Mag gemeente kostenraming achteraf aanpassen?
Kosten parkeerbelasting
Een gemeente kan voor een aantal zaken belasting heffen. Dat geldt onder meer voor parkeren, waarvoor u parkeerbelasting verschuldigd kunt zijn. Betaalt u niet of te weinig, dan kan een naheffingsaanslag worden opgelegd inclusief kosten.
Let op! Deze kosten bedragen dit jaar maximaal € 78,80 en stijgen in 2026 naar € 82.
Kostenraming onjuist
Rechtbank Den Haag moest de vraag beantwoorden wat de gevolgen zijn als een raming van de kosten achteraf onjuist blijkt en deze raming wordt bijgesteld. In het betreffende geval had een automobilist een naheffing parkeerbelasting gehad met een bedrag van € 51,09 aan kosten. Omdat een gemeente niet meer kosten in rekening mag brengen dan men zelf voor het handhaven van de parkeerbelasting maakt, stond de vraag centraal of de kostenraming wel klopte.
Foutje, bedankt…
Duidelijk werd dat de raming enkele fouten bevatte. In totaal was er in de raming voor een bedrag van ruim € 37.000 te veel aan kosten geraamd. Daar stond echter tegenover dat in de raming per ongeluk een veel groter bedrag aan kosten niet was opgenomen, onder andere het lidmaatschap van de gemeente van de Coöperatie Parkeerservice. Deze coöperatie beheert de parkeerautomaten en rijdt met scanauto’s rond. Deze kosten hadden ook meegenomen moeten worden, aldus de gemeente.
Bijstellen mag
De rechtbank kwam op grond van rechtspraak uit het verleden tot de conclusie dat het is toegestaan om tijdens een procedure een kostenraming te herzien. Het gaat er immers slechts om dat niet meer kosten in rekening worden gebracht dan de kosten die de gemeente zou hebben geraamd, uitgaande van de juiste cijfers. Daarbij rust op de gemeente de bewijslast.
Nu dit in deze zaak uit de cijfers bleek, werd de gemeente in het gelijkgesteld en bleef de naheffing parkeerbelasting in stand.
Berichtenbox
De voorlopige aanslag(en) voor 2026 kunt u vanaf eind december terugvinden in uw Berichtenbox in Mijn Belastingdienst. De papieren versie van de aanslag wordt in januari 2026 ook per post bezorgd.
Let op! Betaalt u vóór de dagtekening, dan kunnen de systemen van de Belastingdienst dit mogelijk niet correct verwerken en worden de bedragen teruggestort.
Uiterste betaaldatum
De datum waarop de betaling bij de Belastingdienst binnen moet zijn, is afhankelijk van de wijze van betaling. U kunt ineens betalen, maar ook in termijnen. De uiterste datum van de betaling ineens of in termijnen, staat vermeld op de voorlopige aanslag.
Tip! U kunt ook voor een automatische betaling kiezen, waardoor een betaling bij voldoende saldo op uw rekening nooit te laat wordt gedaan.
Controleren
De Belastingdienst baseert uw voorlopige aanslag op gegevens uit het verleden, de laatste definitieve aanslag of voorlopige aanslag van het voorgaande jaar. Controleer of de gebruikte gegevens niet te veel afwijken van uw huidige situatie. Is dit wel zo, dan is het verstandig de voorlopige aanslag (online) te wijzigen, zeker als u verwacht bij te moeten betalen.
Wijzigen
U kunt uw voorlopige aanslag wijzigen in Mijn Belastingdienst. Als u bent ingelogd kunt u de betreffende gegevens vervangen door de juiste.
Tip! Ontvangt u de voorlopige aanslag 2026, dan kijken wij graag voor u of alles nog klopt.
Nodig voor btw-aangifte
De cijfers zijn bekendgemaakt, omdat de normen noodzakelijk zijn voor het correct indienen van de laatste btw-aangifte (Q4) over 2025. Die moet (normaal gesproken) vóór 1 februari 2026 worden ingediend.
Agrarische producten
De onttrekkingen voor privégebruik van agrarische producten zijn meestal gebaseerd op een gemiddeld verbruik per persoon en een gemiddelde kostprijs. Zo wordt bijvoorbeeld voor eieren uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 148 stuks per persoon per jaar met een bijbehorend bedrag van € 14, en voor melk van 75 liter tegen € 37 (2025). Voor bijvoorbeeld het verbruik van vleesvarkens moet worden uitgegaan van het aantal slachtingen en het bedrag volgens de slachtafrekening.
