Fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2026
De meeste maatregelen waren in het coalitieakkoord al opgenomen of al eerder bekendgemaakt door het vorige kabinet. Houd er rekening mee dat niet alle door het kabinet voorgenomen fiscale maatregelen rechtstreeks uit de Voorjaarsnota kunnen worden afgeleid. Er zijn dus nog andere voorgenomen fiscale maatregelen dan in dit artikel zijn opgenomen.
Let op! De impact van de recente geopolitieke spanningen is nog niet meegenomen in de Voorjaarsnota.
Vrijheidsbijdrage
Werkgevers en burgers gaan vanaf 2027 een bijdrage voor de veiligheid betalen.
- Werkgevers gaan deze vrijheidsbijdrage betalen via een verhoging van de Aof-premie (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 structureel € 1,7 miljard per jaar). Over de invulling hiervan zal nog overleg plaatsvinden met ondernemersorganisaties.
- Voor burgers vindt inning plaats via het niet volledig doorrekenen van de inflatie in de aanpassing van het tarief in de inkomstenbelasting (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 structureel € 3,4 miljard per jaar).
Bouwen en wonen
Op het gebied van bouwen en wonen is ook een aantal maatregelen af te leiden.
- Via een faciliteit in de Vpb wordt de investeringscapaciteit van woningbouwcorporaties vanaf 2028 uitgebreid (beschikbaar per 2028 250 miljoen euro per jaar, oplopend tot structureel 325 miljoen euro per jaar vanaf 2032).
- Vanaf 2027 geldt een nieuwe vrijstelling in de overdrachtsbelasting voor overdrachten van onroerende zaken tussen woningcorporaties.
- Het tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de koper zelf niet gaat wonen, wordt vanaf 2027 verlaagd van 8 naar 7%. Dit gaat bijvoorbeeld om verhuurwoningen of een vakantiewoning.
Ondernemers
Voor ondernemers komt uit de Voorjaarsnota o.a. het volgende naar voren:
- Verhoging van het btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten van 9 naar 21% vanaf 2028.
- Tot en met 2035 komt er budget beschikbaar voor het verlagen van de elektriciteitsprijs van de (basis)industrie die veel elektriciteit verbruikt. Het bestedingsvoorstel hiervoor moet nog nader worden uitgewerkt.
- Het maximum pensioengevend loon wordt vanaf 2027 tot en met 2032 bevroren op € 137.800 (= bedrag 2026).
- Vanaf 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen, maar ook dat het maximumpremieloon daalt. Om financiële gevolgen (minder premieontvangst door de overheid) te compenseren, komt er een lastenverzwaring, waarover het kabinet nog in overleg gaat met de sociale partners.
- Over voorverpakte voedingsmiddelen met een suikergehalte van 6% of meer wordt vanaf 2030 een suikertaks geheven.
- De teruggaafregeling voor accijns op biobrandstoffen wordt vanaf 2027 herzien. Hoe deze herziening eruitziet is nog niet bekend, maar houd er rekening mee dat de regeling (veel) minder gunstig zal worden.
Particulieren
Voor particulieren zijn, naast de vrijheidsbijdrage, ook de volgende maatregelen opgenomen:
- De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten wordt met ingang van 2028 volledig afgeschaft.
- De verlaging van de brandstofaccijns op benzine loopt door tot en met 2027.
- Voor de zorgtoeslag worden de vermogensgrenzen vanaf 2028 gelijkgesteld aan het heffingsvrij vermogen in box 3.
- De invoering van de Wet herziening bedrag ineens, de mogelijkheid om een deel van het pensioen ineens uit te keren, wordt uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029.
- Aangekondigd was dat woningen in de schenkbelasting vanaf 2027 gewaardeerd zouden worden op de waarde in het economisch verkeer in plaats van op de WOZ-waarde. Deze maatregel wordt vanwege een negatieve Uitvoeringstoets echter niet ingevoerd.
Opmerkelijke belastingconstructies
Het kabinet komt vanaf de Voorjaarsnota 2023 jaarlijks met een lijst met opmerkelijke belastingconstructies. De bij de Voorjaarsnota 2026 gepubliceerde lijst bevat zeven constructies die in 2025 ook al op de lijst stonden en twee nieuwe. De nieuwe constructies zijn:
- papieren schenkingen;
- leningen met onzakelijke voorwaarden of een zogenoemde onzakelijke lening.
Accijnskorting
De Tweede Kamer heeft een voorstel tot wetswijziging aan genomen om de brandstofaccijnskorting in 2026 met € 448 miljoen te verlagen. In plaats van een totale accijnskorting van € 1.716 miljoen, wordt de korting daardoor € 1.268 miljoen. De verlaging van de brandstofaccijnskorting wordt evenredig over benzine, diesel en LPG verdeeld (zie onderstaande tabel).
| Accijns 2026 (euro per liter) | Benzine | Diesel | LPG |
| Oorspronkelijke voorstel | € 0,7891 | € 0,5163 | € 0,1862 |
| Na wetswijziging Tweede Kamer | € 0,8447 | € 0,5523 | € 0,1993 |
| Verschil (hogere accijns) | € 0,0556 | € 0,036 | € 0,0131 |
Al met al wordt de accijns op benzine door dit voorstel ongeveer 5,5 eurocent hoger, de accijns op diesel 3,6 eurocent en op LPG 1,3 eurocent.
Vrijgekomen budget naar OV
De Tweede Kamer wil dat het vrijgekomen budget wordt ingezet om bezuinigen op en verschraling van het OV te voorkomen.
Let op! Het voorstel tot wetswijziging is nog niet definitief. De Eerste Kamer moet hier namelijk ook nog mee instemmen.
