t
0344 647 000
|

Onbelaste vrijwilligersvergoeding € 2.200 in 2026

Vrijwilligersvergoeding

Is uw organisatie niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelastin of daarvan vrijgesteld? Of is uw organisatie een sportvereniging of sportstichting of een algemeen nut beogende instelling (ANBI)? Dan kunt u mogelijk een onbelaste vrijwilligersvergoeding toekennen aan uw vrijwilligers. 

Voorwaarde is dat de vrijwilliger niet bij u in dienst is en de werkzaamheden niet uitvoert voor zijn beroep. Verder mag de vergoeding die de vrijwilliger krijgt niet in verhouding staan tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk dat de vrijwilliger voor uw organisatie doet.

Onbelaste vergoeding

De onbelaste vergoeding die u in 2026 aan een vrijwilliger mag geven is € 5,75 per uur met een maximum van € 220 per maand en € 2.200 per jaar. Is de vrijwilliger jonger dan 21 jaar, dan is de maximale onbelaste vergoeding € 3,40 per uur met een maximum van € 220 per maand en € 2.200 per jaar.

Let op! De Belastingdienst ziet het bedrag van € 5,75 per uur en € 3,40 per uur als niet-marktconform. Wilt u een hogere uurvergoeding onbelast vergoeden, dan kan dat als u kunt uitleggen dat die hogere uurvergoeding niet-marktconform is.

Bedrag verhoogt per 2026

Moet u op grond van de wettelijke bepalingen slechts een gering bedrag aan invorderingsrente betalen, dan wordt dat niet aan u in rekening gebracht. Sinds 1990 betreft dit een vast bedrag van maximaal € 23 (50 gulden voor de invoering van de euro). Dit bedrag is sinds die tijd niet verhoogd of geïndexeerd.

Met ingang van 1 januari 2026 is dit bedrag voor het eerst verhoogd naar € 49. 

Let op! Vanaf nu zal het bedrag elke vijf jaar geïndexeerd worden.

Zou u daarom vanaf 1 januari 2026 invorderingsrente verschuldigd zijn tot maximaal € 49? Dan wordt dit niet aan u in rekening gebracht.

Invorderingsrente

U bent invorderingsrente aan de Belastingdienst verschuldigd als u na de uiterste betaaldatum nog een bedrag aan belasting moet betalen. Dit geldt ook als u uitstel van betaling heeft gekregen. De periode waarover u invorderingsrente moet betalen, begint op de dag na de uiterste betaaldatum en loopt tot de dag waarop het geld op de rekening van de Belastingdienst is bijgeschreven.

Let op! De invorderingsrente bedraagt vanaf 1 januari 2026 4,3%.

Het uitgangspunt blijft hergebruik van bekers en bakjes. In situaties waar hergebruik goed werkt, worden de uitzonderingen geschrapt. In bepaalde situaties blijft wegwerp toegestaan onder voorwaarde van inzameling en recycling.

In kantoren, bedrijven en andere organisaties

In kantoren, bedrijven en andere organisaties is hergebruik over het algemeen nu al de standaard. Vanaf 2027 mag op deze plekken alleen nog gebruikgemaakt worden van herbruikbare bekers en bakjes. De op dit moment nog geldende uitzondering wordt vanaf 2027 afgeschaft.

Consumpties ter plaatse

In horeca, kantines, foodtrucks en vergelijkbare ondernemingen mogen bij consumpties ter plaatse in beginsel geen plastic wegwerpbekers en -bakjes gebruikt worden. Alleen bij uitzondering mag gebruikgemaakt worden van plastic wegwerpbekers en -bakjes. Voorwaarde is dat de wegwerpproducten zijn te recyclen tot bekers en bakjes en dat de ondernemer zorgdraagt voor inzameling en recycling. Vanaf 2027 is deze uitzondering in principe niet toegestaan.

Plaatsen waar hergebruik lastiger is

De uitzondering geldt vanaf 2027 alleen nog op plaatsen waar hergebruik lastiger is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij gesloten evenementen zoals concerten en festivals, maar ook in attractieparken en bij (sport)verenigingen.

