t
0344 647 000
|

Zelfstandig afschrijven op zonnepanelen of niet?

Woningcorporatie investeert in zonnepanelen

In een zaak die diende voor het gerechtshof ’s-Hertogenbosch moest het gerechtshof zich buigen over bovenstaande vraag. Een woningcorporatie had geïnvesteerd in zonnepanelen die geplaatst werden op de door hen verhuurde woningen. Het betrof zogenaamde niet-geïntegreerde zonnepanelen die op de daken bevestigd werden. De corporatie wilde hierop zelfstandig afschrijven, maar de Belastingdienst was het hiermee niet eens. Daarop belandde de zaak eerst voor de rechtbank en daarna het gerechtshof.

Onderdeel van gebouw

Als de zonnepanelen kwalificeren als aanhorigheid of onderdeel van het gebouw, kan hierop niet zelfstandig worden afgeschreven. Het gerechtshof moest daarom beoordelen of de zonnepanelen kwalificeerden als onderdeel van of aanhorigheid bij het gebouw. Dit zou alleen mogelijk kunnen zijn als de zonnepalen onroerend waren. Het gerechtshof kwam tot het oordeel dat de zonnepanelen inderdaad onroerend waren omdat ze vanwege de constructie naar aard en inrichting waren bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven en dit naar buiten toe ook kenbaar was.

Let op! Dat de mogelijkheid bestond de zonnepanelen te verplaatsen, deed niet af aan het onroerende karakter van de zonnepanelen, aldus het gerechtshof.

Het gerechtshof oordeelde dat de zonnepanelen onderdeel waren van het gebouw, omdat ze hier onmiddellijk en uitsluitend dienstbaar aan waren. De zonnepanelen droegen immers bij aan de energievoorziening van het gebouw en vormden daarom een functionele en technische eenheid met het gebouw.

Let op! Het maakt naar het oordeel van het gerechtshof niet uit als een deel van de opgewekte stroom wordt gebruikt buiten het gebouw. In dat geval zijn de zonnepanelen een aanhorigheid. Ze horen namelijk bij het gebouw waarop ze zijn geplaatst, zijn daar in gebruik en daaraan dienstbaar.

Werktuigvrijstelling?

De corporatie probeerde nog de zonnepanelen als werktuig aan te merken en zo te profiteren van de werktuigenvrijstelling, maar het gerechtshof ging hier niet in mee. Deze vrijstelling is volgens de wetsgeschiedenis alleen bestemd voor zaken die hoofdzakelijk gebruikt worden voor het (productie)proces dat in het gebouw plaatsvindt. Het opwekken van energie kan volgens het gerechtshof niet als zodanig worden gezien.

Beperkt afschrijven

Het gerechtshof komt dan ook tot de conclusie dat op de zonnepanelen niet zelfstandig kon worden afgeschreven, ook niet als werktuig. De zonnepanelen moesten daarom het afschrijvingsregime van het gebouwen volgen. Dit betekent dat maar beperkt op de zonnepanelen kon worden afgeschreven, aangezien het gebouw inclusief de zonnepanelen slechtst kan worden afgeschreven tot de WOZ-waarde.

Reclamebelasting

Gemeentes mogen reclamebelasting heffen om op die manier inkomsten te genereren. Ten aanzien van deze belasting is wettelijk bepaald dat de belasting mag worden geheven terzake openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

Profijt niet van belang

In een uitspraak van het gerechtshof ’s Hertogenbosch werd geconcludeerd dat het profijt dat een onderneming van de opbrengst van de belasting heeft, in beginsel niet van belang is. In de betreffende zaak was in het centrumgebied van een stad reclamebelasting geheven. Het gerechtshof concludeerde om te beginnen dat het beperken van de heffing tot een bepaald gebied, in dit geval het centrum, is toegestaan. Hiervoor moet wel een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaan.

Objectieve en redelijke rechtvaardiging

De gemeente voerde aan dat niet alleen de heffing, maar ook de besteding van de middelen was beperkt tot een bepaald aangewezen gebied. Volgens het gerechtshof is de objectieve en redelijke rechtvaardiging dan aanwezig als de gemeente in redelijkheid ervan uit mocht gaan dat degenen die profijt kunnen hebben van de opbrengst van de reclamebelasting, de reclamebelasting ook betalen. Volgens het gerechtshof was dat hier het geval.

