t
0344 647 000
|

Restant persoonsgebonden aftrek niet verrekend, wat nu?

Persoonsgebonden aftrekposten (PGA)

Er bestaan enkele persoonsgebonden aftrekposten. Dit betreft de kosten van partneralimentatie,  zorgkosten, giften en kosten voor verblijf thuis van ernstig gehandicapten. U kunt deze aftrekposten respectievelijk verrekenen met uw inkomsten in box 1, box 3 en box 2. Een eventueel restant kan worden doorgeschoven naar volgende jaren.

Restant vergeten te verrekenen

Het komt in de praktijk voor dat een restant aan PGA soms per ongeluk niet verrekend wordt met een volgend jaar. De Belastingdienst heeft duidelijk gemaakt wat hiervan het gevolg is. Aan de hand van een voorbeeld is geschetst hoe lang een dergelijk restant toch nog in aftrek kan worden gebracht.

Voorbeeld
Stel, een belastingplichtige heeft in 2017 een restant van € 10.000 aan PGA. De belastingplichtige vergeet echter zowel in 2017 als in 2018 het restant in aftrek op zijn inkomen te brengen. Uiteindelijk doet hij dit in 2019. De inspecteur ontdekt dit in 2024.

Restant vervalt niet

De Belastingdienst maakt om te beginnen duidelijk dat een vergeten restant aan PGA niet vervalt. Dit gebeurt pas bij het einde van de belastingplicht, dus bij overlijden. Dat de aftrek eerder met het inkomen verrekend had moeten worden, is niet van belang.

Verrekening in 2019

Omdat de fout van de belastingplichtige pas in 2024 ontdekt wordt, moet het restant aan PGA in deze situatie in 2019 in aftrek op het inkomen worden gebracht, als ervan wordt uitgegaan dat de aanslagen over 2018 en 2019 al definitief zijn opgelegd. Die aanslagen kunnen immers nog vijf jaar ambtshalve worden verminderd. Omdat dat in 2024 voor het jaar 2018 niet meer kan, wordt het restant met 2019 verrekend.

Let op! Een aantal van deze tips vloeit voort uit voorstellen uit het Belastingpakket 2025 en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Ook worden er door het kabinet steeds nieuwe plannen bekendgemaakt of worden plannen herzien; derhalve is het belangrijk om altijd even contact op te nemen met uw adviseur om te overleggen.

1. Koop nu nog een bestelauto zonder bpm

Ondernemers betalen nu nog geen bpm als ze een nieuwe bestelauto kopen en deze minstens 10% zakelijk gebruiken. Deze vrijstelling wordt per 2025 geschrapt. Dat scheelt duizenden euro’s, dus koop nu nog een nieuwe bestelauto voor zakelijk gebruik.

Tip! Een bestelauto zonder CO2-uitstoot kunt u in 2025 zonder bpm kopen.

2. Optimaliseer uw KIA

Als u investeert, kunt u recht hebben op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Het percentage aan KIA loopt vanaf een bepaald investeringsbedrag af, dus is het bij grotere investeringen vaak voordelig deze te spreiden over meerdere jaren (als dat kan). Voor toepassing van de KIA geldt een aantal voorwaarden. Overleg daarom met uw adviseur of u een investering op het eind van dit jaar daarom wellicht beter kunt uitstellen tot 2025 of een investering die gepland is in 2025 naar voren moet halen.

3. Denk na over uw dividendplanning in 2024 en 2025

Het tarief in box 2 bedraagt in 2024 24,5% tot een bedrag van € 67.000. Als u een fiscale partner heeft, kunt u zelfs tot een bedrag van € 134.000 tegen 24,5% dividend uitkeren. Elk bedrag daarboven wordt in 2024 echter belast tegen 33%. Keer daarom tot maximaal € 67.000 – of bij een fiscale partner € 134.000 – dividend uit en profiteer van het lagere tarief. In 2025 kunt u tot een bedrag van € 67.804 uitkeren tegen 24,5% en met een fiscale partner tot een bedrag van € 135.608. Het voorstel op Prinsjesdag 2024 is om het tarief voor elk bedrag daarboven in 2025 te verlagen van 33% naar 31%.

