t
0344 647 000
|

Hoge Raad: belastingrente vennootschapsbelasting is te hoog

Belastingrente

Voor de vennootschapsbelasting (Vpb) en een aantal minder voorkomende belastingsoorten wordt een ander – hoger – percentage belastingrente berekend dan voor de overige belastingen. Het gaat om de volgende percentages aan te betalen belastingrente:

 Periode  Vpb  Overige belastingen
 1-1-2022 t/m. 30-06-2023  8%  4%
 1-7-2023 t/m 31-12-2023  8%  6%
 1-1-2024 t/m 31-12-2024  10%  7,5%
 1-1-2025 t/m 31-12-2025  9%  6,5%
 Vanaf 1-1-2026  7,5%  5%

Bij overige belastingen moet u denken aan bijvoorbeeld de inkomstenbelasting (IB), de loonbelasting (LB) en de omzetbelasting (OB).

Regels belastingrente Vpb buiten toepassing

De Hoge Raad heeft een oordeel uitgesproken over de hoogte van de belastingrente voor de Vpb. 

De Hoge Raad concludeert – kort samengevat – dat de hogere belastingrente voor de Vpb in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, omdat er geen goede rechtvaardiging is om bij de Vpb een hogere rente te berekenen dan bij de overige belastingen. Het besluit dat de belastingrente voor de Vpb beschrijft, is daarom onverbindend en moet buiten toepassing blijven.

Hoogte belastingrente Vpb

De Hoge Raad oordeelt dat de belastingrente voor de Vpb moet worden vastgesteld op hetzelfde percentage als voor de overige belastingen geldt. Voor het jaar 2026 betekent dit bijvoorbeeld dat de belastingrente voor de Vpb geen 7,5% maar 5% mag bedragen. Voor de percentages van de andere jaren vanaf 2022 wordt verwezen naar de tabel.

Belastingrente overige belastingen onveranderd

In het belang van de vele andere procedures met betrekking tot de belastingrente over overige belastingen, heeft de Hoge Raad daar ook een oordeel over uitgesproken. De Hoge Raad oordeelt – kort samengevat – dat de belastingrente over overige belastingen niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of het verbod van discriminatie in artikel 1 van de Grondwet en in internationale verdragen, waaronder het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). De conclusie is dat de belastingrente over de overige belastingen niet aangepast hoeft te worden.

Wat betekent dit voor u?

Heeft u bezwaar gemaakt tegen de belastingrente op een aanslag Vpb, dan zal de Belastingdienst aan dit bezwaar tegemoetkomen. De belastingrente zal vervolgens berekend worden aan de hand van de percentages die gelden voor overige belastingen (zie de tabel). 

Als u een definitieve aanslag Vpb heeft ontvangen met dagtekening 5 december 2025 of later, dan zal de belastingrente op deze aanslag zeer vermoedelijk ook worden verminderd. De Belastingdienst zal de komende tijd meer informatie verstrekken over hoe een en ander in gang gezet wordt. Mogelijk moet u in een voorkomend geval nog een verzoek indienen.

Heeft u bezwaar gemaakt tegen de belastingrente op overige belastingen, dan zal de Belastingdienst dit bezwaar afwijzen.

Let op! Heeft u eerder een voorlopige aanslag Vpb mét belastingrente ontvangen, maar is de bezwaartermijn van de definitieve aanslag nog niet verstreken? Verzoek dan binnen de bezwaartermijn van de definitieve aanslag om vermindering van de belastingrente op de voorlopige aanslag. Het is nog niet duidelijk of u daarop ook nog recht heeft als de bezwaartermijn van de definitieve aanslag al is verstreken.

Bedrag verhoogt per 2026

Moet u op grond van de wettelijke bepalingen slechts een gering bedrag aan invorderingsrente betalen, dan wordt dat niet aan u in rekening gebracht. Sinds 1990 betreft dit een vast bedrag van maximaal € 23 (50 gulden voor de invoering van de euro). Dit bedrag is sinds die tijd niet verhoogd of geïndexeerd.

Met ingang van 1 januari 2026 is dit bedrag voor het eerst verhoogd naar € 49. 

Let op! Vanaf nu zal het bedrag elke vijf jaar geïndexeerd worden.

Zou u daarom vanaf 1 januari 2026 invorderingsrente verschuldigd zijn tot maximaal € 49? Dan wordt dit niet aan u in rekening gebracht.

Invorderingsrente

U bent invorderingsrente aan de Belastingdienst verschuldigd als u na de uiterste betaaldatum nog een bedrag aan belasting moet betalen. Dit geldt ook als u uitstel van betaling heeft gekregen. De periode waarover u invorderingsrente moet betalen, begint op de dag na de uiterste betaaldatum en loopt tot de dag waarop het geld op de rekening van de Belastingdienst is bijgeschreven.

Let op! De invorderingsrente bedraagt vanaf 1 januari 2026 4,3%.

Informatievoorziening

Na de overstap informeert de Belastingdienst alle klanten via de site en via de berichten die belastingplichtigen ontvangen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het bericht dat u een aanslag moet betalen of een toeslag deels terug moet betalen.

Let op! Tot 1 mei 2026 verandert er niets voor belastingplichtigen.

Houd de site in de gaten

Vanaf half januari 2026 start de Belastingdienst met het verstrekken van nadere informatie over de wisseling van bank. Zorg dat u tijdig op de verandering inspeelt, om vertraging van uw betalingen en boetes te voorkomen. U vindt hier meer informatie.

Griffierecht

Wie in belastingzaken een beschikking van de inspecteur bij de rechter wil aanvechten, is in beginsel griffierecht verschuldigd. Dit is onder meer het geval als u in beroep gaat tegen een afgewezen bezwaarschrift, of bij hoger beroep bij het gerechtshof of cassatie bij de Hoge Raad. 

Let op! Voor het aantekenen van bezwaar hoeft geen griffierecht betaald te worden.

Nieuwe tarieven voor instellen beroep

Natuurlijke personen die beroep aantekenen, moeten voor de meeste belastingen vanaf 1 januari 2026 € 54 griffierecht betalen, ofwel € 1 meer dan nu. Voor sommige belastingen, waaronder de btw en mrb, wordt het tarief € 200 in plaats van € 194 nu. Voor rechtspersonen, zoals een bv of stichting, geldt voor alle belastingsoorten een tarief van € 397, ofwel € 12 meer dan nu.

Nieuwe tarieven voor hoger beroep en cassatie

Natuurlijke personen die hoger beroep instellen bij een gerechtshof of in cassatie gaan bij de Hoge Raad, betalen vanaf 1 januari 2026 voor de meeste belastingen een griffierecht van € 147, ofwel € 4 meer dan nu. Voor enkele belastingen geldt voor hen vanaf 2026 een hoger griffierecht van € 297, ofwel € 8 meer dan in 2025. Voor rechtspersonen geldt bij alle belastingen bij hoger beroep en cassatie vanaf 2026 een griffierecht van € 596, € 17 meer dan nu.

Let op! Voor onvermogenden geldt een vrijstelling van de betaling van griffierecht.

Restitutie indien gelijk

U krijgt het betaalde griffierecht terug als u de zaak wint. Ook krijgt u dan in de regel een vergoeding voor gemaakte proceskosten, zoals de kosten van een adviseur. Deze vergoeding is gebaseerd op forfaitaire bedragen. Deze zijn afhankelijk van de verrichte inspanningen en de zwaarte van de zaak. Een vergoeding dekt meestal maar een deel van de kosten. Ook deze vergoedingen worden per 1 januari 2026 met 2,94% verhoogd.