Zo vindt u uw fiscale betalingskenmerk
Zoekhulp betalingskenmerk
U kunt op de site van de Belastingdienst (belastingdienst.nl) zoeken via ‘zoekhulp betalingskenmerk’. Hier kunt u het betalingskenmerk vinden via uw aangifte-, aanslag- of beschikkingsnummer. Voor de loon- of omzetbelasting kunt u ook uw omzetbelasting- of loonheffingennummer gebruiken. Vervolgens geeft u aan om welk jaar en welke aangifte het gaat en verschijnt het juiste betalingskenmerk.
Overzicht betalen en ontvangen
Als u inlogt op de site van de Belastingdienst, ziet u onder andere uw ‘Overzicht betalen en ontvangen’. Hierin staan al uw aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet, al uw rekeningen en naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting en btw en alle nog terug te betalen toeslagen. Ook hier vindt u per aanslag en rekening het juiste betalingskenmerk.
Aftrek zorgkosten
Niet alle zorgkosten zijn aftrekbaar van uw inkomen. Een overzicht van aftrekbare zorgkosten in 2025 vindt u hier op de site van de Belastingdienst.
Ook geldt er een drempel, wat betekent dat u een bepaald deel van uw zorgkosten niet in aftrek kunt brengen. Hoe hoger uw inkomen, hoe hoger de drempel. Daarnaast geldt er een maximaal tarief waartegen uw zorgkosten aftrekbaar zijn. In 2025 kunt u zorgkosten, die u betaalt in 2025, aftrekken tegen maximaal 37,48% (2025).
Verklaring huisarts
Voor rechtbank Zeeland-West-Brabant werd een zaak behandeld van een belastingplichtige die aftrek van zorgkosten had geclaimd. De zorgkosten bestonden onder meer uit kosten van medicatie, hulpmiddelen, dieetkosten en kosten van extra kleding en beddengoed vanwege urineverlies.
Belastingplichtige wilde de kosten van de extra kleding en het beddengoed vanwege urineverlies aantonen met behulp van een verklaring van haar huisarts, maar had verder deze uitgaven niet onderbouwd met facturen. Ook de andere uitgaven voor medische kosten had zij niet onderbouwd. Verder had zij niet aangegeven welk deel van de kosten door haar verzekeraar was vergoed.
Verklaring onvoldoende voor aftrek zorgkosten
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de huisarts voor de aftrek van de meeste door de vrouw geclaimde zorgkosten onvoldoende was. Hieruit bleek immers niet welk bedrag aan zorgkosten ten laste van de vrouw was gekomen. Dat er zorgkosten waren gemaakt, stond niet ter discussie, maar wel de omvang ervan.
Wel voldoende voor aftrek extra kleding en beddengoed
De aftrek voor extra kleding en beddengoed betreft een vast bedrag. Dit forfaitaire bedrag voor de kosten van extra kleding en beddengoed is voor 2025 bepaald op € 340. Alleen als wordt aangetoond dat deze kosten meer dan € 680 (2025) bedragen, is een bedrag van € 850 (2025) aftrekbaar.
De rechtbank stond wel het lage forfaitaire bedrag in aftrek toe in verband met de extra kosten van kleding en beddengoed vanwege het urineverlies. Nu de vrouw de kosten niet had onderbouwd, bleef de aftrek echter beperkt tot het lage forfaitaire bedrag van het betreffende jaar. De verklaring van de huisarts was wel voldoende voor het dit lage forfaitaire bedrag, maar niet voor het hogere bedrag.
Tip! Houd gedurende het jaar uw uitgaven aan zorgkosten bij én het bedrag dat u hiervan vergoed heeft gekregen. Bewaar alle bonnen, facturen en declaraties zorgvuldig in uw administratie.
Vrijwilligersvergoeding gekoppeld aan gift
De Belastingdienst geeft aan dat in de situatie dat als de hoogte van een jaarlijkse gift gekoppeld is aan de te ontvangen vergoeding als vrijwilliger bij dezelfde vereniging (ANBI), dit niet leidt tot een periodieke gift.
