Gebruik auto van de zaak door meerdere werknemers, wat nu?
Bijtellingsregeling
De bijtellingsregeling komt er in het kort op neer dat jaarlijks een percentage van de catalogusprijs van de auto als inkomen moet worden aangemerkt. Hierover betaalt de werknemer belasting. Het percentage wordt bepaald in het jaar van aankoop en geldt voor 60 maanden. Daarna geldt het dan geldende percentage.
Gebruik door meerdere werknemers
De bijtellingsregeling geldt voor het privégebruik dat een werknemer van de auto kan maken. De vraag is wat de regels zijn als de auto aan meerdere werknemers ter beschikking staat voor privégebruik. De Belastingdienst heeft onlangs aangegeven dat de bijtelling dan gebaseerd moet worden op de mate waarin de auto aan de werknemers ter beschikking is gesteld.
Voorbeeld
Een auto staat ter beschikking aan twee werknemers die de auto ieder ook privé gebruiken. Staat de auto aan beide werknemers in gelijke mate ter beschikking, dan bedraagt de bijtelling bij beide werknemers 50% van de normale bijtelling. Betreft het een auto met een cataloguswaarde van bijvoorbeeld € 40.000 en een bijtelling van 22%, dan bedraagt de totale bijtelling € 8.800 per jaar. Per werknemer bedraagt de jaarlijkse bijtelling dan 50% x € 8.800 = € 4.400.
Niet voor alle grondsoorten
De cijfers hebben betrekking op verpacht grasland en akkerland, die ten behoeve van de landbouw worden gebruikt. De cijfers kunnen dus niet voor andere grondsoorten gebruikt worden, zoals grond bestemd voor glastuinbouw, boomgaarden en grond bestemd voor wegen.
Verpachte grond
De waarde van verpachte grond is een percentage van de waarde van onverpachte grond. Het percentage is weer afhankelijk van de nog resterende looptijd van de pacht. Hoe korter de resterende looptijd, hoe hoger het percentage. Dit is minimaal 60 en maximaal 98% van de waarde in onverpachte staat.
Uiteenlopende waardes
De waarde van de grond verschilt per regio enorm. Zo bedraagt de normwaarde van een hectare grond op de Waddeneilanden € 38.500, terwijl deze in de Zuidelijke IJsselmeerpolders € 175.500 is. Voor de meeste gronden varieert de waarde rond de € 70.000 à € 80.000 per hectare.
Heffing box 3
Verpachte gronden moet voor de belastingheffing in box 3 aangemerkt worden als beleggingen/andere bezittingen. Hiervoor wordt een rendement verondersteld dat voor 2024 6,04% bedraagt. Over dit veronderstelde rendement betaalt u 36% belasting.
Lagere waarde?
Bent u van mening dat de waarde van uw grond lager is, dan kunt u hiervan afwijken. U dient dan wel te onderbouwen waarom naar uw mening de standaardwaardering op uw grond niet van toepassing is.
Hoeveel steun?
Huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum kunnen een tegemoetkoming in de energiekosten krijgen als zij minstens 8% van hun inkomen kwijt zijn aan energiekosten. Voor huishoudens met een inkomen tot 200% van het sociaal minimum geldt de eis dat zij minstens 10% van hun inkomen kwijt zijn aan energiekosten. Het Noodfonds betaalt de kosten van energie die genoemde bedragen te boven gaan.
Subsidie verruimd
Ten opzichte van vorig jaar is de subsidie verruimd. Toen moesten huishoudens met een inkomen tot een sociaal minimum van 130% nog 10% van de energierekening zelf betalen en huishoudens tot 200% van het sociaal minimum 13%.
Budget
Het totale beschikbare budget voor het Noodfonds bedraagt € 60 miljoen. De overheid draagt hieraan € 40 miljoen bij, de rest wordt gefinancierd door de energiebedrijven. Indien nodig kan dit budget in dezelfde verhouding nog met maximaal € 30 miljoen worden verhoogd.
Aanvragen
Aanvragen van subsidie uit het Tijdelijk Noodfonds Energie kan digitaal via een speciale site.
Let op! Aanvragen kan tot en met 31 maart 2024.
