t
0344 647 000
|

Tijdelijke wet transparantie turboliquidaties met twee jaar verlengd

Eis voor turboliquidatie

Om een rechtspersoon, zoals een bv, via een turboliquidatie te beëindigen is vereist dat er geen bezittingen en vorderingen meer in de bv zijn op het moment van ontbinding van de bv.

Geen turboliquidatie

Zijn er nog wel bezittingen en vorderingen dan kan de bv niet via een turboliquidatie beëindigd worden. U moet dan de wettelijke vereffeningsprocedure volgen. Ook als er nog veel schulden zijn of bijvoorbeeld nog arbeidsovereenkomsten is het niet verstandig om te kiezen voor een turboliquidatie. Als een en ander namelijk niet op juiste wijze wordt afgewikkeld, loopt u het risico persoonlijk aansprakelijk gesteld te worden.

Let op! Neem voor advies over uw eigen situatie altijd contact op met een van onze adviseurs.

Waarom turboliquidatie

Via een turboliquidatie kan worden voorkomen dat de schulden verder oplopen. Zonder turboliquidatie zal in deze situaties vaak een ‘regulier’ faillissement volgen, waarbij schuldeisers meestal veel minder geld terugkrijgen dan bij een turboliquidatie. Een ander voordeel is dat de kosten die komen kijken bij het beëindigen van een rechtspersoon door de snelle beëindiging een stuk lager liggen dan bij een wettelijke vereffeningsprocedure. 

Werking tijdelijk wet

De Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie die sinds 15 november 2023 van kracht is, biedt meer transparantie en controle voor schuldeisers. Zo moeten schuldeisers verplicht worden geïnformeerd over een voorgenomen bedrijfsbeëindiging en moet er financiële verantwoording worden afgelegd bij de Kamer van Koophandel. Schuldeisers kunnen dan inzage eisen in de administratie, eventueel bestuurders aansprakelijk stellen.

Als niet aan de eisen van een turboliquidatie wordt voldaan, kan een schuldeiser ook een rechter vragen de turboliquidatie ongedaan te maken.

Let op! Misbruik maken van turboliquidatie is strafbaar en kan leiden tot een bestuursverbod van maximaal vijf jaar.

Tijdelijke wet wordt permanent

Uit een evaluatie blijkt dat met de tijdelijke wet de te bereiken doelen worden gehaald. Gezien de vele voordelen van de tijdelijke wet heeft de staatssecretaris inmiddels een wetswijziging in voorbereiding om de Tijdelijke wet transparantie bij turboliquidaties permanent te maken. Wel blijkt uit de evaluatie dat de wet beter gehandhaafd dient te worden. Daarom zal dit ook onderdeel uitmaken van de definitieve wetswijziging. Door de verlenging van de tijdelijke wet met twee jaar blijven de voordelen ervan in de tussentijd in ieder geval in stand.

Budget 

Het budget van de Subsidieregeling voor Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA) is dit jaar verhoogd tot € 405 miljoen. Hoewel er momenteel (medio aug 2025) nog zo’n € 186 miljoen aan subsidie beschikbaar is, is het raadzaam niet te lang te wachten met de aanvraag. Deze moet uiterlijk 31 oktober 2025 ingediend zijn.

Maatschappelijk vastgoed

De DUMAVA is beschikbaar voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed. Het doel van de subsidie is om energie te besparen en daarmee de CO2-uitstoot te verminderen. 

Voorwaarden

De DUMAVA kent uiteraard voorwaarden. Zo moet u de subsidie aanvragen vóórdat u start met de verduurzaming of een contract tekent met een aannemer. Verder geldt dat wanneer uw organisatie inkomsten- of vennootschapsbelastingplichtig is, u geen recht heeft op de DUMAVA. 

Voorbereiden

Als u de DUMAVA wilt aanvragen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen en een aantal voorbereidingen treffen. Zo moet u over een verduurzamingsadvies en een investeringsbegroting beschikken. Gelet op de hiermee gemoeide tijd is het belangrijk hiermee niet te lang te wachten!

