Rapportage DAC7 hele jaar aanleveren en wijzigen
Let op! De wettelijke uiterste termijnen voor aanleveren zijn echter niet veranderd..
DAC7
De verplichting volgens DAC7 betekent dat exploitanten van online platformen gegevens over zichzelf en gegevens over degenen die via hun platform goederen of diensten verkopen moeten rapporteren aan de Belastingdienst. De gegevens inzake de verkopende partij betreffen onder meer hun NAW-gegevens, het btw-identificatienummer en de omzet per kwartaal.
Niet altijd rapporteren
Platformen hoeven geen gegevens aan te leveren van verkopers die minder dan 30 verkopen per jaar hebben of wanneer alle verkopen bij elkaar niet meer bedragen dan € 2.000. Bij verhuurtransacties en persoonlijke dienstverlening moet wel altijd gerapporteerd worden. Wanneer gegevens moeten worden aangeleverd, betekent dit overigens nog niet dat deze inkomsten ook automatisch belast zijn. Dit hangt af van de situatie.
Hele jaar rapporteren
De gegevens inzake DAC7 kunt u het hele kalenderjaar online aanleveren en corrigeren via Digipoort. Voor bestaande verkopers, dit zijn met name de verkopers die al op 1 januari 2023 op het platform geregistreerd stonden, moet u uiterlijk op 31 januari 2025 rapporteren over de jaren 2023 en 2024, voor zover de verkoper in deze jaren actief was.
Tip! Kijk voor alle voorwaarden op een handige FAQ van de Belastingdienst.
Voorwaarden
Voor het gebruik van een handelaarskenteken gelden aanvullende voorwaarden. Zo mag er bijvoorbeeld niet privé mee worden gereden en moet het kenteken zijn verzekerd.
Motorrijtuigenbelasting (mrb)
Ook moet voor gebruik van een handelaarskenteken, ook wel de groene kentekenplaat, mrb worden betaald. Deze wordt bepaald op basis van het gewicht van een personenauto van 1.000 kilo op benzine, over een tijdvak van drie maanden. Het is niet van belang voor hoeveel auto’s het handelarenkenteken wordt gebruikt.
Tip! U vindt bij de RDW meer informatie.
Naheffing bij vrijstelling of nihiltarief?
De Belastingdienst heeft onlangs aangegeven dat een naheffing mrb mogelijk is als het een auto uit een bedrijfsvoorraad betreft waarop geen handelaarskenteken is aangebracht. Dit geldt ook als de auto zelf zou zijn vrijgesteld of als er een nihiltarief op van toepassing is als de auto niet tot de bedrijfsvoorraad zou behoren. De naheffing wordt namelijk niet opgelegd om de niet-betaalde mrb na te heffen, maar omdat niet aan de voorwaarden van het handelaarskenteken wordt voldaan.
Handelaarskentekentarief
De naheffing mrb wordt gebaseerd op het tarief dat voor een handelaarskenteken geldt, dus een personenauto van 1.000 kilo op benzine. De naheffing wordt opgelegd over een periode van één jaar.
Let op!De kenmerken van de auto waarop geen handelaarskenteken is aangebracht, zijn dus voor de naheffing mrb niet van belang.
Kosten thuiswerken
De kosten van thuiswerken zijn destijds berekend door het Nibud. De kosten betreffen onder meer die van verwarming, koffie en toiletbezoek. De gericht vrijgestelde kostenvergoeding in de loonbelasting wordt jaarlijks geïndexeerd.
Ook voor zzp’er?
In zaak bij het gerechtshof in Amsterdam stond de vraag centraal of een zzp’er in 2018 een bedrag van € 1.000 ten laste van de winst mocht brengen. De zzp’er deed een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De ondernemer was van mening dat er sprake was van rechtsongelijkheid, nu er alleen voor werknemers een tegemoetkoming in de thuiswerkkosten bestond.
Let op! Een zelfstandig ondernemer kan onder voorwaarden alleen de kosten van een werkkamer in aftrek brengen, als deze een zelfstandig deel van de woning vormt.
Nog niet in 2018
Het gerechtshof kwam aan de beantwoording van het vraagstuk van schending van het gelijkheidsbeginsel niet toe. De zaak had namelijk betrekking op het jaar 2018 en toen bestond er nog geen belastingvrije vergoeding voor thuiswerkende werknemers. Om die reden kon er in 2018 in ieder geval nog geen sprake zijn van schending van het gelijkheidsbeginsel. De zzp’er mocht het bedrag van € 1.000 niet in aftrek brengen en de Belastingdienst werd dan ook in het gelijk gesteld.
Let op! Het gerechtshof deed alleen een uitspraak voor het jaar 2018. Op de vraag of vanaf het jaar 2022 wel sprake zou kunnen zijn van schending van het gelijkheidsbeginsel heeft het gerechtshof niet direct antwoord gegeven.
Samenwerkingsverbanden
De subsidie is beschikbaar voor samenwerkingsverbanden van ondernemers waar zowel geïnvesteerd wordt in waterstoftankstations als in vrachtwagens en (bestel)bussen op waterstof. Vervoermiddelen die rijden op waterstof, hebben als voordeel dat de actieradius groter is en de oplaadtijd geringer ten opzichte van elektrisch vervoer.
Hoeveel subsidie?
Voor investeringen in waterstoftankstations bedraagt de subsidie maximaal 40% van de kosten met een maximum van € 2 miljoen per aanvraag. Bij de aanschaf van vervoermiddelen bedraagt de maximale subsidie 80% van de kosten met een maximum van € 4 miljoen per aanvraag. Deze subsidie verschilt per voertuig en bedraagt voor een voertuig maximaal € 300.000. Het totale beschikbare budget voor SWIM bedraagt voor 2024 € 22 miljoen.
Let op! Wordt uw subsidieaanvraag goedgekeurd, dan ontvangt u een voorschot van 50%.
Voorwaarden
Zowel voor de tankstations als voor de voertuigen gelden tal van voorwaarden. Zo moet een tankstation onder andere vanuit twee rijrichtingen toegankelijk zijn voor zwaar wegverkeer en moet er elektronisch betaald kunnen worden. Voor voertuigen geldt de voorwaarde dat ze voorzien moeten zijn van een brandstofcel of, in bepaalde gevallen, voorzien zijn van een waterstofverbrandingsmotor.
Tip! Ook als u een voertuig laat aanpassen zodat rijden op waterstof mogelijk is, kunt u voor de SWIM in aanmerking komen.
Aanvragen SWIM
U kunt de SWIM aanvragen tot 6 september 2024 12.00 uur bij RVO.nl. U heeft hiervoor eHerkenning op minimaal niveau 3 nodig.