Geen invorderingsrente bij gering bedrag
Bedrag verhoogt per 2026
Moet u op grond van de wettelijke bepalingen slechts een gering bedrag aan invorderingsrente betalen, dan wordt dat niet aan u in rekening gebracht. Sinds 1990 betreft dit een vast bedrag van maximaal € 23 (50 gulden voor de invoering van de euro). Dit bedrag is sinds die tijd niet verhoogd of geïndexeerd.
Met ingang van 1 januari 2026 is dit bedrag voor het eerst verhoogd naar € 49.
Let op! Vanaf nu zal het bedrag elke vijf jaar geïndexeerd worden.
Zou u daarom vanaf 1 januari 2026 invorderingsrente verschuldigd zijn tot maximaal € 49? Dan wordt dit niet aan u in rekening gebracht.
Invorderingsrente
U bent invorderingsrente aan de Belastingdienst verschuldigd als u na de uiterste betaaldatum nog een bedrag aan belasting moet betalen. Dit geldt ook als u uitstel van betaling heeft gekregen. De periode waarover u invorderingsrente moet betalen, begint op de dag na de uiterste betaaldatum en loopt tot de dag waarop het geld op de rekening van de Belastingdienst is bijgeschreven.
Let op! De invorderingsrente bedraagt vanaf 1 januari 2026 4,3%.
Wie moet een gebruikelijk loon ontvangen?
De gebruikelijkloonregeling geldt voor iedereen:
- die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap, én
- die ook werkzaamheden verricht voor die vennootschap.
Grofweg heeft iemand een aanmerkelijk belang als diegene:
- minimaal 5% van de aandelen bezit, en/of
- het recht heeft om 5% van de aandelen te verwerven, en/of
- winstbewijzen heeft die betrekking hebben op ten minste 5% van de jaarwinst of ten minste 5% van wat bij liquidatie wordt uitgekeerd.
Een dga heeft op grond van voorgaande regels een aanmerkelijk belang en zal daarom een gebruikelijk loon van de eigen bv moeten ontvangen.
Tip! De regels om te bepalen of iemand een aanmerkelijk belang heeft, kunnen complex zijn. Zo kunt u bijvoorbeeld ook een aanmerkelijk belang hebben in een vennootschap waarin u niet direct de aandelen bezit, maar wel indirect via een andere vennootschap. U kunt dus een aanmerkelijk belang hebben in meerdere vennootschappen. Overleg met een van onze adviseurs of in uw situatie sprake is van een aanmerkelijk belang, in welke vennootschappen en hoe de regels in uw geval uitwerken.
Let op! Deze advieswijzer concentreert zich met name op een aanmerkelijk belang in een bv. Een aanmerkelijk belang kan echter ook in andere lichamen worden gehouden. Denk bijvoorbeeld aan een lidmaatschapsrecht in een coöperatie of een aandeel in een andere (Nederlandse of buitenlandse) vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld. Ook in die situaties kan de gebruikelijkloonregeling van toepassing zijn.
Ook gebruikelijk loon voor partner en (klein)kinderen en (groot)ouders
Heeft u een aanmerkelijk belang in een bv? Dan moet uw partner ook een gebruikelijk loon ontvangen als uw partner werkzaamheden voor uw bv verricht. Ook als uw partner zelf geen aandelen of rechten om aandelen te verwerven of winstbewijzen heeft in uw bv.
Hebben uw (klein)kinderen en/of (groot)ouders en/of hun partners aandelen of winstbewijzen in uw bv? Dan moeten ook zij een gebruikelijk loon ontvangen als zij werkzaamheden voor uw bv verrichten.
Hoogte gebruikelijk loon
Heeft u een aanmerkelijk belang in een bv en verricht u ook werkzaamheden voor deze bv, dan moet uw loon in 2026 vastgesteld worden op het hoogste bedrag van een van de volgende bedragen:
- het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
- het loon van de meest verdienende werknemer in uw bv of verbonden bv’s, of
- € 58.000.
Heeft uw bv een belang van minimaal 1/3 in een andere bv of heeft een andere bv een belang van minimaal 1/3 in uw bv of heeft een derde partij een belang van minimaal 1/3 in uw bv én in een andere bv? Dan is die andere bv een verbonden bv.
Het bedrag van € 58.000 in 2026 is € 2.000 hoger dan in 2025 (€ 56.000).
Let op! Moeten uw partner, (klein)kinderen, (groot)ouders en hun partners ook een gebruikelijk loon ontvangen? Dan wordt hun loon volgens dezelfde regels vastgesteld.
Voorbeeld berekening hoogte gebruikelijk loon
Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking bedraagt in 2026 € 62.000. Het loon van de meest verdienende werknemer bedraagt in 2026 € 47.000. Het gebruikelijk loon bedraagt in 2026 € 62.000 (het hoogste bedrag van € 62.000, € 47.000 en € 58.000).
