Contant geld moet toegankelijk blijven
Toegankelijk
Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat contant geld toegankelijk moet blijven. Sommige mensen hebben namelijk moeite met het digitale betalingsverkeer, zoals ouderen. Sommigen willen liever sowieso contant betalen, bijvoorbeeld om grip te houden op het budget. Ook bij een storing van pinautomaten is de beschikbaarheid van contant geld van belang.
Voldoende geldautomaten
Om een en ander te realiseren bevat het wetsvoorstel onder meer voor grote banken de plicht om voldoende geldautomaten beschikbaar te stellen. Dit betekent dat de afstand tot een geldautomaat maximaal vijf kilometer mag bedragen. Hierover bestaan al vrijwillige afspraken, maar die blijken onvoldoende.
Gratis geld opnemen voor particulieren
De wet regelt ook dat geld opnemen voor particulieren gratis moet blijven. Voor ondernemers gaan maximum tarieven gelden voor het opnemen van geld. Ook moeten volgens het wetsvoorstel klanten van banken met minstens 500.000 klanten bankbiljetten kosteloos kunnen storten bij geldautomaten. De geldautomaten van Geldmaat worden hiervoor beschikbaar gesteld.
Toezicht
De Nederlandse Bank gaat volgens deze wet toezicht houden op de naleving ervan.
Let op! De Tweede en Eerste Kamer moeten nog over dit wetsvoorstel stemmen.
Voorwaarden
Wilt u gebruikmaken van de vaste aftrek? Dan gelden de volgende voorwaarden:
- u geeft de winst aan in de aangifte inkomstenbelasting;
- de rit duurt langer dan 24 uur;
- de verste bestemming mag niet in Nederland liggen; er is geen maximum afstand;
- de regeling geldt voor alle meerdaagse ritten in dat jaar;
- het aantal gereden dagen moet u kunnen aantonen, bijvoorbeeld met facturen, tachograafschijven of rittenstaten; en
- de vertrek- en terugkomdag tellen elk mee voor een halve dag.
Let op! U mag ieder jaar opnieuw beslissen of u de regeling voor gebruik van de vaste aftrek al dan niet gebruikt. Als u gebruikmaakt van de regeling en u voldoet aan alle voorwaarden , hoeft u de verblijfkosten niet aan te tonen.
Ritten korter dan 24 uur
De regeling geldt ook voor internationale ritten die starten op meer dan 50 kilometer van het woonadres van de ondernemer. Dit geldt ook als deze ritten korter duren dan 24 uur. In dat geval moet u wel voldoen aan de volgende voorwaarden:
- Deze ritten vinden plaats op aaneengesloten dagen, eventueel met ritten waarbij men meer dagen aaneengesloten in het buitenland verblijft.
- Het traject van elke rit bevindt zich in zijn geheel buiten een afstand van 50 km van het woonadres van de ondernemer.
Geen gebruikmaken van vaste aftrek?
U hoeft de regeling voor de vaste aftrek niet toe te passen als de kosten hoger zijn. U kunt dan de werkelijk gemaakte kosten aftrekken, op voorwaarde dat u ze moet kunnen aantonen. U moet er dan wel rekening mee houden dat sommige kosten, zoals maaltijden, beperkt aftrekbaar zijn.
Tip! Houd een goede administratie bij en zorg dat u alle facturen en bonnen heeft.
Let op! De regeling voor de vaste aftrek geldt alleen voor ondernemers waarvan de winst in de inkomstenbelasting belast wordt. Eigen rijders met een bv kunnen hun verblijfkosten onbelast door de bv laten vergoeden volgens de regels die gelden voor werknemers.
Wanneer btw-teruggave?
De teruggave van btw geldt voor natuurlijke personen met een woonplaats buiten de EU. Het betreft alleen goederen die zij, anders dan als ondernemer, in hun persoonlijke bagage meenemen naar een land buiten de EU. Daarbij moet de waarde van de op de factuur vermelde goederen minstens € 50 inclusief btw bedragen. De goederen moeten uiterlijk vóór het einde van de derde maand na de maand van aankoop buiten de EU worden gebracht.