Voorstel nieuw box 3-stelsel
Het is de bedoeling dat vanaf 2027 een nieuw box 3-stelsel geldt op basis van het werkelijke rendement. In oktober 2023 kon iedereen die dat wilde nog reageren op een voorstel van het demissionaire kabinet voor een nieuw box 3-stelsel. Mede naar aanleiding van de vele reacties op dit voorstel is een aantal aanpassingen gedaan.
Aanpassing: eerste woning
In het eerste voorstel voor een nieuw box 3-stelsel kreeg de eerste woning in box 3 nog een afwijkende behandeling met een apart forfait. Deze afwijkende behandeling vervalt, waardoor ook de eerste woning, net als alle andere onroerende zaken, straks onder de vermogenswinstbelasting valt.
Let op! Voor het eigen gebruik van een onroerende zaak is nog wel een forfait opgenomen. Dit forfait bepaalt het voordeel dat een belastingplichtige heeft door het eigen gebruik van de onroerende zaak.
Tip! De eigen woning blijft in het voorstel, net als nu, in box 1.
Aanpassing: verliesverrekening
Aanvankelijk dacht men nog na over de mogelijkheid om verliezen in box 3 ook te kunnen verrekenen met het verleden. Die mogelijkheid komt niet in het aangepaste voorstel, zodat verliesverrekening alleen mogelijk is met toekomstige jaren. Die verliesverrekening is wel onbeperkt mogelijk.
Aanpassing: al in bezit zijnde onroerende zaken en aandelen
In het eerste voorstel was vergeten om een zogenaamde step-up op te nemen voor onroerende zaken en aandelen in een familie- of startende onderneming die op 1 januari 2027 al in bezit zijn van een belastingplichtige. Dit zou betekenen dat vermogensmutaties die zich voordoen vóór 1 januari 2027 belast zouden worden vanaf 2027. Om dit te voorkomen worden in het aangepaste voorstel onroerende zaken en aandelen in een familie- of startende onderneming die op 1 januari 2027 al in bezit zijn van een belastingplichtige op die datum gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer.
Let op! Voor woningen in box 3 geldt op 1 januari 2027 niet de waarde in het economisch verkeer, maar de WOZ-waarde.
Overige aanpassingen
De prijs voor het kopen van een genotsrecht (bijvoorbeeld recht op toekomstige rente of dividend) is in het aangepaste voorstel niet in één keer aftrekbaar in het jaar van vestigen van het genotsrecht. In plaats daarvan wordt de prijs in gedeelten in aftrek gebracht in de jaren waarin het genotsrecht bestaat. Ook worden koerswinsten of -verliezen van banktegoeden in vreemde valuta, in tegenstelling tot het eerdere voorstel, toch belast.
Nog niet definitief!
Het voorstel tot een nieuw box 3-stelsel is, ook na de hiervoor genoemde aanpassingen, nog zeker niet definitief. Het is aan de nieuwe Tweede Kamer en het nieuwe kabinet hoe het nieuwe box 3-stelsel vormgegeven gaat worden. Om de streefdatum van 1 januari 2027 te halen, is het wel nodig dat uiterlijk in de zomer 2024 een wetsvoorstel aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, aldus de staatssecretaris.
Forfaitaire rendementspercentages 2023-2025
Tegelijkertijd met de aanpassingen maakte de staatssecretaris ook de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor banktegoeden en schulden voor het jaar 2023 en het definitieve forfaitaire rendementspercentages voor overige bezittingen voor 2025 bekend. Ook de percentages waarmee in 2024 bij het berekenen van de voorlopige aanslagen 2024 gerekend wordt voor banktegoeden en schulden zijn bekend. U vindt ze in de hierna volgende tabel.
| 2023 | 2024 | 2025 | |
| Banktegoeden | 0,92% | voorlopig 1,03% | nog niet bekend |
| Overige bezittingen | 6,17% | 6,04% | 5,88% |
| Schulden | 2,46% | voorlopig 2,47% | nog niet bekend |
Let op! De definitieve vaststelling van de forfaitaire rendementspercentages voor banktegoeden en schulden voor het jaar 2024 kan pas begin 2025 plaatsvinden.