Wat wijzigt er in tarieven brandstofaccijns, bpm en mrb per 2026?
Geen accijnsverhoging brandstoffen
De accijnzen op autobrandstoffen worden ook in 2026 niet verder verhoogd. Dit betekent dat deze accijnzen op het niveau van 1 juli 2023 gehandhaafd blijven. Het stabiliseren van de accijnzen is bedoeld om de kosten van autorijden te beperken.
Let op! Het Belastingplan bevat geen voorstel om voor de landbouwsector opnieuw de zogenaamde rode diesel te introduceren. Hier was mogelijk sprake van. Deze diesel – met een lager accijnstarief – werd op 1 januari 2023 afgeschaft.
Hogere korting mrb elektrische auto
Elektrische auto’s zijn door het gewicht van accu’s voor de voortdrijving zwaarder dan vergelijkbare auto’s op fossiele brandstoffen. In verband hiermee krijgen elektrische auto’s momenteel een korting van 75% op de mrb (motorrijtuigenbelasting). Deze korting wordt per 2026 verlaagd naar 30% en tot en met 2028 gehandhaafd. In 2029 wordt de korting verder verlaagd naar 25% en per 2030 helemaal afgeschaft. Oorspronkelijk zou de korting verminderd worden naar 25% in de periode 2026 tot en met 2029.
Mrb type vrachtauto’s en kampeerauto’s
Voor bepaalde vrachtauto’s geldt momenteel een kwarttarief voor de mrb. Het betreft vrachtauto’s die zijn ingericht als werktuig of als werkplaats, en vrachtauto’s die worden gebruikt voor het vervoer van kermis- of circusbenodigdheden. Dit verlaagde tarief wordt per 2028 afgeschaft.
Voor kampeerauto’s wordt het kwarttarief in de mrb vanaf 2026 verhoogd naar een halftarief.
Let op! Voor kampeerauto’s die bedrijfsmatig verhuurd worden, vervalt de huidige korting van 50% in de mrb per 2026 volledig.
Vrachtwagenheffing
Er wordt naar gestreefd per 1 juli 2026 een vrachtwagenheffing in te voeren. De heffing varieert van € 0,035 tot € 0,201 per kilometer, afhankelijk van het gewicht en van de vraag of de vrachtauto al dan niet elektrisch is. De invoering gaat gepaard met de afschaffing van het Eurovignet, het afschaffen van de mrb voor vrachtauto’s tot 12.000 kg en een verlaging van de mrb voor zwaardere vrachtauto’s.
Wijzigingen bpm
Voor plug-in hybride personenauto’s vervalt de huidige korting van 25% op de bpm, de speciale belasting bij aanschaf van een auto. Om een hogere bpm voor deze auto’s te voorkomen vanwege een nieuwe meetmethode van de CO2-uitstoot, wordt verder het aparte tarief voor plug-in hybride auto’s afgeschaft. Ook worden elektrische bijzondere voertuigen, zoals rolstoelvoertuigen, voor de bpm gelijkgesteld aan normale elektrische voertuigen. Dit was al bij besluit geregeld, maar wordt nu wettelijk vastgelegd. Verder worden, vanwege de verdergaande vergroening van auto’s, de bpm-tarieven aangepast aan de hand van de verwachte daling van de gemiddelde CO2-uitstoot.
Let op! De meeste van bovengenoemde voorstellen moeten nog door de nieuwe Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.
Uitbreiden met beleid
Bovenstaande cijfers zijn bekendgemaakt door minister Aartsen. Hij gaf aan dat binnen de EU Nederland het grootste aantal publieke laadpunten heeft. Hij gaf ook aan dat bij de uitbreiding van het aantal laadpunten doorslaggevend is waar deze het meest nodig zijn.
Inzicht in kosten
Prijspalen bij snellaadstations zullen worden geüniformeerd, zo gaf de minister tevens aan. Op die manier kan men eenvoudig vooraf zien wat het opladen gaat kosten en hoe deze prijs tot stand is gekomen.
