t
0344 647 000
|

Maatregelen tegen achterstanden sociaal-medische beoordelingen WIA

Tijdelijke herinvoering snellere beoordeling 60-plussers

In de voorjaarsnota 2025 is al aangekondigd dat het UWV vanaf 1 september 2025 weer zal gaan starten met de vereenvoudigde beoordeling van werknemers die bij einde van de wachttijd 60 jaar of ouder zijn. Bij akkoord van zowel de werkgever als de werknemer, gaat deze groep over het algemeen niet meer langs de verzekeringsarts, maar alleen langs de arbeidsdeskundige. Daarna ontvangen ze veelal een WGA 80-100 uitkering tot aan de AOW-leeftijd. Deze wordt gefinancierd vanuit het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en daardoor niet toegerekend aan werkgevers.

Let op! Het UWV is inmiddels begonnen met de voorbereiding van de herinvoering van de WIA-claimbeoordeling 60-plus per 1 september 2025. De bedoeling is dat de tijdelijke invoering 2 jaar loopt en dus eindigt per 31 augustus 2027.

Huidige kwijtscheldingsbeleid WIA wordt structureel

Het huidige kwijtscheldbeleid van WIA-voorschotten wordt structureel gemaakt. Hierdoor krijgen mensen, die in afwachting van hun WIA-beoordeling een voorschot krijgen, de zekerheid dat ze dit voorschot niet terug hoeven te betalen.

Let op! Als na de WIA-beoordeling blijkt dat er in de voorschotperiode recht bestond op een WGA- of WW-uitkering, kan het voorschot wel met deze uitkeringen worden verrekend.

Voortzetten maatregel praktisch beoordelen

De maatregel praktisch beoordelen is tijdelijk ingevoerd van 1 juli 2024 tot 1 juli 2027. Werkt iemand bij een WIA-aanvraag, dan wordt het arbeidsongeschiktheidspercentage bij praktisch beoordelen bepaald aan de hand van het inkomen dat met dat werk verdiend wordt. Het plan is om deze maatregel vanaf 1 juli 2027 voort te zetten.

Medisch advies bedrijfsarts leidend

Demissionair minister van SZW is ook van plan om het medisch advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de zieke werknemer leidend te maken bij de toets van het UWV op re-integratie inspanningen. Hierdoor zullen loonsanctie door een medisch verschil van inzicht tussen de bedrijfsarts en de verzekeringsarts zich niet meer voordoen.

Let op! De demissionaire minister streefde er naar om een wetsvoorstel met deze maatregel voor de zomer 2026 bij de Tweede Kamer in te dienen. Het is uiteraard nog niet bekend of dit voornemen door het nieuwe kabinet straks wordt overgenomen.

Overzicht betalen en ontvangen

De wijzigingsmogelijkheid is opgenomen in het overzicht ‘betalen en ontvangen’, dat een onderdeel is van uw persoonlijke site op Mijn Belastingdienst. In dit overzicht kunt u zien welke bedragen u voor een aantal belastingen en toeslagen nog aan de Belastingdienst moet betalen en welke u nog ontvangt.

Efficiency

De nieuwe mogelijkheid is een stuk efficiënter. Tot nu toe moest voor een wijziging van het rekeningnummer een machtigingsformulier worden aangevraagd, dat na invulling van de benodigde gegevens moest worden opgestuurd. Nu is nog slechts uw DigiD en uw bankapp nodig.

Wijziging per direct

Een wijziging van het bankrekeningnummer treedt per direct in werking. Het is nog niet mogelijk een latere ingangsdatum in te voeren. Het kan echter voorkomen dat een afschrijving nog van het oude bankrekeningnummer plaatsvindt als een wijziging vlak vóór het moment van afschrijving is doorgegeven. In dat geval zal vanaf de volgende afschrijving het nieuwe bankrekeningnummer worden gebruikt. 

Let op! Het inzien en wijzigen van een bankrekeningnummer kan ook worden gedaan door een gemachtigde.

Bevestiging

U krijgt direct te zien of een wijziging gelukt is, of dat de Belastingdienst dit nog aan het verwerken is. In dat geval kunt u op een later moment de wijziging nog eens controleren. U ontvangt ook altijd een schriftelijke bevestiging. 

