Teruggave bpm bij export bestelauto van vóór 1 januari 2025?
Bpm bestelauto
Voor een bestelauto is net als voor een personenauto bpm verschuldigd. Tot 1 januari 2025 konden ondernemers hiervoor echter onder voorwaarden een ondernemersvrijstelling krijgen. De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag of bij export van een gebruikte bestelauto van vóór 2025 teruggave van bpm plaatsvindt, als voor deze bestelauto eerder bpm is betaald.
Bpm betaald
De Belastingdienst gaat in het antwoord uit van een situatie waarbij voor een bestelauto met een datum van eerste toelating van vóór 2025, eerder bpm was betaald. Dit gold voor situaties waarbij niet of niet langer aan de voorwaarden voor de bpm ondernemersvrijstelling was voldaan. Zo was de vrijstelling onder meer niet van toepassing als minder dan 10% van de met de bestelauto gereden kilometers zakelijk was.
Na vijf jaar vrij van bpm
Onder de tot 2025 geldende regeling was, als niet langer aan de voorwaarden werd voldaan, slechts bpm verschuldigd als na het tijdstip waarop een bestelauto voor het eerst in gebruik was genomen, een periode van minder dan vijf jaar was verstreken. Zo kon een bestelauto dus na vijf jaar ook bpm-vrij verkocht worden aan een particulier.
Andere regels bij export
De vraag was of bij export recht bestaat op een teruggaaf van rest-bpm op het moment dat voor zo’n bestelauto van vóór 2025 al meer dan vijf jaar zijn verstreken na de datum van eerst ingebruikname. De Belastingdienst maakt duidelijk dat bij export andere regels gelden: ook na vijf jaar kan nog steeds een deel van de bpm teruggekregen worden bij export van een bestelauto van vóór 2025. Voorwaarde is wel dat voor die bestelauto daadwerkelijk eerder bpm is betaald.
Teruggave afhankelijk van leeftijd
Hoeveel bpm er teruggegeven wordt, is afhankelijk van de leeftijd van de auto. Hoe ouder de auto, hoe lager de bpm-teruggave. Er bestaat nog recht op teruggave tot een periode van 17 jaar en 10 maanden na de eerste ingebruikname. Daarna krijgt men bij export geen bpm meer terug.
Let op! De antwoorden van de Belastingdienst hebben alleen betrekking op bestelauto’s waarvan de datum van eerste toelating vóór 1 januari 2025 lag.
Bpm bestelauto
Voor een bestelauto is net als voor een personenauto bpm verschuldigd. Tot 1 januari 2025 konden ondernemers hiervoor echter onder voorwaarden een ondernemersvrijstelling krijgen. De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag of bij export van een gebruikte bestelauto van vóór 2025 teruggave van bpm plaatsvindt, als voor deze bestelauto eerder bpm is betaald.
Bpm betaald
De Belastingdienst gaat in het antwoord uit van een situatie waarbij voor een bestelauto met een datum van eerste toelating van vóór 2025, eerder bpm was betaald. Dit gold voor situaties waarbij niet of niet langer aan de voorwaarden voor de bpm ondernemersvrijstelling was voldaan. Zo was de vrijstelling onder meer niet van toepassing als minder dan 10% van de met de bestelauto gereden kilometers zakelijk was.
Na vijf jaar vrij van bpm
Onder de tot 2025 geldende regeling was, als niet langer aan de voorwaarden werd voldaan, slechts bpm verschuldigd als na het tijdstip waarop een bestelauto voor het eerst in gebruik was genomen, een periode van minder dan vijf jaar was verstreken. Zo kon een bestelauto dus na vijf jaar ook bpm-vrij verkocht worden aan een particulier.
Andere regels bij export
De vraag was of bij export recht bestaat op een teruggaaf van rest-bpm op het moment dat voor zo’n bestelauto van vóór 2025 al meer dan vijf jaar zijn verstreken na de datum van eerst ingebruikname. De Belastingdienst maakt duidelijk dat bij export andere regels gelden: ook na vijf jaar kan nog steeds een deel van de bpm teruggekregen worden bij export van een bestelauto van vóór 2025. Voorwaarde is wel dat voor die bestelauto daadwerkelijk eerder bpm is betaald.
