Fiscale maatregelen uit het hoofdlijnenakkoord
In dit artikel is per thema een selectie opgenomen van de fiscale maatregelen.
Let op! Houd er rekening mee dat de maatregelen nog niet vaststaan. Deze moeten namelijk eerst nog worden opgenomen in een regeerakkoord, vervolgens in wetsvoorstellen, en daarna door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen. Desondanks is het wel verstandig om hiervan reeds kennis te nemen en er rekening mee te houden.
Arbeid
Uit het hoofdlijnenakkoord kunnen onder meer de volgende voorgenomen (fiscale) maatregelen op het gebied van arbeid ontleend worden:
- Een lastenverlichting op arbeid en een verlaging van de marginale druk voor middeninkomens, bijvoorbeeld via het introduceren van een derde schijf in de inkomstenbelasting.
- Meer zekerheid op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door een zelfstandigenbeleid voor echte zelfstandigen (zzp’ers), regulering van de uitzendsector, meer vaste contracten voor werknemers en het voortzetten van de wetsbehandeling van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) en de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA).
- Hervorming van de WW vanaf 2027.
- Vanaf 1 juli 2026 wordt de compensatie van de transitievergoeding voor werkgevers bij ontslag vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid beperkt tot kleine werkgevers (met minder dan 25 werknemers).
Ondernemers
Specifiek voor ondernemers kunnen uit het hoofdlijnenakkoord onder meer de volgende voorgenomen fiscale maatregelen worden opgemaakt:
- Een aantal al aangenomen of aangekondigde lastenverzwaringen wordt weer teruggedraaid; zo wordt bijvoorbeeld de mkb-winstvrijstelling niet verder verlaagd naar 12,03%, wordt de inkoopfaciliteit van eigen aandelen in de dividendbelasting niet afgeschaft en wordt de verhoging van het hoogste tarief in box 2 van 31 naar 33% teruggedraaid.
- Een ruimhartige vrijwillige en langdurige stoppersregeling voor land- en tuinbouwers vindt fiscaalvriendelijk plaats.
- Vanaf 2025 wordt de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting en het geven uit de vennootschap beperkt.
- Vanaf 2025 wordt de renteaftrekbeperking in de Vpb (‘earningsstripping’) van 20% naar het Europese gemiddelde van 25% gebracht.
- Vanaf 2028 wordt een circulaire plasticheffing ingevoerd.
Vervoer
Voor het vervoer bevat het hoofdlijnenakkoord onder meer de volgende voorgenomen fiscale maatregelen:
- Alle subsidies voor de aanschaf van elektrische auto’s, zowel voor nieuwe als tweedehands auto’s, worden met ingang van 2025 afgeschaft. Uit het hoofdlijnenakkoord wordt niet duidelijk of dit ook geldt voor de verlaagde bijtelling van elektrische auto’s.
- De gewichtscorrectie voor elektrische auto’s in de motorrijtuigenbelasting (mrb) blijft bestaan. De huidige accijnsverlaging op brandstof wordt met een jaar verlengd en loopt door tot eind 2025.
- Diesel met een lager accijns (de zogenaamde rode diesel) wordt vanaf 2027 weer ingevoerd voor boeren, tuinders en loonwerkers.
Wonen
Ook op het gebied van wonen bevat het hoofdlijnenakkoord een aantal fiscale maatregelen, waaronder:
- De fiscale positie van de eigen woning blijft ongewijzigd. Dit betekent onder meer dat de hypotheekrenteaftrek voor de eigenwoningbezitter blijft bestaan en dat het eigenwoningforfait niet wijzigt.
- De stijging van de onroerendzaakbelasting wordt gemaximeerd.
- Er komt een belasting op ongebouwde grond die een woonfunctie heeft en het bouwen van (private) huurwoningen wordt gestimuleerd door het verminderen van de regeldruk en – waar mogelijk – de belastingdruk.
- Voor eigenaren van zonnepanelen verdwijnt de salderingsregeling in één keer met ingang van 2027.
Btw-verhogingen
In het hoofdlijnenakkoord zijn ook diverse btw-verhogingen opgenomen, waaronder:
- De btw op culturele goederen en diensten, waaronder boeken, toegang tot theater, musea, kermisattracties en dierentuinen wordt vanaf 2026 verhoogd van 9 naar 21%.
- Het btw-tarief voor logies (onder meer hotelovernachtingen) gaat vanaf 2026 omhoog van 9 naar 21%.
Let op! De toegang tot bioscopen en dagrecreatie en overnachtingen op campings worden uitgezonderd van de btw-verhoging naar 21%. Hiervoor blijft het verlaagde btw-tarief van 9% gelden.
