Kosten woon- tevens werkkamer ook tijdens corona niet aftrekbaar
Aftrek kosten werkruimte
Een ondernemer die een werkruimte in zijn woning gebruikt voor zijn onderneming, kan de kosten van die werkruimte meestal niet in aftrek brengen. Aftrek is alleen mogelijk voor een werkruimte die naar verkeersopvattingen zelfstandig is. Om zelfstandig te zijn moet een werkruimte bijvoorbeeld een eigen ingang of opgang en sanitaire voorzieningen hebben.
Let op! Naast het criterium van een zelfstandige werkruimte moet de ondernemer ook zijn winst in die werkruimte verdienen. Heeft de ondernemer ook nog een andere werkruimte niet in de woning, dan moet de ondernemer zijn winst voor 90% of meer in of vanuit de werkruimte
verdienen en voor 70% of meer in de werkruimte.
Werkruimte tijdens coronacrisis
Een onderneemster die al jaren lesgaf bij diverse sportscholen en organisaties, wilde in haar aangifte inkomstenbelasting 2020 het deel van de huur dat betrekking had op haar woonkamer, in aftrek brengen.
Tijdens de coronacrisis maakte de onderneemster vanuit de woonkamer podcasts en instructievideo’s. De woonkamer had volgens de onderneemster een eigen deur en zij gebruikte de woonkamer als studioruimte voor de digitale lessen. Zij gaf aan in de keuken en slaapkamer van het appartement te wonen. De onderneemster vond dat wat naar verkeersopvattingen als zelfstandig moet worden aangemerkt, gedurende de coronacrisis was veranderd, omdat er over het algemeen thuis werd gewerkt. De woonkamer was in haar geval dan ook een zelfstandige werkruimte, vond zij.
Geen werkruimte
Een gerechtshof wast het daar niet mee eens. De toiletruimte was onderdeel van het appartement als geheel en geen onderdeel van de woonkamer. De woonkamer kon daarom niet als zelfstandig worden aangemerkt. Dat tijdens de coronacrisis over het algemeen thuisgewerkt werd, maakte niet dat de woonkamer daarmee ineens zelfstandigheid verkreeg, aldus het gerechtshof. Eindconclusie was dat de onderneemster geen recht had op aftrek van de huurkosten met betrekking tot de woonkamer.
Tip! Wil je weten of de werkruimte in jouw woning kan worden bestempeld als zelfstandige werkruimte? Overleg daarover dan met een van onze adviseurs.
Onderverdeling
Het Handboek kent een onderverdeling in 15 hoofdstukken. Gestart wordt met algemene informatie, zoals het verschil in diverse rechtsvormen en de eisen die gesteld worden aan uw administratie. Vervolgens wordt uitgebreid ingegaan op specifieke fiscale regelgeving over onder meer aftrekbare kosten en vrijstellingen.
Specifieke regelgeving
Het Handboek besteedt verder uitgebreid aandacht aan onder meer de fiscale aspecten inzake uw bedrijfsruimte, investeringen en de omzetbelasting. Ook de auto en fiets van de zaak komen uitgebreid aan bod, waarbij ook wordt ingegaan op de fiscale verschillen tussen de auto van de zaak en de privéauto die zakelijk wordt gebruikt.
Personeel
Ook de fiscale regels rond het in dienst hebben van personeel komen aan bod. In een apart hoofdstuk komen ook andere vormen van samenwerking met derden aan bod, zoals de in de onderneming meewerkende partner, stagiairs en freelancers.
Buitenland
Ondernemers die zakendoen met het buitenland vinden ook informatie, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen landen binnen en buiten de EU. Ook wordt een onderscheid gemaakt tussen het verhandelen van goederen en het leveren van diensten.
Aangifte doen
In het Handboek vindt u verder informatie over alle aspecten die samenhangen met de diverse aangiftes, zoals de aangifte inkomstenbelasting, btw en loonheffingen. Ingegaan wordt onder meer op het indienen van een bezwaar of beroep en de gevolgen van het niet tijdig betalen van uw belastingen.
Het Handboek Ondernemen 2026 is hier te downloaden.
Wat betekent dit voor jou?
Als je belasting moet betalen, krijg je hierover bericht van de Belastingdienst. Het nieuwe rekeningnummer staat bij het bericht over de te betalen belasting.
Let op! Het nieuwe rekeningnummer heeft geen gevolgen voor de manier van betalen. Zo blijven bijvoorbeeld internetbetalingen gewoon mogelijk.
Het meest gebruikte nieuwe rekeningnummer van de Belastingdienst wordt NL04 RABO 0200112244. Maar let op, voor sommige belastingen worden andere nieuwe rekeningnummers gebruikt.
Let op bij periodieke betalingen
Betaal je de Belastingdienst periodiek via een automatische incasso, dan hoef je niets te doen. De betalingen worden automatisch overgemaakt naar het nieuwe rekeningnummer.
