t
0344 647 000
|

Bezwaar tegen de belastingrente

Belastingrente in strijd met evenredigheidsbeginsel

Rechtbank Noord-Nederland oordeelde op 7 november 2024 dat de belastingrente die de Belastingdienst berekent over aanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

Aanwijzing massaal bezwaar

Naar aanleiding van deze uitspraak zijn veel bezwaarschriften tegen de belastingrente bij de Belastingdienst binnengekomen. Daarom zijn inmiddels bezwaren tegen de vanaf 1 oktober 2020 in rekening gebrachte belastingrente aangewezen als massaal bezwaar. Dit betekent dat de Belastingdienst nu nog geen uitspraak doet op deze bezwaren, maar deze aanhoudt. Als de diverse vragen over de belastingrente in de rechtspraak definitief zijn beantwoord, doet de Belastingdienst één gezamenlijke collectieve uitspraak op alle bezwaren.

Let op! De uitspraak van de rechtbank ligt inmiddels bij de Hoge Raad. De Hoge Raad geeft iedereen die dat wil tot en met vrijdag 20 juni 2025 de gelegenheid om schriftelijk te reageren op de door de staatssecretaris geformuleerde rechtsvragen in de massaalbezwaarprocedure.

Maak wel op tijd bezwaar!

Uw bezwaar loopt alleen mee in de massaalbezwaarprocedure, als dit bezwaar op tijd is ingediend. Op tijd betekent binnen zes weken na dagtekening van de aanslag.

Let op! Is op uw voorlopige aanslag belastingrente berekend, dan moet u eerst een verzoek om herziening van de voorlopige aanslag indienen. De Belastingdienst wijst dit verzoek dan af en daartegen kunt u in bezwaar. Als dit bezwaar tijdig is gedaan, loopt dit mee in de massaalbezwaarprocedure.

Overleg

Deed de Belastingdienst al vóór 7 februari 2025 (o.a. Vpb) of vóór 7 mei 2025 (o.a. inkomstenbelasting, btw, loonbelasting en dividendbelasting) uitspraak op uw bezwaar, dan kan het zijn dat uw bezwaar niet meeloopt in de massaalbezwaarprocedure. Hetzelfde geldt voor andere bezwaren dan de belastingrente die opgenomen zijn in uw bezwaarschrift. Heeft u hier vragen over of heeft u andere vragen? Neem dan contact op met onze adviseur. Wij helpen u graag verder.

Winst of resultaat uit overige werkzaamheden?

Onlangs werd voor de rechtbank Noord-Holland een procedure gevoerd over de vraag of positief behaalde resultaten met daytrading belast zijn in box 1. In de betreffende zaak ging het om een daytrader die met zijn voormalige werkgever een samenwerkingsovereenkomst inzake daytrading was aangegaan. Hiermee behaalde hij positieve resultaten die varieerden van € 137.000 tot meer dan € 800.000 per jaar. 

Volgens de inspecteur diende dit resultaat te worden aangemerkt en belast als winst uit onderneming of als resultaat uit overige werkzaamheden (row). Volgens de daytrader diende het vermogen belast te worden in box 3.

Bron van inkomen

De rechtbank stelde dat het resultaat belast zou zijn als winst of row als er sprake zou zijn van een bron van inkomen. Hiervoor is vereist dat er deelname is aan het economische verkeer, gericht op het behalen van voordeel en dat dit voordeel ook redelijkerwijs te verwachten is. Partijen verschilden van mening over de vraag of aan de laatste eis, dus dat een voordeel redelijker wijs te verwachten is, werd voldaan.

Voordeel redelijkerwijs te verwachten?

Ondanks de forse positieve resultaten gedurende vele jaren, komt de rechtbank tot de conclusie dat niet redelijkerwijs te verwachten was dat de daytrader voordeel zou behalen met zijn handelen. De rechtbank acht daytrading speculatief van aard, in een open markt, waarbij koersbewegingen niet te voorspellen zijn. De verrichte hoeveelheid arbeid is bovendien niet van invloed op het resultaat.

Resultaat staat los van speculatieve karakter

De positieve resultaten staan volgens de rechtbank ook los van het speculatieve karakter van daytrading. Ook het samenwerkingsverband met zijn ex-werkgever maken niet dat koersen beter voorspeld kunnen worden, aldus de rechtbank. Ook was er hierdoor geen sprake van lagere transactiekosten.

Collega’s minder succesrijk

De daytrader voerde tevens aan dat enkele collega’s een stuk minder succesvol waren geweest en enkelen zelfs een resultaat hadden behaald van enkele tonnen negatief. De rechtbank was het dan ook met hem eens dat het resultaat onbelast diende te blijven en er belastingheffing in box 3 diende te volgen.

Huidige vliegbelasting: vast bedrag

Vanaf 2021 wordt in Nederland een vliegbelasting geheven. De belasting betreft een vast bedrag per vertrekkende passagier van in 2025 € 29,40.