Particulieren
Voor particulieren is verder nog een aantal fiscale maatregelen aan het hoofdlijnenakkoord te ontlenen, waaronder:
- De verhoging van het box 3-tarief naar 36% wordt (deels) teruggedraaid.
- De giftenaftrek in de inkomstenbelasting wordt vanaf 2025 beperkt. Vanaf 2028 worden alle verschillende soorten giften in de inkomstenbelasting op gelijke wijze behandeld. Er bestaat dan waarschijnlijk geen verschil in behandeling meer tussen periodieke en andere giften.
Overig
Uit het hoofdlijnenakkoord is verder onder meer nog op te maken dat wetgeving voor een hervorming van het toeslagen- en belastingstelsel wordt voorbereid. Daarnaast komt er een ‘recht op vergissen’. Dit betekent dat één enkele fout een burger niet meteen diep in de problemen kan duwen. De kosten van aanmaning en incasso van de overheid gaan daarnaast fors omlaag en de bereikbaarheid van overheidsorganisaties voor burgers gaat omhoog. Tot slot gaat de kansspelbelasting vanaf 2025 omhoog van 30,5 naar 37,8%.
In dit artikel is per thema een overzicht opgenomen van genoemde fiscale maatregelen.
Let op! Houd er rekening mee dat de maatregelen nog niet vaststaan. Deze moeten namelijk eerst nog in wetsvoorstellen worden opgenomen en daarna door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen. Desondanks is het wel verstandig om hiervan reeds kennis te nemen en er rekening mee te houden.
Arbeid
Uit het hoofdlijnenakkoord kunnen de volgende voorgenomen (fiscale) maatregelen op het gebied van arbeid ontleend worden.
- Een lastenverlichting op arbeid en een verlaging van de marginale druk voor middeninkomens, bijvoorbeeld via het introduceren van een derde schijf in de inkomstenbelasting.
- Meer zekerheid op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door een zelfstandigenbeleid voor echte zelfstandige (zzp’ers), regulering van de uitzendsector en meer vaste contracten voor werknemers. De wetsbehandeling van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) en de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) wordt voorgezet.
- Bijna gratis kinderopvang vanaf 2027. Daarentegen wordt het tarief dat ouders vergoed krijgen via de kinderopvangtoeslag (de maximum uurprijs) in 2026 niet geïndexeerd.
- Vanaf 2027 wordt de WW hervormd. Hoe deze hervorming plaatsvindt, is nog niet nader uitgewerkt. Gedacht wordt aan het verlengen van de opzegtermijn van arbeidscontracten in combinatie met een poortwachterstoets of een verkorting van de duur van de WW-uitkering naar 18 maanden.
- Vanaf 1 juli 2026 wordt de compensatie van de transitievergoeding voor werkgevers bij ontslag vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid beperkt tot kleine werkgevers (met minder dan 25 werknemers).
- De Awf-premie (WW-premie) wordt zowel voor vaste als voor flexibele contracten vanaf 2026 verhoogd met 0,1%.
- De kwalificatie-eisen van de kennismigrantenregeling worden aangescherpt en verhoogd.
- Bezien wordt of, en zo ja welke, fiscale voordelen onder de extraterritoriale kostenregeling (EKT-regeling) worden versoberd.
Let op! De vorige jaar aangenomen versobering van de 30%-regeling wordt niet teruggedraaid.
Let op! Diverse media melden dat de verhoging van het wettelijk minimumloon wordt teruggedraaid. Dit is echter geen nieuwe maatregel, maar de verwerking van de onlangs niet door de Eerste Kamer aangenomen extra verhoging van het wettelijk minimumloon per 1 juli 2024 met 1,2%.
