KOR flexibeler vanaf 2025, introductie EU-KOR
KOR
De KOR geldt voor kleine ondernemers met een omzet tot maximaal € 20.000 per jaar die belast is met Nederlandse btw. Als u deelneemt aan de KOR, hoeft u aan uw afnemers geen btw in rekening te brengen. U kunt echter de door u betaalde btw ook niet aftrekken. De KOR is dan ook niet in alle situaties voordelig.
KOR flexibeler: eis 3 jaar verdwijnt
De KOR wordt per 1 januari 2025 flexibeler. Neemt u deel aan de KOR, dan moet u deze verplicht drie jaar toepassen. Deze eis verdwijnt per 1 januari 2025. Ondernemers kunnen zich vanaf die datum op ieder moment afmelden, ook als u al deelneemt. U hoeft de KOR dus niet meer verplicht minstens drie jaar toe te passen.
Ook hoeft u vanaf die datum niet meer drie jaar te wachten als u zich opnieuw voor de KOR wilt aanmelden; deze eis geldt nu nog wel. Vanaf 1 januari 2025 is deze wachttijd beperkt tot de rest van het jaar waarin u zich heeft afgemeld en het erop volgende jaar.
Een andere wijziging is dat buitenlandse ondernemers met een vaste inrichting in Nederland de KOR niet meer kunnen toepassen.
Tip! Aan- en afmelden voor de KOR kan vanaf 1 oktober 2024 via Mijn Belastingdienst Zakelijk.
Europese KOR
Vanaf 1 januari 2025 is het ook mogelijk de KOR aan te vragen voor EU-landen waarmee u zakendoet. U bepaalt zelf voor welke EU-landen u de KOR aanvraagt. U hoeft daar dan ook geen btw-aangiftes te doen. Wel moet u ieder kwartaal de Nederlandse Belastingdienst een overzicht (opgaaf) verstrekken van de omzet die u in het voorgaande kwartaal in de EU heeft behaald.
Eisen EU-KOR
Wilt u als Nederlandse onderneming gebruikmaken van de EU-KOR, dan is vereist dat uw hoofdvestiging in Nederland ligt. De totale jaaromzet mag maximaal € 100.000 bedragen, opgeteld voor alle EU-landen, inclusief Nederland.
Ook geldt voor de deelnemers de nationale omzetgrens van het EU-land waar ze de vrijstelling willen toepassen. Dit kan variëren per EU-land. In Nederland bedraagt deze dus € 20.000.
TVL
De TVL (Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19) was een subsidie voor ondernemers die tijdens de coronacrisis te maken hadden met een aanzienlijk omzetverlies. De subsidie vergoedde een deel van de vaste lasten van ondernemers. Om het omzetverlies te berekenen ten opzichte van de situatie vóór corona, de zogenaamde referentieperiode, werd in beginsel gebruik gemaakt van de omzet volgens de btw-aangiftes.
Gebroken boekjaar
Sommige ondernemers hebben echter een zogenaamd gebroken boekjaar. Dit komt onder meer vaak voor in de agrarische sector. Een gebroken boekjaar loopt dan bijvoorbeeld van 1 mei tot en met 30 april. De kwartalen van de btw-aangiftes lopen dan niet meer synchroon met de kalenderkwartalen op basis waarvan de btw-aangiftes normaal gesproken worden ingevuld. Zo lopen de btw-kwartalen bij een boekjaar 1 mei-30 april, van mei-juli, augustus-oktober, november-januari tot februari-april.
Btw-aangiftes uitgangspunt
Het CBb stelt in bovengenoemde uitspraak vast dat ook bij gebruik van een gebroken boekjaar voor de berekening van omzet in de referentie-en subsidieperiode in principe uitgegaan dient te worden van de btw-aangiftes. In bovengenoemde zaak had een agrariër de omzet voor de TVL berekend door de omzet van zijn btw-aangiftes evenredig toe te rekenen aan de referentie- en subsidieperiode voor de TVL. Voor de referentieperiode 1e kwartaal 2019 rekende de agrariër bijvoorbeeld 1/3 van de omzet van zijn btw-kwartaal november 2018 – januari 2019 en 2/3 van de omzet van zijn btw-kwartaal februari 2019 – april 2019 toe.
Door deze berekeningswijze had de agrariër recht op TVL in bepaalde perioden, maar deze werd niet aan hem toegewezen. Volgens het ministerie was deze berekeningswijze namelijk niet toegestaan, maar had de agrariër de omzet moeten berekenen aan de hand van de werkelijke omzetgegevens die volgden uit zijn administratie.
