t
0344 647 000
|

Wanneer heeft u in 2026 recht op LKV banenafspraak?

Voorwaarden LKV banenafspraak

Voor het LKV banenafspraak moet de werknemer opgenomen zijn in het doelgroepregister en verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Verder heeft de werknemer de AOW-leeftijd nog niet bereikt en werkt niet in een dienstverband dat vanuit de Wet sociale werkvoorziening (WSW) betaald wordt of werkt niet in een beschutte werkomgeving via de gemeente.

Let op! In tegenstelling tot voorgaande jaren heeft u voor het LKV banenafspraak geen doelgroepverklaring meer nodig. Het is voldoende dat de werknemer is opgenomen in het doelgroepregister. Dit doelgroepregister kan een werkgever inzien via het werkgeversportaal van het UWV.

Hoogte LKV banenafspraak 2026

De hoogte van het LKV banenafspraak bedraagt in 2026 € 1,01 per verloond uur van de werknemer met een maximum van € 2.000 per jaar.

Structureel

Waar u tot en met 2025 maximaal drie jaar LKV banenafspraak kon krijgen voor een werknemer, is deze LKV vanaf 2026 structureel. Dit betekent dat u vanaf 2026 recht heeft op LKV banenafspraak voor een werknemer zolang hij bij u in dienst is én in het doelgroepregister is ingeschreven.

Let op! U moet het LKV banenafspraak wel aanvragen. Dit doet u in uw aangifte loonheffingen.

Nieuwe doelgroepen

Aan de doelgroep banenafspraak zijn met ingang van 1 januari 2026 toegevoegd: 

  • Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en werkzaam zijn bij een reguliere werkgever, en
  • mensen met een IVA-uitkering die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn en werken met loondispensatie.

Overgangsrecht doelgroep scholingsbelemmerden en indicatie beschut werk

Vanaf 2026 bestaat voor de doelgroepen scholingsbelemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk geen recht meer op het LKV banenafspraak.
Bestond de dienstbetrekking echter al vóór 2026 en beschikt u over een geldige doelgroepverklaring, dan kunt u gebruikmaken van overgangsrecht. Voor de resterende duur van de maximale drie jaar zoals deze tot en met 2025 gold, kunt u dan nog wel het LKV banenafspraak aanvragen. Ook dit doet u in uw aangifte loonheffingen.

Expatregeling

De expatregeling is wat voorheen ook wel de 30%-regeling heette. Waarschijnlijk vanwege de verlaging van het percentage per 2027 naar 27% is de naam gewijzigd in expatregeling. Bij toepassing van de expatregeling mag maximaal 30% van het loon belastingvrij uitbetaald worden. Hiervoor gelden strikte voorwaarden, waaronder de voorwaarde dat de werknemer in het buitenland is aangeworven.

Maximaal de WNT-norm

Het loon waarover de 30% kan worden toegepast is gemaximeerd op de WNT-norm. Waar dit tot en met 2025 nog niet gold voor werknemers die al vóór 2023 de expatregeling toepasten, geldt dat vanaf 2026 ook voor hen.

Dit betekent dat de expatregeling in 2026 over een salaris tot maximaal € 262.000 mag worden toegepast. Onder de expatregeling kan daarom maximaal € 78.600 (30% van € 262.000) netto worden vergoed.

Let op! Vanaf 2027 gaat het percentage omlaag naar 27%. Dit geldt niet voor alle werknemers die vóór 2024 de expatregeling al toepasten. Voor hen mag tot het einde van de looptijd van hun regeling het percentage van 30% gehanteerd worden.

Verhoging van salarisnorm

Behalve het vervallen van het overgangsrecht met betrekking tot de toepassing van de WNT-norm zijn in 2026 ook de salarisnormen weer verhoogd. De werknemer moet voor toepassing van de expatregeling een minimaal salaris verdienen. In 2026 is dit € 48.013 per jaar. Voor werknemers die instromen en jonger zijn dan 30 jaar en hun masterdiploma hebben behaald, moet het salaris minimaal € 36.497 bedragen in 2026.

Inlenersaansprakelijkheid

Een uitlener van arbeidskrachten moet loonbelasting, sociale verzekeringspremies en btw betalen over het uitlenen van die arbeidskrachten. Betaalt de uitlener niet, dan kan de Belastingdienst de inlener of doorlener aansprakelijk stellen.