Teruggave afhankelijk van leeftijd
Hoeveel bpm er teruggegeven wordt, is afhankelijk van de leeftijd van de auto. Hoe ouder de auto, hoe lager de bpm-teruggave. Er bestaat nog recht op teruggave tot een periode van 17 jaar en 10 maanden na de eerste ingebruikname. Daarna krijgt men bij export geen bpm meer terug.
Let op! De antwoorden van de Belastingdienst hebben alleen betrekking op bestelauto’s waarvan de datum van eerste toelating vóór 1 januari 2025 lag.
Rijdt u in een milieuvriendelijke auto, dan heeft u kunnen genieten van een groot aantal fiscale voordelen. De afgelopen jaren zijn deze voordelen steeds verder teruggeschroefd. Hoewel nog beperkter, kunt u ook in 2026 gebruikmaken van een aantal fiscale voordelen.
Bijtelling privégebruik auto
Voor de meeste nieuwe auto’s van de zaak waarmee ook privé wordt gereden, geldt vanaf 2017 een standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm). Alleen voor auto’s zonder CO2-uitstoot geldt nog een korting op de bijtelling. Die korting geldt in de maand van tenaamstelling en in de volgende zestig volle maanden. Daarna wordt de bijtelling jaarlijks opnieuw bepaald aan de hand van de dan geldende tarieven. Auto’s zonder uitstoot die in 2021 op kenteken zijn gezet, kennen in een deel van 2026 nog bijtelling van 12%. In de loop van 2026 zal voor deze auto’s de bijtelling moeten worden herzien op basis van de regels van 2026 (zie hierna).
2021
Voor elektrische auto’s die in het jaar 2021 op naam zijn gesteld geldt een lagere bijtelling van 12% over een cataloguswaarde van € 40.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2021 een bijtelling van 12% over de gehele cataloguswaarde.
2022
Voor elektrische auto’s die in het jaar 2022 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 16% over een cataloguswaarde van € 35.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2022 een bijtelling van 16% over de gehele cataloguswaarde.
2023
Voor elektrische auto’s die in 2023 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 16% over een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2023 een bijtelling van 16% over de gehele cataloguswaarde.
2024
Voor elektrische auto’s die in 2024 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 16% over een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2024 een bijtelling van 16% over de gehele cataloguswaarde.
2025
Voor elektrische auto’s die in 2025 op naam zijn gesteld, geldt een lagere bijtelling van 17% over een cataloguswaarde van € 30.000 en 22% over het meerdere. Voor auto’s op waterstof en zonnecelauto’s geldt in 2025 een bijtelling van 17% over de gehele cataloguswaarde.
2026
Voor nieuwe auto’s gelden in 2026 de volgende bijtellingspercentages en CO2-grenzen:
| Soort auto | Bijtelling | CO2-uitstoot |
| Elektrisch | 18% tot € 30.000/22% over meerdere | 0 |
| Waterstof | 18% | 0 |
| Zonnecel | 18% | 0 |
| Overig | 22% | > 0 |
Het aanscherpen van de CO2-grenzen heeft niet tot gevolg dat u elk jaar met een nieuw bijtellingspercentage wordt geconfronteerd. Een vastgesteld percentage blijft voor alle auto’s gedurende zestig maanden geldig. Na deze periode wordt de bijtelling vastgesteld aan de hand van de dan geldende percentages.
Let op! Een auto met datum eerste toelating tot de weg van uiterlijk 31 december 2016 krijgt na zestig maanden geen bijtelling van 22%, maar van 25%. Dit is alleen anders als het een auto betreft die geen CO2 uitstoot. Auto’s die geen CO2 uitstoten, krijgen in 2026 een korting van 4% op de normale bijtelling tot een cataloguswaarde van € 30.000. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor een elektrische auto uit 2016 in 2025 een bijtelling geldt van 21% (25% -/- 4%) tot een cataloguswaarde van € 30.000. Daarboven is de bijtelling 25%. Voor een elektrische auto die in 2017 voor het eerst op kenteken is gezet, gaat in 2026 een bijtelling gelden van 18% (22% -/- 4%) tot een cataloguswaarde van € 30.000 en van 22% over het meerdere. Auto’s die de periode van zestig maanden achter de rug hebben, lopen dus jaarlijks mee met de wettelijke wijzigingen in de bijtelling.
