t
0344 647 000
|

Wie betaalt toeristenbelasting bij verhuur aan arbeidsmigranten?

Aanslagen van €1,5 miljoen

In een zaak die zich afspeelde voor de rechtbank Oost-Brabant, waren door een gemeente aan een bv aanslagen toeristenbelasting opgelegd voor een totaal van ruim € 1,5 miljoen voor de periode 2014 tot en met 2021. Het betrof een vakantiepark dat onder meer vakantiehuisjes verhuurde. De bv had deze vakantiehuisjes in de betreffende periode (onder meer) verhuurd aan arbeidsmigranten.

Wie is belastingplichtig?

Vooropgesteld is dat de heffingsambtenaar aannemelijk moest maken wie belastingplichtig is. De eigenaar van de bv stelde dat niet hij, maar de uitzendbureaus en huisvestingsondernemingen die de accommodaties op het vakantiepark huurden belastingplichtig waren. Als deze dan al niet belastingplichtig waren, dan was het wel een aan zijn bv gelieerde bv, zo stelde de eigenaar. 

De rechtbank was het hiermee niet eens, aangezien de bv in ieder geval betrokken was geweest bij de verhuur van de vakantiewoningen. Daarmee stond vast dat de bv gelegenheid bood tot het houden van verblijf in deze woningen.

Bijkomende en aanvullende diensten

De rechtbank stelde verder vast dat voor de belastingplicht ook van belang is wie bijkomende en aanvullende diensten biedt. Uit de feiten bleek dat de bv maar liefst 23 aanvullende diensten bood, zodat ook het merendeel van de aanvullende diensten door haar werd aangeboden. De bv bestreed dit weliswaar, maar zonder dit met bewijs te onderbouwen.

Aanslagen eerder te laag dan te hoog

De bv bestreed ook de hoogte van de aanslagen. Uit eigen administratie en uit informatie van de FIOD bleek echter dat een substantieel aantal overnachtingen niet geboekt was. De rechtbank concludeerde dan ook dat de aanslagen eerder te laag dan te hoog waren en liet deze onverkort in stand.

Informatie omtrent duurzaamheid

Grote ondernemingen en financiële instellingen zijn verplicht in hun verslaglegging de CSRD-richtlijn, Corporate Sustainability Reporting Directive, te verwerken. Voor zover zij zaken doen met het mkb, kunnen ze hen verzoeken om informatie inzake duurzaamheid te verstrekken. Met de nieuwe vrijwillige standaard wordt het voor het mkb eenvoudiger aan deze verzoeken te voldoen.

Verzoeken baseren op nieuwe standaard

De vrijwillige standaard is ontwikkeld door het technische adviesorgaan van de Europese Commissie dat gaat over verslaggeving inzake duurzaamheid (EFRAG). De Europese Commissie moedigt grote bedrijven en financiële instellingen dan ook aan om informatieverzoeken inzake duurzaamheid aan het mkb zoveel mogelijk te baseren op deze nieuwe vrijwillige standaard. 

Vrijwillig rapporteren als optie

De Europese Commissie geeft aan dat het mkb ook vrijwillig kan rapporteren inzake duurzaamheid, om zodoende eenvoudiger toegang te krijgen tot duurzame financiering. Bijkomend effect, aldus de EC , is dat er meer inzicht wordt verkregen in de eigen prestaties met betrekking tot duurzaamheid, zodat men deze beter kan monitoren en het concurrentievermogen wordt vergroot. 

Lijfrentes

Personen die onvoldoende of geen pensioen opbouwen, kunnen via de aanschaf van een lijfrente zelf zorgen voor extra inkomen op hun oude dag. Lijfrentepremies zijn in beginsel aftrekbaar, maar slechts tot het bedrag dat in relatie staat tot het huidige inkomen. 

Jaarruimte

Het bedrag aan lijfrentepremie dat u jaarlijks mag aftrekken, is afhankelijk van verschillende factoren. Met name uw inkomen is van belang en dus kunt u via de tool diverse inkomensbronnen opvoeren, zoals winst, uitkeringen en eventuele alimentatie inkomsten. Daarnaast is van belang of u het voorafgaande jaar al pensioen heeft opgebouwd. Ook dit kunt u via de tool  aangeven.

Reserveringsruimte

Via de tool  kan ook inzichtelijk worden gemaakt welke bedragen aan lijfrentes u de afgelopen tien jaar af had mogen trekken. Is niet het volledige bedrag aan de aankoop van lijfrentes besteed, dan kan deze ruimte, de zogenaamde reserveringsruimte, alsnog aan de aankoop van een aftrekbare lijfrente worden besteed. 

Gegevens nodig

De tool is eenvoudig in het gebruik, maar u dient uiteraard wel over de juiste inkomens- en pensioengegevens te beschikken. Uw inkomensgegevens kunt u afleiden uit uw aangiftes van de voorgaande jaren. Uw pensioenaangroei wordt jaarlijks verstrekt door uw pensioenfonds of -verzekeraar.

Tip! Heeft u vragen over de juiste inkomensgegevens? Neem dan even contact met uw adviseur, deze kan even met u meekijken en indien gewenst verder helpen.

Let op! Voor de omvang van de pensioenaangroei in 2024 gaat de tool uit van de  pensioenregeling zoals die op 30 juni 2023 al bestond en die na 2023 niet is aangepast aan de fiscale kaders van de Wet toekomst pensioenen. De aangroei voor een pensioenregeling tot de wet toekomst pensioenen en nadat deze is aangepast, verschillen. Beoordeel de pensioenregeling dus zorgvuldig.

Ontbrekende delen

Voor het Hof werd duidelijk dat van belang is of een bepaald voetbed al dan niet dient ter complementering en ondersteuning van ontbrekende delen van de voet. De ontbrekende delen moeten bovendien betrekking hebben op uitwendige delen van de voet. Alleen als dit het geval is, is het lage btw-tarief van 9% van toepassing, anders het hoge tarief van 21%.

Wat is een orthopedisch voetbed?

Een orthopedisch voetbed is een medisch hulpmiddel dat de voet in de juiste stand zet en houdt. De stand van de voet wordt erdoor gecorrigeerd en gestabiliseerd om functieverlies van de voet tegen te gaan. Het complementeert de voet niet en is dan ook duidelijk iets anders dan een prothese.

Hoog tarief orthopedische voetbedden

Aangezien orthopedische voetbedden geen betrekking hebben op voeten waarvan bepaalde delen ontbreken, zoals één of meer tenen, is hierop het hoge btw-tarief van toepassing. Het Hof acht het onderscheidende criterium ook voldoende objectief, duidelijk en nauwkeurig en dus geschikt om onderscheid te kunnen maken in toepassing van het hoge of lage btw-tarief.

Vergelijking met korset gaat mank

Het feit dat op orthopedische maatkorsetten wel het lage btw-tarief van toepassing is, maakt het bovenstaande niet anders. Deze hulpmiddelen hebben namelijk een andere functie en het toepassen van een verschillend btw-tarief brengt de fiscale neutraliteit dus ook niet in gevaar. Het Hof stelde de inspecteur dan ook in het gelijk, op orthopedische voetbedden is het hoge btw-tarief van 21% van toepassing.