Tip! Online wijzigen is niet verplicht, dus u kunt desgewenst wijzigingen ook schriftelijk door blijven geven.

1. 52% belasting over de auto van de zaak met CO2-uitstoot?

Het plan is om op Prinsjesdag 2025 een 52% pseudo-eindheffing voor een auto met CO2-uitstoot in de loonbelasting in een wetsvoorstel op te nemen. Als dit plan doorgaat, is een werkgever vanaf 2027, als hij aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking stelt, 52% belasting verschuldigd over de bijtelling van de auto van de zaak. De pseudo-eindheffing geldt niet als de auto geen CO2 uitstoot of als de auto niet voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld.

2. Wijzigingen minimumloon

De verwachting is dat op Prinsjesdag 2025 een aantal wijzigingen met betrekking tot het minimumloon wordt voorgesteld. In de Voorjaarsnota 2025 was namelijk al afgesproken om het minimumjeugdloon per 1 januari 2027 voor een 20-jarige te verhogen van 80 naar 87,5%, voor een 19-jarige van 60 naar 75%, voor een 18-jarige van 50 naar 62,5%, voor een 17-jarige van 39,5 naar 50% en voor een 16-jarige van 34,5 naar 40% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder.

Begin juli 2025 kondigde de demissionaire minister van OCW aan om vanaf 2027 ook de zogenaamde bbl-loonstaffel af te schaffen. Studenten die een beroepsbegeleidende leerweg op het mbo volgen, krijgen dan vanaf 2027 ook recht op het volledige minimumjeugdloon dat hoort bij hun leeftijd.

Verder heeft het kabinet voorgesteld om het percentage dat werkgevers voor huisvestingskosten mogen inhouden op het minimumloon vanaf 2026 jaarlijks te verlagen met 5%.

3. Hoger forfait overige bezittingen en lager heffingsvrij vermogen in box 3

Al meerdere keren aangekondigd en op Prinsjesdag 2025 dus verwacht, is de verhoging in 2026 en 2027 van het forfaitair rendement voor overige bezittingen in box 3 naar 7,78%. Ook aangekondigd is de verlaging van het heffingsvrije vermogen van € 57.684 (in 2025) naar € 51.396 in 2026 en 2027.

4. Andere wijzigingen inkomstenbelasting

Ook in de inkomstenbelasting wordt een aantal wijzigingen met Prinsjesdag 2025 verwacht. Zo is de verlaging van de stakingsaftrek van € 3.630 naar € 908 aangekondigd en de volledige afschaffing hiervan per 2030. Ook wil men per 2027 de meewerkaftrek verminderen met 75% en per 2030 volledig afschaffen. Daarnaast is aangekondigd dat de belastingschijven en heffingskortingen minder gecorrigeerd worden voor de inflatie (de inflatiecorrectie wordt maar voor 46,2% in plaats van 51% toegepast).

5. Ongelijke verdeling goederengemeenschap en verrekenbeding fiscaal aangepakt

In het Belastingplan 2026 zal een wetswijziging worden opgenomen die ervoor zorgt dat schenk- of erfbelasting wordt geheven bij elke ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap of bij elk toegepast verrekenbeding, waarbij aan een partner meer toekomt dan de helft van de gemeenschap of de te verrekenen som. Aanleiding is een arrest van de Hoge Raad, waarbij de uitkomst was dat een ongelijke verdeling van 90%-10% niet in strijd was met de wet. Het inmiddels demissionaire kabinet vindt dit ongewenst. Hoewel de constructie die het kabinet wil bestrijden gaat om wijzigingen van goederengemeenschappen en verrekenbedingen in het zicht van overlijden, pakt het kabinet met deze wetswijziging alle ongelijke verdelingen aan. Dit geldt dus ook voor verdelingen die niet gemaakt zijn in het zicht van overlijden.

Let op! Alleen ongelijke verdelingen die in de goederengemeenschap of een verrekenbeding zijn overeengekomen vóór 18 april 2025 worden niet door de wetswijziging getroffen.

