Wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2026 € 14,99
Toename met 1,90%
De indexatie van het wettelijk minimumuurloon is een gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en de overheid. In totaal neemt het wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2026 met 1,90% toe ten opzichte van 1 januari 2026. Het komt daarmee uit op € 14,99.
Let op! Het referentiemaandloon stijgt hierdoor per 1 juli 2026 naar € 2.337 bruto per maand. Dit referentiemaandloon wordt gebruikt voor het vaststellen van de hoogte en indexatie van diverse uitkeringen
Wettelijk minimumjeugdlonen ook omhoog
De wettelijk minimumjeugdlonen zijn een percentage van het wettelijk minimumuurloon dat geldt voor iedereen van 21 jaar en ouder. Door de indexatie van het wettelijk minimumuurloon stijgen ook de minimumjeugdlonen per 1 juli 2026.
| Leeftijd | Percentage | Minimumloon |
| 21 jaar en ouder | 100% | € 14,99 |
| 20 jaar | 80% | € 11,99 |
| 19 jaar | 60% | € 8,99 |
| 18 jaar | 50% | € 7,50 |
| 17 jaar | 39,5% | € 5,92 |
| 16 jaar | 34,5% | € 5,17 |
| 15 jaar | 30% | € 4,50 |
Let op! Het percentage gaat voor werknemers in de leeftijd van 16 tot en met 20 jaar met ingang van 1 januari 2027 omhoog. Voor een 20-jarige bedraagt dit dan 87,5%, voor een 19-jarige 75%, voor een 18-jarige 62,5%, voor een 17-jarige 50% en voor een 16-jarige 40%. Voor een 15-jarige blijft het percentage gehandhaafd op 30%.
Ook minimumjeugdloon bbl’er stijgt mee
Bbl’ers (leerlingen in een beroepsbegeleidende leerweg met een arbeidsovereenkomst) in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en vanaf 21 jaar hebben recht op het minimumuurloon zoals hiervoor vermeld. Voor bbl’ers in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar gelden afwijkende lagere percentages.
| Leeftijd | Percentage | Minimumloon |
| 20 jaar | 61,5% | € 9,22 |
| 19 jaar | 52,5% | € 7,87 |
| 18 jaar | 45,5% | € 6,82 |
Let op!Met ingang van 1 januari 2027 gelden er voor bbl’ers in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar geen afwijkende lagere percentages meer. De bbl’ers in deze leeftijdscategorie hebben dan ook recht op het reguliere minimumjeugdloon.
Rechtsvermoeden bij uurtarief tot € 38
Na inwerkingtreding van de wet wordt de persoon die voor een ander arbeid verricht tegen een beloning van minder dan € 38,00 per uur, vermoed een arbeidsovereenkomst te hebben bij die ander.
Op deze manier wordt de rechtspositie van deze werkenden beschermd. Overigens betreft het een weerlegbaar rechtsvermoeden. Dit betekent dat opdrachtgevers het rechtsvermoeden kunnen tegenspreken door aan te tonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Slaagt de opdrachtgever hier niet in, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid en bestaat er recht op de bescherming die het arbeidsrecht biedt, zoals recht op doorbetaalde vakantie en ontslagbescherming.
Het kabinet verwacht dat dit rechtsvermoeden in de praktijk een preventieve en normerende werking heeft, zodat kwetsbare werkenden minder snel in een situatie van schijnzelfstandigheid terechtkomen.
Indexatie op basis van de cao-loonontwikkeling
De Tweede Kamer heeft nog een belangrijk amendement aangenomen. Het was de bedoeling om genoemd uurtarief twee keer per jaar aan te passen in lijn met de aanpassingen van het wettelijk minimumloon. Op basis van het aangenomen amendement zal de indexatie van het uurtarief echter plaatsvinden aan de hand van de cao-loonontwikkeling.
Beoogde inwerkingtreding 1 juli 2026
De inwerkingtreding van het rechtsvermoeden op basis van het uurtarief is 1 juli 2026. De Tweede Kamer heeft dus al ingestemd, maar de Eerste Kamer moet zich hierover nog buigen.