Nieuw! Aansprakelijk voor 35% van de factuursom

Vanaf de inwerkingtreding van de Wtta – dit staat gepland per 2027 – kan de Belastingdienst de inlener en de doorlener aansprakelijk stellen voor (gezamenlijk) maximaal 35% van de factuursom, zonder verder onderzoek te doen naar de daadwerkelijke omvang van de aansprakelijkheidsschuld. De Belastingdienst mag dan dus een beroep doen op het vermoeden dat de omvang van de aansprakelijkheidsschuld 35% van de factuursom bedraagt.

Let op! Deze nieuwe aansprakelijkstelling is alleen mogelijk voor de belastingjaren vanaf 2027. Treedt de Wtta later dan op 1 januari 2027 in werking, dan is de nieuwe aansprakelijkstelling pas mogelijk voor belastingtijdvakken van inwerkingtreding van de Wtta.

Tegenbewijs omvang aansprakelijkheidsschuld

De inlener en doorlener mogen straks nog wel tegenbewijs leveren over de werkelijke omvang van de aansprakelijkheidsschuld, bijvoorbeeld op basis van stukken uit de eigen administratie.

Uitzendonderneming is standaard uitlener

Nu moet de Belastingdienst voor de aansprakelijkstelling altijd eerst onderzoeken of sprake is van uitlening of aanneming. Straks hoeft dat niet meer. Van elke onderneming die is ingeschreven in het openbaar register als toegelaten uitzendonderneming, mag de Belastingdienst aannemen dat het een uitlener is. De Belastingdienst kan dan dus op basis van de raadpleging van het register de inlenersaansprakelijkheid toepassen.

Let op! Het openbaar register is onderdeel van de Wtta.

Tegenbewijs inlener

De inlener of doorlener krijgt wel de mogelijkheid om aannemelijk te maken dat sprake is van aanneming van werk.

Vrijwaring

Stort de inlener 35% van de factuursom op de g-rekening van de uitlener en voldoet de inlener aan administratieve verplichtingen, dan geldt straks een vrijwaring.

Van zes naar drie maanden

De regels voor asielzoekers om te mogen werken gaan veranderen. Nu mogen asielzoekers die in de asielprocedure zitten na zes maanden gaan werken. Vanaf 12 juni 2026 mag dat al na drie maanden nadat hun asielprocedure is gaan lopen. 

Let op! Dit geldt alleen voor asielzoekers die een grotere kans hebben om in Nederland te mogen blijven.

Schrappen 24-weken-eis

Op dat moment wordt eveneens de 24-weken-eis officieel uit de regels geschrapt. Asielzoekers mochten maar 24 weken werken per periode van 52 weken. Dit om te voorkomen dat ze recht op een WW-uitkering zouden krijgen. Na een uitspraak van de Raad van State in november 2023 dat deze 24-weken-eis in strijd is met Europees recht, past het UWV deze ook al niet meer toe.

Nog wijzigen

Om bovenstaande regels te kunnen invoeren, moeten het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 en de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 nog worden gewijzigd. Hierover is al wel een internetconsultatie geweest. 

Let op! Voor statushouders (asielzoekers met een verblijfsvergunning) hoeft u geen TWV aan te vragen. Datzelfde geldt voor asielzoekers die vrijwilligerswerk gaan doen. De werkgever moet dan wel een vrijwilligersverklaring aanvragen.

Aanvragen werkvergunning

De werkvergunning van een asielzoeker geldt voor de duur van het Vreemdelingen Identiteitsbewijs (W-document). Het aanvragen van de vergunning gebeurt bij het UWV.

Aanleiding

Aanleiding voor het veranderen van deze regels is het EU Asiel- en migratiepact dat op 12 juni 2026 in werking treedt. Er geldt vanaf dat moment één gezamenlijk Europees asielsysteem. In het pact zitten verordeningen en een richtlijn die ervoor moeten zorgen dat de instroom van asielzoekers naar Nederland en de EU afneemt.

Vragen?

Bij vragen over werkvergunningen of werknemers uit het buitenland kan het Landelijk Steunpunt Arbeidsmigratie (LSA) ondersteuning bieden. Het LSA kan de werkgever ondersteunen vanaf het begin van de zoektocht naar nieuwe werknemers.

Arbeidsmigranten die vragen hebben over hun rechtspositie in Nederland kunnen hier een kijkje nemen.