Let op! Niet alle agrarische producten zijn in de Landbouwnormen opgenomen. Voor ontbrekende producten dient u uit te gaan van hun marktwaarde.
Energie en water
Voor energie- en waterverbruik zijn slechts richtbedragen gegeven. Daarbij is uitgegaan van een gezin van twee volwassenen en twee kinderen. Bij een afwijkende gezinssamenstelling moeten deze bedragen met 10% per persoon worden bijgesteld.
Bijzondere situaties
In de Landbouwnormen wordt ook ingegaan op een aantal bijzondere situaties. Zo moet bijvoorbeeld met een opslag op het elektraverbruik worden gerekend als voor verwarming gebruik wordt gemaakt van een warmtepomp.
Afwijken onderbouwen
U kunt voor wat betreft energie en water afwijken van de richtbedragen. U dient dit dan wel goed te onderbouwen. Dit betekent onder meer dat u een onderscheid moet maken tussen zakelijk en privéverbruik. Ook de kosten van eventueel aanwezige zonnepanelen en windmolens moet u in uw onderbouwing verwerken.
Wat is de lucratiefbelangregeling?
De lucratiefbelangregeling belast allerlei vermogensrechten die een werknemer (meestal iemand uit het management) krijgt of verwerft. Voorwaarde is dat de vermogensrechten een beloning vormen voor de werkzaamheden van de werknemer. Bij vermogensrechten gaat het om aandelen en vorderingen, maar ook allerlei vergelijkbare rechten die met een relatief lage investering een hoog rendement opleveren.
Let op! De beoordeling of sprake is van een lucratief belang is zeker niet eenvoudig. Er kan ook sneller sprake zijn van een lucratief belang in situaties waarin de praktijk dit niet verwacht. Bovendien kan een belang dat eerst geen lucratief belang vormde, dat later alsnog worden, bijvoorbeeld door statutaire wijzigingen. Dit kan grote fiscale gevolgen hebben. Laat u hierover daarom goed adviseren door onze adviseurs.
Tip! Stem de kwalificatie, waarde en verkrijgingsprijs van lucratieve belangen af met de Belastingdienst. Zo krijgt u zekerheid over uw (latente) belastingpositie.
Belastingheffing lucratief belang in box 1
De vermogensrechten zouden zonder nadere regelgeving worden belast in box 2 of box 3. Omdat het rendement van deze rechten nauw samenhangt met de werkzaamheden in box 1, is in de wet geregeld dat dit rendement via de lucratiefbelangregeling wordt belast in box 1. Het tarief in box 1 is afhankelijk van het andere inkomen in die box, en bedraagt dus maximaal 49,5%.
Voorkoming lucratief belang via box 2
Als een lucratief belang niet rechtstreeks gehouden wordt, maar via een (holding)vennootschap, kan de heffing in box 1 voorkomen worden. Dit kan door 95% van de voordelen die de holdingvennootschap uit het lucratief belang in enig jaar geniet, in hetzelfde jaar uit te keren aan de aandeelhouder(s) van die (holding)vennootschap. Dit wordt ook wel de doorstootregeling genoemd.
Het kabinet vindt het niet terecht dat in zo’n geval alleen het tarief van box 2 (24,5% of 31%) verschuldigd is, terwijl bij een rechtstreeks lucratief belang de belasting maximaal 49,5% bedraagt. Om die reden is op Prinsjesdag 2025 het voorstel gedaan om in deze situaties een multiplier toe te passen in box 2, waardoor de belastingdruk over de doorstoot van de lucratiefbelangvoordelen zou stijgen naar maximaal 36%.
Maximale belastingdruk 36% uitgesteld naar 2028
De Tweede Kamer heeft echter een voorstel tot wetswijziging aangenomen waardoor de ingangsdatum van de maximale belastingdruk van 36% wordt verschoven naar 1 januari 2028.
Dekking: verhoging Aof-premie
De budgettaire derving die door dit voorstel in 2026 en 2027 ontstaat, wordt gedekt door een verhoging van de Aof-premie met 0,02% in die jaren.
Let op! Het voorstel tot wetswijziging is nog niet definitief. De Eerste Kamer moet hier namelijk ook nog mee instemmen.