Belastingrente op een aanslag Vpb: waar staan we nu?
Hoge Raad: belastingrente Vpb te hoog
De Hoge Raad oordeelde op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend wordt op een aanslag Vpb te hoog is. Daarbij gaf de Hoge Raad aan dat het belastingrentepercentage moet worden vastgesteld op het percentage dat voor andere belastingen geldt.
Massaalbezwaarprocedure
De meeste bezwaren tegen de belastingrente op een aanslag Vpb zijn aangewezen als massaal bezwaar. Dat betekent dat de Belastingdienst niet op elk bezwaar individueel een uitspraak doet, maar één collectieve uitspraak op bezwaar voor alle bezwaren Vpb in de massaalbezwaarprocedure. De Belastingdienst doet deze uitspraak uiterlijk 26 februari 2026.
Vervolgens past de Belastingdienst binnen zes maanden die collectieve uitspraak toe op alle bezwaren Vpb in de massaalbezwaarprocedure. U ontvangt daarover automatisch bericht van de Belastingdienst.
Inhoud collectieve uitspraak op bezwaar
De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer op 13 februari 2026 geïnformeerd over de inhoud van de collectieve uitspraak op bezwaar: Het arrest van de Hoge Raad is ook van toepassing op de belastingrente Vpb vanaf 2024. Eerder bestond daar nog twijfel over. Dit betekent dat de Belastingdienst alle bezwaren over het belastingrentepercentage voor de Vpb gaat toewijzen. het oordeel van de Hoge Raad gaat dus gelden voor alle jaren vanaf het jaar 2022.
Hoogte belastingrente Vpb
Na de collectieve uitspraak op bezwaar gaat de Belastingdienst de belastingrente voor de Vpb verlagen van de percentages in de tweede kolom naar de percentages in de laatste kolom van onderstaande tabel:
| Periode | Vpb | Andere belastingen |
| 1-1-2022 t/m 30-06-2023 | 8% | 4% |
| 1-7-2023 t/m 31-12-2023 | 8% | 6% |
| 1-1-2024 t/m 31-12-2024 | 10% | 7,5% |
| 1-1-2025 t/m 31-12-2025 | 9% | 6,5% |
| Vanaf 1-1-2026 | 7,5% | 5% |
Dagtekening aanslag ná 16 januari 2026
De Belastingdienst meldt dat alle belastingaanslagen Vpb met een te hoog belastingrentepercentage die een dagtekening hebben ná 16 januari 2026 automatisch verlaagd worden. U hoeft hier dus zelf geen actie voor te ondernemen, maar houd er rekening mee dat de automatische verlaging nog wel op zich laat wachten.
Let op! De rentepercentages zijn in de IT-systemen van de Belastingdienst inmiddels aangepast. Nieuwe aanslagen Vpb zouden daarom met de juiste, lagere, belastingrentepercentages berekend moeten worden.
Dagtekening aanslag tot en met 16 januari 2026
Heeft uw belastingaanslag Vpb een dagtekening tot en met 16 januari 2026 en maakte u op tijd bezwaar, dan loopt de aanslag mee in de massaalbezwaarprocedure zoals hiervoor beschreven. U krijgt dan binnen zes maanden na de collectieve uitspraak automatisch bericht van de Belastingdienst.
Dagtekening aanslag vóór 5 december 2025
Heeft uw belastingaanslag Vpb een dagtekening vóór 5 december 2025 en maakte u niet op tijd bezwaar, dan stond uw aanslag op 16 januari 2026 (de dag van de uitspraak van de Hoge Raad) al onherroepelijk vast. Het arrest van de Hoge Raad geldt dan helaas niet voor u. De Belastingdienst zal verzoeken om ambtshalve vermindering van deze aanslagen afwijzen.
Dagtekening aanslag vanaf 5 december 2025 tot en met 16 januari 2026
Heeft uw belastingaanslag Vpb een dagtekening vanaf 5 december 2025 tot en met 16 januari 2026 en maakte u niet op tijd bezwaar, dan geldt het arrest van de Hoge Raad wel voor u. Mogelijk moet u daarvoor nog een verzoek om ambtshalve vermindering doen. Hierover wordt hopelijk meer bekend op het moment dat de Belastingdienst de collectieve uitspraak op bezwaar doet.
