tijdens ziekte, verlof en ontslag.
Ondersteuning pgb-budgethouders
Pgb-budgethouders die een pgb-zorgverlener in dienst hebben, worden verantwoordelijk voor het inhouden van loonbelastingen en de premie volksverzekeringen op het brutoloon van de zorgverlener. Bij deze taken zal de Sociale Verzekeringsbank (SVB) ondersteuning bieden.
Uitspraak Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft al in maart 2023 bepaald dat de uitzondering op de verzekeringsplicht die voor deze zorgverleners gold, leidde tot indirecte discriminatie op grond van geslacht. Dit omdat de zorgverleners hoofdzakelijk vrouwen zijn en er geen objectieve rechtvaardiging bestond voor dit onderscheid.
Als gevolg van deze uitspraak konden zorgverleners al bij het UWV een uitkering aanvragen. In de betreffende zaak ging het overigens om een WW-uitkering. Bovendien oordeelde de CRvB dat het UWV de gewerkte jaren als pgb-zorgverlener alsnog moest opnemen in haar arbeidsverledenregistratie. Als gevolg van het ingediende wetsvoorstel krijgt deze groep dezelfde rechten als andere werknemers.
Ingaan op 1 januari 2026
De beoogde inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is gepland op 1 januari 2026, maar moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.