Visum voortaan alleen digitaal
Om de btw terug te kunnen krijgen, moet bewezen worden dat de goederen de EU daadwerkelijk hebben verlaten. Daartoe is een factuur vereist, dan wel een kopie ervan of een gelijkwaardig document. Dit document moet bovendien vergezeld gaan van een visum, dat duidelijk maakt dat de goederen de EU daadwerkelijk hebben verlaten. Het visum kan nu ook nog fysiek worden afgegeven, maar vanaf 1 januari 2026 alleen nog digitaal.
Teruggave achteraf
Omdat de leverancier pas achteraf het bewijs geleverd krijgt dat de goederen de EU hebben verlaten, zal hij in eerste instantie gewoon btw in rekening brengen. Pas na ontvangst van het bewijs in de vorm van een visum, zal hij de btw terugbetalen aan de niet-EU inwoner.
Digitale omgeving
De leverancier van de goederen die bereid is mee te werken aan de teruggave van btw, zal daartoe de nodige gegevens omtrent de transactie in moeten voeren in een digitale omgeving die door de douane te raadplegen is. Onder meer het nummer van het legitimatiebewijs van de koper van de goederen dient te worden ingevoerd. De koper van de goederen kan de teruggave van de btw verzoeken via een hiertoe beschikbaar gestelde app.
Aanleiding wetswijziging
Op dit moment is het nog mogelijk om contractueel af te spreken dat geldvorderingen op naam niet mogen worden gecedeerd (overgedragen) of verpand. In bepaalde sectoren, zoals de bouw- en retailsector, gebeurt dit op grote schaal. Hierdoor kunnen deze vorderingen echter niet ingezet worden als dekking voor kredietverlening of worden overgedragen aan bijvoorbeeld factormaatschappijen.
Verbod overdracht of verpanding straks verboden
Door de wetswijziging is het vanaf 1 juli 2025 niet meer mogelijk om contractueel de overdracht of verpanding van een zakelijke geldvordering op naam te verbieden of beperken. Het is dan dus ook niet meer mogelijk om te bedingen dat overdacht of verpanding alleen aan bepaalde partijen mogelijk is of te bedingen dat overdacht of verpanding alleen mag met instemming van de schuldenaar.
Let op! Het blijft vanaf 1 juli 2025 wel mogelijk om het vestigen van een vruchtgebruik contractueel te verbieden of te beperken.
Alleen voor zakelijke geldvorderingen
Het gaat specifiek om zakelijke geldvorderingen. Dat wil zeggen, geldvorderingen in het reguliere handelsverkeer die in de uitoefening van een beroep of bedrijf zijn ontstaan.
Let op! Geldvorderingen van particulieren die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf vallen niet onder de wetswijziging. Voor deze geldvorderingen blijft het dus mogelijk om contractueel de overdracht of verpanding te verbieden of te beperken.
Uitzonderingen
Voor een aantal specifieke zakelijke geldvorderingen op naam blijft het wel mogelijk om contractueel de overdracht of verpanding te verbieden of beperken. Het gaat daarbij om:
- geldvorderingen uit hoofde van een betaal- of spaarrekening, en
- geldvorderingen uit hoofde van een krediet- of geldleningsovereenkomst waarbij aan de kant van de kredietgever meerdere partijen betrokken zijn of zullen zijn, en
- geldvorderingen van of op een clearinginstelling, een centrale tegenpartij, een afwikkelende instantie, een verrekeningsinstituut of een centrale bank, en
- geldvorderingen op een zogenaamde G-rekening.
Invoering schriftelijke mededeling
In de wet is nog een andere wijziging opgenomen. De crediteur moet vanaf 1 juli 2025 de debiteur schriftelijk meedelen dat de geldvordering is overgedragen of verpand. Pas als dat is gebeurd, is de overdracht of verpanding ook effectief richting de debiteur.
Bestaande contractuele afspraken?
De wet treedt in werking op 1 juli 2025 in werking. Bestaande contractuele afspraken blijven daarna nog tot 1 oktober 2025 in tact. Pas daarna kan de nietigheid van contractuele verboden of beperkingen van overdrachten en verpandingen worden ingeroepen.