Als u een groot bedrag aan dividend wilt uitkeren, kunt u een deel daarvan dus beter in 2025 uitkeren. Houd er wel rekening mee dat dividend vanaf 2025 ook invloed kan hebben op de hoogte van uw algemene heffingskorting en uw vermogen in box 3. Ook een schuld aan uw bv van meer dan € 500.000 kan van invloed zijn op de beslissing om dividend uit te keren. Ga na wat de effecten hiervan zijn en bereken of, en zo ja hoeveel dividend, u beter in 2024 of juist in 2025 kunt uitkeren.

4. Speel in op wijzigingen BOR en DSR

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en doorschuifregeling (DSR) wijzigen flink vanaf 2025. Zo gaat het bedrag van de 100% vrijstelling omhoog naar € 1.500.000 (in 2024 nog € 1.325.253), maar gaat de vrijstelling daarboven van 83% in 2024 naar 75% in 2025. Dit betekent dat de regelingen in 2024 een groter voordeel op kunnen leveren als de waarde van uw onderneming meer dan ongeveer € 1.870.000 bedraagt. Blijft de waarde van uw onderneming daaronder, dan kunnen de regelingen in 2025 meer voordeel opleveren. Ga daarom na of u beter nog dit jaar uw bedrijf kunt overdragen of juist beter kunt wachten tot 2025. Neem daarbij ook ander overwegingen mee, zoals de andere wijzigingen die met ingang van 2025 in de BOR en DSR gelden.

Tip! Omdat een bedrijfsoverdracht maatwerk is en de ene wijziging per 2025 in uw voordeel kan zijn terwijl de andere dat niet is, adviseren wij u altijd te overleggen met een van onze adviseurs. Zij kunnen u bijpraten over alle wijzigingen die per 2025 en 2026 vermoedelijk ingaan en u adviseren over uw eigen situatie.

5. Benut uw totale vrije ruimte

Binnen de werkkostenregeling betaalt u, onder voorwaarden, als werkgever geen belasting als u met uw vergoedingen en verstrekkingen aan uw personeel binnen de vrije ruimte blijft. Voor 2024 bedraagt de vrije ruimte over uw totale loonsom 1,92% tot en met € 400.000. Boven de € 400.000 is de vrije ruimte in 2024 1,18%. Ga na of u nog vrije ruimte over heeft en maak hier gebruik van als u uw personeel extra wilt belonen, want een overschot aan vrije ruimte kunt u niet meenemen naar 2025.

Tip! Benut u uw vrije ruimte al maximaal en wilt u rond het einde van het jaar toch nog iets extra’s doen voor uw personeel, kijk dan of u dit kunt doorschuiven naar begin 2025. 

6. Controleer uw voorlopige aanslag 2024

Controleer uw voorlopige aanslag 2024. Is de voorlopige aanslag te laag, wijzig deze dan zo snel mogelijk. Als u een nadere voorlopige aanslag inkomstenbelasting nog in 2024 betaalt, leidt dat tot een lager vermogen per 1 januari 2025 in box 3 en bespaart u mogelijk belasting. Ook rekent de Belastingdienst vanaf 1 juli 2025 een rente van waarschijnlijk 6,65% over uw aanslag inkomstenbelasting 2024. Dit is hoog, zeker in vergelijking met de rente op een spaarrekening. Voorkom dus dat u deze hoge belastingrente verschuldigd wordt en controleer of uw voorlopige aanslag 2024 juist is. 

Tip! Als u de voorlopige aanslag inkomstenbelasting meer dan acht weken vóór het einde van het jaar wijzigt en de Belastingdienst slaagt er niet in de nadere voorlopige aanslag tijdig op te leggen zodat u nog dit jaar kunt betalen, mag u op 1 januari 2025 toch rekening houden met deze belastingschuld in box 3.