Ondernemers
Specifiek voor ondernemers kunnen uit het hoofdlijnenakkoord de volgende voorgenomen fiscale maatregelen worden opgemaakt:
- Een aantal al aangenomen of aangekondigde lastenverzwaringen wordt weer teruggedraaid. Het gaat hierbij onder meer om:
– de in de Voorjaarsnota 2024 aangekondigde verdere verlaging van de mkb-winstvrijstelling vanaf 2025 van 12,7 naar 12,03% gaat niet door. De mkb-winstvrijstelling bedraagt in 2024 nog 13,31%. Eerder was al aangenomen dat deze per 2025 verlaagd zou worden naar 12,7%;
– het vorig jaar aangenomen voorstel om vanaf 2025 de inkoopfaciliteit van eigen aandelen in de dividendbelasting af te schaffen, wordt teruggedraaid;
– de verhoging per 1 januari 2024 van het hoogste tarief in box 2 van 31 naar 33% wordt teruggedraaid. Onduidelijk is of dit met terugwerkende kracht vanaf 2024 gebeurt, maar volgens de budgettaire bijlage bij het hoofdlijnenakkoord gebeurt dit in ieder geval vanaf 2025. Dat betekent dat het tarief in box 2 dan tot € 67.000 (bij fiscale partners € 134.000) 24,5% bedraagt en daarboven 31%;
– de in de Voorjaarsnota 2024 aangekondigde verhoging van de energiebelasting aardgas in de derde, vierde en vijfde schijf per 2025 gaat niet door. - De energiebelasting op aardgas in de eerste en tweede schijf (tot 170.000 m3) wordt verlaagd vanaf 2025 met 2,82 cent per m3, oplopend tot 4,8 cent per m3 in 2030.
- Het Nationaal Groeifonds wordt uitgefaseerd. Dit betekent dat de eerste drie rondes nog wel worden nagekomen, maar dat ronde vier en vijf vervallen.
- Een ruimhartige vrijwillige en langdurige stoppersregeling voor land- en tuinbouwers vindt fiscaalvriendelijk plaats.
- Vanaf 2025 worden de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting en het geven uit de vennootschap beperkt.
- Vanaf 2025 wordt de renteaftrekbeperking in de Vpb (earningsstripping) van 20% naar het Europese gemiddelde van 25% gebracht.
- Vanaf 2028 wordt een circulaire plasticheffing ingevoerd.
Vervoer
Voor het vervoer bevat het hoofdlijnenakkoord de volgende voorgenomen fiscale maatregelen.
- Alle subsidies voor de aanschaf van elektrische auto’s, zowel voor nieuwe als tweedehands auto’s, worden met ingang van 2025 afgeschaft. Uit het hoofdlijnenakkoord wordt niet duidelijk of dit ook geldt voor de verlaagde bijtelling van elektrische auto’s.
- De gewichtscorrectie voor elektrische auto’s in de motorrijtuigenbelasting (mrb) blijft bestaan.
- De huidige accijnsverlaging op brandstof wordt met een jaar verlengd en loopt door tot eind 2025.
- Diesel met een lager accijns (de zogenaamde rode diesel) wordt vanaf 2027 weer ingevoerd voor boeren, tuinders en loonwerkers.
- Vanaf 2027 wordt een gedifferentieerde vliegbelasting ingevoerd. De belasting wordt hoger naarmate de afstand waarover gevlogen wordt langer is.
Wonen
Ook op het gebied van wonen bevat het hoofdlijnenakkoord een aantal fiscale maatregelen, waaronder:
- de fiscale positie van de eigen woning blijft ongewijzigd. Dit betekent onder meer dat de hypotheekrenteaftrek voor de eigenwoningbezitter blijft bestaan en dat het eigenwoningforfait niet wijzigt;
- de stijging van de onroerendzaakbelasting wordt gemaximeerd;
- de energiebelasting op aardgas in de eerste en tweede schijf (tot 170.000 m3) wordt verlaagd vanaf 2025 met 2,82 cent per m3, oplopend tot 4,8 cent per m3 in 2030.
- er komt een belasting op ongebouwde grond die een woonfunctie heeft;
- het bouwen van (private) huurwoningen wordt gestimuleerd door het verminderen van de regeldruk en – waar mogelijk – de belastingdruk;
- voor eigenaren van zonnepanelen verdwijnt de salderingsregeling in één keer met ingang van 2027. Dit betreft dus een eerdere en abruptere afschaffing van de salderingsregeling dan het laatste plan over de afbouw van de salderingsregeling dat onlangs niet door de Eerste Kamer is aangenomen.
Btw-verhogingen
In het hoofdlijnenakkoord zijn ook diverse btw-verhogingen opgenomen.
- De btw op culturele goederen en diensten, waaronder boeken, toegang tot theater, musea, kermisattracties en dierentuinen wordt vanaf 2026 verhoogd van 9 naar 21%.
- Het btw-tarief voor logies (onder meer hotelovernachtingen) gaat vanaf 2026 omhoog van 9 naar 21%.
Let op! De toegang tot bioscopen en dagrecreatie en overnachtingen op campings worden uitgezonderd van de btw-verhoging naar 21%. Hiervoor blijft het verlaagde btw-tarief van 9% gelden. De daklozenopvang en Ronald McDonald Huizen worden voor de hogere kosten door de verhoging naar 21% btw gecompenseerd met een subsidie vanuit VWS.
