t
0344 647 000
|

Meer subsidiemogelijkheden duurzame energieopwekking voor VvE’s

SCE verruimd

De verruiming van de SCE betekent dat voortaan ook voor installaties die meer zonne-energie opwekken de SCE kan worden aangevraagd en tevens voor projecten met meer windmolens. Voor wat betreft zonne-energie is het vermogen verhoogd naar 6 megawatt. Ook voor windenergie is het maximale vermogen verhoogd, eveneens naar 6 megawatt.

Let op! Om in aanmerking te komen voor de SCE moet u uiteraard aan een aantal voorwaarden voldoen. Deze vindt u op RVO.nl.

Overige wijzigingen

De SCE is op nog twee punten gewijzigd. Zo moet in sommige gevallen voor zonnepanelen een verklaring worden meegestuurd dat het dak waarop de panelen geplaatst worden voldoende stevig is. 
Een andere wijziging is dat geen subsidie meer wordt verleend voor periodes waarin de elektriciteitsprijs negatief is. Op zulke momenten wordt er meer energie opgewekt dan afgenomen en is het ongewenst dat te veel energie wordt teruggeleverd.

Aanvragen

De SCE kan digitaal worden aangevraagd bij RVO.nl. Het loket is inmiddels open en aanvragen kan tot uiterlijk 1 november 2024 17.00 uur. Aanvragen moet via eHerkenning met minimaal niveau 2+. Is eHerkenning niet mogelijk, dan kunt u zelf als particulier de SCE als intermediair voor de VvE of coöperatie aanvragen met uw DigiD. U kunt ook eerst een adviesgesprek aanvragen.

Duitsland of Nederland?

In een zaak was een Nederlander in het bezit van een woning in Nederland. Halverwege januari 2015 liet de man zich uitschrijven als inwoner van Nederland om zich halverwege december 2016 weer in te laten schrijven. In de tussenliggende periode was de man woonachtig in Duitsland, Nederland en Spanje. Wat was nu zijn fiscale woonplaats en waar was hij dus belastingplichtig?

Feiten en omstandigheden

Waar iemand fiscaal gezien woont, is afhankelijk van alle feiten en omstandigheden. Daarbij komt het eropaan of deze van dien aard zijn dat er een duurzame band van persoonlijke aard bestaat met Nederland. Aan het Hof de taak om een en ander te beoordelen.

Wat was nu bepalend?

In genoemde zaak was van belang dat belanghebbende slechts kort in Duitsland had gewoond, zijn woning in Nederland had aangehouden en tijdelijk had verhuurd en dat hij deze gedurende de verhuur jaarlijks voor 62 dagen zelf kon benutten en dit ook daadwerkelijk benut had. Daar kwam bij dat de man een gehandicapte zoon had die in Nederland was blijven wonen en dat de man in Nederland zelf nog economisch actief was.

Duurzame band toch Nederland

De man bracht hier tegenin dat hij in Duitsland een bankrekening had geopend en zijn auto naar Duitsland had uitgevoerd. Ook had hij hier een identificatienummer gekregen en een ziektekostenverzekering afgesloten. In Duitsland had hij ook tal van artsen en specialisten bezocht. 

Toch betekende dit volgens het Hof nog niet dat er daardoor een duurzame band van persoonlijke aard met Duitsland was ontstaan. Het Hof besliste dan ook dat de fiscale woonplaats ook in 2015 en 2016 in Nederland lag en liet de aanslagen inkomstenbelasting in stand.

Extra kosten

In een casus die voorlag bij de Belastingdienst is uitgegaan van extra kosten die gemaakt worden voor verplegend personeel, zoals salaris en verblijfkosten. Ook andere kosten moet de belastingplichtige zelf betalen, zoals busvervoer, vakantiegeld, huur en verzekeringen.

Salaris en verblijfkosten aftrekbaar

De Belastingdienst geeft aan dat de kosten van het salaris en de verblijfkosten van verplegend personeel in beginsel aftrekbare zorgkosten vormen. Verplegend personeel is namelijk noodzakelijk om tijdens de vakantie de nodige zorg te kunnen leveren. Aftrek is alleen mogelijk als belastingplichtige de kosten niet via bijvoorbeeld de verzekeraar vergoed krijgt. Een extra bijdrage via de Wlz of Wmo van belastingplichtige is echter niet aftrekbaar.

Let op! Vanwege de handicap zijn de kosten aan te merken als specifieke zorgkosten vanwege ziekte of invaliditeit en daarom aftrekbaar.

Wlz-instelling of ziekenhuis

Van belang is ook dat de kosten van verpleging in een Wlz-instelling of ziekenhuis zijn aan te merken als zorgkosten. Dat geldt ook voor andere instellingen, voor zover de verpleging en verzorging hiermee is gelijk te stellen.

Bijkomende kosten niet aftrekbaar

Bijkomende kosten zoals verzekeringen en huur zijn niet aftrekbaar. Deze kosten vallen namelijk niet onder de zorgkosten waarvan wettelijk de aftrek is geregeld.

Elektrische auto

Voor bezitters van een 100% elektrische personenauto wordt de korting op de motorrijtuigenbelasting (mrb) stapsgewijs afgebouwd per 2026 en niet ineens, zoals eerder was besloten. In 2025 bedraagt de korting nog 75%.

Vervolgens worden er twee plannen genoemd in de Voorjaarsnota betreft verdere afbouw van de tariefkorting:

  • De eerste is dat er voor emissievrije personenauto’s een tariefkorting gaat gelden van 40% tussen 2026 en 2028, 35% in 2029 en 30% in 2030 (Voorjaarsnota pagina 65). 
  • De tweede is dat er voor emissievrije personenauto’s een tariefkorting komt van 40% in 2026, 30% tussen 2027 en 2029, en 25% in 2030 (Voorjaarsnota pagina 12).

Voor beide plannen geldt dat vanaf 2031 de korting vervalt en zal ook voor elektrische personenauto’s het normale tarief gaan gelden. 

Let op! Wat het definitieve plan wordt, is nog niet bekend.

Plug-in hybride auto

De korting van 50% op de mrb voor plug-in hybride auto’s komt vanaf 2025 te vervallen. Voor 2025 geldt nog een korting van 25%, vanaf 2026 is de korting nihil. Daar komt bij dat vanaf 2027 meer bpm – de te betalen belasting bij aankoop van een nieuwe auto –  betaald moet worden vanwege een nieuwe meetmethode met betrekking tot de uitstoot van CO2.

Auto op LPG

De korting op de mrb voor LPG-rijders gaat vanaf 2026 verdwijnen. De korting is een vast bedrag van ongeveer € 143 per kwartaal. De procentuele stijging van het tarief zal voor bezitters van kleinere auto’s op LPG het grootst zijn omdat de mrb afhankelijk is van het gewicht van de auto.

Elektrische bestelauto

Elektrische bestelauto’s gaan vanaf 2026 de volledige mrb betalen. De korting die voor elektrische personenauto’s tot 2031 geldt, is dus voor elektrische bestelauto’s niet van toepassing.

Bestelauto gebruikt door meerdere werknemers

Voor een bestelauto die door meerdere werknemers privé gebruikt kan worden, geldt onder voorwaarden niet de normale bijtelling. In plaats hiervan betaalt de werkgever een vast bedrag van € 300 aan belasting per jaar. Dit bedrag wordt aangepast vanwege de inflatie vanaf 2006. Naar verwachting gaat vanaf 2026 een bedrag van € 450 per auto gelden.

Let op! Al deze plannen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.