t
0344 647 000
|

Melding op parkeerautomaat wekt vertrouwen

Periode niet betaald parkeren

Rechtbank Leeuwarden behandelde een zaak waarbij een automobilist een naheffingsaanslag parkeerbelasting had ontvangen. De automobilist was het hiermee niet eens, omdat de parkeerautomaat de mededeling bevatte: “Periode niet betaald parkeren“. De tekst was voorzien van een groot, geel uitroepteken.

Cryptisch bedoeld

Voor de rechtbank stelde de heffingsambtenaar dat er wel degelijk parkeerbelasting verschuldigd was. De tekst op de parkeerautomaat was juist cryptisch bedoeld en de parkeerder had dan ook moeten onderzoeken of er al dan niet parkeerbelasting verschuldigd was.

Duidelijk

De rechtbank was echter van mening dat de tekst heel duidelijk is. Ook het uitroepteken maakte dit niet anders. De rechtbank was het dan ook met de automobilist eens dat de naheffingsaanslag ten onrechte was opgelegd en vernietigde deze.

Afrekenen, bijhouden, bewaren

De nieuwe tool bevat een onderverdeling in drie thema’s: afrekenen, bijhouden en bewaren. De tool vraagt bijvoorbeeld als eerste of er bij het afrekenen gebruik wordt gemaakt van een digitaal kassasysteem. Daarbij wordt gewezen op de voordelen ervan en wordt gevraagd of er gebruik wordt gemaakt van dagrapporten.

Tips

De tool bevat per onderdeel ook de nodige tips. Zo wordt de ondernemer tijdens het beantwoorden van de vragen erop gewezen dat de administratie minstens zeven jaar bewaard dient te worden en welke onderdelen dit betreft. En bij vragen over het al dan niet gebruiken van een boekhoudpakket wordt aangegeven dat de kosten ervan aftrekbaar zijn van de winst.

Contanten

De ondernemer wordt tijdens het invullen gewezen op de verplichtingen die samenhangen met het gebruik van contant geld en op de gevaren als niet dagelijks het kasboek wordt bijgehouden. Daarnaast wordt expliciet ingegaan op een aantal zaken dat moet worden bijgehouden, met name als wordt aangegeven dat geen gebruik wordt gemaakt van een boekhouder of adviseur.

Digitalisering

Er wordt ook aandacht besteed aan digitalisering van de administratie en aangegeven dat de onderliggende papieren administratie niet zomaar vernietigd mag worden. Daarbij wordt de ondernemer duidelijk gemaakt dat hierover afspraken te maken zijn met de inspecteur. 

Checklist

Gedurende het invullen van de tool kan de horecaondernemer belangrijke zaken waarop hij terug wil komen opslaan in een checklist. Na het invullen van de tool krijgt de ondernemer een overzicht van aandachtspunten binnen zijn administratie en kan hij deze aan de hand van de checklist verbeteren. 

Hoe wordt de nieuwe belastingrente vastgesteld?

De belastingrente wordt één keer per jaar opnieuw vastgesteld. De nieuwe rente gaat dan per 1 januari gelden. In een besluit is vastgelegd hoe dit moet gebeuren. Daarbij geldt als basis de voor 1 november van het voorafgaande jaar laatste gepubliceerde ECB-rente voor basisfinancieringstransacties.

Voor de belastingrente voor het jaar 2026 gaat het hierbij om de op 11 juni 2025 gepubliceerde ECB-rente voor basisfinancieringstransacties. Die bedraagt 2,15%. Vóór 1 november 2025 vond geen andere publicatie meer plaats.

Let op! In het besluit is ook opgenomen dat de belastingrente altijd wordt vastgesteld op een afronding van halve procenten. Leidt de berekening tot een andere belastingrente, dan vindt dus afronding plaats. Verder wordt het belastingrentepercentage ten opzichte van het bestaande belastingrentepercentage maximaal 2% hoger of lager.

Belastingrente IB 2026

Voor de IB wordt de hiervoor genoemde ECB-rente volgens het besluit verhoogd met 3%. Daarbij is ook opgenomen dat de minimale belastingrente altijd 4,5% is.