Tip! Voor ondernemers in de inkomstenbelasting blijft de bijtelling beperkt tot maximaal het bedrag dat in een jaar aan autokosten ten laste van de winst is gebracht.
Vanaf 2028
Vanaf 2028 is er nog maar één bijtellingspercentage van 22% en is er dus geen voordeel meer voor auto’s zonder CO2-uitstoot. In 2027 wordt de korting op de bijtelling verlaagd van 4 naar 2% tot de cataloguswaarde van € 30.000 en bedraagt de bijtelling 22% over het meerdere. Voor een elektrische auto die in 2027 voor het eerst op kenteken wordt gezet, gaat dus een bijtelling gelden van 20% tot een cataloguswaarde van € 30.000 en van 22% over het meerdere.
Minder dan 500 kilometer?
Een bijtelling kan overigens helemaal achterwege blijven als u kunt bewijzen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met de auto heeft gereden. Woon-werkkilometers worden daarbij gezien als zakelijk, ook als u thuis gaat lunchen.
Youngtimerregeling: leeftijdgrens omhoog, overgangsregeling in 2026
De bijtelling voor privégebruik van een auto die zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, bedraagt in 2026 35% van de waarde in het economisch verkeer. Dit wordt ook wel de youngtimerregeling genoemd. In 2025 lag de leeftijdsgrens voor deze regeling nog op vijftien jaar.
Is de auto in 2026 jonger dan zestien jaar, maar vóór 1 januari 2017 voor het eerst in gebruik genomen, dan bedraagt de bijtelling in 2026 25% van de cataloguswaarde. Heeft een dergelijke auto geen CO2-uitstoot, dan kan tot een cataloguswaarde van € 30.000 in 2026 een bijtellingspercentage van 21% worden toegepast.
Tip! Voor de auto die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking werd gesteld en die in 2025 vijftien jaar of ouder is geworden, geldt overgangsrecht. Voor deze auto mag heel 2026 uitgegaan worden van een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer.
Let op! Met ingang van 1 januari 2027 gaat de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling naar 25 jaar. Er geldt dan geen overgangsrecht meer.
Milieu-investeringsaftrek (MIA)
Er bestaat in 2026 recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) voor bestelauto’s. Voor waterstofpersonen- en bestelauto’s bedraagt de MIA 45% voor maximaal 90% van het bedrag van de investering. Voor personenauto’s geldt daarbij een maximum van € 75.000, voor bestelauto’s van € 125.000.
Let op! Als u voor de MIA in aanmerking komt, kunt u geen gebruikmaken van de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM). Andersom geldt hetzelfde. Voor de zonnecelpersonenauto’s bedraagt de MIA 36% tot maximaal 90% van het investeringsbedrag, met een maximum van € 100.000.
Onderstaand de regelingen op een rij.
| Soort auto | MIA % | Maximaal investeringsbedrag |
| Waterstofpersonenauto | 45% | € 75.000 |
| Zonnecelpersonenauto | 36% | € 100.000 |
| Waterstofbestelauto | 45% | € 125.000 |
Melding RVO
Om in aanmerking te komen voor de MIA, is een tijdige melding van de investering bij RVO noodzakelijk. De investering moet worden gemeld binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting. Het moment van ingebruikname of facturering is daarbij niet van belang. Het moment van ingebruikname en/of betaling kan wel van belang zijn voor het moment waarop u de aftrek kunt effectueren in de aangifte inkomsten- of vennootschapsbelasting.
Motorrijtuigenbelasting
De hoogte van de motorrijtuigenbelasting (mrb) is afhankelijk van een aantal factoren, waaronder de CO2-uitstoot van uw auto. Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km geldt in 2026 een korting van 30% op het normale MRB-tarief. Voor plug-inhybrides geldt in 2026 geen korting meer. Ook voor emissieloze bestelauto’s geldt in 2026 geen korting meer op de mrb.
