Nieuwe wet biedt Belastingdienst meer grip op cryptodiensten
Identiteit verifiëren
Verrichters van cryptodiensten moeten de identiteit van hun klanten verifiëren. Ook de woonplaats van de klant moet worden vastgesteld. Dit mag onder andere met behulp van de zogenaamde eigen verklaring.
Transacties
De gegevens die aan de Belastingdienst verstrekt moeten worden, hebben voornamelijk betrekking op de identiteit van de klanten en op de verrichte transacties. Bij de identiteit gaat het onder meer om de naw-gegevens en het bsn-nummer. De transactiegegevens moeten vergaand worden gespecificeerd, zodat per transactie is te achterhalen wat de omvang ervan was en of deze al dan niet winstgevend is geweest.
Let op! De cryptodienstverleners moeten deze gegevens vanaf 1 januari 2026 bijhouden en uiterlijk 31 januari 2027 aan de Belastingdienst doorgeven.
Onderlinge uitwisseling
De EU-lid staten zullen de opgevraagde gegevens onderling uitwisselen, zodat het ontgaan van belastingheffing zoveel mogelijk kan worden voorkomen. Een Europese organisatie zorgt voor uitwisseling van de gegevens met landen die niet tot de EU behoren, voor zover er met deze landen een verdrag aanwezig is.
Informatieplicht
Aanbieders van cryptodiensten zijn verplicht hun klanten te informeren over de door hen aan de Belastingdienst verstrekte gegevens. Met betrekking tot het jaar 2026 moet dat uiterlijk op 31 januari 2027.
Let op! Vermogen in de vorm van cryptovaluta valt in de regel in box 3, tenzij het vermogen behoort tot het vermogen van een onderneming. Door de nieuwe wet krijgt de Belastingdienst dan ook meer grip op vermogen dat is belegd in cryptovaluta zoals de bitcoin, en wordt belastingontduiking tegengegaan.
Bijtelling
Als een auto van de zaak ter beschikking staat, moet bij privégebruik van meer dan 500 kilometer per jaar een percentage van de cataloguswaarde bij het loon/inkomen worden geteld. Over deze bijtelling betaalt de berijder loonbelasting of belasting in box 1. In bovengenoemde zaak was sprake van een verdubbeling van dit percentage als gevolg van een wetswijziging begin 2020.
Korting elektrische auto’s
Auto’s zonder CO2-uitstoot, meestal elektrische auto’s, krijgen al jaren een korting op het standaard bijtellingspercentage. Dit was om milieuvriendelijk autorijden te bevorderen. Om oversubsidiëring te voorkomen, is deze korting in de loop der jaren geleidelijk afgebouwd.
Let op! De korting bedraagt voor auto’s die in 2026 voor het eerst tot de weg worden of zijn toegelaten 4% tot en met een cataloguswaarde van € 30.000. Dit betekent een bijtelling van 18% tot en met een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere.
Bijtelling verdubbeld begin 2020
In 2019 bedroeg de korting nog 18% (en de bijtelling 4%) over een cataloguswaarde tot en met € 50.000. Via een wetswijziging werd vanaf 1 januari 2020 de korting verlaagd naar 14% en daarmee de bijtelling verhoogd naar 8% tot en met een cataloguswaarde van € 45.000. Een werknemer die in 2019 al een elektrische auto bestelde welke pas in 2020 aan hem ter beschikking werd gesteld, was van mening dat deze plotselinge forse verhoging in strijd was met Europees recht en stapte naar de rechter.
Gevolgen voldoende overdacht
Rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat de wetgever bij de verlaging van de korting voorbij was gegaan aan de belangen van de werknemer. Er was geen sprake meer van ‘fair balance’ en daarom strijd met Europees recht. De rechtbank verhoogde voor deze werknemer daarom de korting naar 18% (de korting die in 2019 gold).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in hoger beroep echter dat de wetgever de wetswijziging goed had overdacht en ook voldoende rekening had gehouden met de gevolgen. Uit de parlementaire behandeling bleek ook volgens het gerechtshof dat daarbij wel degelijk aandacht was besteed aan de positie van onder andere de belanghebbende, waarvoor al in 2019 een elektrische auto besteld was die pas in 2020 geleverd werd. Gevolg is dat de werknemer niet de korting van 18% (korting 2019) maar van 14% (korting 2020) moet toepassen. De verdubbeling van de bijtelling van 4% naar 8% blijft dus in stand.
Let op! De bijtelling zou eventueel nog verlaagd kunnen worden als sprake is van een individuele en buitensporige last bij de werknemers. Daar is niet snel sprake van. Zo ook niet in het geval van de werknemer waar de extra heffing over (ten hoogste) € 76 plaatsvond.
Landbouwvrijstelling
Bovenstaande discussie speelde zich af bij een zaak bij rechtbank Noord-Holland waarbij het ging om de landbouwvrijstelling. Deze vrijstelling van de winst geldt voor waardeveranderingen van landbouwgronden die niet zijn ontstaan door de bedrijfsvoering of door bestemmingswijziging. De winst bij verkoop van de grond is dus onbelast, maar een eventueel verlies is ook niet aftrekbaar.