Met deze rekenregels bedraagt de belastingrente voor de IB in 2026 5% (2,15% + 3% = 5,15%, afgerond op halve procenten is dat dus 5%). In 2025 bedraagt de belastingrente voor de IB nog 6,5%.

Let op! Dit percentage geldt ook voor de meeste andere belastingen, onder meer de loonbelasting, omzetbelasting, dividendbelasting, erfbelasting et cetera.

Belastingrente Vpb 2026

Voor de Vpb wordt de hiervoor genoemde ECB-rente volgens het besluit verhoogd met 5,5%. Daarbij is ook opgenomen dat de minimale belastingrente altijd 5,5% is.

Met deze rekenregels bedraagt de belastingrente voor de Vpb in 2026 7,5% (2,15% + 5,5% = 7,65%, afgerond op halve procenten is dat 7,5%). In 2025 bedraagt de belastingrente voor de Vpb nog 9%.

Let op! Dit percentage geldt ook voor onder meer de bronbelasting en de minimumbelasting.

Nog geen officiële bekendmaking

Het belastingrentepercentage voor 2026 is nog niet door de Belastingdienst bekendgemaakt. Gebaseerd op het besluit komen de percentages uit op 5 en 7,5%, maar daarvan is dus nog geen officiële bevestiging.

Bezwaar belastingrente

Over de hoogte van de belastingrente loopt een procedure bij de Hoge Raad. Bezwaren tegen de belastingrente zijn aangewezen als zogenaamde massaalbezwaarprocedure. Dit betekent dat degenen die bezwaar maken tegen de belastingrente pas een uitspraak van de Belastingdienst krijgen als de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan.

Let op! Wilt u aansluiten bij deze massaalbezwaarprocedure, dan moet u op tijd een bezwaar indienen tegen de belastingrente. Neem voor meer informatie hierover contact op met onze adviseurs.

Auto kinderdagverblijf stond ter beschikking

In een zaak die door het gerechtshof Den Haag werd behandeld, ging het om de vraag of de auto’s van een kinderdagverblijf aan het personeel ter beschikking stonden. Het Hof was van mening dat dit het geval was en stelde dat niet van belang is dat een auto ook privé mag worden gebruikt. Het gaat erom of de feitelijke macht over een auto kan worden uitgeoefend, hetgeen in genoemde zaak het geval was. De betreffende werknemer was locatiemanager en in staat om te bepalen of zij van de auto gebruikmaakte. Ook kon zij vanwege haar positie over de autosleutels beschikken, hoewel een andere werknemer deze in beheer had. 

Privégebruik verboden

Het Hof stelde verder vast dat een verbod op privégebruik, waarvan in deze zaak sprake was, niet van belang is voor de vraag of een auto ter beschikking staat. Het verbod is wel van belang voor de vraag of er met de auto al dan niet meer dan 500 km privé is gereden. Dat de locatiemanager wilde voorkomen dat zij misbruik maakte van haar positie en dat ze ook in privé over een auto beschikte, maakte dit niet anders. 

Privégebruik beperkt tot 500 km?

Nu er geen kilometeradministratie was bijgehouden en ook ander toezicht ontbrak, was met de bijtelling terecht rekening gehouden door de inspecteur. Er was immers niet aangetoond dat met de auto niet meer dan 500 km privé was gereden. Ook het feit dat er een sleutelkastje aanwezig was waarin de sleutels na gebruik werden opgeborgen, was hiervoor onvoldoende omdat iedere controle ontbrak.

Bewijs grove schuld onvoldoende

De inspecteur slaagde er echter niet in te bewijzen dat er sprake was van grove schuld voor wat betreft het niet aangeven van de bijtelling. Personeelsleden moesten namelijk een autoverklaring ondertekenen waarin stond dat ze de auto niet privé zouden gebruiken. Het gebruik van de auto was ook vastgelegd in een personeelshandboek. Het Hof achtte ook van belang dat de locatiemanager richting het andere personeel wilde voorkomen dat ze misbruik maakte van haar positie inzake het privégebruik van de auto. 

Alles overwegende vond het Hof dat er geen sprake was van grove schuld en dat de boete dan ook ten onrechte was opgelegd.