t
0344 647 000
|

Extra subsidie en internetconsultatie verduurzaming VvE

SVVE

De SVVE is beschikbaar voor VvE’s, woonverenigingen en -coöperaties. Er kan voor drie verschillende onderdelen subsidie worden aangevraagd. Dit betreft: 

  •  verduurzamingsonderzoek en -advies,
  • verduurzamingsmaatregelen, en
  • oplaadpuntenadvies en basislaadinfrastructuur

Voor deze drie onderdelen van de SVVE komt in totaal € 179 miljoen beschikbaar.

Verduurzamingsonderzoek en -advies 

De SVVE is voor dit onderdeel beschikbaar voor 16 verschillende onderdelen, waaronder onderzoek en advies inzake brandveiligheid, een energiescan en asbestinventarisatie. 

Verduurzamingsmaatregelen

Voor het onderdeel verduurzamingsmaatregelen is subsidie beschikbaar voor energiebesparende isolatiemaatregelen, duurzame warmte-opties en voor een zogenaamd Zeer Energiezuinig Pakket. Dit is een samenhangend pakket aan energiebesparende maatregelen. Denk onder meer aan isolatie van dak, gevel, vloer en glas.   

Oplaadpuntenadvies en basislaadinfrastructuur

Dit onderdeel van de SVVE is beschikbaar voor het opladen van elektrische auto’s op parkeerplaatsen van een VvE. De SVVE is zowel beschikbaar voor advies omtrent het aanleggen van oplaadpunten als voor het aanleggen van de basislaadinfrastructuur. Voor de oplaadpunten zelf krijgt u geen subsidie.

Wijzigingen

De SVVE wordt op een aantal punten inhoudelijk gewijzigd. Onder meer vervalt het maximum aan subsidie van € 2,5 miljoen per vereniging. Ook wordt de subsidie verlengd tot 2030. Daarnaast zal de SVVE op enkele technische punten gewijzigd worden, zoals de berekening van de milieukostenindicator.

Internetconsultatie

Belangstellenden kunnen tot 18 augustus 2025 op de voorgenomen wijzigingen reageren via een internetconsultatie.

Regelingen moeten ruimte blijven bieden

Onlangs is op deze evaluatie en op een tweetal moties door staatssecretaris Van Oostenbruggen gereageerd. In de reactie wordt aangegeven dat maatschappelijk nuttige initiatieven worden toegejuicht en dat de fiscale regelingen die voor ANBI’s en SBBI’s bestaan hieraan moeten kunnen blijven bijdragen. Om misbruik van de regelingen zoveel mogelijk tegen te gaan, zal ingezet moeten worden op verbetering van de handhaving.

Effectiviteit onzeker

Uit de evaluatie blijkt dat onzeker is of de regelingen doelmatig en doeltreffend zijn vanwege een gebrek aan beschikbare data. Om dit te verbeteren zou een portal of andere wijze van digitalisering beschikbaar moeten komen. Ook vormen van sectorale regelgeving, codes en zelfregulering zouden hieraan kunnen bijdragen. De staatssecretaris geeft aan deze aanbevelingen uit te willen voeren.

Convenanten

De staatssecretaris geeft aan met de branche een betere samenwerking na te streven, bijvoorbeeld door het afsluiten van convenanten. Ook is hij van mening dat een ANBI of SBBI een minimumaantal bestuurders dient te hebben. Hierover wil hij met de branche in overleg.

Constructies onder de loep

Er blijken in de praktijk constructies te zijn gevormd met ANBI’s en landgoederen die voldoen aan de voorwaarden van de Natuurschoonwet (NSW-landgoederen). Deze worden nader onderzocht en zo nodig wordt voorgesteld de wetgeving hieromtrent aan te passen.

Voormalige ANBI’s

Jaarlijks worden duizenden ANBI’s opgeheven of voldoen niet meer aan de ANBI-status. Onduidelijk is in hoeveel gevallen dit gepaard gaat met misbruik of oneigenlijk gebruik van de ANBI-status. Onderzocht wordt hoe de verplichtingen voor deze voormalige ANBI’s kunnen worden aangescherpt.

