Landbouwnormen voor 2025 bekend
Nodig voor btw-aangifte
De cijfers zijn bekendgemaakt, omdat de normen noodzakelijk zijn voor het correct indienen van de laatste btw-aangifte (Q4) over 2025. Die moet (normaal gesproken) vóór 1 februari 2026 worden ingediend.
Agrarische producten
De onttrekkingen voor privégebruik van agrarische producten zijn meestal gebaseerd op een gemiddeld verbruik per persoon en een gemiddelde kostprijs. Zo wordt bijvoorbeeld voor eieren uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 148 stuks per persoon per jaar met een bijbehorend bedrag van € 14, en voor melk van 75 liter tegen € 37 (2025). Voor bijvoorbeeld het verbruik van vleesvarkens moet worden uitgegaan van het aantal slachtingen en het bedrag volgens de slachtafrekening.
Let op! Niet alle agrarische producten zijn in de Landbouwnormen opgenomen. Voor ontbrekende producten dient u uit te gaan van hun marktwaarde.
Energie en water
Voor energie- en waterverbruik zijn slechts richtbedragen gegeven. Daarbij is uitgegaan van een gezin van twee volwassenen en twee kinderen. Bij een afwijkende gezinssamenstelling moeten deze bedragen met 10% per persoon worden bijgesteld.
Bijzondere situaties
In de Landbouwnormen wordt ook ingegaan op een aantal bijzondere situaties. Zo moet bijvoorbeeld met een opslag op het elektraverbruik worden gerekend als voor verwarming gebruik wordt gemaakt van een warmtepomp.
Afwijken onderbouwen
U kunt voor wat betreft energie en water afwijken van de richtbedragen. U dient dit dan wel goed te onderbouwen. Dit betekent onder meer dat u een onderscheid moet maken tussen zakelijk en privéverbruik. Ook de kosten van eventueel aanwezige zonnepanelen en windmolens moet u in uw onderbouwing verwerken.
Let op! De wijzigingen gelden voor de ISDE in 2026 die u in 2026 kunt aanvragen vanaf 5 januari, 12:00 uur. Vraagt u de ISDE in 2025 nog aan, dan gelden nog de bestaande huidige voorwaarden.
Bij isolatie ook subsidie voor ventilatie
Als u isolatiemaatregelen combineert met energiezuinige ventilatietechnieken, kunt u hiervoor vanaf 2026 € 400 subsidie krijgen. Een voorbeeld is een afzuigventilator met minstens twee sensoren. U dient de subsidie binnen twee jaar na de isolatiemaatregel aan te vragen, maar kunt deze ook tegelijk aanvragen.
Wijziging subsidie lucht-waterwarmtepompen
Investeert u in meer dan één lucht-waterwarmtepomp, dan krijgt u hiervoor minder subsidie. U krijgt voor deze pompen dan alleen nog het subsidiebedrag van € 225 per kW. Voor de eerste krijgt u door een verhoging van het startbedrag naar € 1.250, € 225 meer subsidie. Ook krijgt u voor de eerste lucht-waterwarmtepomp al vanaf de eerste kW € 225 in plaats van vanaf de tweede kW.
Let op! Om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, mogen bepaalde lucht-waterwarmtepompen vanaf 2026 niet meer worden verkocht. Ook de subsidie voor deze pompen komt te vervallen.
Let op! Zakelijke gebruikers hoeven vanaf 2026 bij aanschaf van een lucht-warmtepomp geen bewijs meer op te sturen dat de aardgasmeter is verwijderd. Een bevestiging van de netbeheerder is voldoende.
Nieuwe berekening milieu-impact isolatiemateriaal
Voor ‘biobased’, ofwel milieuvriendelijk isolatiemateriaal, krijgt u extra subsidie. De manier waarop de milieuvriendelijkheid berekend wordt, gaat per 2026 veranderen.
Overige wijzigingen
- Vervangt u bij het plaatsen van isolerend glas ook uw kozijnen, dan worden geen eisen meer gesteld aan de isolatiewaarde.
- Plaatst u glas in een monumentenwoning, dan wordt de isolatiewaarde versoepeld. Daardoor kunt u ook subsidie krijgen bij voor- of achterzetbeglazing.