Individueel profijt

Uit de feiten bleek namelijk dat de opbrengst van de reclamebelasting was besteed aan projecten ter verbetering van de binnenstad, zoals de aankleding ervan, promotie en marketing. Ook het pand van de ondernemer die zijn zaak voor de rechter bracht, lag in het betreffende gebied. De onderneming, een advocatenkantoor, was van mening dat het profijt van de opbrengst voor hen nihil was. Het gerechtshof stelde echter dat een verschil in individueel profijt niet van belang is voor rechtsgeldigheid van de heffing van reclamebelasting. Het gerechtshof besliste daarom in het voordeel van de gemeente en liet de reclamebelasting in stand.

Welke voertuigen betreft het?

De goedkeuring geldt met name voor emissievrije elektrische motoren, emissievrije campers en auto’s voor rolstoelvervoer. Omdat ze niet meer kunnen profiteren van de vrijstelling, zou voor deze voertuigen bpm betaald moeten worden, variërend van 9,6 tot 37,7% van de catalogusprijs. 

Vaste voet

Door ook voor deze voertuigen een vaste voet in de bpm te introduceren, gaan emissievrije bijzondere personenauto’s per jaar € 667 aan bpm betalen en elektrische motorfietsen € 200. Deze vaste voet geldt al voor emissievrije personenauto’s.

Ambtshalve vermindering

Aangiften die tussen 1 januari en 1 juli 2025 zijn ingediend, zullen ambtshalve worden verminderd naar bovengenoemde bedragen. U ontvangt hierover vanzelf bericht. Bij aangiften vanaf 1 juli 2025 kan de indiener zelf uitgaan van genoemde bedragen.

Vooruitlopend op wetgeving

De goedkeuring loopt vooruit op wetgeving die per 1 januari 2026 moet ingaan. Ook deze wetgeving gaat in met terugwerkende kracht op 1 januari 2025.

Voorwaarden WIS

U krijgt subsidie voor een nieuw energie-efficiënt warmtenet of de uitbreiding ervan. U moet hiermee  snel van start kunnen gaan. Dit betekent onder meer dat u binnen zes maanden na toekenning van de WIS van start moet kunnen gaan. Met het warmtenet moet het gasverbruik verminderd worden. Voor de WIS is verder vereist dat warmte wordt geleverd aan minimaal 250 aansluitingen voor kleinverbruikers in bestaande woningen en gebouwen. Hierdoor moet de toekomstige vraag naar warmte van alle woningen en gebouwen in uw project gedekt worden.

Let op! Zie voor alle voorwaarden de website van rvo.nl.

Verbeteringen

Ten opzichte van vorig jaar is de WIS onder meer verbeterd, doordat nu vooraf duidelijk is hoeveel subsidie verkregen kan worden. De WIS dekt in 2025 namelijk 30% van de investeringskosten. Vorig jaar was de subsidie nog afhankelijk van de inkomsten die met het warmtenet werden verkregen, omdat destijds de onrendabele top van de investering door de WIS gedekt werd.

Overige wijzigingen

Door een andere wijziging van de WIS is de subsidie nu ook beschikbaar voor onderdelen van het warmtenet die warmte leveren aan kleinverbruikers én nieuwbouw of grootverbruikers, zoals een zwembad. Ook technieken voor warmteopslag die het warmtenet ondersteunen komen in 2025 voor de WIS in aanmerking. Een wijziging ten opzichte van vorig jaar is verder dat woningen met verwarming via blokaansluitingen nu ook meetellen voor de vereiste 250 aansluitingen voor kleinverbruikers.

Aanvragen

U kunt de WIS aanvragen vanaf 1 augustus 2025, 09:00 uur tot 16 januari 2026, 17:00 uur bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, dus vraag de WIS zo snel mogelijk aan.

Let op! U kunt de kans op een succesvolle aanvraag vergroten door uw project vooraf door de RVO te laten toetsen.