Let op! Ligt de dagtekening van uw belastingaanslag Vpb met belastingrente op of vóór 16 januari 2026 en is de bezwaartermijn nog niet verlopen? Maak dan zekerheidshalve op tijd bezwaar. Hiermee voorkomt u een onnodige discussie met de Belastingdienst op een later moment.
Let op! Tegen de belastingrente op een voorlopige aanslag Vpb kunt u een verzoek tot vermindering indienen uiterlijk tot zes weken na de dagtekening van de definitieve aanslag. Het lijkt erop dat de Belastingdienst de belastingrente op de voorlopige aanslag niet automatisch vermindert, zonder dat daar een verzoek voor gedaan is. Een tijdig verzoek om vermindering is daarom raadzaam.
Belastingrente overige belastingen
De Hoge Raad gaf in het oordeel op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – ook mee dat de belastingrente voor overige belastingen (bijvoorbeeld de inkomstenbelasting) niet te hoog is. De Belastingdienst gaat al deze bezwaren in een collectieve uitspraak op bezwaar afwijzen. U krijgt daarvan niet zelf apart bericht van.
Let op! In de vakliteratuur wordt erop gewezen dat het arrest van de Hoge Raad mogelijk geen volledig uitsluitsel geeft over de belastingrente voor overige belastingen vanaf 1 januari 2024. Hoewel een ander oordeel voor de periode vanaf 1 januari 2024 niet te verwachten is, is op dit moment niet uit te sluiten dat hier mogelijk nog een proefprocedure over gestart wordt.
Let op! Het coalitieakkoord omvat de plannen van het minderheidskabinet. Deze plannen zijn nog niet in detail uitgewerkt. Daarnaast moet het minderheidskabinet nog onderhandelen met andere partijen in de Tweede en Eerste Kamer om hiervoor een meerderheid te krijgen. Houd er daarom rekening mee dat bepaalde zaken niet doorgaan of alleen in gewijzigde vorm.
Slanke en slagvaardige overheid
De coalitie wil bouwen aan een slanke en slagvaardige overheid, onder meer door een periodieke Vereenvoudigingswet, waarbij gestart wordt met het schrappen en vereenvoudigen van minimaal 500 regels. Andere voornemens zijn onder meer een efficiencytaakstelling, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen.
Ondernemers
De coalitie erkent dat ondernemers cruciaal zijn voor het bereiken van meer economische groei, voor brede welvaart en voor de uitdagingen van de toekomst. De coalitie wil daarom de ondernemer faciliteren en rust, reinheid en regelmaat creëren door onder meer de volgende plannen:
- Jaarlijks schrappen of vereenvoudigen van 500 regels (verminderen regeldruk).
- Versnellen van vergunningsverlening voor bedrijven.
- Behouden en niet versoberen van de expatregeling, de bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling.
- WBSO uitbreiden voor ontwikkeling van AI en technologie en vereenvoudigen van de WBSO.
- Behouden van innovatiebox, verliesverrekening en deelnemingsvrijstelling.
- Samenvoegen van de EIA, MIA en VAMIL, waar mogelijk tot één robuuste investeringsregeling.
- Niet verhogen van de vennootschapsbelasting.
- Rentmeestervennootschap in de wet opnemen als rechtsvorm voor bedrijven en verlagen van administratieve lasten en kosten voor bedrijven die duurzaam willen ondernemen.
- Oprichten van een Nationale Investeringsinstelling (NII) om de Nederlandse kapitaalmarkt te versterken, onder meer met durfkapitaal voor start- en scale-ups.
- Kredieten voor het mkb, zoals de BMKB, blijven faciliteren.
- Zes nieuwe openstellingsrondes SDE++ tot en met 2032, met een jaarlijks openstellingsbudget van € 8 miljard voor de uitrol van duurzame energiebronnen.
- Budget van € 20 miljard voor de landbouw, natuur en stikstofaanpak, onder meer voor een vrijwillige beëindigingsregeling van veehouderijlocaties, het bieden van incidentele compensatie in zones rondom kwetsbare natuurgebieden en watergebieden, subsidiëring van maatregelen die de stikstofuitstoot van agrarische bedrijven verlagen middels verduurzaming van de bedrijfsvoering en maatregelen met een significante verlaging van stikstof-/ammoniakemissies in de industrie en de mobiliteit.