Gedifferentieerde vliegbelasting vanaf 2027

Het kabinet wil de vliegbelasting vanaf 1 januari 2027 gedifferentieerd maken, afhankelijk van de gevlogen afstand. Hoe langer de afstand des te hoger de vliegbelasting vanwege de hogere totale uitstoot. 

Belastingplan 2026

De plannen om de vliegbelasting gedifferentieerd te maken zijn nog niet definitief. Het plan is om een en ander op te nemen in een los wetsvoorstel in het Belastingplanpakket 2026 dat op Prinsjesdag 2025 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Daarna moeten zowel de Tweede als de Eerste Kamer nog instemmen.

Let op! Begin 2025 vond er een internetconsultatie plaats over de differentiatie van de vliegbelasting. Tijdens de internetconsultatie stonden de precieze maatvoering en vormgeving van de differentiatie van de vliegbelasting nog niet vast. Ook uit de Voorjaarsnota 2025 wordt daarover nog niet meer duidelijk, behalve dat de structurele extra opbrengst in de vliegbelasting naar het prijspeil van 2025 € 257 miljoen per jaar moet gaan bedragen.

Belastingrente in strijd met evenredigheidsbeginsel

Rechtbank Noord-Nederland oordeelde op 7 november 2024 dat de belastingrente die de Belastingdienst berekent over aanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Naar aanleiding van deze uitspraak zijn veel bezwaarschriften tegen de belastingrente bij de Belastingdienst binnengekomen.

Aanwijzing massaal bezwaar

Daarom zijn vanaf 7 februari 2025 de bezwaren tegen de vanaf 1 oktober 2020 in rekening gebrachte belastingrente voor de Vpb aangewezen als massaal bezwaar. Dit gold echter nog niet voor de bezwaren tegen de in rekening gebrachte belastingrente voor de IB. Daar is met ingang van 8 mei 2025 verandering in gekomen. Vanaf die datum zijn ook de bezwaren tegen de vanaf 1 oktober 2020 in rekening gebracht belastingrente voor de IB en onder meer de erfbelasting, loonbelasting, dividendbelasting, omzetbelasting, overdrachtsbelasting en de bpm als massaal bezwaar aangewezen.

Wat betekent dit?

De aanwijzing als massaal bezwaar betekent dat de Belastingdienst nu nog geen uitspraak doet op deze bezwaren, maar deze aanhoudt. Als de diverse vragen over de belastingrente in de rechtspraak definitief zijn beantwoord, doet de Belastingdienst één gezamenlijke collectieve uitspraak op alle bezwaren.

Wel tijdig bezwaar maken!

U kunt bij deze massaalbezwaarprocedure aansluiten. Daarvoor moet u tijdig, dat wil zeggen binnen zes weken na dagtekening van de aanslag, bezwaar maken tegen de belastingrente.

Let op! U kunt nu dus niet achteroverleunen en de gerechtelijke uitspraken afwachten, maar u moet bij een aanslag met belastingrente in actie komen!

Uitspraak bezwaar vóór 7 mei of 7 februari 2025?

Maakte u bezwaar, maar deed de Belastingdienst al vóór 7 mei 2025 uitspraak op dit bezwaar? Dan valt u niet onder het massaal bezwaar. U moet dan in beroep bij de rechtbank om uw rechten veilig te stellen. Deze bepaling geldt voor de IB en onder meer de erfbelasting, loonbelasting, dividendbelasting, omzetbelasting, overdrachtsbelasting en de bpm.

Let op! Voor de belastingrente op een aanslag Vpb geldt dat u niet onder het massaal bezwaar valt, als de Belastingdienst vóór 7 februari 2025 al uitspraak deed.

Andere werkwijze bij voorlopige aanslagen

Is op een voorlopige aanslag belastingrente berekend, dan geldt een andere – helaas omslachtige – werkwijze. Tegen de belastingrente op een voorlopige aanslag kunt u namelijk niet rechtstreeks in bezwaar. U moet eerst een verzoek om herziening van de voorlopige aanslag indienen. De Belastingdienst wijst dit verzoek dan af en daartegen kunt u in bezwaar. Als dit bezwaar tijdig is gedaan, valt dit in de massaalbezwaarprocedure.

Let op! U kunt niet volstaan met alleen een bezwaar tegen de definitieve aanslag waarmee de voorlopige aanslag verrekend wordt. De belastingrente, die berekend is op de voorlopige aanslag, loopt dan namelijk niet in het bezwaar mee. U moet daarom ook een verzoek om herziening van de voorlopige aanslag doen én tegen de afwijzing daarvan bezwaar maken.

Nog andere bezwaren?

Zijn in uw bezwaar ook nog andere bezwaren opgenomen dan de belastingrente, dan doet de Belastingdienst op die andere bezwaren wel al een uitspraak. Wijst de Belastingdienst deze andere bezwaren (gedeeltelijk) af, dan kunt u daartegen in beroep bij de rechtbank.

Tip! Heeft u vragen over uw situatie en wat u moet doen? Neem dan contact op met een van onze adviseurs. Wij helpen u graag verder.