Vanaf 2027 blijven herbruikbare bakjes en bekers ook hier het uitgangspunt, maar mag ook gebruikgemaakt worden van de uitzondering. Ondernemers houden hier dus een keuze.

Afhalen en bezorgen

Voor afhalen en bezorgen van eten en drinken (consumpties onderweg) blijven de regels gelijk. De ondernemer moet herbruikbaar aanbieden, maar wegwerp is toegestaan onder voorwaarde van inzameling en recycling.

Tip! De verplichte meerprijs voor eenmalige bekers en bakjes die plastic bevatten bij consumptie onderweg worden nog uit de regelgeving verwijderd. Dit is in april 2025 al aangekondigd. Op dit moment wordt er door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) al niet meer gehandhaafd op de verplichte meerprijs.

Aangepaste handhaving in 2026

De nieuwe regels gelden vanaf 2027. In 2026 hanteert de ILT een aangepaste handhaving waarbij aangesloten wordt op de nieuwe regels. Op die manier krijgen bedrijven in 2026 de tijd om zich voor te bereiden.

UBO

De UBO, Ultimate Beneficial Owner, is de uiteindelijk belanghebbende in een vennootschap of andere juridische entiteit. Het betreft de uiteindelijke eigenaren of de mensen die de uiteindelijke beslissingen nemen.

Het gaat onder meer om mensen die meer dan 25% van de aandelen hebben in een bv, of meer dan 25% eigenaar zijn in een vof of maatschap. Ook mensen die meer dan 25% stemrecht hebben bij een statutenwijziging van een stichting of vereniging zijn UBO’s.

Let op! Is er niemand met een belang van meer dan 25%, dan zijn de hogere leidinggevenden UBO’s. Denk aan de vennoten of bestuurders.

Register

Vennootschappen en andere juridische entiteiten zijn verplicht om zelf hun UBO’s op te geven in het UBO-register bij de KVK. Doel van het register is het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme.

Handhaving

De Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) van het Ministerie van Financiën handhaaft of de verplichte UBO-gegevens altijd juist en volledig zijn opgegeven in het UBO-register. Het gaat daarbij met name om de gegevens die nodig zijn om de UBO’s te identificeren en om de informatie over de aard en omvang van het belang dat deze UBO’s hebben.

Bestuurlijke en strafrechtelijk

De handhaving kan plaatsvinden via bestuurlijke en via strafrechtelijke weg. De beleidsregel met de bestuursrechtelijke handhaving door middel van een bestuurlijke boete is op 1 januari 2026 in werking getreden.

Hoogte bestuurlijke boete

Uit de beleidsregel volgt dat de geldboete voor een niet, onjuiste en/of onvolledige UBO-opgave maximaal een geldboete van de vierde categorie bedraagt. Op dit moment (2026) is dat een bedrag van maximaal € 27.500.

De DFEI legt in beginsel niet meteen een boete op van € 27.500.

  • Bij een eerste overtreding kan de DFEI een boete opleggen van 10% van het boetemaximum, op dit moment dus € 2.750.
  • Bij een tweede overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 20% van het boetemaximum, op dit moment dus € 5.500.
  • Bij een derde overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 40% van het boetemaximum, op dit moment dus € 11.000.
  • Bij een vierde overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 80% van het boetemaximum, op dit moment dus € 22.000.
  • Bij een vijfde en volgende overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 100% van het boetemaximum, op dit moment dus € 27.500.

Van belang zijnde omstandigheden

Bij het opleggen van de boete houdt De DFEI rekening met de volgende omstandigheden:

  • de financiële draagkracht van de overtreder;
  • de mate waarin de overtreder meewerkt aan de vaststelling van de overtreding; en
  • de maatregelen die door de overtreder na de overtreding zijn genomen om voortduring of herhaling van de overtreding te voorkomen.

Deze omstandigheden kunnen leiden tot matiging van de hoogte van de bestuurlijke boete. De stelplicht en bewijslast dat van zulke omstandigheden sprake is, liggen bij de overtreder.

Last onder dwangsom

De DFEI heeft in bijzondere gevallen de mogelijkheid om te kiezen voor een andere aanpak, bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder dwangsom.