t
0344 647 000
|

Let op omzetafhankelijke beloning tijdens vakantie

Een casus van fysiotherapeuten 

In een recente procedure bij de Hoge Raad ging het om fysiotherapeuten die in dienst waren van een maatschap en met wie was afgesproken dat ze recht hadden op een loon dat een bepaald percentage van de omzet bedroeg, inclusief vakantiebijslag en loon over vakantiedagen. Het ging dus om een zogeheten all-in loon. 

De fysiotherapeuten waren van mening dat zij tijdens hun vakantie geen volledig loon uitbetaald hadden gekregen. Ze vielen immers tijdens hun vakantie terug op het garantieloon dat lager lag dan het loon dat ze normaliter ontvingen op basis van hun omzet. Om die reden vorderden ze nabetaling van loon en vakantiebijslag over de door hen opgenomen vakantie. 

Wat oordeelde de Hoge Raad? 

De Hoge Raad oordeelde dat het niet is toegestaan terug te vallen op het garantieloon, omdat een werknemer geen financieel nadeel mag voelen als hij vakantie opneemt. Anders ontstaat er een prikkel om door te werken in plaats van uit te rusten. Dat botst met het Europese recht dat juist inzet op daadwerkelijke rust en herstel. Het recht op doorbetaling van loon betreft een bepaling van dwingend recht in lijn met de Europese Arbeidstijdenrichtlijn. 

Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat een all-in loon in strijd is met het Europese kader voor vakantieloon als het loon tijdens vakantie lager uitvalt door het ontbreken van bijvoorbeeld omzet, zoals hier het geval was. Dit geldt ook wanneer het expliciet in de arbeidsovereenkomst vermeld staat en op de loonstrook is verwerkt.

Let op bij all-in loon

Het is dus zaak om terughoudend om te gaan met het hanteren van een all-in loon, zeker als onvoldoende duidelijk is wat de gevolgen hiervan zijn als een werknemer vakantie opneemt. Een werknemer mag immers tijdens het opnemen van vakantie niet in een nadeligere positie komen te verkeren in vergelijking met de situatie dat hij nog gewoon aan het werk zou zijn. Dit betekent dat als iemand variabele beloningscomponenten heeft zoals bijvoorbeeld een omzetafhankelijk salaris, commissie of overwerk, dergelijke beloningscomponenten ook tijdens de opname van vakantie moeten worden doorbetaald. 

Let op! De wijzigingen gelden voor de ISDE in 2026 die u in 2026 kunt aanvragen vanaf 5 januari, 12:00 uur. Vraagt u de ISDE in 2025 nog aan, dan gelden nog de bestaande huidige voorwaarden.

Bij isolatie ook subsidie voor ventilatie 

Als u isolatiemaatregelen combineert met energiezuinige ventilatietechnieken, kunt u hiervoor vanaf 2026 € 400 subsidie krijgen. Een voorbeeld is een afzuigventilator met minstens twee sensoren. U dient de subsidie binnen twee jaar na de isolatiemaatregel aan te vragen, maar kunt deze ook tegelijk aanvragen.

Wijziging subsidie lucht-waterwarmtepompen

Investeert u in meer dan één lucht-waterwarmtepomp, dan krijgt u hiervoor minder subsidie. U krijgt voor deze pompen dan alleen nog het subsidiebedrag van € 225 per kW. Voor de eerste krijgt u door een verhoging van het startbedrag naar € 1.250, € 225 meer subsidie. Ook krijgt u voor de eerste lucht-waterwarmtepomp al vanaf de eerste kW € 225 in plaats van vanaf de tweede kW.

Let op! Om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, mogen bepaalde lucht-waterwarmtepompen vanaf 2026 niet meer worden verkocht. Ook de subsidie voor deze pompen komt te vervallen.

Let op! Zakelijke gebruikers hoeven vanaf 2026 bij aanschaf van een lucht-warmtepomp geen bewijs meer op te sturen dat de aardgasmeter is verwijderd. Een bevestiging van de netbeheerder is voldoende.

