t
0344 647 000
|

Invloed betaling premie zorgverzekering op box 3

Vooruitbetaalde premie zorgverzekering

Als u straks vóór 1 januari 2025 uw premie zorgverzekering voor het jaar 2025 betaalt, staat dit bedrag niet meer op uw bankrekening. Aan de Belastingdienst  is gevraagd of u deze vooruitbetaalde premie dan als overige bezitting moet opnemen voor uw box 3-heffing op 1 januari 2025. Dat hoeft niet. Dit betekent dat het voor uw box 3-heffing mogelijk aantrekkelijk kan zijn om uw premie zorgverzekering voor het jaar 2025 vóór 1 januari 2025 te betalen.

Nog te betalen premie zorgverzekering

Betaalt u uw premie zorgverzekering voor het jaar 2025 ná 1 januari 2025, dan kunt u deze nog te betalen premie niet als schuld in aanmerking nemen voor uw box 3-heffing op 1 januari 2025, aldus de Belastingdienst.

Let op! Deze standpunten gaan alleen over de vooruitbetaalde en nog te betalen premie zorgverzekering. U kunt deze dus niet één op één toepassen op andere vooruitbetalingen of nog te betalen bedragen. Heeft u hier vragen over, overleg dan met een van onze adviseurs.

1. Lastenverlichting voor bedrijven

Het kabinet introduceert verschillende lastenverlichtingen voor bedrijven, waaronder:

  • de verlaging van de mkb-winstvrijstelling naar 12,03% gaat niet door; 
  • de afschaffing van de inkoop eigen aandelen gaat niet door;
  • de maximale renteaftrek in de vennootschapsbelasting wordt verhoogd van 20 naar het Europees gemiddelde van 25% van de gecorrigeerde winst (EBITDA);
  • de verhoging van de CO2-heffing voor industrie is van de baan;
  • er gaat een streep door de verhoging van de energiebelasting.

2. Stabiel regulier tarief vennootschapsbelasting

Het kabinet streeft naar een stabiel en voorspelbaar fiscaal beleid. Expliciet worden het reguliere Vpb-tarief genoemd, een aantrekkelijke fiscale kenniswerkersregeling, de WBSO en de innovatiebox. Het lijkt erop dat hiermee het kabinet uitspreekt dat deze regels en tarieven onveranderd blijven.

3. Verlaging van de overdrachtsbelasting

Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting voor beleggers wordt verlaagd van 10,4 naar 8%. Dit tarief geldt voor alle onroerende zaken, behalve de eigen woning. Deze maatregel moet investeren in (huur)woningen aantrekkelijker maken.

4. Introductie derde schijf in de inkomstenbelasting

Er wordt een extra derde schijf in de inkomstenbelasting geïntroduceerd en er komt een verlaging van het tarief in de eerste schijf. Het doel is meer loon naar werken door een lastenverlichting op arbeid en verlaging van de marginale belastingdruk voor burgers. Het kabinet financiert deze lastenverlichting deels door het verlagen van de algemene heffingskorting. Na Prinsjesdag kunnen we de concrete cijfers en tarieven zien.

5. Behouden van de fiscale positie van de eigen woning

De huidige regeling rond de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait blijft ongewijzigd.

6. Tegenbewijsregeling box 3

Er komt een tegenbewijsregeling voor box 3, waardoor verhuurders de mogelijkheid krijgen om het werkelijke rendement over hun gehele vermogen aan te tonen bij de Belastingdienst.

7. Differentiatie vliegbelasting naar afstand per 2027

Deze maatregel wordt ingevoerd om de hogere uitstoot van langeafstandsvluchten zwaarder te belasten. De verhoging van de vliegbelasting wordt per 1 januari 2027 ingevoerd via een apart wetstraject of wordt opgenomen in het Belastingplan 2026.

8. Energiebelasting van huishoudens

Het tarief van de energiebelasting op aardgas zal in de eerste en tweede schijf worden verlaagd. Dit is bedoeld om de energierekening voor huishoudens te verlagen.

9. Invoering plasticheffing per 2028

Het kabinet is van plan om per 2028 een heffing op plastic in te voeren waarbij ook wordt gekeken naar mogelijke alternatieve beprijzingsmaatregelen voor het stimuleren van circulair plastic. De heffing op plastic en/of alternatieve beprijzingsmaatregelen hebben een beoogde netto-opbrengst van € 547 miljoen structureel.

10. Wetsvoorstel beëindiging salderingsregeling

Er komt een wetsvoorstel voor beëindiging van de salderingsregeling voor kleinverbruikers met ingang van 1 januari 2027.

Veel plannen zijn al eerder aangekondigd in het Hoofdlijnenakkoord van mei. De verwachting is dat een aantal plannen in uitgewerkte vorm zal terugkomen op Prinsjesdag 2024. Houd er rekening mee dat een aantal wellicht ook geen doorgang zal vinden.