Ondernemers betalen voor een bestelauto minder mrb. Voorwaarde is dat de bestelauto meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt. Dit moet u desgevraagd aannemelijk kunnen maken, maar een kilometeradministratie is niet vereist.
Bpm
Als uw auto op kenteken wordt gezet, wordt bpm geheven. De hoogte van de bpm is voor personenauto’s gebaseerd op de CO2-uitstoot. Er geldt vanaf 2025 geen vrijstelling bpm meer voor auto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Er geldt nog wel een vrijstelling bpm voor bestelauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Voor personenauto’s waarvoor geen vrijstelling geldt, is de bpm hoger naarmate de CO2-uitstoot groter is.
Let op! De bpm-vrijstelling voor ondernemers is per 2025 afgeschaft. De vrijstelling geldt nog wel voor bestelauto’s die vóór 2025 zijn aangeschaft, mits voldaan blijft worden aan de daarvoor geldende voorwaarden. Dit betekent onder meer dat de bestelauto voor meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt.
Vanaf 2027: 12% pseudo-eindheffing personenauto van de zaak met CO2-uitstoot
Vanaf 2027 geldt een pseudo-eindheffing van 12% in de loonbelasting. Deze 12% is een werkgever verschuldigd als hij aan een werknemer vanaf 2027:
- een personenauto van de zaak ter beschikking stelt,
- die ook privé mag worden gebruikt en
- die een CO2-uitstoot heeft groter dan nul.
Let op!De 12% pseudo-eindheffing komt ten laste van de werkgever. Het is een extra heffing die de werkgever niet mag verhalen op de werknemer. Daarnaast blijft de bijtelling voor de auto van de zaak die ten laste van de werknemer komt, ook gewoon bestaan in 2027.
Uitzonderingen
Er is wel een aantal uitzonderingen. Een werkgever is de eindheffing namelijk niet verschuldigd als:
- de personenauto een CO2-uitstoot heeft van nul – volledig elektrische en waterstof aangedreven auto’s vallen dus buiten deze heffing;
- de auto van de zaak uitsluitend zakelijk wordt gebruikt en niet voor privégebruik (er geldt dan ook geen bijtelling voor de auto van de zaak).
Let op!Er geldt een uitzondering voor incidenteel privégebruik bij overmacht en bijzondere omstandigheden. De werkgever moet dan wel aannemelijk kunnen maken dat hiervan sprake is.
Woon-werkverkeer is privé!
Wat betreft de uitzondering van ‘geen privégebruik’ zit er een addertje onder het gras. Waar voor de bijtelling van de auto van de zaak het woon-werkverkeer als zakelijk wordt aangemerkt, zijn deze kilometers voor de pseudo-eindheffing privékilometers.
Let op! Dit heeft tot gevolg dat een werkgever vanaf 2027 ook de pseudo-eindheffing verschuldigd kan zijn als de werknemer de personenauto niet privé gebruikt (of maximaal 500 kilometers) en dus geen bijtelling heeft. Als die werknemer de personenauto wel voor woon-werkverkeer gebruikt, is de werkgever de pseudo-eindheffing van 12% verschuldigd.
Personenauto
De pseudo-eindheffing geldt voor personenauto’s. Dit zijn voertuigen met voertuigclassificatie M1 in het civiele kentekenregister en auto’s die onder de Europese verordening zo zouden kwalificeren.
Let op! Een M1-voertuig is een motorvoertuig op vier of meer wielen, ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen, met maximaal negen zitplaatsen, inclusief bestuurdersstoel. Ook kampeerauto’s, personenbusjes voor zorgvervoer (ingericht met maximaal negen zitplaatsen) en lijkwagens vallen hieronder.
Bestelauto’s, vrachtwagens en tractors hebben geen M1-kwalificatie en vallen dus niet onder de pseudo-eindheffing.