Omvang subsidie

De DUMAVA vergoedt 20, 30 of 40% van de kosten van de verduurzaming. Voor integrale verduurzamingsprojecten krijgt u 30% subsidie. Leidt dit tot een hoge energieprestatie, dan kan de subsidie oplopen tot maximaal 40%. Voor losse verduurzamingsprojecten bedraagt de subsidie 20%. 

Let op! Op RVO.nl kunt u via een tool een berekening maken van de te verwachten subsidie.

Aanvragen

U kunt de subsidieregeling DUMAVA aanvragen op RVO.nl. Hiervoor heeft u eHerkenning niveau 2+ nodig. Aanvragen kan tot 31 oktober 2025 17.00 uur.

Overzicht betalen en ontvangen

De wijzigingsmogelijkheid is opgenomen in het overzicht ‘betalen en ontvangen’, dat een onderdeel is van uw persoonlijke site op Mijn Belastingdienst. In dit overzicht kunt u zien welke bedragen u voor een aantal belastingen en toeslagen nog aan de Belastingdienst moet betalen en welke u nog ontvangt.

Efficiency

De nieuwe mogelijkheid is een stuk efficiënter. Tot nu toe moest voor een wijziging van het rekeningnummer een machtigingsformulier worden aangevraagd, dat na invulling van de benodigde gegevens moest worden opgestuurd. Nu is nog slechts uw DigiD en uw bankapp nodig.

Wijziging per direct

Een wijziging van het bankrekeningnummer treedt per direct in werking. Het is nog niet mogelijk een latere ingangsdatum in te voeren. Het kan echter voorkomen dat een afschrijving nog van het oude bankrekeningnummer plaatsvindt als een wijziging vlak vóór het moment van afschrijving is doorgegeven. In dat geval zal vanaf de volgende afschrijving het nieuwe bankrekeningnummer worden gebruikt. 

Let op! Het inzien en wijzigen van een bankrekeningnummer kan ook worden gedaan door een gemachtigde.

Bevestiging

U krijgt direct te zien of een wijziging gelukt is, of dat de Belastingdienst dit nog aan het verwerken is. In dat geval kunt u op een later moment de wijziging nog eens controleren. U ontvangt ook altijd een schriftelijke bevestiging. 

Tip! Online wijzigen is niet verplicht, dus u kunt desgewenst wijzigingen ook schriftelijk door blijven geven.

1. 52% belasting over de auto van de zaak met CO2-uitstoot?

Het plan is om op Prinsjesdag 2025 een 52% pseudo-eindheffing voor een auto met CO2-uitstoot in de loonbelasting in een wetsvoorstel op te nemen. Als dit plan doorgaat, is een werkgever vanaf 2027, als hij aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking stelt, 52% belasting verschuldigd over de bijtelling van de auto van de zaak. De pseudo-eindheffing geldt niet als de auto geen CO2 uitstoot of als de auto niet voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld.

2. Wijzigingen minimumloon

De verwachting is dat op Prinsjesdag 2025 een aantal wijzigingen met betrekking tot het minimumloon wordt voorgesteld. In de Voorjaarsnota 2025 was namelijk al afgesproken om het minimumjeugdloon per 1 januari 2027 voor een 20-jarige te verhogen van 80 naar 87,5%, voor een 19-jarige van 60 naar 75%, voor een 18-jarige van 50 naar 62,5%, voor een 17-jarige van 39,5 naar 50% en voor een 16-jarige van 34,5 naar 40% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder.

Begin juli 2025 kondigde de demissionaire minister van OCW aan om vanaf 2027 ook de zogenaamde bbl-loonstaffel af te schaffen. Studenten die een beroepsbegeleidende leerweg op het mbo volgen, krijgen dan vanaf 2027 ook recht op het volledige minimumjeugdloon dat hoort bij hun leeftijd.

Verder heeft het kabinet voorgesteld om het percentage dat werkgevers voor huisvestingskosten mogen inhouden op het minimumloon vanaf 2026 jaarlijks te verlagen met 5%.

