Hoog btw-tarief voor head spa door kapper
Head-spa-behandeling: 21% btw
Bij een head-spa-behandeling wordt de hoofdhuid onder meer gewassen, gescrubd, gemasseerd en met stoom behandeld. Ook worden de nek, schouders en/of handen gemasseerd en het haar geföhnd. De Belastingdienst is van mening dat deze behandeling niet het werk is van een kapper waarop het lage btw-tarief van toepassing is.
Dit is zo, volgens de Belastingdienst, omdat het overgrote deel van de behandeling niet gericht is op het haar. De Belastingdienst geeft daarbij aan dat het niet uitmaakt dat een deel van de behandeling, bijvoorbeeld het wassen en föhnen van het haar, ook door kappers wordt verricht.
Diensten kapper: 9% btw
Het 9% btw-tarief is voor kappers alleen van toepassing op diensten die door kappers als zodanig worden verricht. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan het knippen, wassen en verven van haar en het aanbrengen van een permanent.
Let op! Een kapper die bijvoorbeeld ook (bruids)make-up aanbrengt of (gel)nagels verzorgt, mag op deze dienst ook niet het 9% btw-tarief toepassen. Dit zijn namelijk geen diensten die een kapper als zodanig verricht. Hiervoor geldt daarom het 21% btw-tarief.
Europese wetgeving
De subsidieregeling SDE++ is als gevolg van Europese wetgeving niet meer mogelijk voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit, zoals zonne-energie en windenergie op het land.
Nadeel SDE++
De SDE++ heeft als nadeel dat bedrijven een groot financieel voordeel behalen bij een hoge marktprijs voor stroom, terwijl de bedrijven bij een lage marktprijs subsidie ontvangen. Om de hierdoor ontstane overstimulering en oneerlijke concurrentie te voorkomen, wordt een nieuwe vorm van financiële steun ingevoerd die voor de hele EU hetzelfde is.
Wet toepassing tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen
Het kabinet werkt aan een nieuwe wet, de ‘Wet toepassing tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen’. Via deze nieuwe wet kan de overheid contracten afsluiten met marktpartijen die via grote opwekinstallaties zonne- en windenergie gaan leveren.
Vaste prijs
In de nieuwe wet wordt dus geen subsidie meer verstrekt, maar worden contracten afgesloten tegen een vaste energieprijs. Dit kunnen ook contracten zijn met een boven- en ondergrens in energieprijs. Bij een marktprijs onder de afgesproken ondergrens betaalt de overheid het verschil bij, terwijl in de omgekeerde situatie het bedrijf het verschil aan de overheid betaalt.
Wellicht ook kernenergie
Het wetsvoorstel heeft betrekking op het opwekken van stroom via zonne- en windenergie. Het biedt wel de mogelijkheid dat ook kernenergie en andere technieken voor duurzame energieproductie en/of CO2-reductie voor de financiële steun in aanmerking komen, maar hiervoor bestaan nu nog geen concrete plannen.
Internetconsultatie
Via een internetconsultatie stelt de overheid geïnteresseerden in de gelegenheid te reageren op het wetsvoorstel. Reageren kan via tot en met 14 november 2025.
Beperking tot gewone aandelen
Eind 2024 is een wetsvoorstel aangenomen waarin de BOR en de DSR ab beperkt worden tot gewone aandelen met een minimaal belang van 5%. Door deze wijziging zouden alleen nog gewone aandelen kwalificeren. Winstbewijzen, opties op aandelen en zogenaamde trackingstocks zouden dan niet meer voor de BOR en DSR ab in aanmerking komen.
Deze wijziging zou in werking treden op een nog nader bekend te maken datum. De staatssecretaris heeft echter onlangs laten weten dat het huidige kabinet niet van plan is om die datum bekend te maken. Dit betekent dat de beperking tot gewone aandelen met een minimaal belang van 5% niet in werking treedt.
Wijzigingen in familietoets en verwateringsregeling
Eind 2023 zijn wijzigingen in de familietoets en de verwateringsregeling door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen. Hierdoor zouden kleine aandeelbelangen ̶ ongeacht de grootte, dus ook aandelen in box 3 ̶ in aanmerking komen voor de BOR als een familiegroep een belang heeft van minimaal 25%. Ook zou de verwateringsregeling worden verruimd door de toegang tot de BOR en DSR ab te behouden, ook als de aandelenbelangen verwateren over familieleden onder het huidig toegestane percentage van 0,5%.
Deze wijziging zou ook in werking treden op een nog nader bekend te maken datum. Net als de beperking tot gewone aandelen, is het huidige (demissionaire) kabinet ook hiervoor niet van plan om die datum bekend te maken. Ook de wijzigingen in de familietoets en de verwateringsregeling treden daarom niet in werking.
Later alsnog?
De inwerkingtreding van deze wijzigingen in de toegang tot de BOR en DSR ab, de familietoets en de verwateringsregeling waren aan elkaar gekoppeld. Voor al deze wijzigingen geldt dat het demissionaire kabinet niet van plan is om hier uitvoering aan te geven. Het is echter niet uit te sluiten dat een volgend kabinet hier nog een ander besluit over neemt.
Tegengaan concurrentievervalsing
De nieuwe btw-plicht voor deze digitale platforms maakt onderdeel uit van een Europees pakket om het btw-stelsel te moderniseren. Het doel van de nieuwe btw-plicht is het tegengaan van concurrentievervalsing. Bovengenoemde diensten worden nu nog vaak aangeboden door particulieren en door ondernemers die geen btw in rekening hoeven te brengen, onder meer omdat ze de kleine ondernemersregeling toepassen. Op deze manier wordt geconcurreerd met grotere bedrijven die wél btw moeten berekenen.
Btw-plicht
Het wetsvoorstel schrijft voor dat digitale platforms waarop genoemde diensten worden aangeboden vanaf 1 juli 2028 btw-plichtig worden. Als de dienstverlener zelf al btw in rekening brengt, verandert er (uiteraard) niets.
Maximaal 30 dagen
Verder schept het wetsvoorstel meer duidelijkheid over het begrip kortetermijnverhuur in de btw, namelijk maximaal 30 nachten.
Beperkte plicht passagiersvervoer
De btw-plicht voor platforms waarop passagiersvervoer wordt aangeboden, wordt beperkt omdat hier nauwelijks concurrentievervalsing optreedt. De oorzaak is dat deze diensten veelal door grotere ondernemingen worden aangeboden die al btw-plichtig zijn. Deze platforms worden in beginsel alleen geconfronteerd met een administratieplicht, waarmee ze aan moeten tonen dat door de dienstverlener al btw in rekening is gebracht. Alleen als dat niet het geval is, moet het platform de btw afdragen.
Internetconsultatie
Geïnteresseerden hebben de mogelijkheid hun visie op het wetsvoorstel te geven via een internetconsultatie. U kunt tot en met 3 november 2025 reageren.