Makelaarskosten aftrekbaar?
In genoemde zaak ging het om een vof waarin drie agrariërs een veehouderij en kaasmakerij uitoefenden. Bij staking van het bedrijf realiseerden zij een stakingswinst van ruim € 6,2 miljoen, waarvan € 938.000 belast was en de rest vrijgesteld was ingevolge de landbouwvrijstelling. Voor de rechtbank stond de vraag centraal of de bij verkoop gemaakte makelaarskosten integraal aftrekbaar waren.
Direct op de verkoop drukkende kosten
De rechtbank stelde vast dat ‘direct op de verkoop drukkende kosten’ eerst op de onder de landbouwvrijstelling vrijgestelde opbrengst in mindering moesten worden gebracht. Omdat het overgrote deel van de stakingswinst was vrijgesteld, betekende dit dat ook van de makelaarskosten van € 54.000 nog geen € 7.000 in aftrek kwam op de winst. De rechtbank stelde de inspecteur dan ook in het gelijk.
OSS
Lever je als in Nederland gevestigde btw-ondernemer goederen of diensten aan klanten in een ander EU-land die geen btw-aangifte doen? En moet je de over die goederen of diensten verschuldigde btw aangeven in dat andere EU-land? Dan kun je er in een aantal situaties voor kiezen om de verschuldigde buitenlandse btw aan te geven via een zogenoemde OSS-aangifte.
De OSS staat voor One Stop Shop en biedt je de mogelijkheid om via het éénloketsysteem in Nederland, de btw aan te geven die je in het ander EU-land verschuldigd bent. Dat doe je dan één keer per kwartaal. De Belastingdienst stuurt dan je melding en betaling naar de Belastingdienst van dat andere EU-land.
Uitbreiding OSS
In het op 26 maart 2026 bij de Tweede Kamer ingediende wetvoorstel ‘Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie’ wordt de OSS vanaf 1 januari 2027 uitgebreid voor leveringen van elektriciteit, gas, warmte en koude aan consumenten (B2C-leveringen ofwel Business to Consumer leveringen).
Daarnaast wordt in het wetsvoorstel de OSS per 1 juli 2028 verder uitgebreid voor B2C-montageleveringen, B2C-leveringen aan boord van schepen, luchtvaartuigen of treinen, en bepaalde binnenlandse B2C-leveringen.
Verder wordt in het wetsvoorstel vanaf 1 juli 2028 een nieuwe btw-regeling geïntroduceerd voor de overbrenging van eigen goederen, de zogenoemde overbrengingsregeling.
Uitbreiding btw-verleggingsregelingen
Vanwege het wetsvoorstel wordt per 1 juli 2028 ook een aanvullende verleggingsregeling ingevoerd. Dat leidt ertoe dat buitenlandse ondernemers die niet in Nederland zijn gevestigd en hier geen vaste inrichting en Nederlands btw-identificatienummer hebben, de verschuldigde btw vaker kunnen verleggen naar de Nederlandse afnemer.
Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn
De voorgestelde wetswijzigingen gaan over een van de drie onderwerpen uit de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). De andere twee onderwerpen worden via aparte wetsvoorstellen geïmplementeerd in de Nederlandse btw-wetgeving. De Europese VIDA-richtlijn gaat over de volgende drie onderwerpen:
- De introductie van elektronische facturering en digitale rapportageverplichtingen (vanaf 1 juli 2030).
- Regels voor de platformeconomie in de vorm van de invoering van een zogenoemde platformfictie voor het verrichten van bepaalde diensten (vanaf uiterlijk 1 juli 2028).
- De enkele btw-registratie (gedeeltelijk vanaf 1 januari 2027 en voor het grootste deel vanaf 1 juli 2028). Voor dit onderdeel is dus op 26 maart 2026 het hiervoor vermelde Nederlandse wetsvoorstel ingediend.
Waarom wordt de OSS uitgebreid?
De OSS wordt uitgebreid om de administratieve lasten te verlichten voor ondernemers met grensoverschrijdende transacties aan consumenten in andere EU-landen en om belemmeringen voor hun deelname aan de interne markt weg te nemen.
Door de uitbreiding van de OSS krijgen ondernemers de mogelijkheid om zich voor meer B2C-leveringen in één EU-land te registreren voor de btw. In dat EU-land kunnen die ondernemers de in de andere EU-landen verschuldigde btw aangeven en afdragen. Dit vermindert de administratieve lasten.
Let op! Een ondernemer is niet verplicht om voor de OSS te kiezen. Een ondernemer kan de eventueel in het buitenland betaalde btw op inkopen en investeringen niet in aftrek brengen in de OSS-aangifte. Dit kan een reden zijn om niet te kiezen voor de OSS en toch buitenlandse btw-aangiften te blijven doen
Let op!Het wetsvoorstel is nu nog in behandeling bij de Tweede Kamer. Als de Tweede Kamer instemt, moet daarna ook de Eerste Kamer nog instemmen.