t
0344 647 000
|

Schenkkring voor AOV belast in box 3

Schenkkring

Een schenkkring vormt voor ondernemers een alternatief voor een AOV. De deelnemer van een schenkkring stort de verschuldigde bedragen hiervoor op een derdengeldenrekening die op naam staat van de schenkkring (over het algemeen een stichting). Elke deelnemer heeft een eigen kenmerk.

Arbeidsongeschikte deelnemers ontvangen een uitkering van de schenkkring. Deze uitkeringen verminderen de op derdengeldenrekening gestorte bedragen van alle deelnemers. De deelnemers hebben geen directe toegang tot hun aandeel in de derdengeldenrekening. Zij kunnen hun deelname wel beëindigen. Het overgebleven aandeel wordt dan naar de ex-deelnemer teruggestort.

Box 3

De Belastingdienst is van mening dat het aandeel van de deelnemer in een dergelijke schenkkring wordt aangemerkt als overige bezitting in box 3. Dit betekent dat hiervoor het hogere forfaitaire rendementspercentage (voor 2024 vastgesteld op 6,04%) geldt en niet het lagere percentage van banktegoeden (voor 2024 voorlopig vastgesteld op 1,03%).

Let op! Voor een aandeel in een derdengeldenrekening van een notaris of gerechtsdeurwaarder geldt vanaf 1 januari 2023 een uitzondering. Deze gelden worden wel aangemerkt als banktegoed. Voor andere derdengeldenrekeningen geldt deze uitzondering echter niet.

Tip! Er zijn misschien nog schenkkringen die niet werken met een derdengeldenrekening. In die gevallen storten de leden hun bijdragen op een zelf te openen bankrekening. De Belastingdienst geeft aan dat dergelijke rekeningen wel worden aangemerkt als banktegoed en dus niet als overige bezitting in box 3.

Lager werkelijk rendement?

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat als het werkelijke rendement in box 3 lager is dan het forfaitaire rendement, heffing in box 3 plaats kan vinden op basis van het werkelijke rendement. Of u een beroep hierop kunt doen, zal afhankelijk zijn van uw overige box 3-vermogen.

Formulier OWR

Op dit moment wordt nog een formulier opgaaf werkelijk rendement (OWR) ontwikkeld, waarmee u straks (waarschijnlijk vanaf medio 2025) uw werkelijke rendement kunt opgeven. Tot die tijd kunt u uw werkelijke rendement nog niet doorgeven aan de Belastingdienst.

Let op! Ontvangt u een definitieve aanslag inkomstenbelasting? Overleg dan met een van onze adviseurs of bezwaar maken zinvol is. Doe dit op tijd, want bezwaar maken moet binnen zes weken na dagtekening van de aanslag.

Belastingrente

De Belastingdienst berekent belastingrente als u te laat uw btw of loonheffingen betaalt. De belastingrente wordt dan berekend vanaf het moment dat de belasting betaald had moeten zijn. In bepaalde situaties heeft u misschien in (een deel van) die periode wel al (een deel van) de belasting betaald. U kunt de Belastingdienst dan vragen om de belastingrente te verlagen.

Een voorbeeld
Stel dat u in juli 2022 netjes op tijd uw aangifte btw indiende over juni 2022 en de verschuldigde btw betaalde. In 2023 komt u tot de ontdekking dat u, naar uw mening, te veel btw afdroeg over juni 2022 en vraagt u een deel van de afgedragen btw terug. In 2024 blijkt dat u toch te weinig btw betaalde over juni 2022. De Belastingdienst legt een naheffingsaanslag btw op met belastingrente. De Belastingdienst berekent daarbij ook over de periode tussen uw betaling in juli 2022 en uw teruggave in 2023 belastingrente. Daarom kunt u de Belastingdienst verzoeken om die belastingrente te verlagen.

Voorwaarden

Er geldt wel een aantal voorwaarden. Zo kunt u geen verzoek doen als de totale belastingrente op de aanslag of de beschikking lager is dan € 100. Verder moet u in uw verzoek een aantal gegevens verstrekken, zoals het aanslag- of beschikkingsnummer, de periode waarover u renteverlaging vraagt, het bedrag waarover ten onrechte belastingrente is berekend en de datum waarop u dit bedrag betaalde (inclusief betalingskenmerk).

