t
0344 647 000
|

ANBI moet algemeen belang kunnen aantonen

Voordelen ANBI

Als een instelling de status van een ANBI heeft, hoeft er bij een schenking of erfenis geen belasting te worden betaald over hetgeen verkregen is en gebruikt wordt voor het algemeen belang. Bij schenkingen in het algemeen belang door de ANBI aan een derde hoeft deze ook geen schenkbelasting te betalen. Daarnaast gelden nog andere voordelen. Zo is een gift aan een ANBI onder voorwaarden aftrekbaar.

Voorwaarden ANBI

Om als ANBI te worden aangemerkt, moet voldaan zijn aan een aantal voorwaarden. Zo is belangrijk dat met bijna alle activiteiten het algemeen belang gediend wordt en mogen deze activiteiten geen winstdoelstelling hebben.

Bewijslast

Als een instelling als ANBI wil worden aangemerkt, ligt de bewijslast bij de instelling dat met de activiteiten van de instelling het algemeen belang wordt gediend. Het algemeen belang moet niet alleen statutair zijn vastgelegd, maar de activiteiten van de ANBI moeten ook hiermee in  overeenstemming zijn.

Tip! Kijk hier voor alle voorwaarden en privileges die gelden voor (het schenken aan) een ANBI.

Doelen gericht op algemeen nut?

Het bovenstaande betekent dat de werkzaamheden van de ANBI gericht moeten zijn op concrete doelen die tot het algemeen nut kunnen worden gerekend. In een zaak bij de rechtbank Zeeland West Brabant richtte een vereniging zich op activiteiten in het kader van het algemeen nut, maar ook op activiteiten met het oog op ontspanning en vermaak van de leden. Zonder nadere onderbouwing zijn laatstgenoemde activiteiten niet aan te merken als gericht op het algemeen belang. Nu deze onderbouwing ontbrak, was de ANBI-status terecht geweigerd, aldus de rechtbank.

Verhuur woning btw-vrijgesteld

Voor de verhuur van een woning aan een particulier die deze ook als woning gaat gebruiken, geldt een btw-vrijstelling. Dit betekent dat u geen btw berekent over de verhuurprijs. Het betekent echter ook dat u de btw op de woning (bijvoorbeeld op de onderhoudskosten) niet in aftrek kunt brengen.

Zonnepanelen als onderdeel verhuur woning

Liggen op of in de nabijheid van de woning niet-geïntegreerde zonnepanelen (dat zijn zonnepanelen die niet ook als dakbedekking fungeren)? En verhuurt u die zonnepanelen in de huurovereenkomst van de woning mee? Dan gaat de verhuur van die zonnepanelen over het algemeen mee in de btw-vrijstelling van de verhuur van de woning. U berekent dan geen btw, maar u kunt ook de btw die tot en met 2022 drukte op de aanschaf van de zonnepanelen niet in aftrek brengen.

Let op! Over de levering en installatie op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning wordt vanaf 1 januari 2023 geen btw meer berekend.

Zonnepanelen afzonderlijk verhuurd

Verhuurt u de niet-geïntegreerde zonnepanelen afzonderlijk, dus niet in de huurovereenkomst van de woning? Dan berekende u tot en met 2023 waarschijnlijk btw en heeft u ook de btw die drukte op de aanschaf van de zonnepanelen in aftrek gebracht.

Nieuw beleid: zonnepanelen als onderdeel verhuur woning

De staatssecretaris heeft nieuw beleid bekendgemaakt dat geldt vanaf 1 januari 2024. Volgens dit nieuwe beleid gaat de verhuur van niet-geïntegreerde zonnepanelen die op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning liggen, mee in de btw-vrijgestelde verhuur van de woning. Ook als deze zonnepanelen afzonderlijk van de huurovereenkomst verhuurd worden. Dit nieuwe beleid zou tot gevolg kunnen hebben dat u vanaf 1 januari 2024 over de verhuur van de zonnepanelen geen btw meer mag berekenen. Bijkomend gevolg hiervan zou kunnen zijn dat u een deel van de in aftrek gebrachte btw op uw zonnepanelen weer terug zou moeten betalen.

Overgangsrecht

Gelukkig heeft de staatssecretaris overgangsrecht bekendgemaakt. Dit overgangsrecht houdt in dat u gedurende de periode dat u de btw op uw zonnepanelen nog terug zou moeten betalen, de zonnepanelen nog btw-belast mag verhuren.

Concreet betekent dit het volgende:

  • Kocht u de zonnepanelen – en nam u deze ook in gebruik – in 2019 of eerder? Dan past u vanaf 1 januari 2024 de btw-vrijstelling toe op de verhuur van de zonnepanelen. U hoeft de eerder in aftrek gebrachte btw vanaf 2024 namelijk niet meer terug te betalen. Door toepassing van de btw-vrijstelling kunt u vanaf 2024 geen btw voor de zonnepanelen (bijvoorbeeld op onderhoudskosten) meer in aftrek brengen.
  • Kocht u de zonnepanelen en nam u deze ook in gebruik in 2020, 2021 of 2022? Dan mag u vanaf 1 januari 2024 de zonnepanelen nog btw-belast verhuren. Dit mag tot het moment dat de termijn verstreken is waarbinnen u de eerder in aftrek gebrachte btw nog terug zou moeten betalen. Is die termijn verstreken, dan moet u vanaf dat moment de btw-vrijstelling toepassen op de verhuur van de zonnepanelen en kunt u geen btw voor de zonnepanelen (bijvoorbeeld op onderhoudskosten) meer in aftrek brengen.