WBSO
Onder de WBSO, Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk, kunt u als werkgever een fiscale tegemoetkoming krijgen voor de loonkosten die gemoeid zijn bij Research & Development. Heeft u recht op WBSO, dan verrekent u de toegekende tegemoetkoming met de af te dragen loonheffing. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de kosten van Research & Development.
Tip! Een startende onderneming krijgt een hogere tegemoetkoming.
Hogere eerste schijf
De Tweede Kamer heeft een voorstel tot wetswijziging aangenomen om de eerste schijf in de WBSO in 2026 eenmalig te indexeren met 2,9%. Deze eerste schijf stijgt daardoor van € 380.000 in 2025 naar € 391.020 in 2026. Aangezien er al jarenlang geld in de WBSO-regeling overblijft (in 2024 € 116 miljoen) was er ruimte voor deze indexatie.
Let op! De Tweede Kamer heeft ook een verzoek bij de ministeries van EZK en Financiën neergelegd om in het Belastingplan 2027 een voorstel te doen om de schijfgrens structureel te indexeren.
Wat betekent dit?
De verhoging van de eerste schijf betekent het volgende.
| Tarief/Grens | 2025 | 2025 |
| Tarief 1e schijf | 36% | 36% |
| Tarief 1e schijf starters | 50% | 50% |
| Grens 1e schijf | € 380.000 | € 391.020 |
| Tarief 2e schijf | 16% | 16% |
Verzilveringsproblematiek
De Tweede Kamer heeft de regering ook verzocht om een oplossing uit te werken voor de verzilveringsproblematiek in de WBSO. Start- en scale-ups kunnen de WBSO namelijk vaak niet volledig verzilveren, omdat hun loonsom in de beginfase te laag is. De Tweede Kamer stelt hierbij een carry-forwardmogelijkheid voor.
Let op! Dit voorstel tot wetswijziging is nog niet definitief. De Eerste Kamer moet hier namelijk ook nog mee instemmen.
Youngtimerregeling
Heeft u als IB-ondernemer, dga of werknemer een auto van de zaak die meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen? Dan bedraagt de bijtelling in 2025 geen 25% van de oorspronkelijke cataloguswaarde, maar 35% van de waarde in het economische verkeer.
Verhoging leeftijd in 2026 en vanaf 2027
In deze youngtimerregeling gaat iets veranderen. De Tweede Kamer heeft namelijk een voorstel tot een wetswijziging aangenomen waardoor de leeftijdsgrens voor deze auto’s in 2026 verhoogd wordt naar zestien jaar en vanaf 2027 zelfs naar 25 jaar.
Overgangsregeling in het jaar 2026
Voor het jaar 2026 heeft het kabinet op het laatste moment nog een overgangsregeling aangekondigd voor auto’s die in de loop van het jaar 2025 vijftien jaar oud zijn geworden of dat nog worden. In een besluit wordt goedgekeurd dat de huidige youngtimerregeling in 2026 van toepassing blijft op al in 2025 ter beschikking gestelde auto’s of ter beschikking staande auto’s als deze in 2026 zestien jaar oud worden. Voor deze auto’s mag daarom in het hele jaar 2026 de bijtelling berekend worden op 35% van de waarde in het economische verkeer, dus ook als ze op dat moment nog geen zestien jaar oud zijn.
Let op! Voorwaarde is wel dat de auto in 2026 aan dezelfde werknemer of IB-ondernemer ter beschikking staat als in 2025.
Er geldt een keuze. Mocht het gunstiger zijn om in plaats van 35% van de waarde in het economische verkeer, 25% van de cataloguswaarde bij te tellen, dan kan daarvoor gekozen worden. Deze keuze is waarschijnlijk alleen mogelijk zolang de auto nog geen zestien jaar oud is.
Wat betekent dit?
Stel dat u een auto van de zaak heeft die op 30 september 2010 voor het eerst in gebruik werd genomen. Vanaf oktober 2025 bedraagt de bijtelling van deze auto dan geen 25% van de oorspronkelijke cataloguswaarde, maar 35% van de waarde in het economische verkeer van deze auto.
Als de oorspronkelijke cataloguswaarde € 50.000 bedroeg en de waarde in het economische verkeer in oktober 2025 € 8.000, bedraagt de maandelijkse bijtelling vanaf oktober 2025 geen € 1.041,67 (1/12 van 25% van € 50.000), maar € 233,33 (1/12 van 35% van € 8.000).
Vanwege het verhogen van de leeftijdsgrens naar zestien jaar zou de maandelijkse bijtelling vanaf januari tot en met september 2026 weer € 1.041,67 bedragen. Vanwege de goedkeuring van het kabinet mag in deze maanden echter ook een bijtelling van € 233,33 worden toegepast (bij een waarde in het economische verkeer van € 8.000). Van oktober tot en met december 2026 kunt u op grond van de wettelijke bepaling ook nog profiteren van de youngtimerregeling met een maandelijkse bijtelling van € 233,33 (even uitgaande van een gelijkblijvende waarde in het economisch verkeer).
Door de verhoging van de leeftijdsgrens naar 25 jaar bedraagt uw maandelijkse bijtelling vanaf januari 2027 echter € 1.041,67 (1/12 van 25% van € 50.000).
Let op! Heeft u een oudere auto van de zaak of bent u van plan zo’n auto aan te schaffen? Houd dan rekening met deze wijzigingen in de youngtimerregeling.
Waarom?
Het voorstel om de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling te verhogen is ingegeven door een voorstel om in 2026 en 2027 toch nog een lagere bijtelling voor auto’s zonder CO2-uitstoot toe te staan. Hiervoor moest budgettaire dekking komen en dat is gevonden in de verhoging van de leeftijdsgrens van de auto.