Overgangsregeling tot 17 september 2030
Personenauto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, krijgen niet meteen vanaf 1 januari 2027 te maken met de pseudo-eindheffing. Voor deze personenauto’s geldt een overgangsregeling tot 17 september 2030. Pas vanaf die datum kan een werkgever voor die personenauto met de pseudo-eindheffing te maken krijgen.
Let op! De overgangsregeling is gekoppeld aan de personenauto. Dus ook als een werkgever de auto na 1 januari 2027 ter beschikking stelt aan een andere werknemer dan aan wie de auto vóór 1 januari 2027 ter beschikking stond, blijft de overgangsregeling gelden.
12% van de (catalogus)waarde
De 12% pseudo-eindheffing wordt straks berekend over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. In tegenstelling tot de bijtelling voor de auto van de zaak, wordt bij de berekening van de pseudo-eindheffing geen rekening gehouden met de eigen bijdrage van de werknemer. Is de personenauto ouder dan 25 jaar, dan wordt de 12% pseudo-eindheffing berekend over de waarde in het economisch verkeer van de personenauto.
Betaling bij aangifte loonbelasting
De pseudo-eindheffing wordt per kalendermaand berekend. De werkgever kan er echter voor kiezen om de eindheffing uiterlijk in de tweede loonaangifte van het volgende kalenderjaar te voldoen.
Let op! Over het jaar 2027 betaalt een werkgever de pseudo-eindheffing dus uiterlijk in het tweede loonaangiftetijdvak van 2028.
Besparen op de pseudo-eindheffing door de personenauto niet alle dagen voor privé ter beschikking te stellen, zal niet werken. Als de personenauto slechts een deel van een maand voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld, wordt deze namelijk geacht de hele kalendermaand voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld. De pseudo-eindheffing van 12% geldt dan voor de hele kalendermaand.
Ook voor de dga, niet voor IB-ondernemer
De pseudo-eindheffing is een heffing voor werkgevers. Dit betekent dat als een bv een auto van de zaak ter beschikking stelt aan een dga, deze bv ook met de heffing te maken kan krijgen.
Een ondernemer met een eenmanszaak of in een vof zal voor zichzelf niet met de heffing te maken krijgen, maar mogelijk wel voor zijn personeel.
Anticiperen
Ondanks dat de maatregel pas in 2027 ingaat en er een overgangsregeling geldt, is het goed om al te anticiperen op de maatregel. Dat geldt zeker als u nu of in de toekomst een leasecontract gaat afsluiten met een looptijd van vijf jaar. De overgangsregeling loopt immers tot 17 september 2030 en dat is op dit moment al over minder dan vijf jaar.
Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de advieswijzer is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.
In deze advieswijzer infomeren wij u over de volgende zaken:
- Wat valt onder de definitie bestelauto?
- Aanschaf: welke regelingen zijn er?
- Bijtelling: wat zijn de voorwaarden?
- Belasting voor Personenauto’s en Motorrijwielen (bpm)
- Motorrijtuigenbelasting (mrb)
Wat valt onder de definitie bestelauto?
Niet elke auto die gebruikt wordt voor vervoer van goederen wordt fiscaal als een bestelauto aangemerkt. Er zijn verschillende soorten bestelauto’s, zoals met open laadbak, een verhoogd dak of dubbele cabine. Voor iedere soort bestelauto gelden andere inrichtingseisen. Zo mogen in het ene geval wel zijruiten aanwezig zijn, maar in een ander geval weer niet.
Let op! Bestelauto’s mogen soms voorzien zijn van één zijruit rechts in de laadruimte. Het komt echter regelmatig voor dat bestelauto’s van fabriekswege voorzien zijn van meerdere zijruiten. Om fiscaal dan toch als bestelauto te kunnen worden aangemerkt, moeten deze zijruiten worden verwijderd en vervangen worden door niet uit glas bestaande panelen uit één stuk van ondoorzichtig en vormvast materiaal. Deze moeten zo veel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie zijn verbonden. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat ook aan deze blinderingseis kan worden voldaan als de zijruit aan de buitenkant van de laadruimte niet verwijderd wordt. In dat geval moet er wel ondoorzichtig en vormvast materiaal aan de binnenkant van de carrosserie zijn bevestigd. Op deze manier kunnen onnodige kosten worden voorkomen, terwijl het resultaat qua blindering hetzelfde blijft.
