Vraag Nederlands kenteken aan voor Oekraïense auto
Regeling tijdelijke vrijstelling mrb en bpm
Met de regeling Tijdelijke vrijstelling mrb en bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) voor ontheemden uit de Oekraïne kan een vrijstelling van Nederlandse mrb en bpm worden verkregen. Hiervoor moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
- de vluchteling is met het motorrijtuig naar Nederland gekomen, en
- het motorrijtuig (personenauto, bestelauto of motor) is ingeschreven in het Oekraïense kentekenregister.
Let op! De regeling is al een paar keer verlengd, maar eindigt nu op 4 maart 2025.
Wel eerst aanmelden bij de Belastingdienst
De tijdelijke vrijstelling geldt alleen als de Oekraïense vluchteling zich hiervoor bij de Belastingdienst heeft aangemeld. Dat hoeft maar één keer en dus niet elke keer bij een verlenging opnieuw. Oekraïense vluchtelingen die nog geen gebruikmaken van de regeling, kunnen zich nog altijd aanmelden. U leest hier hoe dat moet.
Bpm-vrijstelling op aanvraag
Voor de bpm kan de Oekraïense vluchteling een vrijstelling aanvragen. Als die vrijstelling wordt toegekend, hoeft hij ook vanaf 5 maart 2025 geen bpm te betalen. Aanvragen kan via het formulier Aanvraag vrijstelling bpm voor motorrijtuig uit Oekraïne. Voorwaarden voor deze vrijstelling zijn:
- de vluchteling kwam uit Oekraïne naar Nederland en nam zijn motorrijtuig mee,
- het motorrijtuig hoort bij zijn inboedel en hij gebruikt het voor hetzelfde doel waarvoor hij het ook in de Oekraïne gebruikte, en
- hij had het minimaal zes maanden voordat hij naar Nederland kwam al in bezit en in gebruik.
Let op! Als de vrijstelling verkregen is, mag de vluchteling het motorrijtuig binnen één jaar nadien niet verkopen, verhuren of uitlenen. Hij mag het motorrijtuig wel uitlenen aan inwonende gezinsleden met een rijbewijs.
Wel mrb vanaf 5 maart 2025
Door het beëindigen van de regeling moeten Oekraïense vluchtelingen vanaf 5 maart 2025 wel mrb gaan betalen. Hiervoor moet het motorrijtuig uiterlijk op 4 maart 2025 voorzien zijn van Nederlandse kentekenplaten.
Tip! Het aanvragen van Nederlandse kentekenplaten kan veel tijd kosten. Het is daarom verstandig om de aanvraag zo snel mogelijk in te dienen.
Aanvragen Nederlandse kentekenplaten
Het aanvragen van Nederlandse kentekenplaten gaat als volgt:
- Als eerste moet de vrijstelling bpm aangevraagd worden.
- Na ontvangst van de brief waarin de bpm-vrijstelling wordt toegekend, laat de Oekraïner het motorrijtuig controleren bij de RDW. Meer informatie daarover is te vinden op rdw.nl/ukraine.
- Als deze is goedgekeurd, moet er aangifte bpm gedaan worden met het formulier Aangifte melding of opgaaf bpm. De Belastingdienst verwerkt deze aangifte, waarna de RDW het motorrijtuig registreert en een kentekenbewijs uitreikt.
- Daarna kunnen Nederlandse kentekenplaten gemaakt laten worden en bevestigd worden op het motorrijtuig.
- Zodra het motorrijtuig bij de RDW is geregistreerd gaat de mrb lopen. De Belastingdienst stuurt hiervoor een rekening mrb. Dit kan betekenen dat de Oekraïense vluchteling al vóór 5 maart 2025 mrb gaat betalen. Wachten met aanvragen tot het laatste moment is echter onverstandig, omdat het gehele proces veel tijd kan kosten.
Let op! Vergeet ook niet minimaal een WA-verzekering af te sluiten. Mogelijk moet het motorrijtuig ook nog APK gekeurd worden.
Let op! Deze uitspraak is dus van belang in zaken die spelen ná de wetsaanpassing van 1 januari 2022.
Eigenrisicodrager WGA
De thuiszorgorganisatie is een zogenoemde eigenrisicodrager voor de WIA. Dit houdt in dat het bedrijf zelf na twee jaar ziekte van de werknemer het risico draagt voor de WIA-uitkering als daar recht op is. Dit betekent dat hij zowel in financieel opzicht verantwoordelijk is, als ook een re-integratieplicht heeft. Als een werknemer recht heeft op een WIA-uitkering, stelt het UWV de eigenrisicodrager van die toekenning op de hoogte met de mededeling dat de uitkering voor rekening van de eigenrisicodrager komt (toerekening). Het UWV betaalt vervolgens de WIA-uitkering aan de werknemer en factureert die kosten maandelijks aan de eigenrisicodrager (verhaal).
Casus
Nadat de werknemer twee jaar arbeidsongeschikt was geweest, vroeg zij een WIA-uitkering aan bij het UWV. Het UWV kon door achterstanden niet op tijd vaststellen of de werknemer recht had op een WIA-uitkering.
Toerekening voorschotten
In afwachting van de WIA-keuring, keerde het UWV daarom voorschotten uit aan de werknemer van de thuiszorgorganisatie. Deze voorschotten werden door het UWV aan de thuiszorgorganisatie toegerekend. Tegen dit besluit ging de thuiszorgorganisatie in beroep. Van de rechtbank kreeg de thuiszorgorganisatie gelijk. Het UWV was het hiermee niet eens en stelde hoger beroep in.