Let op!Denkt u belastingrente te moeten betalen over een periode dat de Belastingdienst al over de belasting beschikte, neem dan contact met ons op. Onze adviseurs kunnen voor u beoordelen of u inderdaad te veel belastingrente betaalde en of het loont om een verzoek tot verlaging te doen.

Onduidelijkheid voorkomen

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op verzoek van pensioenuitvoerders besloten eenmalig een uitzondering op de uiterste verstrekdatum toe te staan. De reden waarom van deze beleidsregel wordt afgeweken is het voorkomen van verwarring bij deelnemers.

Pensioenuitvoerders zouden deelnemers eerst een UPO moeten sturen met pensioengegevens in de oude regeling en vervolgens een verwachting van het pensioen in de nieuwe regeling. Dat zou tot veel onduidelijkheid kunnen leiden.

Samen met een transactieoverzicht versturen

Het UPO moet tegelijkertijd met een eerste transactieoverzicht worden verstrekt. De pensioenuitvoerder moet een duidelijke toelichting meesturen waaruit blijkt wat het verschil is tussen beide documenten en wat het verband is. Wanneer deelnemers de betreffende informatie toch eerder willen hebben, zijn pensioenuitvoerders verplicht dat verzoek in te willigen. 
Daarnaast moeten zij de deelnemers digitaal informeren over de latere verstrekdatum en ook over de mogelijkheid om de informatie eerder op te vragen.

Uiterlijk 30 september doorgeven aan de AFM

Pensioenuitvoerders die van deze eenmalige verruiming gebruik willen maken, moeten dat op eigen initiatief uiterlijk 30 september bij de AFM melden door een mail te sturen naar pensioen@afm.nl.

Let op! Het kan dus zijn dat u en/of uw medewerkers dit jaar het UPO later ontvangen.

Aftrek zorgkosten

De aftrek van zorg- of ziektekosten betekent dat uw belastbaar inkomen vermindert, waardoor u minder belasting betaalt. Lang niet alle zorgkosten zijn aftrekbaar. Ook geldt er ten aanzien van de kosten die u wilt aftrekken een drempel waarbij geldt: hoe hoger uw inkomen, hoe hoger de drempel. Ook is bepalend of u (het hele jaar) een fiscale partner heeft. De drempel betekent dat u een deel van de kosten niet kunt aftrekken, u mag namelijk alleen het bedrag aftrekken dat boven de voor u geldende drempel uitkomt. 

Welke zorgkosten

De aftrek van zorgkosten is beperkt tot een aantal wettelijk omschreven kosten. Zo zijn bijvoorbeeld de kosten van een bril tegenwoordig niet meer aftrekbaar. Welke zorgkosten aftrekbaar zijn vindt u in een overzicht van de Belastingdienst.

Let op! Check goed in het overzicht van de Belastingdienst welke kosten voor het jaar van uw aangifte aftrekbaar zijn. Deze kunnen namelijk per jaar verschillen.

Meer voorwaarden

Ook geldt er een aantal andere voorwaarden. Zo blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de gemaakte kosten in direct verband moeten staan tot een ziekte en moet er een medische noodzaak zijn tot het maken van de kosten waaraan men zich in redelijkheid niet kan onttrekken.

Verklaring arts

Vereist is ook dat medische hulp wordt verricht door een arts of door een paramedicus op voorschrift en onder begeleiding van een arts. In een rechtszaak bij het gerechtshof in Den Haag was sprake van kosten voor het maken van een MRI-scan in het buitenland. Omtrent deze MRI-scan had de huisarts verklaard dat deze was ondergaan in verband met neurologische problematiek. Volgens het Hof was dit echter onvoldoende.

Direct verband of medische noodzaak?

Volgens het Hof betekende de verklaring nog niet dat er sprake was van een direct verband tussen de MRI-scan en de neurologische problemen, noch dat er sprake was van een medische noodzaak tot het maken van deze kosten. Dit bleek onder meer uit het feit dat de verklaring zo’n drie jaar na het uitvoeren van de MRI-scan was uitgeschreven. Volgens het Hof had een verwijzingsbrief van een arts of specialist hierover duidelijkheid kunnen geven, maar die was niet aanwezig. Ook bleek niet dat de MRI-scan gebruikt was ter behandeling van de ziekte van belastingplichtige. De aftrek werd dan ook geschrapt.