Tip! Voor een gedetailleerd overzicht van alle inrichtingseisen per soort bestelauto, check deze site van de Belastingdienst.
Let op! Voldoet uw bestelauto niet aan deze eisen, dan zijn ook de fiscale faciliteiten voor een bestelauto niet van toepassing.
Aanschaf: welke regelingen zijn er?
Bij de aanschaf van een bestelauto kunt u mogelijk gebruikmaken van de KIA en bij aanschaf van een nieuwe bestelauto op waterstof kunt u mogelijk gebruikmaken van twee fiscale regelingen: de KIA en de MIA.
KIA
Voor een bestelauto die tot het ondernemingsvermogen behoort, heeft u bij aanschaf recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Het bedrag van de KIA kunt u in mindering op de winst brengen. De KIA is zowel op nieuwe als op gebruikte bestelauto’s van toepassing. De omvang van de KIA is afhankelijk van uw totale bedrag aan investeringen in een jaar en bedraagt maximaal 28% van het investeringsbedrag. Om voor de KIA in aanmerking te komen, moet het te investeren bedrag meer dan € 2.900 en niet meer dan € 398.236 bedragen. Kijk hier voor de berekening en de voorwaarden.
MIA voor bestelauto op waterstof
Voor een nieuwe bestelauto op waterstof heeft u in 2026 bovendien recht op 45% milieu-investeringsaftrek (MIA). Het bedrag van de MIA kunt u in mindering brengen op de winst. Het bedrijfsmiddel komt voor 90% van het investeringsbedrag – met een maximum van € 125.000 – in aanmerking voor de MIA. Voor een bestelauto op waterstof van bijvoorbeeld € 75.000 krijgt u dus MIA over een bedrag van € 67.500.
Let op! Als u voor de MIA in aanmerking komt, kunt u van de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM) geen gebruikmaken, en andersom. Bereken dus voordat u investeert, wat het meeste oplevert. Bijtelling: wat zijn de regels?
Wanneer geen bijtelling?
Als een bestelauto ter beschikking wordt gesteld, krijgt men in beginsel met de bijtelling te maken. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting vindt die bijtelling plaats via de aangifte inkomstenbelasting. Voor werknemers, waaronder dga’s, vindt dit plaats via de loonadministratie en aangifte loonheffing. Voor bestelauto’s is de bijtelling in onderstaande situaties echter niet van toepassing:
– Privégebruik maximaal 500 km
De bijtelling blijft achterwege als bewezen kan worden dat met de bestelauto in het jaar niet meer dan 500 km privé is gereden. Een rittenregistratie is niet verplicht, maar omdat bewezen moet worden dat de bestelauto niet meer dan 500 km privé is gebruikt, is het aan te bevelen een goede administratie bij te houden. Er zijn hier ook automatische rittenregistratie-oplossingen voor.
Voor werknemers is het mogelijk een ‘verklaring geen privégebruik’ aan te vragen voor personeel dat niet meer dan 500 km privé rijdt. Als u als werkgever deze verklaring heeft en er geen indicaties zijn dat de werknemer zich er niet aan houdt, hoeft u in de loonadministratie geen rekening te houden met de bijtelling. Eventuele controles vinden plaats bij de werknemer. Ook een eventuele correctie wordt bij de werknemer neergelegd.
Let op! Voor ondernemers in de inkomstenbelasting is het niet mogelijk een dergelijke verklaring aan te vragen.
– Uitsluitend geschikt voor goederenvervoer
Voor de bestelauto die bijna uitsluitend geschikt is voor goederenvervoer, is de standaardbijtelling ook niet van toepassing. Hiervan is onder andere sprake als de bestelauto te smerig is om privé te worden gebruikt, zoals de klusjesauto van een garage waarbij de bekleding besmeurd is met olie. Ook de bestelauto die beschikt over slechts één zitplaats en waarbij de eventuele bevestigingspunten voor de overige zitplaatsen zijn verwijderd of dichtgelast, wordt geacht bijna uitsluitend geschikt te zijn voor goederenvervoer. Bezit de bestelauto wel een tweede zitplaats, dan is deze toch bijna uitsluitend geschikt voor goederenvervoer als de bijrijder nodig is voor het laden en lossen van de bestelauto.