Tip! Voor bv’s waarvoor het boekjaar eerder eindigt dan 31 december, bijvoorbeeld door voeging in een fiscale eenheid, start de berekening van belastingrente al eerder, namelijk op de dag die ligt zes maanden na het afsluiten van het boekjaar. Vraag tijdig, dat wil zeggen binnen vier maanden na het einde van het boekjaar, een voorlopige aanslag aan om belastingrente te voorkomen.

7. Nog één keer giftenaftrek Vpb

In de vennootschapsbelasting bestaat een regeling voor giftenaftrek. Die bedraagt maximaal 50% van de winst tot een maximum van € 100.000. Voorgesteld is om deze giftenaftrek te laten vervallen voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2025. Daarnaast is het voorstel om elke gift die een bv doet aan een ANBI of steunstichting SBBI, vanaf 2025 te behandelen als een dividenduitkering door de bv aan de aandeelhouder(s) met inhouding van dividendbelasting en belasting in box 2. Wilt u daarom een goed doel (ANBI of steunstichting SBBI) steunen via uw bv, doe dit dan nog in 2024. 

Let op! Uiteraard moet uw bv in 2024 dan wel voldoende winst maken, anders leidt de gift niet tot aftrek.

8. Vraag voor de laatste keer de SEBA aan

U kunt alleen in 2024 nog gebruikmaken van de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA). De subsidie geldt bij aanschaf van een nieuwe, emissieloze elektrische bedrijfsauto met een maximumgewicht van 4.250 kilo. De subsidie is afhankelijk van uw bedrijfsgrootte en bedraagt maximaal € 5.000 per auto. Let wel op dat u nog geen definitieve koop- of financial leaseovereenkomst heeft afgesloten op het moment dat u de subsidieaanvraag indient.

Let op! Wacht niet te lang met het aanvragen van subsidie. Op 7 oktober 2024 was nog maar € 20.000.000 (33%) budget beschikbaar van het totale budget van € 60.000.000. Het loket bij RVO.nl sluit op 31 december, 12.00 uur.

9. Beoordeel uw arbeidsrelaties met niet-werknemers

Vanaf 1 januari 2025 kan de Belastingdienst weer handhaven als een arbeidsrelatie die u heeft met een zzp’er of andere niet-werknemer moet worden aangemerkt als een dienstbetrekking. Hoewel de Tweede Kamer heeft gevraagd om een zachtere landing bij het opheffen van het handhavingsmoratorium op 1 januari 2025, is nu wel de tijd om uw arbeidsrelaties binnen uw onderneming tegen het licht te houden en waar nodig actie te ondernemen.

10. Optimaliseer samenstelling box 3 vermogen

Uw vermogenssamenstelling op 1 januari 2025 vormt weer de basis van de box 3-heffing die u in 2025 betaalt. Het tarief in box 3 lijkt in 2025 gehandhaafd te blijven op 36%! Beoordeel daarom richting het einde van 2024 uw box 3-vermogen. Bent u bijvoorbeeld van plan om beleggingen te verkopen, dan lijkt het – in het kader van de box 3-heffing – verstandiger om dat eind 2024 te doen dan begin 2025. Dit in verband met het veel hogere forfait voor beleggingen dan voor bank- en spaartegoeden. Uiteraard moet de box 3-heffing niet de enige variabele zijn waarvan u uw beslissing laat afhangen. En bovendien mag u dan de banktegoeden niet binnen drie maanden inwisselen voor andere investeringen.

Nog meer tips om uw box 3-vermogen te verlagen, zijn bijvoorbeeld de aankoop van waardevolle spullen eind 2024 in plaats van begin 2025, het schenken van een bedrag eind 2024 in plaats van begin 2025 en de aankoop van zogenaamde groene beleggingen. Deze groene beleggingen zijn in 2024 nog vrijgesteld tot een bedrag van € 71.251 (fiscale partners € 142.502), maar in 2025 nog maar tot een bedrag van € 30.000 (fiscale partners € 60.000). Daarnaast heeft u recht op een heffingskorting van 0,7% over uw vrijgestelde groene beleggingen.