Voor een periodieke gift is namelijk vereist dat minstens vijf jaar lang jaarlijks hetzelfde bedrag wordt geschonken. Bij een koppeling aan de verdiensten als vrijwilliger is hiervan geen sprake omdat de hoogte van de gift en de looptijd hiervan dan afhankelijk is van de als vrijwilliger verrichte werkzaamheden. De gift wordt dan dus niet als periodieke gift aangemerkt.
Let op! U kunt de gift in beginsel wel als ‘andere gift’ in aftrek brengen van het inkomen, maar dit is fiscaal minder aantrekkelijk. De gift is dan namelijk slechts aftrekbaar voor zover het bedrag meer dan 1% van het verzamelinkomen bedraagt, met een minimum van € 60 en een maximum van 10% van dit verzamelinkomen.
Wel via ontkoppeling
Van een periodieke gift kan wel sprake zijn bij ontkoppeling van de hoogte van de jaarlijkse gift en de vergoeding als vrijwilliger. Zo kan een schenkingsovereenkomst worden gesloten, waarbij aan de vereniging minstens vijf jaar lang een vast bedrag wordt geschonken en waarbij de te ontvangen vergoeding als vrijwilliger hiermee wordt verrekend.
Let op! Is in deze situatie de vergoeding echter minder dan de jaarlijks afgesproken gift, dan zal het verschil moeten worden bijbetaald door de vrijwilliger.
Vereist is ook dat de vereniging de vrijwilligersvergoeding moet kunnen en willen betalen en er mag geen contractuele koppeling zijn tussen de vergoeding en de gift.
Premies volksverzekeringen
Premies volksverzekeringen betaalt u in 2025 over maximaal € 38.441. Het premiepercentage bedraagt 27,65% en bestaat uit 17,9% premie AOW, 0,1% premie Anw en 9,65% premie Wlz. In een rechtszaak was de vraag aan de orde of het terecht is dat het premiemaximum van in 2025 € 10.628 per jaar, niet tijdevenredig wordt toegepast, als een premieplichtige komt te overlijden.
Tijdevenredige vermindering?
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch stelde in een uitspraak in 2023 vast dat het premiemaximum bij overlijden niet tijdevenredig kon worden verminderd. In de daarvoor geldende wettelijke regeling is namelijk vastgelegd dat bij overlijden geen tijdevenredige vermindering plaatsvindt.
Het is vervolgens niet aan de rechter om de innerlijke waarde of billijkheid van zo’n regeling te toetsen. Zo’n regeling kan in uitzonderingsituaties onverbindend verklaard worden als de regeling leidt tot een heffing die de wetgever niet op het oog had of bij strijd met algemene rechtsbeginselen of Europees recht. Hiervan was hier geen sprake. Uit de wetsgeschiedenis blijkt namelijk dat dit maximum een bewuste keuze van de wetgever is geweest. Verder oordeelde het gerechtshof dat geen sprake was van strijd met algemene rechtsbeginselen.
Vergelijking met emigratie gaat mank
Het gerechtshof oordeelde ook dat geen sprake was van discriminatie (zoals bedoeld in artikel 1, twaalfde protocol EVRM) ten opzichte van een emigrerende werknemer. Bij emigratie geldt namelijk wél een tijdevenredig maximum. Het Hof stelde vast dat bij emigratie zo voorkomen kan worden dat er sprake kan zijn van dubbele premieheffing en overschrijding van het premiemaximum. Dit risico doet zich bij overlijden niet voor. Anders dan de erven van de overleden premieplichtige meenden, was het gerechtshof daarom van mening dat de situatie bij overlijden niet kan worden vergeleken met die van emigratie.
Verder oordeelde het gerechtshof dat de andere Europese regels waarop de erven zich beriepen (45 en 48 VWEU) niet van toepassing waren. Het gerechtshof liet de aanslag dan ook in stand. De Hoge Raad oordeelde dat de in cassatie ingediende klachten tegen de uitspraak van het gerechtshof niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak. Zonder nadere motivering liet de Hoge Raad de uitspraak dan ook in stand.