t
0344 647 000
|

Nieuwe tarieven mrb per 2026

Mrb elektrische auto’s

Voor personenauto’s zonder CO2-uitstoot, zoals elektrische auto’s en auto’s op waterstof, moet vanaf 2026 70% of 75% van het normale mrb-tarief worden betaald. Nu (2025) is dit nog 25%. Het percentage staat nog niet definitief vast. Dit gebeurt in december van dit jaar.

Voor andere elektrische motorrijtuigen, zoals bestelauto’s, vrachtauto’s en motoren, moet vanaf 2026 de volledige mrb worden betaald. De huidige kortingen komen voor deze voertuigen dus te vervallen.

Plug-in hybrides

Plug-in hybride personenauto’s gaan vanaf 2026 ook de volledige mrb betalen. Nu geldt nog een korting van 25% op het normale tarief.

Voor plug-in hybride bestelauto’s komt in 2026 de gewichtscorrectie van 125 kg te vervallen. Dit betekent dat voor de mrb vanaf 2026 uitgegaan wordt van het gewicht zoals dat vermeld staat op het kentekenbewijs, waardoor u meer mrb gaat betalen.

Kampeerauto’s en paardenvervoer

Voor kampeerauto’s ofwel campers, geldt nu nog een te betalen tarief van 25% van het normale mrb-tarief. Vanaf 2026 wordt dit verhoogd naar 50% van het normale tarief.

Het tarief van 50% voor bedrijfsmatig verhuurde kampeerauto’s blijft in 2026 hetzelfde.

Voor voertuigen die zijn ingericht voor paardenvervoer betaalt u nu nog 25% van het normale mrb-tarief, als het niet-beroepsmatig gebruik betreft. Vanaf 2026 is hiervoor het volledige tarief verschuldigd.

Let op!De mrb wordt per tijdvak van drie maanden berekend. Het nieuwe tarief geldt vanaf het eerste volledige tijdvak in 2026. Loopt uw tijdvak bijvoorbeeld van 5 december 2025 tot en met 4 maart 2026, dan betaalt u over dit tijdvak nog oude tarief.

De Belastingdienst stuurt de betreffende automobilisten hierover in november 2025 een brief.

Wat speelt er?

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deed eind september 2025 twee uitspraken over pensioenpremies en btw. De eindconclusie in deze twee uitspraken was dat het uitvoeren van een pensioenregeling niet onder een btw-vrijstelling valt. Gevolg was dat het betreffende pensioenfonds recht had op btw-aftrek, maar ook dat de volledige pensioenpremie belast was met btw.

Let op!Gerechtshof Amsterdam oordeelde in februari 2023 anders. In die uitspraak was de btw-vrijstelling wel van toepassing.

Kostenverhogend

Door de uitspraken van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zouden pensioenpremies belast moeten worden met btw. Dit is zeer ongunstig voor bedrijven die geen recht hebben op aftrek van btw, bijvoorbeeld bedrijven die alleen maar btw-vrijgestelde prestaties verrichten. De btw werkt voor deze bedrijven kostenverhogend.

Beroep in cassatie

Tegen de uitspraak van gerechtshof Amsterdam loopt al beroep in cassatie. In afwachting van een oordeel van de Hoge Raad hanteert de Belastingdienst het uitgangspunt dat de pensioenuitvoering één btw-vrijgestelde dienst is. Dit betekent dat pensioenfondsen geen btw hoeven te berekenen over de pensioenpremies. Voor bedrijven die geen recht hebben op aftrek van btw, treedt daarom op dit moment nog geen kostenverhoging op door de btw.

Doel Wtta

De Wtta beoogt werknemers, met name arbeidsmigranten, beter te beschermen alsmede eerlijke concurrentie tussen bedrijven te bevorderen. Het toelatingsstelsel geldt expliciet niet voor collegiale uitleen waarbij geen winst gemaakt wordt of bij intra-concern-terbeschikkingstelling.