SBBI kan vervallen

Aangegeven wordt ook dat de SBBI-status kan vervallen. De staatssecretaris laat wetgeving dienaangaande over aan een volgend kabinet.

Welke voertuigen betreft het?

De goedkeuring geldt met name voor emissievrije elektrische motoren, emissievrije campers en auto’s voor rolstoelvervoer. Omdat ze niet meer kunnen profiteren van de vrijstelling, zou voor deze voertuigen bpm betaald moeten worden, variërend van 9,6 tot 37,7% van de catalogusprijs. 

Vaste voet

Door ook voor deze voertuigen een vaste voet in de bpm te introduceren, gaan emissievrije bijzondere personenauto’s per jaar € 667 aan bpm betalen en elektrische motorfietsen € 200. Deze vaste voet geldt al voor emissievrije personenauto’s.

Ambtshalve vermindering

Aangiften die tussen 1 januari en 1 juli 2025 zijn ingediend, zullen ambtshalve worden verminderd naar bovengenoemde bedragen. U ontvangt hierover vanzelf bericht. Bij aangiften vanaf 1 juli 2025 kan de indiener zelf uitgaan van genoemde bedragen.

Vooruitlopend op wetgeving

De goedkeuring loopt vooruit op wetgeving die per 1 januari 2026 moet ingaan. Ook deze wetgeving gaat in met terugwerkende kracht op 1 januari 2025.

Grens van €10.000 per kalenderjaar

Om te beginnen is van belang of de ondernemer per kalenderjaar al dan niet voor €10.000 of meer aan aankopen in een ander EU-land doet. Is dit niet het geval, dan hoeft u als Nederlandse afnemer hiervan geen btw-aangifte te doen. U mag dan geen Nederlands btw-identificatie nummer verstrekken aan de leverancier en krijgt een factuur met buitenlandse btw.

Wel btw-aangifte

Koopt u voor €10.000 of meer per kalenderjaar aan goederen in een ander EU-land, dan moet u hiervan wel btw-aangifte doen in Nederland. Dit moet u doen vanaf de aankoop waarmee u de grens van € 10.000 overschrijdt. U moet bij uw belastingkantoor verzoeken om een btw-aangifte.

Btw-aangifte op verzoek

U mag ook al vanaf de eerste aankoop in de EU btw-aangifte doen, maar moet hiertoe wel eerst een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Als dat verzoek wordt ingewilligd, verstrekt u aan uw leverancier(s) uw Nederlandse btw-identificatienummer en krijgt u een factuur zonder btw. 

Let op!Dit betekent echter niet dat u geen btw verschuldigd bent. De btw geeft u immers aan in uw btw-aangifte bij vraag 4b. U mag echter de btw niet bij vraag 5b terugvragen omdat u een volledig btw-vrijgestelde prestatie verricht. In plaats van buitenlandse btw bent u dan dus Nederlandse btw verschuldigd.

Accijnsgoederen en nieuwe auto’s

Voor de inkoop van accijnsgoederen en nieuwe of bijna nieuwe auto’s in een ander EU-land moet u altijd btw-aangifte doen in Nederland. U betaalt dan ook de Nederlandse btw. 

Aparte regeling voor diensten

Ook voor diensten geldt een aparte regeling. Diensten die verricht zijn door een ondernemer in een ander EU-land en die in Nederland met btw belast zijn, geeft u ook aan in Nederland. Van de buitenlandse dienstverrichter krijgt u een factuur zonder btw, waarop staat dat de btw naar u verlegd is. De diensten uit een ander EU-land geeft u aan vanaf de eerste euro. De drempel van € 10.000 geldt dus niet voor diensten.

Let op! Het bovenstaande kan anders zijn als uw leverancier de kleine ondernemersregeling toepast of als het afstandsverkopen of margegoederen betreft. Een eerste indicatie of u incidenteel btw-aangifte moet doen, kunt u krijgen met de checklist  op de website van de Belastingdienst. Neem voor meer informatie over uw eigen situatie contact op met onze adviseurs. Zij helpen u graag verder.