- De voorwaarden voor het isolatiemateriaal bij bodemisolatie worden verruimd.
- Bij een aansluiting op het warmtenet hoeft u geen bewijs meer op te sturen dat de aardgasmeter is weggehaald. Een bevestiging hiervan van de netbeheerder, is voldoende.
Aanvragen
U vraagt de ISDE aan bij Subsidie-loket.nl. Daar vindt u ook meer informatie over de mogelijkheden en de voorwaarden voor uw aanvraag.
Griffierecht
Voor de behandeling van een ingesteld beroep, hoger beroep en beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. De hoogte ervan hangt af van de instantie waar u procedeert, van de vraag of u al dan niet een natuurlijk persoon bent en van de belastingsoort waartegen u procedeert. De hoogte van het griffierecht varieert in 2025 van € 53 tot € 579.
Betalingsonmacht
Om de rechtsgang zo min mogelijk te beperken, is geregeld dat onvermogenden geen griffierecht hoeven te betalen. Bij een zaak die onlangs speelde voor de Hoge Raad, maakte de Hoge Raad nieuwe richtlijnen bekend over de vraag wanneer sprake is van onvermogen.
Wanneer onvermogen?
De Hoge Raad geeft aan dat sprake is van onvermogen als een belastingplichtige een maandelijks netto-inkomen heeft dat minder is dan 95% van de voor een alleenstaande geldende maximale bijstandsnorm. De werkelijke gezinssamenstelling is hiervoor niet van belang. Bovendien mag een belastingplichtige niet beschikken over vermogen waaruit het verschuldigde griffierecht kan worden betaald. Ook het inkomen en vermogen van een eventuele fiscale partner moet hierbij in aanmerking worden genomen.
Toetsmoment
De hoogte van het inkomen en vermogen worden bepaald in de periode tussen het moment dat de griffier voor de eerste maal op de verschuldigdheid van het griffierecht heeft gewezen en het einde van de voor de betaling ervan gestelde termijn.
Verruiming
De nieuwe richtlijnen betekenen een verruiming van de vrijstelling tot betaling van griffierecht. In een eerder arrest uit 2015 werd nog uitgegaan van onvermogen als het inkomen minder dan 90% van genoemde bijstandsnorm bedroeg.
Let op! De verruimde vrijstelling geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021.
WBSO
Onder de WBSO, Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk, kunt u als werkgever een fiscale tegemoetkoming krijgen voor de loonkosten die gemoeid zijn bij Research & Development. Heeft u recht op WBSO, dan verrekent u de toegekende tegemoetkoming met de af te dragen loonheffing. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de kosten van Research & Development.
Tip! Een startende onderneming krijgt een hogere tegemoetkoming.
Hogere eerste schijf
De Tweede Kamer heeft een voorstel tot wetswijziging aangenomen om de eerste schijf in de WBSO in 2026 eenmalig te indexeren met 2,9%. Deze eerste schijf stijgt daardoor van € 380.000 in 2025 naar € 391.020 in 2026. Aangezien er al jarenlang geld in de WBSO-regeling overblijft (in 2024 € 116 miljoen) was er ruimte voor deze indexatie.
Let op! De Tweede Kamer heeft ook een verzoek bij de ministeries van EZK en Financiën neergelegd om in het Belastingplan 2027 een voorstel te doen om de schijfgrens structureel te indexeren.
Wat betekent dit?
De verhoging van de eerste schijf betekent het volgende.
| Tarief/Grens | 2025 | 2025 |
| Tarief 1e schijf | 36% | 36% |
| Tarief 1e schijf starters | 50% | 50% |
| Grens 1e schijf | € 380.000 | € 391.020 |
| Tarief 2e schijf | 16% | 16% |
Verzilveringsproblematiek
De Tweede Kamer heeft de regering ook verzocht om een oplossing uit te werken voor de verzilveringsproblematiek in de WBSO. Start- en scale-ups kunnen de WBSO namelijk vaak niet volledig verzilveren, omdat hun loonsom in de beginfase te laag is. De Tweede Kamer stelt hierbij een carry-forwardmogelijkheid voor.
Let op! Dit voorstel tot wetswijziging is nog niet definitief. De Eerste Kamer moet hier namelijk ook nog mee instemmen.