Nieuwe subsidie voor reparatie en recycling van producten
Voor welke activiteiten?
De subsidie is bestemd voor bedrijven die hun bedrijf willen voorbereiden om producten opnieuw te gebruiken en productonderdelen te repareren en daarna opnieuw te gebruiken. Hieronder wordt ook verstaan: het opknappen en opnieuw fabriceren. Ook voor het voorbereiden om materialen te verwerken en her te gebruiken door hoogwaardige recycling en het voorbereiden om ondersteunende diensten en logistiek te ontwikkelen ter bevordering van hergebruik, reparatie of recycling, is de subsidie mogelijk. Het gaat hier om toepassing van nieuwe technieken en processen in uw bedrijf.
Let op! De subsidie is ook beschikbaar voor ondernemers die deze activiteiten al uitoefenen en willen uitbreiden.
Welke productgroepen?
De CIO is bestemd voor de volgende productgroepen:
- elektronische en elektrische apparaten
- textiel
- meubels
- luiers en incontinentiemateriaal
- herbruikbare bekers en maaltijdverpakkingen
Voorwaarden
Voor de CIO geldt een aantal voorwaarden. Zo kunnen mkb’ers de subsidie alleen of met een partner aanvragen als deze bedrijven niet met elkaar verbonden zijn, zoals een moeder-dochter bv. Ook moet het gaan om bewezen of voor de hand liggende organisatie-, productie- of leveringsmethodes met weinig onzekerheden. Het moet dus een organisatie-innovatie of procesinnovatie zijn. Ook moet het een besparing van grondstoffen en CO2-uitstoot opleveren.
Omvang subsidie
De subsidie bedraagt voor mkb-bedrijven 50% van de gemaakte kosten, voor grootbedrijven is dit 15%. De subsidie bedraagt minimaal € 50.000 per aanvraag en minimaal € 25.000 per onderneming. De maximale subsidie is € 500.000. Voor de CIO is in totaal € 9.577.000 beschikbaar.
Aanvragen
U vraagt de CIO vanaf 30 januari 2025 aan bij RVO.nl. Aanvragen kan tot 8 april 2025 12.00 uur. Voor aanvragen is eHerkenning niveau 2+ vereist. U kunt uw aanvraag alvast online voorbereiden vanaf half januari 2025.
Btw e-Commerce
De vrijwillige regeling EU btw e-Commerce is ontwikkeld om internationale afstandsverkopen binnen de EU makkelijker te laten verlopen. Sinds 1 juli 2021 moet de btw namelijk betaald worden in de lidstaat van de consument. Dit kan rechtstreeks aan de betreffende lidstaat, maar met behulp van de regeling kunnen de aangiften en bijbehorende betalingen ook via de eigen Belastingdienst plaatsvinden.
Opstartproblemen
De genoemde opstartproblemen bestonden uit onduidelijkheden voor ondernemers over betaaltermijnen, af te dragen bedragen, wisselkoersen en bankkosten. Als gevolg hiervan werden niet altijd de juiste bedragen aan btw afgedragen. De opgelegde betaalverzuimboetes leidden echter weer massaal tot bezwaren en daarmee tot capaciteitsproblemen voor de Belastingdienst.
Problemen verminderd
De Belastingdienst meldt dat de opstartproblemen inmiddels beheersbaar zijn en deels verdwenen. Het aantal naheffingen is gedaald en daarmee zal ook het aantal bezwaren verminderen. Omdat bedrijven bovendien beter bekend zijn met de regeling, is er ook geen reden meer om geen betaalverzuimboetes op te leggen wanneer onvoldoende btw wordt afgedragen.
Keuze maken
U kunt er bij deze gemengde kosten voor kiezen om een vast bedrag niet in aftrek te brengen, of om een percentage van de gemengde kosten niet in aftrek te brengen. Maak hierbij een bewuste keuze, anders kan het u duur komen te staan.
Gemengde kosten
Onder gemengde kosten verstaan we de kosten van voedsel, drank en genotmiddelen. Ook representatiekosten worden aangemerkt als gemengde kosten, waaronder ook recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak vallen. Tenslotte zijn congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke eveneens fiscaal als gemengde kosten aangemerkt.