3. Hoger forfait overige bezittingen en lager heffingsvrij vermogen in box 3

Al meerdere keren aangekondigd en op Prinsjesdag 2025 dus verwacht, is de verhoging in 2026 en 2027 van het forfaitair rendement voor overige bezittingen in box 3 naar 7,78%. Ook aangekondigd is de verlaging van het heffingsvrije vermogen van € 57.684 (in 2025) naar € 51.396 in 2026 en 2027.

4. Andere wijzigingen inkomstenbelasting

Ook in de inkomstenbelasting wordt een aantal wijzigingen met Prinsjesdag 2025 verwacht. Zo is de verlaging van de stakingsaftrek van € 3.630 naar € 908 aangekondigd en de volledige afschaffing hiervan per 2030. Ook wil men per 2027 de meewerkaftrek verminderen met 75% en per 2030 volledig afschaffen. Daarnaast is aangekondigd dat de belastingschijven en heffingskortingen minder gecorrigeerd worden voor de inflatie (de inflatiecorrectie wordt maar voor 46,2% in plaats van 51% toegepast).

5. Ongelijke verdeling goederengemeenschap en verrekenbeding fiscaal aangepakt

In het Belastingplan 2026 zal een wetswijziging worden opgenomen die ervoor zorgt dat schenk- of erfbelasting wordt geheven bij elke ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap of bij elk toegepast verrekenbeding, waarbij aan een partner meer toekomt dan de helft van de gemeenschap of de te verrekenen som. Aanleiding is een arrest van de Hoge Raad, waarbij de uitkomst was dat een ongelijke verdeling van 90%-10% niet in strijd was met de wet. Het inmiddels demissionaire kabinet vindt dit ongewenst. Hoewel de constructie die het kabinet wil bestrijden gaat om wijzigingen van goederengemeenschappen en verrekenbedingen in het zicht van overlijden, pakt het kabinet met deze wetswijziging alle ongelijke verdelingen aan. Dit geldt dus ook voor verdelingen die niet gemaakt zijn in het zicht van overlijden.

Let op! Alleen ongelijke verdelingen die in de goederengemeenschap of een verrekenbeding zijn overeengekomen vóór 18 april 2025 worden niet door de wetswijziging getroffen.

6. Versoepeling pseudo-eindheffing RVU verlengd tot en met 2028

In de Voorjaarsnota 2025 was een versoepeling pseudo-eindheffing RVU opgenomen. Het voorstel hiertoe wordt op Prinsjesdag 2025 verwacht. De versoepeling houdt in dat tot een bedrag van de drempelvrijstelling (in 2025 € 2.273 per maand) geen 52% pseudo-eindheffing verschuldigd is. Het plan is om deze versoepeling met drie jaar te verlengen tot en met 2028. Voorwaarde is dat de RVU’s beheerst en gerichter worden ingezet voor werknemers die door de zwaarte van hun werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. Daarnaast is budget opgenomen om de drempelvrijstelling met € 300 per maand te verhogen.

Let op! Ter dekking van de verlenging en de verhoging neemt de pseudo-eindheffing vanaf 2026 in stappen toe tot 65% in 2028.

7. Geen btw-verhoging cultuur, sport en media

Eind vorig jaar werd de btw-verhoging van 9 naar 21% op cultuur, sport en media aangenomen. Deze btw-verhoging zou ingaan per 1 januari 2026. Aangekondigd is dat op Prinsjesdag 2025 een wetswijziging aan de Tweede Kamer wordt aangeboden waarin deze btw-verhoging weer wordt teruggedraaid. Het btw-tarief blijft dan vanaf 1 januari 2026 9%.

Let op! De btw-verhoging op het kort verblijf in het kader van hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijf gaat wel door. Vanaf 1 januari 2026 geldt hier een btw-tarief van 21% in plaats van 9%.

Let op! De hiervoor beschreven voorstellen zijn een selectie van verwachte wetswijzigingen. Deze zijn bovendien nog (lang) niet definitief. Zo moeten ze op Prinsjesdag 2025 eerst nog aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Daarna moeten de voorstellen ook nog door zowel de Tweede als de Eerste Kamer worden goedgekeurd.