Particulieren
Voor particulieren zijn verder nog de volgende fiscale maatregelen aan het hoofdlijnenakkoord te ontlenen:
- de verhoging van het box 3-tarief naar 36% wordt (deels) teruggedraaid. Onduidelijk is hoeveel en of dit met terugwerkende kracht vanaf 2024 gebeurt. Volgens de budgettaire bijlage bij het hoofdlijnenakkoord gebeurt dit in ieder geval vanaf 2025 en wordt hiervoor € 100 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld;
- de giftenaftrek in de inkomstenbelasting wordt vanaf 2025 beperkt. Vanaf 2028 worden alle verschillende soorten giften in de inkomstenbelasting op gelijke wijze behandeld. Er bestaat dan waarschijnlijk geen verschil in behandeling meer tussen periodieke giften en andere giften;
- het kindgebonden budget en de huurtoeslag gaan vanaf 2025 omhoog;
- de afbouw van de dubbele heffingskorting in de bijstand wordt in de jaren 2025 tot en met 2027 bevroren.
Overig
Uit het hoofdlijnenakkoord zijn onder meer nog de volgende (fiscale) maatregelen op te maken.
- Wetgeving voor een hervorming van het toeslagen- en belastingstelsel wordt voorbereid.
- Er komt een ‘recht op vergissen’. Dit betekent dat één enkele fout een burger niet meteen diep in de problemen kan duwen.
- De kosten van aanmaning en incasso van de overheid gaan fors omlaag.
- De bereikbaarheid van overheidsorganisaties voor burgers gaat omhoog door verruiming van de mogelijkheden (tijden en locaties) voor persoonlijk contact, meer tijdig en adequaat telefonisch contact en een grotere beschikbaarheid van hulp bij digitaal contact.
- De kansspelbelasting gaat vanaf 2025 omhoog van 30,5 naar 37,8%.Er worden verdere stappen gezet om (negatief geëvalueerde) fiscale regelingen af te bouwen of te versoberen en onbedoelde constructies aan te pakken.
Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en doorschuifregeling (DSR)
De BOR en de DSR zijn belangrijke fiscale faciliteiten bij het schenken of erven van een bedrijf. De faciliteiten betreffen een forse vrijstelling en een doorschuiving van te betalen belasting, op voorwaarde dat het bedrijf wordt voortgezet.
Al aangenomen wijzigingen per 2024 en 2025
Vorig jaar is al een aantal wijzigingen van de BOR en DSR in de wet opgenomen. De meeste van deze wijzigingen gaan in per 2025, maar één onderdeel geldt al vanaf 2024. Dit betreft het standaard aanmerken van verhuurd onroerend goed aan derden als beleggingsvermogen. Dit onroerend goed komt daardoor niet in aanmerking voor de BOR en de DSR voor een aanmerkelijk belang.
Vanaf 2025 gaan de volgende wijzigingen gelden:
- De vrijstelling in de BOR gaat naar 100% van de goingconcernwaarde tot € 1.500.000 en 75% over het meerdere. In 2024 bedraagt dit nog 100% tot € 1.325.253 en 83% daarboven.
- Het is niet langer toegestaan om voor de BOR 5% van het beleggingsvermogen tot het ondernemingsvermogen te rekenen.
- Bedrijfsmiddelen die zowel zakelijk als niet-zakelijk gebruikt worden, mogen niet langer geheel tot het ondernemingsvermogen voor de BOR en DSR aanmerkelijk belang gerekend worden als de waarde in het economische verkeer van het bedrijfsmiddel € 100.000 of hoger is. Dit mag nog wel als het bedrijfsmiddel maximaal 10% bestemd is voor niet-zakelijk.
- Het is voor de DSR niet langer nodig dat de verkrijger in dienstbetrekking is in de vennootschap waarop de aandelen betrekking hebben. In de DSR in de inkomstenbelasting blijft de dienstbetrekkingseis wel bestaan.
- Bij schenking moet de verkrijger minimaal 21 jaar oud zijn om van de BOR en DSR aanmerkelijk belang gebruik te maken.
Aangekondigde wijzigingen in internetconsultatie per 2025 en 2026
In een op 19 april 2024 gepubliceerde internetconsultatie kondigt het kabinet nog een aantal wijzigingen aan.
Let op! U kunt van 19 april 2024 tot en met 19 mei 2024 op deze voorstellen reageren.
