Kabinet presenteert alternatieven voor btw-verhoging
Verhoging btw-tarief
In het Belastingplan 2025 was het voornemen opgenomen het lage btw-tarief van 9% voor genoemde sectoren per 2026 te verhogen naar 21%. Onder druk van de Tweede Kamer is toegezegd de verhoging niet door te laten gaan en hiervoor naar alternatieve dekking te zoeken.
Alternatieven
Het kabinet stelt nu drie alternatieven voor. Deze voorstellen zijn:
- het verhogen van de btw op enkele specifieke goederen en diensten van 9 naar 21%, of
- een algemene verhoging van het lage en/of het hoge btw-tarief, of
- een eerste stap richting één uniform btw-tarief.
Verhoging btw op enkele specifieke goederen en diensten
Er bestaat voor een aantal specifieke goederen en diensten momenteel een verlaagd btw-tarief. Dit varieert van schilderwerkzaamheden tot de toegang tot bioscopen. Dit btw-tarief zou voor deze goederen en diensten kunnen worden verhoogd van 9 naar 21%. Het kabinet geeft per onderdeel aan wat het budgettaire belang is.
Verhoging bestaande tarieven
Een ander alternatief is een algehele verhoging van het lage btw-tarief, het hoge btw-tarief, of beide. Het kabinet geeft aan dat een verhoging van het lage btw-tarief een stap is in de richting van één uniform btw-tarief. Een nadeel van de verhoging van het lage btw-tarief is wel dat hierdoor de dagelijkse boodschappen in prijs zullen stijgen.
Een verhoging van het hoge btw-tarief is in een motie al afgewezen door de Tweede Kamer.
Uniformering tarief
Een derde alternatief is een eerste stap te zetten naar één uniform btw-tarief. Het kabinet acht de stap om in één keer over te gaan naar één middentarief te groot. Wel zouden goederen en diensten, behalve voedingsmiddelen, tijdelijk kunnen worden overgebracht naar een nieuw middentarief. Echter is het opzetten van een nieuw tijdelijk middentarief uitvoeringstechnisch pas vanaf 2027 mogelijk.
Let op! De bovengenoemde alternatieven zullen allereerst worden besproken in de Tweede Kamer.
Let op! De regels over de bewijslastverdeling veranderen niet door de nieuwe regels. Het nieuwe bewijsrecht is van toepassing op civiele procedures die na 1 januari 2025 worden gestart.
Wat is er veranderd?
Door de nieuwe regels is het makkelijker om informatie te krijgen van een partij, voorafgaand aan of tijdens een procedure.
Makkelijker
Via de rechter kun je vanaf nu met één verzoek vragen om verschillende manieren om aan bewijs te komen. Je kunt bijvoorbeeld de rechter tegelijkertijd vragen om een getuigenverhoor, een onderzoek/verslag van een deskundige of inzage in informatie die een ander heeft.
Duidelijker
De regels over recht op inzage in stukken bij een andere partij zijn duidelijker geworden. Bovendien zijn deze regels ook gaan gelden voor computerbestanden en andere digitale gegevens. Ook is het nu mogelijk om inzage te verkrijgen in relevante gegevens die in beheer zijn bij een derde die geen partij is in het geschil.
Actieve rechter
De rechter heeft de mogelijkheid gekregen om actief met partijen te spreken over de door hen aangevoerde feiten. Dit helpt voorkomen dat zaken onderbelicht worden of onjuist geïnterpreteerd worden.
Deurwaarder
Ook staat nu in de wet dat bewijsbeslag door de deurwaarder mogelijk is. Dit is een manier om bewijsmateriaal veilig te stellen via het leggen van beslag door een deurwaarder. Dit was eerder ook al mogelijk op basis van rechtspraak. Daarnaast is ook opgenomen in de wet dat je de deurwaarder een proces-verbaal van constatering kunt laten opstellen. De deurwaarder schrijft dan een bepaalde feitelijke toestand op in een officieel proces-verbaal. Dit levert dwingend bewijs op in een procedure. Dit gebeurde in de praktijk al regelmatig.
Verondersteld rendement
In 2025 wordt bij beleggingen en overige bezittingen uitgegaan van een verondersteld rendement van 5,88%. Dit rendement wordt belast tegen een tarief van 36%.
Buitenlandse bankrekening
In een rechtszaak bij de rechtbank Den Haag ging het om een belastingplichtige die handelde in cryptovaluta. De Belastingdienst ontdekte op een bepaald moment dat de belastingplichtige beschikte over een buitenlandse bankrekening. Hieruit bleek dat zo’n € 350.000 aan hem was overgemaakt, afkomstig van een rekening die toebehoorde aan een online platform voor handel in cryptovaluta.
