Opnemen 10% pensioen ineens verder vertraagd
Ineens opnemen
De nieuwe mogelijkheid betekent dat u op de dag dat uw pensioen ingaat ineens een bedrag van maximaal 10% van het pensioen kunt opnemen. Later kan ook, mits uw pensioeningangsdatum in de maand ligt waarin u de AOW-leeftijd bereikt of als de pensioeningangsdatum op de eerste dag volgend op die maand ligt.
Geen combinatie hoog-laag pensioen
Veel pensioenregelingen bieden nu al de mogelijkheid om eerst een hoger pensioen te ontvangen en daarna een lager, of omgekeerd. De pensioenuitkeringen mogen onderling dan maximaal 25% in omvang verschillen. Het is echter niet mogelijk dit te combineren met het ineens opnemen van 10% op de pensioendatum.
Uitvoerders hebben meer tijd nodig
Het uitstel vloeit voort uit de wens van pensioenuitvoerders om hun klanten voldoende over de keuze te kunnen voorlichten. Ook hebben ze genoeg tijd nodig om de regeling te kunnen uitvoeren.
Let op! De Tweede en Eerste Kamer moeten de plannen nog goedkeuren.
Waarom korting?
De hoogte van de mrb, ook bekend als wegenbelasting, is grotendeels gebaseerd op het gewicht van het voertuig. Emissievrije personenauto’s betalen op dit moment nog helemaal geen mrb, maar vanaf 2026 zouden deze auto’s de volledige reguliere mrb gaan betalen. Dit wordt gewijzigd. Een emissievrije auto krijgt in het voorstel vanaf 2026 tot en met 2029 een korting van 25% op de reguliere mrb.
Let op! Voor 2025 was er overigens al een korting bepaald van 75% op de reguliere mrb. Deze regeling blijft gehandhaafd.
Eerder voorstel passé
Dit voorjaar nog lanceerde het vorige kabinet een andere kortingsregeling. Volgens dat voorstel zou de korting in 2026 tot en met 2028 40% zijn, in 2029 35% en in 2030 30%. De in het Belastingplan 2025 voorgestelde korting is dus een stuk lager en duurt tot en met 2029 in plaats van 2030.
Geen korting bestelauto’s meer in 2026
In het Belastingplan 2025 wordt niet gerept over een korting op de mrb voor elektrische bestelauto’s. Dit betekent dat voor elektrische bestelauto’s de korting in 2025 nog 75% bedraagt, en vanaf 2026 wordt afgeschaft.
Evaluatie
Uit de gepresenteerde stukken wordt duidelijk dat de werking van de kortingsregeling door het kabinet in de gaten gehouden wordt. Aangekondigd is namelijk dat in 2025 en in 2028 de kortingsregeling geëvalueerd zal worden.
Let op! Het voorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en is dus nog niet definitief.
Meer huurwoningen
Met de verlaging wil het kabinet het aanbod van huurwoningen vergroten. Nu is een potentiële verhuurder bij aankoop van een woning die hij wil verhuren nog 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd.
Ook voor verhuur door ouders en vakantiewoningen
De maatregel is daarmee ook gunstig voor ouders die voor hun kind een woning kopen en deze aan hen verhuren. Deze constructie kan bijvoorbeeld interessant zijn als kinderen ten gevolge van de extreem hoge woningprijzen zelf geen eigen woning kunnen kopen. De verlaging van de overdrachtsbelasting telt verder ook bij de aankoop van een vakantiewoning.
Niet voor bedrijfspanden?
De voorgenomen tariefsverlaging lijkt niet te gaan gelden voor bedrijfspanden, maar alleen voor woningen. Voor bedrijfspanden lijkt het bestaande tarief van 10,4% gehandhaafd te blijven.
Tarief eerste eigen woning ongewijzigd
Het tarief van de overdrachtsbelasting voor de eerste eigen woning, dat wil zeggen een woning die langdurig als hoofdverblijf bewoond wordt door de koper, blijft ongewijzigd. Dit tarief bedraagt 2%, tenzij er gebruikgemaakt kan worden van de zogenaamde startersvrijstelling. Dan is geen overdrachtsbelasting verschuldigd.
Deze startersvrijstelling geldt voor jongeren van 18 tot 35 jaar die een gebruikte woning kopen met een waarde tot € 510.000 (2024). Voor 2025 telt een waarde tot € 525.000. Deze vrijstelling is eenmalig en geldt alleen als de woning langdurig zelf bewoond wordt. Ook aan deze vrijstelling verandert niets.
Let op! Het plan tot verlaging van de overdrachtsbelasting moet nog in een wetsvoorstel worden gegoten en door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en is dus nog niet definitief.
Nieuw box 3-stelsel
Aan het nieuwe box 3-stelsel wordt al een tijdje gewerkt. Zo presenteerde het vorige kabinet in 2022 al de eerste contouren en bood in september 2023 het Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 ter internetconsultatie aan. Iedereen die dat wilde kon daarop reageren, hetgeen veelvuldig gebeurde. Na nog enkele aanpassingen in het wetsvoorstel in januari, april en juni 2024, bood het vorige kabinet het voorstel in juni 2024 voor advies aan de Raad van State aan.
Let op! Het huidige kabinet wil door met de plannen van het vorige kabinet en is in afwachting van het advies van de Raad van State dat in het najaar van 2024 wordt verwacht. Daarna kan het kabinet het wetsvoorstel indienen bij de Tweede Kamer.
Volledige invoering mogelijk per 2027?
De recente arresten van de Hoge Raad die betrekking hebben op het huidige box 3-stelsel vragen veel van de capaciteit van de Belastingdienst. Onlangs heeft de Belastingdienst de staatssecretaris dan ook laten weten dat er onvoldoende capaciteit is om het nieuwe box 3-stelsel per 1 januari 2027 volledig in te laten gaan in de vorm waarin dit nu is opgenomen in het wetsvoorstel.
Gefaseerde invoering?
Op dit moment laat de staatssecretaris daarom onderzoeken welke alternatieven wel haalbaar zijn. Gedacht wordt onder meer aan een gefaseerde invoering. De staatssecretaris heeft aangegeven dat zijn uitgangspunt wel blijft om per 1 januari 2027 een nieuw stelsel in box 3 in te voeren. De staatssecretaris hoopt eind 2024 de uitkomsten van zijn onderzoek naar alternatieven aan de Tweede Kamer te kunnen aanbieden.