Procedure aanmelding

Op 1 januari 2027 gaan de wet en het toelatingsstelsel in. Bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, moeten tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027 een toelating aanvragen. Het beoordelen van de bedrijven begint vanaf 1 juli 2027.

Let op! Voor bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, is het raadzaam zich voor die datum bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) te melden. Deze bedrijven mogen dan namelijk doorgaan met uitlenen totdat de NAU een besluit heeft genomen over de toelating. Lees hier meer over op toelatinguitleenmarkt.nl.

Voorwaarden

Uitleners moeten – om toegang te krijgen – een VOG indienen en een waarborgsom van € 100.000 overmaken. Voor startende bedrijven bedraagt de waarborgsom in eerste instantie € 50.000 en na zes maanden nogmaals € 50.000. Daarnaast moeten uitleners bewijzen dat ze bestaande wet- en regelgeving naleven, zoals het uitbetalen van het wettelijk minimumloon. Alleen dan kunnen ze een toelating krijgen om personeel uit te lenen.

Tip! Bedrijven die zich aan de regels houden, krijgen de waarborgsom na vier jaar teruggestort.

Uitvoering 

De uitvoering van de wet ligt bij de NAU. Die beslist over de toelating van uitleners. Ook verzamelt de NAU signalen uit de markt en adviseert over verbeteringen. Daarnaast wijst de NAU de inspectie-instellingen aan die controleren of uitleners voldoen aan alle wet- en regelgeving. De NAU start vanaf 2026 met haar eerste werkzaamheden, zoals het aanwijzen van inspectie-instellingen en het openen van het aanmeldloket voor uitleners.

Let op! De NAU houdt ook een openbaar register bij van alle toegelaten bedrijven. Bedrijven die gebruikmaken van uitzendkrachten mogen dit vanaf 1 januari 2028 alleen nog doen via toegelaten uitleners.

Handhaving

Op 1 januari 2028 gaat de Nederlandse arbeidsinspectie handhaven. Uitleners die zonder toelating actief zijn op de arbeidsmarkt krijgen een boete. De Nederlandse Arbeidsinspectie is met 135 fte uitgebreid om de pakkans te vergoten. Ook zijn op verschillende plekken hulppunten geopend om arbeidsmigranten te helpen met vragen of problemen. De komende periode komen er nog meer hulppunten bij.

Let op! Genoemde boete geldt ook voor inleners die gebruikmaken van uitzendbureaus zonder vergunning.

Zelfstandig bedrijfsmiddel?

De Belastingdienst is van mening dat uitsluiting van investeringsaftrekken zoals de milieu-investeringsaftrek (MIA) alleen geldt als het gaat om een aanvraag voor een zelfstandig bedrijfsmiddel. Dit betekent dat wanneer een vergunning opgaat in een bedrijfsmiddel waarvoor investeringsaftrek gekregen kan worden en de vergunning dus geen zelfstandig bedrijfsmiddel is, de investeringsaftrek ook geldt ten aanzien van de vergunning.

Omgevingsvergunning gebouw

De Belastingdienst geeft als voorbeeld een duurzaam gebouw waarvoor de MIA verkregen kan worden. Als voor het gebouw een omgevingsvergunning nodig is, kan over de hiermee gepaard gaande kosten ook de MIA worden verkregen.

Feiten en omstandigheden

De Belastingdienst wijst erop dat de feiten en omstandigheden beslissend zijn voor de vraag of een vergunning opgaat in een bedrijfsmiddel waarvoor een of meer investeringsaftrekken verkregen kunnen worden. De weging hiervan is voorbehouden aan de inspecteur, maar bij verschil van mening kan de vraag altijd worden voorgelegd aan de rechter.

Tip! Als u bezig bent met een vergunningsaanvraag voor een bedrijfsmiddel, overleg dan eventueel met een van onze adviseurs of een investeringsaftrek mogelijk is.