t
0344 647 000
|

Overgangsregeling btw-tarief sport, cultuur en media

Verhoging btw-tarief

In het Belastingplan 2025 was het voornemen opgenomen het btw-tarief voor genoemde sectoren per 2026 te verhogen naar 21%. Onder druk van de Tweede Kamer is toegezegd de verhoging niet door te laten gaan en hiervoor naar alternatieve dekking te zoeken.

Overgangsregeling vooruitbetalingen

De overgangsregeling geldt voor vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ en betalingen die in 2025 gedaan worden en vanaf 2026 genoten kunnen worden. De overgangsregeling geldt vervolgens alleen voor goederen en diensten inzake sport, cultuur en media en niet voor logies.

Tip! Wat de voorwaarden zijn betreft vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ kijkt u hier.

Sport, cultuur en media: voor of na 1 juli 2025!

Bij sport, cultuur en media kunt u denken aan onder meer boeken, kranten, tijdschriften en het verlenen van toegang tot sportscholen, concerten, musea en sportwedstrijden.

In genoemde overgangsregeling is bepaald dat hier bij vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ en voor betalingen die vanaf 1 januari 2026 genoten kunnen worden tot 1 juli 2025 het lage btw-tarief van 9% nog in rekening mag worden gebracht.

Voor vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ en voor betalingen inzake sport, cultuur en media die genoten kunnen worden per 1 januari 2026 én die na 30 juni 2025 aangeschaft worden, moet 21% btw in rekening worden gebracht.

Logies vallen niet onder de overgangsregeling

Voor een kort verblijf in onder meer hotels, pensions en vakantiewoningen geldt er geen overgangsregeling. Dit betekent dat er bij vooruitbetalingen en vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ die genoten kunnen worden vanaf 1 januari 2026 al wél 21% btw in rekening moet worden gebracht.

Tip! Voor kamperen blijft het lage btw-tarief van 9% gelden, dus ook vanaf 2026.

Btw-aangifte Q4 2024

De landbouwnormen zijn noodzakelijk bij het samenstellen van de laatste btw-aangifte over 2024 en zijn daarom nu reeds gepubliceerd. U vindt alle normbedragen hier.

Niet alle agrarische producten

De bekendgemaakte normen betreffen niet alle agrarische producten. Voor ontbrekende producten moet worden uitgegaan van de marktwaarde. De meeste normen zijn bepaald aan de hand van gemiddelde prijzen en gemiddeld verbruik.

Energie en water

Voor energie en water gelden geen normbedragen maar richtbedragen. Afhankelijk van de situatie moeten agrariërs de bedragen zelf aanpassen. Zo wordt uitgegaan van een gezin van vier personen en moeten de richtprijzen als een gezin meer of minder personen telt met 10% per persoon worden aangepast.

Zelf bijhouden kan soms ook

Agrariërs kunnen afwijken van de normbedragen voor energie en water als ze het werkelijke verbruik zelf bijhouden. Daarbij moet dan bijvoorbeeld ook rekening worden gehouden met eventueel aanwezige zonnepanelen.

Tip! Heeft u vragen over de normbedragen, neem dan even contact met ons op. Wij helpen u graag bij uw aangifte.

Tarieven

De tarieven zijn vastgesteld op basis van een puntenstelsel. Aan iedere handeling bij het indienen van een bezwaar of beroep, zoals het bijwonen van de zitting, is een aantal punten toegekend. Het aantal punten wordt vermenigvuldigd met een standaardvergoeding per punt, waarna de kostenvergoeding resulteert. 

Afwijken kan

In een zaak die speelde voor de rechtbank Oost-Brabant, week de rechtbank af van de standaardvergoeding voor proceskosten. In de betreffende zaak ging het om een geschil van € 8 inzake aanmaningskosten voor een niet betaalde naheffingsaanslag parkeerbelasting. Omdat de gemeente niet aannemelijk kon maken dat de naheffingsaanslag inderdaad verzonden was, werd de automobilist in het gelijk gesteld. 

Bijzondere omstandigheden

De rechtbank stelde voor wat betreft de geëiste kostenvergoeding dat er sprake was van bijzondere omstandigheden. De rechtbank overwoog dat de adviseur van belanghebbende over vele soortgelijke zaken procedeerde en daarbij steeds dezelfde juridische argumenten gebruikte omtrent de verzendadministratie van de gemeente. Bovendien waren het bezwaar- en beroepschrift van algemene aard en vrij standaard. Ook ging het slechts om een belang van € 8, reden waarom de rechtbank de standaardvergoeding van € 1.467 terugbracht naar € 200.

Kavelruilvrijstelling

De kavelruilvrijstelling komt er in het kort op neer dat geen overdrachtsbelasting verschuldigd is als percelen grond worden geruild teneinde een landelijk gebied beter in te richten. Via kavelruil kan grond bijvoorbeeld beter toegankelijk worden gemaakt voor agrariërs. De vrijstelling heeft momenteel ook betrekking op gebouwen die zich op de percelen grond bevinden.

Wijzigingen

De wijziging van de vrijstelling per 2025 betreft onder meer de uitsluiting van woningen, met uitzondering van agrarische bedrijfswoningen. Verder is de vrijstelling voortaan alleen nog maar van toepassing als de verkregen opstallen agrarisch worden gebruikt. Voor toepassing van de vrijstelling is vanaf 2025 ook vereist dat het bedrijfsmatig gebruik van de opstallen tenminste tien jaar wordt voortgezet. Deze eis geldt ook voor de agrarische bedrijfswoning. 

Uitzonderingen

De wijzigingen kennen ook enkele uitzonderingen. Zo blijft de vrijstelling van toepassing als een opstal door overheidsingrijpen aan de landbouw wordt onttrokken met het oog op het ontwikkelen en in stand houden van de natuur en het landschap. Verder geldt voor onbebouwde grond de landbouweis niet. Dit betekent dat ook de voortzettingseis van tien jaar hiervoor niet geldt.

Tip! Krijgt u in 2025 te maken met kavelruil of overweegt u dit, neem dan contact met ons op. Maatwerk is hier namelijk altijd geboden.