Let op! Er is ook een aantal plannen die bij bepaalde ondernemers minder goed ontvangen zullen worden, onder meer de verhoging van het btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten van 9% naar 21% vanaf 2028 en de invoering van een suikertaks op voorgepakte voedingsmiddelen met een suikergehalte van minimaal 6%.
Zzp’ers
De coalitie wil zzp’ers meer ruimte en duidelijkheid geven om te ondernemen. De plannen hiervoor zijn onder meer:
- Het conceptwetsvoorstel Vbar wordt gesplitst. Het rechtsvermoeden van werknemerschap uit de Vbar wordt zo spoedig mogelijk ingevoerd. Het andere deel van de Vbar (het verduidelijkingsdeel) wordt vervangen door de Zelfstandigenwet.
- De behandeling van de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) gaat door.
Werkgevers
De coalitie heeft ook plannen voor werkgevers, onder andere:
- Het plan om via de werkkostenregeling werknemers te kunnen helpen met het sneller aflossen van hun studieschulden.
- Om start- en scale-ups te kunnen laten groeien, wordt het makkelijker om medewerkers deels te betalen in aandelen(opties) en worden mogelijkheden uitgebreid om financiële medewerkersparticipaties fiscaal voordelig te verstrekken.
- Het plan is om een wettelijke stagevergoeding in te voeren.
- Voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) is in het coalitieakkoord structureel geld beschikbaar gemaakt. Op de korte termijn komt er een nieuwe regeling die gericht ingezet wordt in bijvoorbeeld tekortsectoren en kansrijke beroepen. Voor de langere termijn wordt gewerkt aan een stelsel van individuele leerrechten.
- De transitievergoeding wordt hervormd, zodat deze echt wordt ingezet voor de transitie van werk naar werk. Werkgevers die voldoende hebben geïnvesteerd in bij- of omscholing en re-integratie uit de Wet poortwachter hoeven straks een lagere tot geen transitievergoeding te betalen. De compensatie van de transitievergoeding voor werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt echter voor alle werkgevers met ingang van 2028.
- Het maximum pensioengevend loon wordt vanaf 2027 tot en met 2032 bevroren op € 137.800 (= bedrag 2026).
- Vanaf 2028 wordt de WW-duur maximaal 1 jaar. Vanaf 2030 wordt de uitkeringshoogte van de WW in de eerste twee maanden verhoogd naar 80%, wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt (de ‘42-van-52-eis’) en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar.
- Vanaf 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen, maar ook dat het maximumpremieloon daalt. Om financiële gevolgen (minder premieontvangst door de overheid) te compenseren komt er een lastenverzwaring, waarover het kabinet nog in overleg gaat met de sociale partners.
- Het kabinet werkt aan voorstellen om loondoorbetaling bij ziekte meer werkbaar te maken voor werkgevers, met name in het mkb.
- De Wet loontransparantie wordt ingevoerd, na aanpassingen van onnodige administratieve lasten voor de werkgever.
- Om de administratieve lasten te beperken, worden (bureaucratische) belemmeringen die nu in de Wet verbetering poortwachter zitten, weggenomen.
- Het kabinet gaat ongewijzigd door met (bijna) gratis kinderopvang voor werkende ouders.
- Het kabinet onderzoekt (onorthodoxe) maatregelen om meer uren werken te laten lonen. Onderzocht wordt o.a. het versoepelen van de Wet onderscheid arbeidsduur (voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel.
- Het verlofstelsel wordt vereenvoudigd, met het SER-advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’ als startpunt.
- Asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning krijgen na drie maanden in de asielprocedure het recht om te werken. Kansarme asielzoekers krijgen dat recht niet.
- Werkgevers gaan vanaf 2027, net als burgers, een bijdrage voor de veiligheid betalen. Werkgevers gaan deze vrijheidsbijdrage betalen via een verhoging van de Aof-premie (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 € 1,7 miljard per jaar). Voor burgers vindt inning plaats via een aanpassing van het tarief in de inkomstenbelasting (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 € 3,4 miljard per jaar).