Loon meest verdienende werknemer
Heeft u bv meer dga’s en heeft uw collega-dga een hoger loon dan u vanuit de bv? Dan is het loon van u collega-dga het loon van de meest verdienende werknemer als er geen andere werknemer zijn met een nog hoger loon. U moet dan bij de berekening van uw gebruikelijk loon dus rekening houden met het loon van uw collega-dga.
Let op! Dit geldt niet als dga’s hun belang in de bv middellijk houden via een personal holding. De ene dga kan voor het gebruikelijk loon van de andere dga dan niet worden aangemerkt als meestverdienende werknemer, omdat hiervoor vereist is dat de personal holdings verbonden bv’s zijn.
Lager loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking
Kunt u aannemelijk maken dat het berekende gebruikelijk loon hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking? Dan mag u het gebruikelijk loon vaststellen op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. De discussie met de Belastingdienst hierbij zal met name gaan over de vraag of het door u gestelde loon inderdaad het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking is.
Voorbeeld
In 2026 bedraagt het loon uit de meeste vergelijkbare dienstbetrekking € 60.000 en het loon van de meest verdienende werknemer € 65.000. Het gebruikelijk loon zou dan in eerste instantie vastgesteld worden op € 65.000 (het hoogste bedrag van € 60.000, € 65.000 en € 58.000). Als u echter aannemelijk kunt maken dat dit hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, zal het gebruikelijk loon vastgesteld worden op € 60.000.
Lager loon in andere situaties
In sommige situaties kunt u uitgaan van een lager loon dan het berekende gebruikelijk loon. Zo kunnen startende ondernemingen maximaal drie jaar van een lager loon uitgaan als de bv het gebruikelijk loon niet kan betalen door het opstarten van de onderneming. Ook als uw onderneming structureel zoveel verlies lijdt dat de continuïteit van uw onderneming in gevaar komt, kunt u van een lager loon uitgaan.
Tip! Bent u een startende onderneming of lijdt u zoveel verlies dat de continuïteit van uw onderneming in gevaar komt, neem dan contact met ons op voor de voorwaarden waaronder een lager loon mogelijk is.
Werken in deeltijd
Werkt u in deeltijd en kunt u dat ook aannemelijk maken? Dan kunt u het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of het loon van de meest verdienende werknemer berekenen op basis van uw deeltijdpercentage. U moet dan wel voldoende aannemelijk maken dat dit deeltijd loon ook voor de meest vergelijkbare deeltijddienstbetrekking en/of de meest verdienende in deeltijd werkende werknemer zou gelden. Het deeltijdspercentage kunt u overigens in ieder geval niet toepassen op het normbedrag van € 58.000.
Voorbeeld
U werkt in deeltijd voor uw bv (50%). Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking voor een voltijdsbetrekking bedraagt € 64.000. Het loon van de meestverdienende werknemer bedraagt € 60.000. Voor de beoordeling van het gebruikelijk loon mag u dan uitgaan van een loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking van € 32.000 (50% van € 64.000) en het loon van de meestverdienende werknemer van € 30.000 (50% van € 60.000) mits u voldoende aannemelijk kunt maken dat dit loon ook voor de meest vergelijkbare deeltijddienstbetrekking (50%) en de meestverdienende voor 50% werkende werknemer zou gelden. Uw gebruikelijk loon voor 2026 komt dan uit op het normbedrag € 58.000, omdat dit het hoogste bedrag is. Alleen als u aannemelijk kunt maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is, kunt u het gebruikelijk loon op dit lagere bedrag (€ 32.000) vaststellen.
Tip! Bedraagt uw gebruikelijk loon niet meer dan € 5.000? Dan hoeft u geen rekening te houden met de gebruikelijkloonregeling en kunt u er ook voor kiezen geen loon te betalen aan uzelf. Betaalt u wel loon aan uzelf, dan moet u ook een loonadministratie voeren en loonheffing afdragen. Ook als dit loon minder dan € 5.000 bedraagt.
Welk loon telt mee?
Heeft u uw gebruikelijk loon bepaald, dan kan uw reguliere loon soms lager worden vastgesteld. Naast uw reguliere loon in geld tellen namelijk ook andere looncomponenten mee voor de beoordeling of uw loon gebruikelijk is. Denk hierbij aan:
- de bijtelling van uw auto van de zaak,
- ander loon in natura,
- vergoedingen en verstrekkingen in de werkkostenregeling, mits deze individueel aan u toe te wijzen zijn.
Voorbeeld
Stel dat uw gebruikelijk loon volgens de berekening uitkomt op € 62.000. Als u een bijtelling voor uw auto van de zaak heeft van € 10.000 per jaar en onder de werkkostenregeling een vergoeding van € 2.400 per jaar aanwijst in de vrije ruimte, hoeft uw reguliere loon maar € 49.600 te bedragen in plaats van € 62.000.
Vragen?