Niet eigen administratie
Het CBb denkt daar echter anders over. Het CBb overweegt dat de TVL van voorgaande tijdvakken ook niet altijd op basis van de btw-aangiftes berekend kon worden, namelijk toen de TVL over een periode van vier maanden berekend werd. Bovendien is voor de TVL bepaald dat de btw-aangiftes in principe dienen als uitgangspunt ter berekening van de TVL en niet de omzetgegevens uit de eigen administratie van de agrariër. Dit is alleen anders als voor (delen van) de omzet geen btw-aangiftes worden gedaan. Nu de agrariër voor alle omzet btw-aangiften deed, leidde dit tot de conclusie dat voor de agrariër de TVL niet op basis van de eigen administratie hoefde te worden berekend.
Waarvoor subsidie?
Onder de subsidie MCZ vallen bijvoorbeeld het inrichten van back-ups, een wachtwoordmanager en het laten uitvoeren van een risico-inventarisatie. De subsidie bedraagt de helft van de kosten die een IT-dienstverlener rekent, met een maximum van € 1.250 per aanvrager.
Kleine bedrijven
De subsidie is bedoeld voor kleine bedrijven die staan ingeschreven bij de KVK. Onder kleine bedrijven vallen ondernemers met maximaal 50 werknemers en een jaaromzet van maximaal € 10
miljoen. De subsidie is ook beschikbaar voor zzp’ers.
Voorwaarden
Voor de MCZ gelden tal van voorwaarden. Zo is de subsidie alleen beschikbaar voor investeringen die na 2 september 2024 zijn gedaan en volledig zijn afgenomen en geïmplementeerd. U dient derhalve een factuur van uw leverancier en een betaalbewijs mee te sturen met uw aanvraag. Voor alle andere voorwaarden kijkt u op RVO.nl.
Drie stappen: advies, uitvoering, subsidie
Allereerst moet u weten waar de cyberveiligheid van uw bedrijf nog tekortschiet. Met de CyberVeilig Check maakt u snel uw eigen actielijst met de te nemen cybermaatregelen. Daarna kunt u een of meerdere maatregelen van uw actielijst uitvoeren. Vervolgens kunt u de subsidie aanvragen waarbij u uw actielijst en de facturen en het betaalbewijs bij RVO.nl dient te uploaden.
Aanvragen van 2 september tot 1 december
Het aanvragen van deze investeringssubsidie kan bij RVO.nl vanaf 2 september 09.00 uur tot 1 december 2024 17.00 uur. Hiervoor heeft u eHerkenning met minimaal niveau 2+ met machtiging RVO-diensten op niveau eH2+ nodig.
Let op! Het subsidiebudget wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van aanvraag totdat het op is.
Duurder dan diesel
De subsidie komt tegemoet in de extra kosten van emissieloos materieel ten opzichte van materieel dat werkt op diesel. Daarom kan via AanZET per vrachtauto een subsidie verkregen worden die varieert van € 7.500 tot € 115.200, afhankelijk van het type vrachtauto en de grootte van uw onderneming. De subsidie bedraagt een percentage van de verkoopprijs exclusief btw. Kleinere bedrijven komen in aanmerking voor de hoogste subsidiebedragen.
Tip! Gebruik de mkb-toets bij RVO (dit is de Europese mkb-toets) om te weten of uw organisatie groot, middelgroot of klein is.
Aanvragen beperkter
Omdat de subsidie vorig jaar in no-time overtekend was, zijn er nu beperkende maatregelen van kracht. Zo kan er dit jaar per werkdag slechts voor één vrachtauto een subsidieaanvraag worden ingediend.
Voorwaarden
AanZET kent ook voorwaarden. Zo moet het gaan om de aanschaf van een nieuwe, emissieloze vrachtauto. Ook mag de aankoop nog niet definitief zijn als u de subsidieaanvraag indient. Na de aanvraag mag u de aanschaf desgewenst wel definitief door laten gaan. Ook moet de vrachtauto na aanschaf minimaal vier jaar lang op uw naam blijven staan. Alle voorwaarden vindt u op RVO.nl.
Aanvragen
Aanvragen van de subsidie kan van 1 oktober 2024 9.00 uur tot 8 oktober 2024 12.00 uur. Dit kan digitaal via RVO.nl. U hoort binnen 13 weken of de subsidie wordt toegekend, daarna heeft u 15 maanden de tijd om de subsidie vast te laten stellen. Hiervoor moet u onder andere het kenteken doorgeven aan de rvo. Ook moet u dan een factuur meesturen.