Onderverdeling
Het Handboek kent een onderverdeling in 15 hoofdstukken. Gestart wordt met algemene informatie, zoals het verschil in diverse rechtsvormen en de eisen die gesteld worden aan uw administratie. Vervolgens wordt uitgebreid ingegaan op specifieke fiscale regelgeving over onder meer aftrekbare kosten en vrijstellingen.
Specifieke regelgeving
Het Handboek besteedt verder uitgebreid aandacht aan onder meer de fiscale aspecten inzake uw bedrijfsruimte, investeringen en de omzetbelasting. Ook de auto en fiets van de zaak komen uitgebreid aan bod, waarbij ook wordt ingegaan op de fiscale verschillen tussen de auto van de zaak en de privéauto die zakelijk wordt gebruikt.
Personeel
Ook de fiscale regels rond het in dienst hebben van personeel komen aan bod. In een apart hoofdstuk komen ook andere vormen van samenwerking met derden aan bod, zoals de in de onderneming meewerkende partner, stagiairs en freelancers.
Buitenland
Ondernemers die zakendoen met het buitenland vinden ook informatie, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen landen binnen en buiten de EU. Ook wordt een onderscheid gemaakt tussen het verhandelen van goederen en het leveren van diensten.
Aangifte doen
In het Handboek vindt u verder informatie over alle aspecten die samenhangen met de diverse aangiftes, zoals de aangifte inkomstenbelasting, btw en loonheffingen. Ingegaan wordt onder meer op het indienen van een bezwaar of beroep en de gevolgen van het niet tijdig betalen van uw belastingen.
Het Handboek Ondernemen 2026 is hier te downloaden.
Youngtimerregeling
Met ingang van 1 januari 2027 bedraagt de bijtelling voor privégebruik van een auto die 25 jaar (en langer) geleden voor het eerst in gebruik is genomen, 35% van de waarde in het economisch verkeer. Alle jongere auto’s vallen onder de gewone bijtellingsregels. Tot en met 2025 lag de leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling nog op 15 jaar, in 2026 ligt deze leeftijdsgrens op 16 jaar.
In verband met deze wijzigingen, is het wellicht fiscaal aantrekkelijker om de youngtimer niet langer zakelijk te rijden. Maar kunt u de youngtimer zonder meer overbrengen naar privé?
IB-onderneming
Rijdt u de youngtimer vanuit uw onderneming in de inkomstenbelasting (IB-onderneming), bijvoorbeeld vanuit uw eenmanszaak, en heeft u de auto als ondernemingsvermogen geëtiketteerd? Dan kun je de auto niet zonder meer overbrengen naar privé. Zo’n keuzeherziening is alleen toegestaan bij bijzondere omstandigheden.
Gelukkig heeft de Belastingdienst laten weten dat de wetswijziging waarbij de leeftijdsgrens wordt verhoogd naar 25 jaar zo’n bijzondere omstandigheid kan zijn. Je moet dan wel aannemelijk maken dat je de auto bij aanschaf niet als ondernemingsvermogen had geëtiketteerd als de leeftijdsgrens toen ook al op 25 jaar had gelegen. Dat aannemelijk maken zal over het algemeen niet zo moeilijk zijn.
Let op! Het bovenstaande is alleen van toepassing als de auto keuzevermogen vormt. Is de auto verplicht ondernemingsvermogen, dan kunt u deze niet etiketteren als privévermogen. Neem voor meer informatie over uw eigen situatie contact op met onze adviseurs.
Bv
Is de youngtimer vanuit uw bv aan u ter beschikking gesteld? Dan kunt u de youngtimer naar privé overbrengen door deze tegen de waarde in het economisch verkeer in privé te kopen. In tegenstelling tot de situatie bij een IB-onderneming- heeft u hiervoor geen bijzondere omstandigheden nodig.
Nog wachten?
Wellicht is het verstandig om nog even te wachten met een definitief besluit over het overbrengen van de youngtimer naar privé. De Tweede kamer heeft de regering namelijk verzocht om de verhoging naar 25 jaar vanaf 1 januari 2027 geleidelijk te laten plaatsvinden en niet in één keer. Dit zou dan wel gecombineerd kunnen worden met een hoger bijtellingspercentage dan 35% over de waarde in het economisch verkeer.
Let op! Het is op dit moment nog niet bekend of en zo ja hoe, de regering aan het verzoek tegemoet komt.