Bouwen en wonen
Bouwen en wonen staat hoog op de agenda van de coalitie. Een aantal voorgenomen maatregelen:
- Een rem op bezwaarprocedures door de drempels hiervoor te verhogen, het introduceren van één beroepsgang, vaste uitspraaktermijnen en een beperking van de mogelijkheden om een bouw stil te leggen.
- Structurele vereenvoudiging van wetten en regels in een jaarlijkse Vereenvoudigingswet door onder meer simpelere regels voor optoppen en splitsen te maken (waar mogelijk vergunningsvrij), makkelijker maken van woningdelen en verhuren van een woning in (studenten)kamers, vergunningsvrij maken van familie- en mantelzorgwoningen op eigen terrein en het wegnemen van belemmeringen voor hospitaverhuur.
- Anders vormgeven van wet- en regelgeving (onder meer Wet betaalbare huur) en het fiscale klimaat op de huurmarkt. Zo wordt het tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de particuliere koper niet zelf in gaat wonen (zoals een woning voor verhuur of vakantiewoning) per 2027 verlaagd van 8% naar 7%.
- De fiscale behandeling van de eigen woning blijft ongewijzigd.
- Een doorstroombank of hypotheekproduct voor ouderen (doorstroomhypotheek).
- Objectsubsidies voor gedeelde woonvormen voor jongeren en studenten.
- Toestaan van permanente bewoning van recreatiewoningen.
- Eenvoudigere procedures voor de verkoop van woningen door woningbouwcorporaties en uitbreiding van de investeringscapaciteit voor deze corporaties via een faciliteit in de Vpb.
Particulier
Ook voor de particulier bevat het coalitieakkoord plannen. Een greep hieruit:
- Vanaf 2033 wordt de AOW een-op-een gekoppeld aan de levensverwachting.
- De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten worden per 2028 volledig afgeschaft. Voor chronisch zieken komt, onder voorwaarden, via gemeenten een tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken beschikbaar.
- De coalitie wil het nieuwe box 3-stelsel op werkelijk rendement doorontwikkelen naar een vermogenswinstsystematiek.
- De coalitie wil het beleggen van spaargeld in de Nederlandse economie stimuleren door de introductie van een EU-beleggingsrekening en mogelijk een win-winlening.
- Voor de zorgtoeslag worden de vermogensgrenzen vanaf 2028 gelijkgesteld aan het heffingsvrij vermogen in box 3.
- De verlaging van de brandstofaccijns op benzine loopt door tot en met 2027.
- Er komt onderzoek naar hervorming van de mrb naar oppervlakte of omvang.
- Het eigen risico in de Zorgverzekeringswet stijgt in 2027 naar verwachting naar € 460. Vanaf 2028 wordt het eigen risico maximaal 150 euro per behandeling in de medisch-specialistische zorg.
- Er komt een beter onderscheid tussen professionele organisaties en maatschappelijke verenigingen, de aansprakelijkheid van vrijwilligers wordt beperkt, de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen wordt aangepast en giften worden fiscaal aantrekkelijk gehouden.
- Vanaf 2030 krijgen nieuwe aanvragers geen IVA-uitkering meer.
Tip! Hiervoor heeft u een selectie van plannen uit het coalitieakkoord gelezen. Wilt u het hele coalitieakkoord lezen, dan treft u dat hier aan.
Hoge Raad: belastingrente Vpb te hoog
De Hoge Raad oordeelde op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend wordt op een aanslag Vpb te hoog is. Daarbij gaf de Hoge Raad aan dat het belastingrentepercentage moet worden vastgesteld op het percentage dat voor andere belastingen geldt.
Voor de periode januari 2022 tot en met juni 2023 zou het percentage dan geen 8% maar 4% bedragen. Voor de tweede helft van 2023 zou dit percentage in plaats van 8% dan 6% bedragen.