1. Invoering planbatenbelasting

Een planbatenheffing is een belasting op de waardestijging van grond als gevolg van een bestemmingsplanwijziging. Het kabinet wil deze heffing invoeren en afspraken maken met gemeenten, zodat de opbrengst wordt ingezet voor bereikbaarheid en het realiseren van betaalbare huur- en koopwoningbouw. Daarnaast overweegt het kabinet om een belasting op onbebouwde grond met een woonfunctie te introduceren, met als doel woningbouw te bevorderen en speculatie met bouwgrond tegen te gaan. Uiterlijk in het voorjaar 2025 komt het kabinet met voorstellen.

2. Maximeren van de gemeentelijke woonlasten (ozb)

Er komt een onderzoek hoe de stijging van de gemeentelijke woonlasten kan worden gemaximeerd.

3. Hervorming autobelastingen

Het kabinet gaat werken aan een hervorming van de autobelastingen, gericht op een stabiele opbrengst op lange termijn en het stimuleren van elektrisch rijden. Concrete plannen worden in het eerste kwartaal van 2025 gepresenteerd. Duidelijk is dat alle nieuwe aanschafsubsidies voor personenvoertuigen per 2025 worden stopgezet. Vanaf 2026 komt er in de motorrijtuigenbelasting een nieuwe tariefkorting voor emissievrije personenauto’s, die gedeeltelijk compenseert voor het technisch meergewicht van het accupakket. 

4. Werkzekerheid voor flexwerkers

Er komt een wetsvoorstel om meer werkzekerheid te bieden aan flexwerkers, zoals uitzendkrachten, oproepkrachten en tijdelijke werknemers. Dit omvat maatregelen om hen beter te beschermen. Ondertussen zal de Belastingdienst per 1 januari 2025 weer gaan handhaven op de kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen om schijnzelfstandigheid te bestrijden.

5. Constitutionele toetsing

Het kabinet voert een constitutionele toetsing in door een (gedeeltelijke) opheffing van het toetsingsverbod in artikel 120 van de Grondwet en de oprichting van een constitutioneel hof. Hierdoor wordt het mogelijk om wetten te toetsen aan klassieke grondrechtsbepalingen van de Grondwet, wat het belang van grondrechten en de Grondwet versterkt.

6. Financieringshub voor mkb’ers

Er wordt een financieringshub ontwikkeld om mkb’ers makkelijker toegang tot financiering te geven. Deze zal aan het eind van dit jaar gelanceerd worden.

7. Nieuwe re-integratiemogelijkheden voor kleine en middelgrote werkgevers

Het kabinet gaat het mogelijk maken dat kleine en middelgrote werkgevers onder voorwaarden straks na één jaar ziekte van de werknemer de re-integratie volledig kunnen richten op het vinden van een werkplek bij een andere werkgever.

8. Fiscale regeling voor medewerkersparticipatie 

Er komt een onderzoek naar een fiscale regeling voor medewerkersparticipatie bij startups en scale-ups.

9. Vervanging van heffingskortingen en aftrekposten en vermindering van inkomensafhankelijke regelingen

Er zal een verkenning plaatsvinden van (gedeeltelijke) vervanging door inkomensonafhankelijke toelagen en andere belastingtarieven. Het kabinet gaat daarnaast werken aan het verminderen van terugvorderingen van inkomensafhankelijke regelingen, het terugdringen van het niet-gebruik van inkomensafhankelijke regelingen en verlaging van de marginale belastingdruk voor werkenden.

10. Modernisering van het belastingstelsel

Er komt een inventarisatie van opties voor modernisering op andere terreinen van het belastingstelsel.

Een aantal van bovenstaande plannen is reeds aangekondigd in het Hoofdlijnenakkoord. De verwachting is dat deze plannen de komende tijd uitgewerkt zullen worden.

BEM-clausule

Een bankrekening met een BEM-clausule is geblokkeerd en kan alleen met toestemming van de kantonrechter worden gedeblokkeerd. Zo’n bankrekening wordt gebruikt om bijvoorbeeld een erfenis, schenking of schadevergoeding die een minderjarige ontvangt te beschermen. BEM staat voor ‘Belegging Erfenis en andere gelden Minderjarigen’.

Let op! Zonder toestemming van de kantonrechter kan er dus geen geld van een bankrekening met BEM-clausule worden opgenomen. Dit geldt niet voor de rente op deze bankrekening. Deze mag wel tussentijds zonder toestemming worden opgenomen.

Normaal gesproken vervalt de BEM-clausule automatisch als het minderjarige kind 18 jaar wordt. In sommige gevallen is de BEM-clausule ook mogelijk tot latere leeftijd.

Box 3

De Belastingdienst geeft aan dat een bankrekening met een BEM-clausule gewoon tot box 3 behoort tegen de nominale waarde. De BEM-clausule heeft hier dus geen invloed op. Er is geen vrijstelling in de wet op de inkomstenbelasting opgenomen voor bankrekeningen met een BEM-clausule.