Gedeeltelijke aftrek
Bovengenoemde kosten zijn dus maar deels aftrekbaar. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting is 80% van de kosten aftrekbaar, voor ondernemers in de vennootschapsbelasting 73,5%. In plaats van dit percentage kunnen ondernemers er ook voor kiezen een vast bedrag niet ten laste van de winst te brengen.
Vast bedrag
Het vaste bedrag voor ondernemers in de inkomstenbelasting bedraagt voor 2024 € 5.600 en voor 2025 € 5.700. Voor ondernemers in de vennootschapsbelasting is dit bedrag voor 2024 eveneens € 5.600 en voor 2025 € 5.700, of 0,4% van de loonsom als dit een hoger bedrag oplevert.
Kies bewust!
Het bovenstaande leert dat het raadzaam is een bewuste keuze te maken. Bereken dus eerst of het al dan niet voordeliger is voor het vaste bedrag te kiezen. Zo is voor ondernemers in de inkomstenbelasting de keuze voor het vaste bedrag van € 5.600 alleen voordelig als uw totaal aan gemengde kosten in 2024 meer dan € 28.000 bedraagt. In de vennootschapsbelasting is de berekening iets gecompliceerder, omdat dan ook de omvang van de loonsom een rol speelt.
Vast bedrag bij geen keuze
Wettelijk is bepaald dat wanneer u geen keuze maakt, uw gemengde kosten tot het vaste bedrag niet aftrekbaar zijn. In een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden bleek maar weer dat dit erg onvoordelig kan uitpakken.
Foute keuze
In deze zaak had een ondernemer een bedrag van € 1.324 aan gemengde kosten gemaakt, maar in zijn aangifte niet aangegeven het percentage van de gemengde kosten niet af te willen trekken. Daarom gold voor hem het vaste bedrag van € 5.600. Omdat zijn gehele bedrag van € 1.324 hier niet aan voldeed, waren de kosten helemaal niet aftrekbaar. Had hij gekozen voor het percentage van 80%, dan had hij van de gemengde kosten nog € 1.059 af kunnen trekken.
Griffierecht
Wie in belastingzaken een besluit van de inspecteur bij de rechter wil aanvechten, is in beginsel griffierecht verschuldigd. Dit geldt onder andere wanneer beroep wordt aangetekend tegen een afgewezen bezwaarschrift, bij hoger beroep bij het gerechtshof of cassatie bij de Hoge Raad. Voor het aantekenen van bezwaar is geen griffierecht verschuldigd.
Tarieven voor instellen beroep
De verhoging van het griffierecht betekent dat natuurlijke personen die beroep aantekenen, voor de meeste belastingen vanaf 1 januari 2025 € 53 griffierecht verschuldigd zijn. Dit is € 2 meer dan nu. Voor enkele belastingen, waaronder de btw en mrb, wordt het griffierecht € 194 in plaats van € 187 nu.
Let op! Voor rechtspersonen, zoals een bv of stichting, geldt in 2025 voor alle belastingen een tarief van € 385 in plaats van € 371 nu.
Tarieven voor instellen hoger beroep en cassatie
Voor het instellen van hoger beroep bij een gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad geldt vanaf 1 januari 2025 voor natuurlijke personen voor de meeste belastingen een griffierecht van € 143, ofwel € 6 meer dan nu. Voor enkele belastingen geldt voor hen vanaf 2025 een hoger griffierecht van € 289, ofwel € 10 meer dan in 2024. Voor rechtspersonen geldt bij alle belastingen vanaf 2025 een griffierecht van € 579, € 20 meer dan nu.
Let op! Bent u onvermogend, dan kunt u vrijstelling vragen van de betaling van griffierecht.
Teruggave bij gelijk
Belastingplichtigen krijgen het betaalde griffierecht terug als ze hun zaak winnen. Ook krijgt men dan in de regel een vergoeding voor gemaakte proceskosten, zoals de kosten van een adviseur. Deze vergoeding is gebaseerd op forfaitaire bedragen en dekt meestal niet alle kosten.