t
0344 647 000
|

Tijdelijke beslistermijnverlenging WIA-uitkering en herbeoordeling

Wettelijke beslistermijn

De wettelijke beslistermijn bedraagt acht weken. Dit heeft de wetgever een redelijke termijn gevonden. Als de beslissing niet binnen acht weken kan worden afgegeven, moet het UWV daarover berichten en moet daarbij vermelden wanneer zij de beslissing dan wel kunnen nemen. Het UWV streeft er met ingang van 1 januari 2026 dus naar om mensen binnen zestien weken een beoordeling en duidelijkheid te geven. Dit betekent dat werknemers pas later dwangsommen kunnen gaan verbeuren.

Wettelijk afwijken

In individuele situaties mag van de beslistermijn worden afgeweken en wel in de volgende gevallen:

  • gedurende de termijn waarvoor de aanvrager schriftelijk met uitstel heeft ingestemd;
  • zolang de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend; of
  • zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven.

Mag dit wel?

De vraag is wel wat de juridische grondslag is voor de voorgenomen generieke verdubbeling. Bij overmacht moet het gaan om “een onmogelijkheid om te beslissen die veroorzaakt wordt door abnormale en onvoorziene omstandigheden buiten toedoen van het bestuursorgaan zelf en die ook buiten zijn risicosfeer liggen.” 

De bestaande tekorten aan verzekeringsartsen zijn niet nieuw en waren voorzienbaar. Deze gang van zaken biedt geen oplossing voor de bestaande problemen bij het UWV waarvan mensen de dupe worden. De vraag is dan ook of deze beslissing dan ook juridisch standhoudt.

Let op!Een hoorgesprek hoeft niet plaats te vinden als u verklaart ervan af te willen zien of als u niet binnen een redelijke termijn verklaart ervan gebruik te willen maken.

Inspecteur stelt te korte termijn

In een zaak die onlangs tot aan de Hoge Raad werd uitgevochten, ging het om de vraag of de door de inspecteur gestelde termijn voor het hoorgesprek te kort was. In deze zaak hadden eerst de belastingplichtige en daarna de inspecteur een eerdere afspraak over het hoorgesprek geannuleerd. 

De inspecteur stelde daarop een nieuwe termijn voor een hoorgesprek vast, maar het hoorgesprek moest dan al vier of vijf dagen later plaatsvinden. Tussen de verzenddatum van de uitnodigingbrief en de genoemde termijnen lag bovendien een weekend. Omdat hierop niet werd gereageerd, werd het bezwaar door de inspecteur afgewezen.

Hoge Raad: termijn onaanvaardbaar kort

De belastingplichtige stelde dat de termijn voor het hoorgesprek te kort was. Hij kreeg van de rechtbank en het gerechtshof geen gelijk, maar in cassatie van de Hoge Raad wel. Die noemde de door de inspecteur gestelde termijn onaanvaardbaar kort. 

Redenen niet van belang

De inspecteur had gesteld dat hij de eerdere afspraak voor het hoorgesprek had geannuleerd, omdat hij in afwachting was van nadere informatie over het geschil. De Hoge Raad vond dit niet van belang. Dat de zaak al langere tijd speelde en dat de belastingplichtige dus genoeg tijd had gehad zich op het hoorgesprek voor te bereiden, was in de ogen van de Hoge Raad evenmin een argument een dermate korte termijn te stellen. Dat gold ook voor het feit dat de inspecteur gedwongen was op korte termijn op het bezwaar te beslissen, omdat anders een dwangsom verschuldigd zou zijn.

De Hoge Raad besliste dan ook dat de inspecteur opnieuw uitspraak moest doen op het bezwaar.

Kosten parkeerbelasting

Een gemeente kan voor een aantal zaken belasting heffen. Dat geldt onder meer voor parkeren, waarvoor u parkeerbelasting verschuldigd kunt zijn. Betaalt u niet of te weinig, dan kan een naheffingsaanslag worden opgelegd inclusief kosten. 

Let op! Deze kosten bedragen dit jaar maximaal € 78,80 en stijgen in 2026 naar € 82.

Kostenraming onjuist

Rechtbank Den Haag moest de vraag beantwoorden wat de gevolgen zijn als een raming van de kosten achteraf onjuist blijkt en deze raming wordt bijgesteld. In het betreffende geval had een automobilist een naheffing parkeerbelasting gehad met een bedrag van € 51,09 aan kosten. Omdat een gemeente niet meer kosten in rekening mag brengen dan men zelf voor het handhaven van de parkeerbelasting maakt, stond de vraag centraal of de kostenraming wel klopte.

Foutje, bedankt…

Duidelijk werd dat de raming enkele fouten bevatte. In totaal was er in de raming voor een bedrag van ruim € 37.000 te veel aan kosten geraamd. Daar stond echter tegenover dat in de raming per ongeluk een veel groter bedrag aan kosten niet was opgenomen, onder andere het lidmaatschap van de gemeente van de Coöperatie Parkeerservice. Deze coöperatie beheert de parkeerautomaten en rijdt met scanauto’s rond. Deze kosten hadden ook meegenomen moeten worden, aldus de gemeente.

Bijstellen mag

De rechtbank kwam op grond van rechtspraak uit het verleden tot de conclusie dat het is toegestaan om tijdens een procedure een kostenraming te herzien. Het gaat er immers slechts om dat niet meer kosten in rekening worden gebracht dan de kosten die de gemeente zou hebben geraamd, uitgaande van de juiste cijfers. Daarbij rust op de gemeente de bewijslast.

Nu dit in deze zaak uit de cijfers bleek, werd de gemeente in het gelijkgesteld en bleef de naheffing parkeerbelasting in stand.

Berichtenbox

De voorlopige aanslag(en) voor 2026 kunt u vanaf eind december terugvinden in uw Berichtenbox in Mijn Belastingdienst. De papieren versie van de aanslag wordt in januari 2026 ook per post bezorgd. 

Let op! Betaalt u vóór de dagtekening, dan kunnen de systemen van de Belastingdienst dit mogelijk niet correct verwerken en worden de bedragen teruggestort.

Uiterste betaaldatum

De datum waarop de betaling bij de Belastingdienst binnen moet zijn, is afhankelijk van de wijze van betaling. U kunt ineens betalen, maar ook in termijnen. De uiterste datum van de betaling ineens of in termijnen, staat vermeld op de voorlopige aanslag.

Tip! U kunt ook voor een automatische betaling kiezen, waardoor een betaling bij voldoende saldo op uw rekening nooit te laat wordt gedaan.

Controleren

De Belastingdienst baseert uw voorlopige aanslag op gegevens uit het verleden, de laatste definitieve aanslag of voorlopige aanslag van het voorgaande jaar. Controleer of de gebruikte gegevens niet te veel afwijken van uw huidige situatie. Is dit wel zo, dan is het verstandig de voorlopige aanslag (online) te wijzigen, zeker als u verwacht bij te moeten betalen.

Wijzigen

U kunt uw voorlopige aanslag wijzigen in Mijn Belastingdienst. Als u bent ingelogd kunt u de betreffende gegevens vervangen door de juiste. 

Tip! Ontvangt u de voorlopige aanslag 2026, dan kijken wij graag voor u of alles nog klopt.