Als de wijzigingen uit de internetconsultatie straks ongewijzigd in de wet worden opgenomen, wijzigt er onder meer het volgende:
- Voor verkrijgingen die zich voordoen vanaf 1 januari 2025 geldt nog maar een voortzettingstermijn van drie jaar in plaats van vijf jaar voor verkrijgingen van vóór die datum.
- Vanaf 1 januari 2026 wordt het makkelijker om van structuur of rechtsvorm te wijzigen zonder dat dit in strijd komt met de zogenaamde voortzettingseis en bezitseis die gelden voor de BOR. De precieze invulling moet nog worden uitgewerkt, maar uitgangspunt blijft dat bij wijziging van structuur of rechtsvorm de gerechtigheid tot de onderneming in de vennootschap niet afneemt (voor de voortzettingseis) en niet toeneemt (voor de bezitseis).
- De BOR en DSR aanmerkelijk belang worden vanaf 1 januari 2026 beperkt tot reguliere aandelen met een minimumbelang van 5%. Dit betekent dat vanaf die datum bijvoorbeeld winstbewijzen, opties op aandelen en trackingstocks niet meer voor de BOR en DSR aanmerkelijk belang kwalificeren.
- Vanaf 1 januari 2026 komt er een definitie van het begrip preferente aandelen. Deze definitie betekent een wijziging van de wijze waarop de Belastingdienst op dit moment beoordeelt of sprake is van preferente aandelen voor de BOR en DSR aanmerkelijk belang.
- Vanaf 1 januari 2026 geldt wetgeving die onbedoeld gebruik van de BOR tegengaat. Hierbij gaat het om de aankoop van een onderneming door een ouder persoon met als doel besparing van erfbelasting of schenkbelasting door gebruik van de BOR (de zogenaamde rollatorinvesteringen). Ook het dubbel gebruik van de BOR waarbij een bedrijf geschonken wordt met de BOR, weer teruggekocht en daarna weer geschonken met de BOR, wordt vanaf 1 januari 2026 tegengegaan.
- Vanaf 1 januari 2026 worden bij het bepalen van de hoogte van het ondernemingsvermogen ook de schulden die samenhangen met aan de vennootschap ter beschikking gestelde onroerende zaken meegeteld.
Let op! Dit betreffen voorstellen die nog in een wetsvoorstel moeten worden opgenomen. Dit wetsvoorstel moet vervolgens door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen. Wij houden u op de hoogte betreft de voortgang van voorgestelde wijzigingen.
Hoofdregel wetsvoorstel toekomstige box 3: vermogensaanwasbelasting
In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 wordt voorgesteld als hoofdregel om vanaf 2027 het totale werkelijke rendement in box 3 te belasten volgens een vermogensaanwasbelasting. Dit houdt in dat ook de niet-gerealiseerde waardeontwikkeling van het vermogen in een jaar in box 3 belast wordt.
Uitzonderingen: vermogenswinstbelasting
Voor een aantal vermogensbestanddelen is in het wetsvoorstel een uitzondering opgenomen. Deze vermogensbestanddelen worden in het wetsvoorstel belast volgens een vermogenswinstbelasting. Dit betekent dat alleen bij realisatie (bijvoorbeeld bij verkoop) de vermogenswinst in box 3 belast wordt. Deze uitzondering geldt voor onroerende zaken en aandelen in innovatieve startups en scale-ups.
Aandelen familiebedrijven
In eerste instantie vielen ook aandelen in familiebedrijven onder deze uitzondering. Echter in een Kamerbrief (d.d. 15 april 2024) informeert staatssecretaris van Rij de Tweede Kamer dat deze uitzondering vervalt. De aandelen in familiebedrijven vallen daarom in het wetsvoorstel ook onder de vermogensaanwasbelasting.
Toekomstige box 3-stelsel vanaf 2027 of later?
Op 25 januari 2024 kondigde de staatssecretaris ook al een aantal andere aanpassingen aan op het oorspronkelijke wetsvoorstel. Het wetsvoorstel voor het toekomstige box 3-stelsel staat dus nog niet vast. Tevens moeten de Tweede en Eerste Kamer nog met het straks aangeboden wetsvoorstel instemmen.
Het is daarna nog maar de vraag of de datum van 2027 gehaald gaat worden. De staatssecretaris meldt al dat het huidige voorstel veel van de systemen van de Belastingdienst vraagt en daarom hoogstwaarschijnlijk niet volledig in 2027 geïmplementeerd kan zijn. Daarnaast kunnen de uitkomsten van arresten van de Hoge Raad over het huidige box 3-stelsel veel van de systemen vragen en voor nog meer vertraging zorgen.