In deze advieswijzer hebben wij de belangrijkste regels met betrekking tot het gebruikelijk loon voor u op een rij gezet. Neem voor uw eigen, specifieke situatie contact met ons op.
Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.
Onderverdeling
De normen betreffen de meest gangbare kostenposten, sommige bedrijfsmiddelen en voorraden voor agrarische bedrijven. De normen kennen een onderverdeling in veehouderij, land- en tuinbouw, agrarische bedrijfsgebouwen, landbouwmachines, productierechten en eigen gebruik. Per categorie wordt waar nodig een verdere onderverdeling gemaakt.
Afschrijvingen
Er zijn ook normen beschikbaar met betrekking tot afschrijvingen. Dit betreft afschrijvingsmethodes, afschrijvingsgegevens en afschrijvingsnormen. Ook wordt aangegeven wanneer specifieke regels gelden, zoals een afschrijvingsbeperking.
Eigen gebruik
De normen voor eigen gebruik zijn bedoeld als richtlijn. De onderlinge verschillen tussen gezinnen zijn dermate groot, dat een zo goed mogelijke schatting gemaakt moet worden op basis van de specifieke gezinssituatie, waarbij de richtlijnen een hulpmiddel zijn. Ook is aangegeven hoe u met een bepaalde gezinssituatie rekening moet houden met dit gebruik.
Afwijken mogelijk
U kunt afwijken van de landbouwnormen als deze niet tot een juiste winstbepaling leiden. U moet dit wel kunnen onderbouwen. U dient verder ook rekening te houden met specifieke situaties, zoals de eventuele aanwezigheid van een warmtepomp.
Voorbeeldberekeningen
De Landelijke Landbouwnormen bevatten ook voorbeeldberekeningen, zodat voor verschillende situaties duidelijk wordt hoe de kostprijs moet worden berekend.
UBO
De UBO, Ultimate Beneficial Owner, is de uiteindelijk belanghebbende in een vennootschap of andere juridische entiteit. Het betreft de uiteindelijke eigenaren of de mensen die de uiteindelijke beslissingen nemen.
Het gaat onder meer om mensen die meer dan 25% van de aandelen hebben in een bv, of meer dan 25% eigenaar zijn in een vof of maatschap. Ook mensen die meer dan 25% stemrecht hebben bij een statutenwijziging van een stichting of vereniging zijn UBO’s.
Let op! Is er niemand met een belang van meer dan 25%, dan zijn de hogere leidinggevenden UBO’s. Denk aan de vennoten of bestuurders.
Register
Vennootschappen en andere juridische entiteiten zijn verplicht om zelf hun UBO’s op te geven in het UBO-register bij de KVK. Doel van het register is het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme.
Handhaving
De Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) van het Ministerie van Financiën handhaaft of de verplichte UBO-gegevens altijd juist en volledig zijn opgegeven in het UBO-register. Het gaat daarbij met name om de gegevens die nodig zijn om de UBO’s te identificeren en om de informatie over de aard en omvang van het belang dat deze UBO’s hebben.
Bestuurlijke en strafrechtelijk
De handhaving kan plaatsvinden via bestuurlijke en via strafrechtelijke weg. De beleidsregel met de bestuursrechtelijke handhaving door middel van een bestuurlijke boete is op 1 januari 2026 in werking getreden.
Hoogte bestuurlijke boete
Uit de beleidsregel volgt dat de geldboete voor een niet, onjuiste en/of onvolledige UBO-opgave maximaal een geldboete van de vierde categorie bedraagt. Op dit moment (2026) is dat een bedrag van maximaal € 27.500.
De DFEI legt in beginsel niet meteen een boete op van € 27.500.
- Bij een eerste overtreding kan de DFEI een boete opleggen van 10% van het boetemaximum, op dit moment dus € 2.750.
- Bij een tweede overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 20% van het boetemaximum, op dit moment dus € 5.500.
- Bij een derde overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 40% van het boetemaximum, op dit moment dus € 11.000.
- Bij een vierde overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 80% van het boetemaximum, op dit moment dus € 22.000.
- Bij een vijfde en volgende overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 100% van het boetemaximum, op dit moment dus € 27.500.
Van belang zijnde omstandigheden
Bij het opleggen van de boete houdt De DFEI rekening met de volgende omstandigheden:
- de financiële draagkracht van de overtreder;
- de mate waarin de overtreder meewerkt aan de vaststelling van de overtreding; en
- de maatregelen die door de overtreder na de overtreding zijn genomen om voortduring of herhaling van de overtreding te voorkomen.
Deze omstandigheden kunnen leiden tot matiging van de hoogte van de bestuurlijke boete. De stelplicht en bewijslast dat van zulke omstandigheden sprake is, liggen bij de overtreder.
Last onder dwangsom
De DFEI heeft in bijzondere gevallen de mogelijkheid om te kiezen voor een andere aanpak, bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder dwangsom.