Wijziging van WIA
Op 1 januari 2022 is de WIA gewijzigd en is een bepaling opgenomen dat het UWV WIA-voorschotten mag verhalen op eigenrisicodragers. In de gewijzigde wet staat echter niet expliciet dat het UWV de voorschotten ook mag toerekenen aan de eigenrisicodrager. Volgens de CRvB zou de gewijzigde bepaling over het verhalen van voorschotten zinloos zijn als het UWV deze niet zou mogen toerekenen. Het toerekenen van de voorschotten is namelijk een noodzakelijke stap om de voorschotten te kunnen verhalen op de eigenrisicodragers.
Uitspraak rechter
De CRvB geeft het UWV dus gelijk. Het UWV mocht de betaalde voorschotten in rekening brengen bij de thuiszorgorganisatie. Eerder oordeelde de CRvB dat het UWV dit niet mocht. Maar die zaak speelde vóór de wetswijziging van 1 januari 2022.
Wanneer gericht vrijgesteld?
Sinds dit jaar kunt u als werkgever onder voorwaarden een ov-kaart aan uw werknemer vrijgesteld van loonheffingen verstrekken of vergoeden. Dat kon voor die tijd ook al, maar daarvoor golden verschillende en strengere voorwaarden. Vanaf 2024 geldt alleen nog maar als voorwaarde dat uw werknemer de ov-kaart ook (in ieder geval in enige mate) gebruikt voor zakelijke reizen en/of woon-werkverkeer.
Terminologie aangepast
Bij een ov-kaart kan het gaan om een ov-abonnement of een voordeelurenkaart. In de praktijk bestond onduidelijkheid over de vraag wat onder een ov-abonnement en wat onder een voordeelurenkaart moest worden verstaan. De voorgestelde wijzigingen bevatten daarom ook een wijziging van de gebruikte terminologie. Vanaf 2025 wordt de voorkeur gegeven aan algemene omschrijvingen, waarmee de regelingen ook toekomstbestendig worden gemaakt. Er wordt in de wet daarom opgenomen dat het gaat om de mogelijkheid om vrij te reizen met het openbaar vervoer of om het verlenen van korting op de prijs van het openbaarvervoersbewijs.
Praktijk blijft gelijk
Aan de gerichte vrijstelling verandert in de praktijk eigenlijk niets. De voorwaarde is en blijft dat de ov-kaart ook (in ieder geval in enige mate) gebruikt wordt voor zakelijke reizen en/of woon-werkverkeer. Het maakt daarbij niet uit of uw werknemer de kaart ook gebruikt voor privéreizen.
Niet alleen Nederlands openbaar vervoer
Met de aanpassing van de wet wordt vanaf 2025 ook het onderscheid weggenomen tussen Nederlands openbaar vervoer en reizen met ander openbaar vervoer. Er is naar oordeel van het kabinet namelijk geen goede reden om dit onderscheid te handhaven.
Let op! Deze wijzigingen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.
Wat speelde er?
Een werknemer werd op staande voet ontslagen door de stichting waar hij werkte. De werknemer moest een schadevergoeding aan de werkgever betalen, omdat hij de werkgever reden had gegeven om hem te ontslaan. De schadevergoeding betrof loon over de niet in acht genomen opzegtermijn, oftewel de gefixeerde schadevergoeding. Dit loon was dus nooit uitbetaald. De Belastingkamer van het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat deze schadevergoeding op het moment van betaling door de werknemer negatief loon vormde.
De werknemer was de mening toegedaan dat het betaalde negatieve loon aan de stichting gebruteerd zou moeten worden, waardoor er een bedrag als loonheffing in aanmerking moest worden genomen. Het geschil ging over de vraag of de door de inspecteur opgelegde aanslag naar het juiste bedrag is opgelegd en welk bedrag als verrekenbare voorheffing in aanmerking moest komen.
Geen brutering of verrekende loonheffing
De inspecteur is van mening dat hier geen sprake is van brutering van de gefixeerde schadevergoeding, dan wel verrekening van de loonheffing ter zake van die vergoeding. In 2012 had de stichting een bedrag aan nettosalaris dat zij aan de werknemer verschuldigd was, verrekend met de schadevergoeding die zij van de werknemer claimde. Er was geen sprake van brutering.
Oordeel rechter
Bij brutering van de vordering tot terugbetaling van ten onrechte genoten loon, wordt het destijds door een werknemer ontvangen nettoloon verhoogd met de belasting die de werkgever daarover heeft afgedragen. Een werknemer betaalt dan het bedrag aan de werkgever.
Deze werknemer heeft evenwel niet het gebruteerde bedrag betaald, maar hetgeen waartoe hij door de rechtbank veroordeeld was. Over die schadevergoeding heeft de stichting geen loonheffing ingehouden of anderszins betaald. Daarom gaat de vergelijking met terugbetaling van loon niet op.
Geen loonbelasting over de betreffende schadevergoeding
Er is geen reden te oordelen dat de werknemer een groter bedrag als negatief loon in aftrek zou kunnen brengen dan hij daadwerkelijk aan de stichting heeft betaald. Ook kon de werknemer geen bedrag aan loonbelasting verrekenen dat niet is geheven. De aanslag is naar het oordeel van de rechtbank juist opgelegd en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.