Correspondentie biedt geen duidelijkheid
De hierop volgende correspondentie tussen de advocaten van belastingplichtige en de Belastingdienst bood weinig duidelijkheid over de omvang van het vermogen in cryptovaluta dat bij belastingplichtige in bezit was en in bezit was geweest. De Belastingdienst ging op een gegeven moment dan ook over tot het opleggen van een informatiebeschikking.
Informatiebeschikking
Met een informatiebeschikking kan de Belastingdienst eisen dat u hen alle informatie verstrekt die voor het opleggen van uw aanslag van belang kan zijn. Belanghebbende ging niet tegen de informatiebeschikking in bezwaar, maar verstrekte desondanks nog steeds niet alle gevraagde informatie.
Omdraaien bewijslast
Als na een informatiebeschikking de gevraagde informatie niet of onvoldoende wordt geleverd, kan de Belastingdienst een aanslag opleggen waarbij de bewijslast wordt omgedraaid. Dit betekent dat de belastingplichtige dan dient te bewijzen dat de opgelegde aanslag te hoog is. Zonder over de alle juiste informatie te beschikken en deze informatie te kunnen overleggen, is het voor de belastingplichtige vrijwel onmogelijk te bewijzen.
Rechtszaak
De Belastingdienst gooide het in bovengenoemde procedure echter over een andere boeg. In plaats van het opleggen van een aanslag, startte de Belastingdienst een rechtszaak waarbij van de belastingplichtige werd geëist om volledig openheid van zaken te geven. Kennelijk om hem hiermee een laatste kans te geven alsnog aan zijn informatieplicht te voldoen en om te voorkomen dat een te hoge schatting van het inkomen in box 3 door de rechter zou worden afgewezen.
Bewijslast
De rechter stelde de Belastingdienst in deze zaak volledig in het gelijk. Hoewel de handel van belastingplichtige betrekking had op duizenden transacties per jaar, was dit voor de rechtbank geen excuus om niet aan de gevraagde informatieplicht te kunnen voldoen. In dat geval dient belastingplichtige een deskundige in te huren om de gevraagde informatie boven water te krijgen, aldus de rechtbank.
Hiervoor kreeg de belastingplichtige nog twee weken de tijd. Zou hij niet aan deze eis voldoen, dan volgde een dwangsom van € 2.500 per dag met een maximum van € 1.500.000.
Wanneer aangifte schenkbelasting?
Of u een aangifte schenkbelasting moet indienen is afhankelijk van uw relatie tot de schenker en de hoogte van de schenking.
- Ontving u in 2024 een of meer schenkingen van uw ouder(s) met een totale waarde gelijk aan of lager dan € 6.633 , dan hoeft u geen aangifte schenkbelasting in te dienen. Was de totale waarde hoger dan € 6.633, dan moet u wel een aangifte indienen.
- Ontving u in 2024 een of meer schenkingen van dezelfde schenker (niet uw ouders) met een totale waarde gelijk aan of lager dan € 2.658, dan hoeft u geen aangifte schenkbelasting in te dienen. Was de totale waarde hoger dan € 2.658, dan moet u wel een aangifte indienen.
Aangifte schenkbelasting bij beroep op vrijstelling
Bij een grote schenking van uw ouder(s) kunt u, als u aan de voorwaarden voldoet, eenmalig een beroep doen op de eenmalig verhoogde vrijstelling. De eenmalig verhoogde vrijstelling voor een schenking van een ouder aan een kind bedroeg in 2024 € 31.813 voor vrije besteding en € 66.268 voor besteding aan een dure studie. Doet u een beroep op deze vrijstelling, dan moet u ook een aangifte schenkbelasting indienen.
Let op! Dit is ook het geval als u door de toepassing van de vrijstelling geen schenkbelasting hoeft te betalen.
Vóór 1 maart 2025
De aangifte schenkbelasting 2024 moet vóór 1 maart 2025 door de Belastingdienst ontvangen zijn. U doet de aangifte digitaal op mijn.belastingdienst.nl (hiervoor heeft u DigiD nodig) of op papier.
Tip! Als dat niet op tijd lukt om aangifte schenkbelasting te doen, dan kunt u ook uitstel aanvragen. U krijgt dan vijf maanden uitstel voor het indienen van de aangifte.
Heeft u hulp nodig bij het indienen van uw aangifte schenkbelasting, neem dan contact op met een van onze adviseurs.