t
0344 647 000
|

Verliesverrekening in crypto’s privé of voor de bv?

Oplichting vanuit Midden-Oosten

In een zaak die onlangs behandeld werd door de rechtbank in Den Haag, had de dga van een bv € 250.000 geïnvesteerd in crypto-tokens. De overeenkomst omtrent de investering was gesloten met een vennootschap die gevestigd was in de Verenigde Arabische Emiraten. Kort na de investering werd duidelijk dat er sprake was van oplichting en dat de investering als verloren kon worden beschouwd. 

Draait dga of bv op voor verlies?

Voor de rechtbank stond de vraag centraal of de investering voor rekening van de dga of van de bv was gedaan. De bv en de dga waren van mening dat er sprake was geweest van een investering door de bv. Zij wilden het verlies dan ook ten laste van de winst van de bv brengen. De inspecteur was van mening dat de dga in privé in de crypto-tokens had gehandeld en achtte het verlies dan ook niet aftrekbaar voor de bv.

Overeenkomst in privé gesloten

Volgens de rechtbank bleek uit de stukken dat de overeenkomst met de vennootschap uit de Verenigde Arabische Emiraten door de dga in privé gesloten was. Dat de dga als bestuurder van de bv of in opdracht van de bv had gehandeld, bleek niet uit de feiten. Volgens de rechtbank was niet van belang dat de investering vanaf een rekening van de bv was gedaan. Ook het feit dat de investering als ‘effecten’ in de jaarrekening geboekt was, maakte geen verschil. Ten tijde van de opstelling ervan was immers al duidelijk dat de investering waardeloos moest worden geacht.

Winstuitdeling

Een en ander leidde tot de conclusie dat er sprake was van een winstuitdeling ter grootte van € 250.000. De rechtbank was het met de inspecteur eens dat de dga hiervoor in box 2 belast diende te worden. 

Tip! Investeert u als dga vanuit uw bv? Maak met uw bv afspraken over deze investering en leg deze zorgvuldig vast.

SBI-codes

Uw onderneming heeft in het Handelsregister één of meer SBI-codes. Deze codes geven aan wat de activiteiten van uw onderneming zijn. Elke bedrijfsactiviteit kent een aparte SBI-code.

Nut SBI-codes

De SBI-codes worden door verschillende instanties gebruikt. Daarom is het belangrijk dat in het Handelsregister de juiste SBI-codes zijn vermeld. Daarmee voorkomt u dat bijvoorbeeld een vergunning ten onrechte wordt geweigerd of een bank geen lening aan u wil verstrekken.

Let op! De KVK heeft op de website nog meer uitleg gegeven waarom het belangrijk is dat de juiste SBI-codes zijn opgenomen in het Handelsregister.

Aanpassing SBI-codes

Van 5 tot en met 7 september 2025 vervangt de KVK waar nodig in het Handelsregister de huidige SBI-codes door een of meerdere nieuwe codes. Het is belangrijk om daarna te controleren of in het Handelsregister de juiste SBI-codes bij uw onderneming zijn opgenomen.

Let op! De nieuwe SBI-codes kunt u hier opzoeken. Ook de huidige SBI-codes die dateren uit 2008 kunt u daar nog terugvinden.

Wat verandert er?

Codes die nu uit vier cijfers bestaan, worden omgebouwd tot vijf cijfers door toevoeging van een extra nul. Sommige codes veranderen helemaal. Verder zijn er geen aparte codes meer voor online verkoop of verkoop via een fysieke winkel. Er zijn ook nieuwe codes, bijvoorbeeld een code voor ‘bemiddeling en tussenpersonen’. Onder deze code vallen marktplaatsen en vergelijkingssites.

Let op! Kijk voor meer wijzigingen hier.

Overzicht betalen en ontvangen

De wijzigingsmogelijkheid is opgenomen in het overzicht ‘betalen en ontvangen’, dat een onderdeel is van uw persoonlijke site op Mijn Belastingdienst. In dit overzicht kunt u zien welke bedragen u voor een aantal belastingen en toeslagen nog aan de Belastingdienst moet betalen en welke u nog ontvangt.

Efficiency

De nieuwe mogelijkheid is een stuk efficiënter. Tot nu toe moest voor een wijziging van het rekeningnummer een machtigingsformulier worden aangevraagd, dat na invulling van de benodigde gegevens moest worden opgestuurd. Nu is nog slechts uw DigiD en uw bankapp nodig.

Wijziging per direct

Een wijziging van het bankrekeningnummer treedt per direct in werking. Het is nog niet mogelijk een latere ingangsdatum in te voeren. Het kan echter voorkomen dat een afschrijving nog van het oude bankrekeningnummer plaatsvindt als een wijziging vlak vóór het moment van afschrijving is doorgegeven. In dat geval zal vanaf de volgende afschrijving het nieuwe bankrekeningnummer worden gebruikt. 

Let op! Het inzien en wijzigen van een bankrekeningnummer kan ook worden gedaan door een gemachtigde.

Bevestiging

U krijgt direct te zien of een wijziging gelukt is, of dat de Belastingdienst dit nog aan het verwerken is. In dat geval kunt u op een later moment de wijziging nog eens controleren. U ontvangt ook altijd een schriftelijke bevestiging. 

Tip! Online wijzigen is niet verplicht, dus u kunt desgewenst wijzigingen ook schriftelijk door blijven geven.

1. 52% belasting over de auto van de zaak met CO2-uitstoot?