Vragen?

Mag u nu nog wel of juist geen btw meer berekenen? Wanneer is de termijn verstreken waarbinnen u eerder afgetrokken btw nog moet terugbetalen? Wij kunnen ons voorstellen dat u deze of misschien nog andere vragen heeft. Neem daarom voor vragen over uw eigen situatie contact op met een van onze adviseurs. Zij helpen u graag met de beoordeling van uw situatie.

Verhuisregeling

Volgens de verhuisregeling kan de hypotheekrente van een leegstaande woning die wordt aangeboden voor de verkoop onder voorwaarden in aftrek worden gebracht op uw inkomstenbelasting. De woning moet dan in het betreffende kalenderjaar, of moet in één van de drie voorgaande kalenderjaren, aangemerkt kunnen worden als eigen woning waarvoor hypotheekrente in aftrek kon worden gebracht. U mag de woning niet verhuren.

Door deze regeling kan bij verhuizing tijdelijk voor twee woningen hypotheekrente in aftrek worden gebracht.

Niet direct bestemd voor verkoop

De vraag is of de regeling ook kan worden toegepast als een woning niet direct wordt aangeboden voor de verkoop. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat de verhuisregeling pas in kan gaan  vanaf het moment waarop de woning wordt aangeboden voor de verkoop. De aftrek van de hypotheekrente is dus nog slechts mogelijk voor het restant van de periode waarover de verhuisregeling maximaal kan worden toegepast.

Let op! Verlaat u uw woning en biedt u deze bijvoorbeeld pas na een half jaar aan voor de verkoop, dan wordt de periode van de verhuisregeling dus ook met een half jaar verkort.

Bewijslast ligt bij u

De bewijslast voor het feit dat een woning beschikbaar is voor de verkoop, ligt bij de belastingplichtige. U moet dus bijvoorbeeld via een makelaar of advertenties aannemelijk kunnen maken dat de woning bestemd is voor de verkoop.

Belastingrente

Voor de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting 2023 wordt vanaf 1 juli 2024 belastingrente berekend als op dat moment de definitieve aanslag nog niet is opgelegd. Dat kunt u voorkomen door voor 1 mei 2024 uw aangifte inkomstenbelasting in te dienen. Voor uw aangifte vennootschapsbelasting geldt dat deze voor 1 juni 2024 moet zijn ingediend. Omdat de termijn om uw aangifte in te dienen over het algemeen niet haalbaar is, kunt u ook de berekening van belastingrente voorkomen door voor 1 mei 2024 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting 2023 aan te vragen. Alleen als uw definitieve aanslag dan hoger is dan uw ingediende aangifte of uw voorlopige aanslag, berekent de Belastingdienst over het hogere bedrag belastingrente.

Let op! Voor andere belastingen gelden andere termijnen.

Maatwerkregelingen

Het komt soms voor dat de Belastingdienst al een periode over (een deel van) de verschuldigde belasting beschikte, maar toch belastingrente daarover berekent. In een arrest oordeelde de Hoge Raad dat deze situatie onjuist is. De wetgever besloot daarop tot aanpassing van de regeling.

Arrest Hoge Raad

In genoemd arrest oordeelde de Hoge Raad dat geen belastingrente kan worden berekend als er geen sprake is van renteschade: als er geen rentenadeel wordt geleden hoeft dit ook niet gecompenseerd te worden. In het arrest ging het om belastingrente inzake de vennootschapsbelasting, maar het arrest beperkt zich niet alleen tot deze belasting. 

Herstel via maatwerkafspraken

De wetgever heeft daarom vanaf 2023 voor alle belastingen, behalve de loon- en omzetbelasting, een regeling getroffen die regelt dat belastingrente automatisch door de Belastingdienst verminderd wordt of teruggevraagd kan worden als de Belastingdienst geen renteschade leidt. Vanaf 1 januari 2024 geldt deze regeling ook voor de loon- en omzetbelasting.

Wijzigingen vanaf 1 januari 2024

In de regeling zijn vanaf 1 januari 2024 voor alle belastingen ook nadere voorwaarden opgenomen. Zo moet de belastingplichtige, als de Belastingdienst niet zelf automatisch de belastingrente al verminderd, om teruggave van de belastingrente verzoeken en daarbij bepaalde stukken en informatie overleggen. Zo’n verzoek is alleen mogelijk als de door de Belastingdienst berekende belastingrente meer dan € 100 bedraagt.

Let op! Als de Belastingdienst zelf al automatisch de belastingrente kan verminderen, geldt de grens van € 100 niet. De Belastingdienst vermindert de belastingrente dan ook als de in eerste instantie berekende belastingrente € 100 of minder is.

Bezwaar en beroep

De invoering van de maatwerkregeling neemt niet weg dat ook voor de periodes waarin deze regeling nog niet van kracht was, belastingrente in soortgelijke situaties teruggevraagd kan worden. Wel is het noodzakelijk daarvoor bezwaar en zo nodig beroep aan te tekenen tegen de beschikking waarin de belastingrente is vastgesteld. De overheid heeft nu eenmaal de arresten van de Hoge Raad te respecteren, dus geldt dit voor alle beschikkingen vanaf de datum van het arrest, 18 november 2022, waartegen nog bezwaar en beroep mogelijk is. 

Tip! Wij kunnen u helpen bij een eventueel bezwaar en beroep.