Nieuwe berekening milieu-impact isolatiemateriaal

Voor ‘biobased’, ofwel milieuvriendelijk isolatiemateriaal, krijgt u extra subsidie. De manier waarop de milieuvriendelijkheid berekend wordt, gaat per 2026 veranderen. 

Overige wijzigingen 

  • Vervangt u bij het plaatsen van isolerend glas ook uw kozijnen, dan worden geen eisen meer gesteld aan de isolatiewaarde.
  • Plaatst u glas in een monumentenwoning, dan wordt de isolatiewaarde versoepeld. Daardoor kunt u ook subsidie krijgen bij voor- of achterzetbeglazing.
  • De voorwaarden voor het isolatiemateriaal bij bodemisolatie worden verruimd.
  • Bij een aansluiting op het warmtenet hoeft u geen bewijs meer op te sturen dat de aardgasmeter is weggehaald. Een bevestiging hiervan van de netbeheerder, is voldoende.  

Aanvragen 

U vraagt de ISDE aan bij Subsidie-loket.nl. Daar vindt u ook meer informatie over de mogelijkheden en de voorwaarden voor uw aanvraag. 

Accijnskorting

De Tweede Kamer heeft een voorstel tot wetswijziging aan genomen om de brandstofaccijnskorting in 2026 met € 448 miljoen te verlagen. In plaats van een totale accijnskorting van € 1.716 miljoen, wordt de korting daardoor € 1.268 miljoen. De verlaging van de brandstofaccijnskorting wordt evenredig over benzine, diesel en LPG verdeeld (zie onderstaande tabel).

 Accijns 2026 (euro per liter)  Benzine  Diesel  LPG
 Oorspronkelijke voorstel  € 0,7891  € 0,5163  € 0,1862
 Na wetswijziging Tweede Kamer  € 0,8447  € 0,5523  € 0,1993
 Verschil (hogere accijns)  € 0,0556  € 0,036  € 0,0131

Al met al wordt de accijns op benzine door dit voorstel ongeveer 5,5 eurocent hoger, de accijns op diesel 3,6 eurocent en op LPG 1,3 eurocent.

Vrijgekomen budget naar OV

De Tweede Kamer wil dat het vrijgekomen budget wordt ingezet om bezuinigen op en verschraling van het OV te voorkomen.

Let op! Het voorstel tot wetswijziging is nog niet definitief. De Eerste Kamer moet hier namelijk ook nog mee instemmen.

Griffierecht

Voor de behandeling van een ingesteld beroep, hoger beroep en beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. De hoogte ervan hangt af van de instantie waar u procedeert, van de vraag of u al dan niet een natuurlijk persoon bent en van de belastingsoort waartegen u procedeert. De hoogte van het griffierecht varieert in 2025 van € 53 tot € 579.

Betalingsonmacht

Om de rechtsgang zo min mogelijk te beperken, is geregeld dat onvermogenden geen griffierecht hoeven te betalen. Bij een zaak die onlangs speelde voor de Hoge Raad, maakte de Hoge Raad nieuwe richtlijnen bekend over de vraag wanneer sprake is van onvermogen.

Wanneer onvermogen?

De Hoge Raad geeft aan dat sprake is van onvermogen als een belastingplichtige een maandelijks netto-inkomen heeft dat minder is dan 95% van de voor een alleenstaande geldende maximale bijstandsnorm. De werkelijke gezinssamenstelling is hiervoor niet van belang. Bovendien mag een belastingplichtige niet beschikken over vermogen waaruit het verschuldigde griffierecht kan worden betaald. Ook het inkomen en vermogen van een eventuele fiscale partner moet hierbij in aanmerking worden genomen.

Toetsmoment

De hoogte van het inkomen en vermogen worden bepaald in de periode tussen het moment dat de griffier voor de eerste maal op de verschuldigdheid van het griffierecht heeft gewezen en het einde van de voor de betaling ervan gestelde termijn.

Verruiming

De nieuwe richtlijnen betekenen een verruiming van de vrijstelling tot betaling van griffierecht. In een eerder arrest uit 2015 werd nog uitgegaan van onvermogen als het inkomen minder dan 90% van genoemde bijstandsnorm bedroeg. 

Let op! De verruimde vrijstelling geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021.