Het plan is om op Prinsjesdag 2025 een 52% pseudo-eindheffing voor een auto met CO2-uitstoot in de loonbelasting in een wetsvoorstel op te nemen. Als dit plan doorgaat, is een werkgever vanaf 2027, als hij aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking stelt, 52% belasting verschuldigd over de bijtelling van de auto van de zaak. De pseudo-eindheffing geldt niet als de auto geen CO2 uitstoot of als de auto niet voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld.

2. Wijzigingen minimumloon

De verwachting is dat op Prinsjesdag 2025 een aantal wijzigingen met betrekking tot het minimumloon wordt voorgesteld. In de Voorjaarsnota 2025 was namelijk al afgesproken om het minimumjeugdloon per 1 januari 2027 voor een 20-jarige te verhogen van 80 naar 87,5%, voor een 19-jarige van 60 naar 75%, voor een 18-jarige van 50 naar 62,5%, voor een 17-jarige van 39,5 naar 50% en voor een 16-jarige van 34,5 naar 40% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder.

Begin juli 2025 kondigde de demissionaire minister van OCW aan om vanaf 2027 ook de zogenaamde bbl-loonstaffel af te schaffen. Studenten die een beroepsbegeleidende leerweg op het mbo volgen, krijgen dan vanaf 2027 ook recht op het volledige minimumjeugdloon dat hoort bij hun leeftijd.

Verder heeft het kabinet voorgesteld om het percentage dat werkgevers voor huisvestingskosten mogen inhouden op het minimumloon vanaf 2026 jaarlijks te verlagen met 5%.

3. Hoger forfait overige bezittingen en lager heffingsvrij vermogen in box 3

Al meerdere keren aangekondigd en op Prinsjesdag 2025 dus verwacht, is de verhoging in 2026 en 2027 van het forfaitair rendement voor overige bezittingen in box 3 naar 7,78%. Ook aangekondigd is de verlaging van het heffingsvrije vermogen van € 57.684 (in 2025) naar € 51.396 in 2026 en 2027.

4. Andere wijzigingen inkomstenbelasting

Ook in de inkomstenbelasting wordt een aantal wijzigingen met Prinsjesdag 2025 verwacht. Zo is de verlaging van de stakingsaftrek van € 3.630 naar € 908 aangekondigd en de volledige afschaffing hiervan per 2030. Ook wil men per 2027 de meewerkaftrek verminderen met 75% en per 2030 volledig afschaffen. Daarnaast is aangekondigd dat de belastingschijven en heffingskortingen minder gecorrigeerd worden voor de inflatie (de inflatiecorrectie wordt maar voor 46,2% in plaats van 51% toegepast).

5. Ongelijke verdeling goederengemeenschap en verrekenbeding fiscaal aangepakt

In het Belastingplan 2026 zal een wetswijziging worden opgenomen die ervoor zorgt dat schenk- of erfbelasting wordt geheven bij elke ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap of bij elk toegepast verrekenbeding, waarbij aan een partner meer toekomt dan de helft van de gemeenschap of de te verrekenen som. Aanleiding is een arrest van de Hoge Raad, waarbij de uitkomst was dat een ongelijke verdeling van 90%-10% niet in strijd was met de wet. Het inmiddels demissionaire kabinet vindt dit ongewenst. Hoewel de constructie die het kabinet wil bestrijden gaat om wijzigingen van goederengemeenschappen en verrekenbedingen in het zicht van overlijden, pakt het kabinet met deze wetswijziging alle ongelijke verdelingen aan. Dit geldt dus ook voor verdelingen die niet gemaakt zijn in het zicht van overlijden.

Let op! Alleen ongelijke verdelingen die in de goederengemeenschap of een verrekenbeding zijn overeengekomen vóór 18 april 2025 worden niet door de wetswijziging getroffen.

6. Versoepeling pseudo-eindheffing RVU verlengd tot en met 2028

In de Voorjaarsnota 2025 was een versoepeling pseudo-eindheffing RVU opgenomen. Het voorstel hiertoe wordt op Prinsjesdag 2025 verwacht. De versoepeling houdt in dat tot een bedrag van de drempelvrijstelling (in 2025 € 2.273 per maand) geen 52% pseudo-eindheffing verschuldigd is. Het plan is om deze versoepeling met drie jaar te verlengen tot en met 2028. Voorwaarde is dat de RVU’s beheerst en gerichter worden ingezet voor werknemers die door de zwaarte van hun werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. Daarnaast is budget opgenomen om de drempelvrijstelling met € 300 per maand te verhogen.

Let op! Ter dekking van de verlenging en de verhoging neemt de pseudo-eindheffing vanaf 2026 in stappen toe tot 65% in 2028.

7. Geen btw-verhoging cultuur, sport en media

Eind vorig jaar werd de btw-verhoging van 9 naar 21% op cultuur, sport en media aangenomen. Deze btw-verhoging zou ingaan per 1 januari 2026. Aangekondigd is dat op Prinsjesdag 2025 een wetswijziging aan de Tweede Kamer wordt aangeboden waarin deze btw-verhoging weer wordt teruggedraaid. Het btw-tarief blijft dan vanaf 1 januari 2026 9%.

Let op! De btw-verhoging op het kort verblijf in het kader van hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijf gaat wel door. Vanaf 1 januari 2026 geldt hier een btw-tarief van 21% in plaats van 9%.

Let op! De hiervoor beschreven voorstellen zijn een selectie van verwachte wetswijzigingen. Deze zijn bovendien nog (lang) niet definitief. Zo moeten ze op Prinsjesdag 2025 eerst nog aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Daarna moeten de voorstellen ook nog door zowel de Tweede als de Eerste Kamer worden goedgekeurd.