6. Versoepeling pseudo-eindheffing RVU verlengd tot en met 2028

In de Voorjaarsnota 2025 was een versoepeling pseudo-eindheffing RVU opgenomen. Het voorstel hiertoe wordt op Prinsjesdag 2025 verwacht. De versoepeling houdt in dat tot een bedrag van de drempelvrijstelling (in 2025 € 2.273 per maand) geen 52% pseudo-eindheffing verschuldigd is. Het plan is om deze versoepeling met drie jaar te verlengen tot en met 2028. Voorwaarde is dat de RVU’s beheerst en gerichter worden ingezet voor werknemers die door de zwaarte van hun werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. Daarnaast is budget opgenomen om de drempelvrijstelling met € 300 per maand te verhogen.

Let op! Ter dekking van de verlenging en de verhoging neemt de pseudo-eindheffing vanaf 2026 in stappen toe tot 65% in 2028.

7. Geen btw-verhoging cultuur, sport en media

Eind vorig jaar werd de btw-verhoging van 9 naar 21% op cultuur, sport en media aangenomen. Deze btw-verhoging zou ingaan per 1 januari 2026. Aangekondigd is dat op Prinsjesdag 2025 een wetswijziging aan de Tweede Kamer wordt aangeboden waarin deze btw-verhoging weer wordt teruggedraaid. Het btw-tarief blijft dan vanaf 1 januari 2026 9%.

Let op! De btw-verhoging op het kort verblijf in het kader van hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijf gaat wel door. Vanaf 1 januari 2026 geldt hier een btw-tarief van 21% in plaats van 9%.

Let op! De hiervoor beschreven voorstellen zijn een selectie van verwachte wetswijzigingen. Deze zijn bovendien nog (lang) niet definitief. Zo moeten ze op Prinsjesdag 2025 eerst nog aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Daarna moeten de voorstellen ook nog door zowel de Tweede als de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

LKV doelgroep banenafspraak structureel

De huidige maximale periode van drie jaar voor het verkrijgen van het loonkostenvoordeel (LKV) voor werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak wordt vanaf 2026 een structurele tegemoetkoming. U heeft hier vanaf 2026 dus recht op, zolang aan de voorwaarden voor dit LKV wordt voldaan.

Verbreding én inkrimping doelgroep banenafspraak

Aan de doelgroep banenafspraak worden toegevoegd:

  • Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en werkzaam zijn bij een reguliere werkgever, en
  • mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie.

Let op! Uit de doelgroep banenafspraak worden scholingsbelemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk verwijderd. Vanaf 2026 bestaat voor deze doelgroepen geen recht meer op LKV.

Geen doelgroepverklaring

Voor het LKV banenafspraak hoeft u vanaf 2026 geen doelgroepverklaring meer te hebben. U moet wel in het doelgroepregister van het UWV nakijken of de betreffende werknemer is opgenomen.

Let op! Dit geldt specifiek voor dit LKV. Voor het LKV arbeidsbeperkte werknemers zult u nog wel een doelgroepverklaring nodig hebben.

Bonusregeling

Er komt vanaf een nog nader te bepalen ingangsdatum een soort bonusregeling. Deze houdt in dat wanneer er een extra heffing komt voor werkgevers omdat onvoldoende werknemers uit de doelgroep banenafspraak aan het werk zijn, de bedragen voor dit LKV substantieel verhoogd worden en de werkgever nog steeds een voordeel kan behalen.

Let op! Het plan is om vanaf op zijn vroegst 1 juli 2026 het onderscheid tussen marktwerkgever en overheidswerkgevers in de Wet banenafspraak op te heffen. Daarmee wordt de laatste belemmering weggenomen voor de uitvoerbaarheid van de quotumregeling. Dat wil overigens nog niet zeggen dat deze dan per 1 juli 2026 ook wordt geactiveerd.

Verdere verbreding doelgroep banenafspraak

In aparte wetsvoorstellen wordt nog een verdere verbreding van de doelgroep banenafspraak uitgewerkt met:

  • mensen in de WIA die niet zelfstandig het WML kunnen verdienen, en
  • mensen in de WW die vergelijkbare kenmerken hebben als mensen in de banenafspraak, en
  • schrappen leeftijdscriteria doelgroep mensen die alleen dankzij een voorziening het WML kunnen verdienen.