Massaalbezwaarprocedure
De meeste bezwaren tegen de belastingrente op een aanslag Vpb zijn aangewezen als massaal bezwaar. Dat betekent dat de Belastingdienst niet op elk bezwaar individueel een uitspraak doet, maar één collectieve uitspraak op bezwaar voor alle bezwaren Vpb in de massaalbezwaarprocedure. De Belastingdienst meldt dat deze uitspraak uiterlijk 26 februari 2026 wordt gedaan.
Vervolgens past de Belastingdienst binnen zes maanden die uitspraak toe op alle bezwaren Vpb in de massaalbezwaarprocedure. U ontvangt daarover automatisch bericht van de Belastingdienst.
Inhoud collectieve uitspraak op bezwaar
De inhoud van de collectieve uitspraak op bezwaar is nog niet bekend. Uit de informatie op de website van de Belastingdienst lijkt min of meer op te maken dat de Belastingdienst het advies van de Hoge Raad volgt voor alle jaren vanaf 2022.
Helemaal zeker is dat echter nog niet. Zo wordt er in de vakliteratuur op gewezen dat de Hoge Raad zich misschien niet helemaal expliciet heeft uitgesproken over de jaren vanaf 2024. Dit zou misschien kunnen betekenen dat de Belastingdienst zich in de collectieve uitspraak nog niet uitlaat over de belastingrente vanaf 2024.
Bezwaar belastingrente Vpb
Zolang hier nog geen zekerheid over bestaat blijft het verstandig om tijdig (= binnen zes weken na dagtekening) bezwaar te maken tegen belastingrente op een definitieve aanslag Vpb. Betreft het belastingrente op een voorlopige aanslag Vpb, dan kunt u daartegen niet in bezwaar. U moet dan verzoeken om die belastingrente te verminderen en daarna in bezwaar tegen de afwijzing.
Let op! Ontvangt u een definitieve of voorlopige aanslag Vpb met belastingrente, overleg dan met onze adviseurs.
Belastingrente overige belastingen
De Hoge Raad gaf in het oordeel op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – ook mee dat de belastingrente voor overige belastingen (bijvoorbeeld de inkomstenbelasting) niet te hoog is. Op de website van de Belastingdienst wordt op dit moment nog aangegeven dat een rechtbank hier nog uitspraak over moet doen in een proefprocedure en dat die uitspraak dan nog voorgelegd wordt aan de Hoge Raad.
Het is nog niet helemaal duidelijk of deze weg nog steeds gevolgd wordt of dat de Belastingdienst al eerder een collectieve uitspraak op bezwaar doet voor de overige belastingen.
Let op! In de vakliteratuur wordt erop gewezen dat het arrest van de Hoge Raad mogelijk geen volledig uitsluitsel geeft over de belastingrente voor overige belastingen vanaf 1 januari 2024. Hoewel een ander oordeel voor de periode vanaf 1 januari 2024 niet te verwachten is, is op dit moment niet uit te sluiten dat hier mogelijk nog een proefprocedure over gestart wordt.
Kamerverhuurvrijstelling
Voordeel van het gebruik van de kamerverhuurvrijstelling is dat u in box 1 en box 3 geen belasting betaalt over uw huuropbrengsten. Bovendien blijft uw recht op hypotheekrenteaftrek in stand. U moet wel in uw aangifte inkomstenbelasting rekening houden met het gehele eigenwoningforfait voor uw woning.
Wanneer?
U kunt gebruikmaken van de kamerverhuurvrijstelling als u voldoet aan de volgende voorwaarden:
- de kamer die u verhuurt is onderdeel van uw eigen woning in box 1, en
- de kamer vormt geen zelfstandige woning, en
- u staat gedurende verhuur ingeschreven op het adres van de woning, en
- uw huurder staat gedurende de verhuur ook op dit adres ingeschreven, en
- de totale huuropbrengsten mogen in 2026 niet meer bedragen dan € 6.633 (in 2025 was dit bedrag nog € 6.324).
Let op! Onder huuropbrengsten worden alle vergoedingen begrepen die de huurder aan u betaalt en die betrekking hebben op de verhuur.
Box 3
Kunt u de kamerverhuurvrijstelling niet toepassen? Dan verhuist het verhuurde deel van uw woning naar box 3. Of u daarover dan box 3-heffing verschuldigd bent is afhankelijk van uw overige bezittingen en schulden in box 3.