Subsidie voor opladen elektrisch vrachtverkeer
Verder investeert het ministerie € 67,5 miljoen in snellaadstations op verzorgingsplaatsen langs snelwegen, zodat in de toekomst snelladen voor vrachtwagens langs de snelweg overal mogelijk wordt. Daarnaast is er € 96 miljoen subsidie (SPRILA en SPULA) beschikbaar gesteld voor de aanleg van laadinfrastructuur in de logistiek en de bouw, zodat deze sectoren sneller de overstap naar elektrisch vervoer zullen maken.
Waarvoor subsidie?
De subsidie is gericht op projecten om de logistieke keten efficiënter te maken. Hierdoor moeten vrachtwagens minder leeg of minder onnodig gaan rijden, waardoor het aantal kilometers dat vrachtauto’s afleggen vermindert. De subsidie betreft de activiteiten van eigen medewerkers of ingehuurde derden. Ook is de subsidie onder andere beschikbaar voor de kosten van planningssoftware.
Projecten kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op het organiseren van transportplanningen, het optimaliseren van routes en netwerken of het verkleinen van afstanden door de plaats van overslag en distributie te wijzigen.
Wie krijgt subsidie?
De SiLK is beschikbaar voor transportbedrijven die goederen voor derden vervoeren, verladers die een transportbedrijf inschakelen voor goederenvervoer en voor eigen vervoerders, waarvoor goederenvervoer onderdeel is van de bedrijfsvoering. In het samenwerkingsverband dat de SiLK aanvraagt moet in beginsel minstens één onderneming zitten die in het bezit is van een vrachtwagen.
Omvang subsidie
Via de SiLK krijgt u 75% van de projectkosten vergoed, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 100.000. Maximaal de helft van de subsidie mag u besteden aan de kosten van de inhuur van derden. De beschikbare subsidie bedraagt € 3,6 miljoen.
Voorwaarden
De SiLK kent een aantal voorwaarden. Zo moet onder meer een project minstens 15.000 minder kilometers realiseren en een structureel blijvend resultaat hebben. U moet aantonen dat er sprake is van een samenwerkingsverband en dat alle partijen het project ondersteunen. U dient uw verzoek in middels een projectplan, hiervoor is binnenkort een speciale download beschikbaar.
Let op! Een project moet binnen een jaar na toekenning van de SiLK zijn afgerond.
Aanvragen
U kunt de SiLK van 4 november 2025 9.00 uur tot 30 december 2025 12.00 uur aanvragen via RVO.nl. Hiervoor is minstens eHerkenning op niveau 3 nodig. U dient onder andere een kostenoverzicht en het projectplan mee te sturen. Uw aanvraag wordt binnen 13 weken beoordeeld. Wordt uw aanvraag goedgekeurd, dan ontvangt u 90% van de subsidie als voorschot.
Natuurvergunning onzeker
In praktijk komt het regelmatig voor dat onzeker is of voor een bepaald project een natuurvergunning kan worden verkregen. Dit is zelfs het geval als het project zelf juist de uitstoot van stikstof vermindert. Denk hierbij bijvoorbeeld aan woonwijken die willen overstappen van gas naar warmtepompen. Juist dit soort activiteiten wil het kabinet vergunningsvrij maken.
Voor welke activiteiten?
De activiteiten waarvoor straks geen vergunning meer nodig is, moeten qua activiteit wel hetzelfde blijven. Dit betekent dat het bijvoorbeeld niet geldt wanneer kantoren vervangen worden door woningen. Ook mag de activiteit niet in omvang toenemen. Het verduurzamen van een stal mag dus niet gepaard gaan een uitbreiding van de veestapel. Verder mag de activiteit ook geen negatieve gevolgen hebben voor een Natura 2000-gebied.
Tijdelijke extra uitstoot wel toegestaan
Een verduurzamingsproject moet minstens 30% minder stikstofuitstoot realiseren ten opzichte van de bestaande situatie waarvoor een vergunning is afgegeven, maar tijdens de uitvoering van het project mag de uitstoot van stikstof gedurende maximaal drie jaar wel hoger zijn. Dit mag echter niet meer zijn dan vijf keer de uitstoot van de uiteindelijke situatie.
Internetconsultatie
Het kabinet heeft besloten geïnteresseerden gelegenheid te geven op de plannen te reageren via een internetconsultatie. Reageren kan tot en met 5 oktober 2025.