Je moet alleen opletten wanneer je een periodieke betaling anders hebt geregeld, bijvoorbeeld via een periodieke overboeking bij je bank. In dat geval moet je wel zelf zorgen dat het rekeningnummer wordt aangepast.
Gebruik oude nummer gaat (nog) goed
Gebruik je per ongeluk het ‘oude’ rekeningnummer voor een betaling aan de Belastingdienst, dan wordt je betaling vooralsnog gewoon doorgesluisd naar de Belastingdienst en daar verwerkt. De Belastingdienst heeft hierover afspraken gemaakt met de ING, zodat belastingplichtigen niet de dupe worden.
Vanaf 20 april 2026 ander nummer inkomstenbelasting
Voor het betalen van een voorlopige of definitieve aanslag inkomstenbelasting, kun je al vanaf 20 april 2026 het nieuwe rekeningnummer gebruiken.
Toeslagen
De Dienst Toeslagen stapt ook over naar de Rabobank en heeft vanaf 1 mei 2026 dus ook een nieuw rekeningnummer. Vanaf die datum kun je aan de Dienst Toeslagen betalen op het nieuwe rekeningnummer NL04 RABO 0200112244. Uitbetalen vanaf dit nummer doet de Dienst Toeslagen voor het eerst op maandag 22 juni 2026.
Let op!Ook hier geldt dat bij betaling op het oude rekeningnummer, de betaling vooralsnog wordt doorgesluisd naar het nieuwe rekeningnummer.
Belastingdienst waarschuwt voor phishing
Vanwege de wijziging van de rekeningnummers, waarschuwt de Belastingdienst nadrukkelijk voor phishing. Criminelen proberen namelijk regelmatig via e-mail, sms, whatsapp of per telefoon een niet-bestaande belastingschuld bij belastingplichtigen te innen. De Belastingdienst int belastingen echter nooit op die manier. Twijfelt u of een bericht echt is, volg dan het stappenplan op de website van de Belastingdienst en controleer het rekeningnummer.
Youngtimerregeling
Met ingang van 1 januari 2027 bedraagt de bijtelling voor privégebruik van een auto die 25 jaar (en langer) geleden voor het eerst in gebruik is genomen, 35% van de waarde in het economisch verkeer. Alle jongere auto’s vallen onder de gewone bijtellingsregels. Tot en met 2025 lag de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling nog op 15 jaar, in 2026 ligt deze leeftijdsgrens op 16 jaar.
In verband met deze wijzigingen, is het wellicht fiscaal aantrekkelijker om de youngtimer niet langer zakelijk te rijden. Maar kunt u de youngtimer zonder meer overbrengen naar privé?
IB-onderneming
Rijdt u de youngtimer vanuit uw onderneming in de inkomstenbelasting (IB-onderneming), bijvoorbeeld vanuit uw eenmanszaak, en heeft u de auto als ondernemingsvermogen geëtiketteerd? Dan kun je de auto niet zonder meer overbrengen naar privé. Zo’n keuzeherziening is alleen toegestaan bij bijzondere omstandigheden.
Gelukkig heeft de Belastingdienst laten weten dat de wetswijziging waarbij de leeftijdsgrens wordt verhoogd naar 25 jaar zo’n bijzondere omstandigheid kan zijn. Je moet dan wel aannemelijk maken dat je de auto bij aanschaf niet als ondernemingsvermogen had geëtiketteerd als de leeftijdsgrens toen ook al op 25 jaar had gelegen. Dat aannemelijk maken zal over het algemeen niet zo moeilijk zijn.
Let op! Het bovenstaande is alleen van toepassing als de auto keuzevermogen vormt. Is de auto verplicht ondernemingsvermogen, dan kunt u deze niet etiketteren als privévermogen. Neem voor meer informatie over uw eigen situatie contact op met onze adviseurs.
Bv
Is de youngtimer vanuit uw bv aan u ter beschikking gesteld? Dan kunt u de youngtimer naar privé overbrengen door deze tegen de waarde in het economisch verkeer in privé te kopen. In tegenstelling tot de situatie bij een IB-onderneming- heeft u hiervoor geen bijzondere omstandigheden nodig.
Nog wachten?
Wellicht is het verstandig om nog even te wachten met een definitief besluit over het overbrengen van de youngtimer naar privé. De Tweede kamer heeft de regering namelijk verzocht om de verhoging naar 25 jaar vanaf 1 januari 2027 geleidelijk te laten plaatsvinden en niet in één keer. Dit zou dan wel gecombineerd kunnen worden met een hoger bijtellingspercentage dan 35% over de waarde in het economisch verkeer.
Let op! Het is op dit moment nog niet bekend of en zo ja hoe, de regering aan het verzoek tegemoet komt.