Let op! In de recente arresten oordeelde de Hoge Raad dat u in box 3 het – door de Hoge Raad gedefinieerde – werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement. Het wettelijke forfaitaire rendement is derhalve ook per 1 januari 2025 nog van belang. U kunt hier alleen van afwijken als u kunt bewijzen dat uw werkelijke rendement, berekend op de wijze zoals door de Hoge Raad voorgeschreven, lager is dan dit forfaitaire rendement.

Salderingsregeling zonnepanelen

Levert u met uw zonnepanelen elektriciteit terug aan uw energieleverancier, dan zorgt de salderingsregeling ervoor dat deze elektriciteit eerst verrekend wordt met de elektriciteit die u afneemt van uw energieleverancier. Neemt u meer af dan dat u teruglevert, dan bent u over het meerdere de met uw energieleverancier afgesproken prijs per kWh verschuldigd. Levert u meer terug dan dat u afneemt, dan krijgt u over het meerdere de met uw energieleverancier afgesproken prijs per kWh.

Let op! Nagenoeg alle energieleveranciers brengen inmiddels terugleverkosten in rekening aan klanten die met zonnepanelen elektriciteit terugleveren.

Einde salderingsregeling per 2027

Het kabinet wil de salderingsregeling vanaf 2027 stoppen. U kun dan niet langer uw teruggeleverde elektriciteit verrekenen met de door u afgenomen elektriciteit. Uw energieleverancier moet u dan een vergoeding betalen voor de teruggeleverde elektriciteit. Hoe hoog die vergoeding is, is nog niet bekend. In het voorstel van het kabinet is wel opgenomen dat dit een redelijke vergoeding moet zijn.

Wat dan redelijk is, is niet gedefinieerd. In het voorstel is wel vastgelegd dat de vergoeding niet redelijk is indien die vergoeding onevenredig laag is gezien de kosten en baten van de marktdeelnemer en niet concurrerend is.

Geen energiebelasting over opgewekte meteen gebruikte elektriciteit

Het kabinet wil eigenaren van zonnepanelen stimuleren om zoveel mogelijk de opgewekte elektriciteit meteen zelf te gebruiken. Op die manier wordt het overbelaste elektriciteitsnet minder zwaar belast. Over opgewekte elektriciteit die meteen zelf gebruikt wordt, hoeft ook geen energiebelasting te worden betaald. Dat is nu al zo en blijft ook zo vanaf 2027.

Let op! Het voorstel is op Prinsjesdag 2024 ingediend en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Het is daarom nog niet definitief.

Accijns op brandstoffen niet verhoogd

Sinds 1 juli 2023 zijn de accijnzen op brandstoffen verlaagd ter compensatie voor de hoge brandstofkosten. De accijnzen op brandstoffen zijn ook in 2024 niet verhoogd en in de belastingplannen wordt voorgesteld dit voor het jaar 2025 zo te houden. De inflatiecorrectie inzake de accijnzen op brandstoffen blijft eveneens achterwege. Op die manier blijven burgers en bedrijven gecompenseerd voor de hoge brandstofprijzen.

Geen rode diesel

De belastingplannen 2025 bevatten nog geen voorstellen voor wat betreft de herintroductie van rode diesel voor de landbouw. Rode diesel werd tot 2013 veel in de landbouw gebruikt en kende een lagere accijns, maar vanaf 2013 betalen ook agrariërs de reguliere accijns over de door hen gebruikte diesel. In het Hoofdlijnenakkoord was nog een voorstel opgenomen om rode diesel vanaf 2027 weer toe te staan, maar in de belastingplannen 2025 komt dit voorstel nog niet terug.

Koppeling kentekenregister

De definitie van een personen- en bestelauto is voor de diverse belastingwetten (bijvoorbeeld voor de bijtelling vanwege privégebruik van de auto of voor de bpm) niet altijd gelijk en wijkt soms ook af van de registratie in het kentekenregister. Het kabinet wil dit uniformeren en vereenvoudigen en voor alle fiscale wetgeving aansluiten bij de registratie in het kentekenregister. Vanwege uitvoeringstechnische redenen gaat deze wijziging pas per 2027 in. 

Let op! Deze voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.