t
0344 647 000
|

Subsidie voor groepshulpen kinderopvang

Voordelen

Door de inzet van een groepshulp kan de werkdruk van pedagogische professionals omlaag. Door de subsidie kunnen de groepshulpen zich verder ontwikkelen door zich tijdens het werk ook te verdiepen in een opleiding. Omdat er geen taaleis of opleiding geldt, kunnen personen die moeilijker aan het werk komen toch eerder een baan bemachtigen.

Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt maximaal € 10.056 per jaar per groepshulp en is afhankelijk van het aantal contracturen dat de groepshulp per week werkt. Een organisatie kan voor maximaal twee groepshulpen subsidie aanvragen.

Let op! De subsidie is ook in 2025 en 2026 beschikbaar.

Voorwaarden

De subsidie kent een aantal voorwaarden. Zo moet een groepshulp een arbeidsovereenkomst van ten minste 12 maanden hebben met een startdatum vanaf 1 augustus 2023 of later. Ook moet de groepshulp deelnemen aan scholing via praktijkleren in het mbo, gericht op het behalen van een praktijkverklaring, mbo-certificaat of diploma. Deze scholing moet tussen  1 augustus 2023 en 31 oktober 2026 zijn gestart. Verder is vereist dat de kinderopvangorganisatie voor de groepshulp ook subsidie heeft gekregen  via de Subsidieregeling Praktijkleren of Praktijkleren in de derde leerweg.

Aanvragen vanaf november

De subsidie kan van maandag 4 november 2024 09:00 uur tot en met vrijdag 29 november 2024 17:00 uur worden aangevraagd bij RVO.nl. Het totale beschikbare budget voor deze aanvraagperiode is € 1.590.000.

De rechtbank Den Haag beantwoordde deze vraag voor  een hobbyclub voor liefhebbers van terreinwagens.

Activiteiten

De club organiseerde voor haar leden de nodige activiteiten. Eén van die evenementen was een meerdaags evenement inclusief kamperen. Zowel leden als niet-leden kunnen hieraan deelnemen en onder meer met een terreinwagen rijden op een parcours met hindernissen. De leden betalen een eenmalig inschrijfgeld en jaarlijks contributie. Zij ontvangen hiervoor per e-mail een nieuwsbrief met aankondiging van het eerstvolgende evenement en kunnen deelnemen aan georganiseerde evenementen. Niet-leden betalen voor een evenement entreegeld.

Belast of niet?

De vraag voor de rechtbank was of deze activiteiten ertoe leidden dat de contributie belast moest worden met btw. De Belastingdienst stelde van wel omdat naar zijn mening de contributie betaald werd om deel te kunnen nemen aan de evenementen waarvoor niet-leden apart moesten betalen.

Te ver verwijderd verband

De rechtbank was het hier niet mee eens. De evenementen konden niet worden afgedwongen door de leden en als een evenement niet doorging, werd de contributie ook niet aangepast. Dat een lid kon dreigen zijn lidmaatschap dan op te zeggen, maakte dit niet anders. Volgens de rechtbank was er een te ver verwijderd verband tussen de evenementen en de contributie, zodat deze niet belast was met btw.

Let op! Tegen de uitspraak van rechtbank is hoger beroep in gesteld. Het gerechtshof zou mogelijk daarom nog tot een ander oordeel kunnen komen.

BOR

De BOR komt er in het kort op neer dat bij vererving of schenking van een bedrijf voor een deel van de waarde een vrijstelling geldt. Over dit deel hoeft dan geen schenk- of erfbelasting te worden  betaald. Over de eerste € 1.325.253 van de waarde is de vrijstelling 100% (2024), over het eventuele meerdere is de vrijstelling 83%. Vanaf 2025 is de vrijstelling 100% over de eerste € 1.500.000 en 75% over het eventuele meerdere.

Voortzettingseis

De BOR kent enkele voorwaarden. Een daarvan is dat het bedrijf minstens vijf jaar moet worden voortgezet, dit is de zogenaamde voortzettingseis.

Let op! Betreft het een bv, dan moet de verkrijger ook minstens vijf jaar de aandelen in bezit houden.

Voortzettingseis niet (meer) haalbaar?

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom niet meer aan de voortzettingseis wordt voldaan. Denk aan de situatie dat het bedrijf verkocht is of het bedrijf vanwege faillissement niet meer wordt voortgezet. Hier vindt u voorbeelden van nog andere situaties.

Let op! Als binnen vijf jaar niet meer aan de voortzettingseis wordt voldaan, vervalt de toegepaste vrijstelling met terugwerkende kracht. Dit betekent dat alsnog de schenk- of erfbelasting betaald moet worden waarvoor eerder de vrijstelling van de BOR was toegepast.

Aangifte doen

Verkrijgers die niet langer aan de voortzettingseis voldoen, moeten dit melden bij de Belastingdienst en aangifte doen. Dit kan met dit formulier van de Belastingdienst. In dit formulier wordt onder meer gevraagd waarom u niet meer aan de voortzettingseis voldoet.

Let op! Het kabinet is van plan om de voortzettingstermijn met ingang van 1 januari 2025 te verkorten van vijf naar drie jaar.

Doeltreffend en doelmatig

Het onderzoek is in opdracht van het Ministerie van Financiën verricht. De onderzoekers komen tot de conclusie dat de onbelaste reiskostenvergoeding van €0,23/km doeltreffend en waarschijnlijk doelmatig is.

Alternatieven

In de reactie wordt ingegaan op een aantal aspecten van de vergoeding. Zo wordt ingegaan op het doel van de regeling en op het gebruik ervan. Ook wordt in het onderzoek aandacht besteed aan enkele alternatieven, zoals het verhogen of verlagen van het bedrag van de belastingvrije vergoeding.

Variabele autokosten

Opmerkelijk is dat de regeling als doelmatig wordt aangemerkt omdat de onbelaste reiskostenvergoeding de variabele autokosten van een middenklasse auto veelal dekt. Het feit dat werknemers ook met vaste autokosten te maken krijgen en hiervoor geen belastingvrije vergoeding kunnen ontvangen, wordt afgedaan met een verwijzing naar keuzes uit het verleden.

Aanbevelingen

In de reactie wordt ook ingegaan op de aanbevelingen van het rapport, maar dit leidt tot weinig nieuws. Zo wordt aanbevolen te voorkomen dat een vergoeding voor zakelijke kosten belast wordt als loon. De staatssecretaris neemt deze over, evenals de aanbeveling de regeling periodiek te evalueren. Ook wordt bezien of de communicatie inzake de samenloop van de onbelaste reiskosten- en thuiswerkvergoeding geïntensiveerd kan worden. Deze samenloop blijkt in de praktijk ingewikkeld te worden gevonden. De staatssecretaris onderschrijft ook de wens om het inzicht te vergroten inzake het gedrag van werkgevers voor wat betreft wijzigingen van de vergoeding.