Onder omstandigheden kunnen ook andere bestelauto’s als bijna uitsluitend geschikt voor goederenvervoer worden aangemerkt. Zo is door de rechter in het verleden een bestelauto als zodanig aangemerkt die in de laadruimte was voorzien van stellages voor het vervoer van planten. Overleg bij twijfel met uw inspecteur. Als bestelauto’s die bijna uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer privé worden gebruikt, moet het privévoordeel tot het loon worden gerekend. U kunt hiervoor uitgaan van de kilometerkostprijs vermenigvuldigd met het aantal privékilometers.
– Uitsluitend zakelijk gebruik
Als een bestelauto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt, blijft de bijtelling achterwege. Er moet dan een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ worden aangevraagd bij de Belastingdienst. U hoeft dan geen rittenregistratie bij te houden. De Belastingdienst controleert fysiek of u de bestelauto inderdaad in het geheel niet privé gebruikt. Vermoedt de Belastingdienst tijdens een controle dat u de bestelauto toch privé gebruikt, dan kan men u vragen waar u de bestelauto op dat moment zakelijk voor gebruikte. Kunt u niet aannemelijk maken dat u de bestelauto zakelijk gebruikte, dan kan men u een naheffing of navordering met boete opleggen.
Let op! Bij gebruik van een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ mag u de bestelauto helemaal niet privé gebruiken. Dus ook niet om bijvoorbeeld op de terugweg van uw werk naar huis uw kind bij de kinderopvang op te halen. De grens van 500 km is hierbij dus niet van toepassing.
De ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ kan zowel door werknemers als door de ondernemer in de inkomstenbelasting worden aangevraagd.
Ook in onderstaande situaties is de bijtelling voor een bestelauto niet van toepassing. Deze situaties zijn in principe niet van toepassing op de ondernemer in de inkomstenbelasting en de dga.
– Privégebruik verboden
Is privégebruik van de bestelauto verboden, dan blijft de bijtelling achterwege op voorwaarde dat u als werkgever controleert dat de bestelauto daadwerkelijk niet privé wordt gebruikt. Gebeurt dit toch, dan moet er – naast het alsnog betalen van de bijtelling – een aanzienlijke sanctie voor de werknemer volgen. De afspraak dat de bestelauto niet privé mag worden gebruikt en de sancties wanneer dit toch gebeurt, moeten schriftelijk worden vastgelegd. Voor de dga geldt de optie alleen als er sprake is van een reëel verbod. Hiervan is bijvoorbeeld geen sprake als de dga zelf de controle uitoefent.
– Privégebruik onmogelijk
Als privégebruik van de bestelauto onmogelijk is, blijft de bijtelling eveneens achterwege. Dit is bijvoorbeeld het geval als de sleutels van de auto ’s avonds moeten worden ingeleverd of als de bestelauto’s ’s avonds op een afgesloten terrein worden gestald.
– Doorlopend afwisselend gebruik
Als een bestelauto doorlopend afwisselend door verschillende personeelsleden wordt gebruikt, is de bijtelling niet van toepassing als hierdoor het privégebruik moeilijk kan worden vastgesteld. Dit is niet het geval als een bestelauto bijvoorbeeld door twee werknemers om de week privé wordt gebruikt. Het privégebruik is dan immers niet moeilijk vast te stellen. Bij doorlopend afwisselend gebruik moet de werkgever in plaats van de bijtelling per bestelauto een bedrag van € 451 aan belasting betalen via de eindheffing. Het doorlopende, afwisselende gebruik moet dan wel door de aard van het werk worden opgeroepen.
Let op! De rechter heeft beslist dat de eindheffing niet wegneemt dat de bijtelling voor de ondernemer zelf nog geldt als de bestelauto ook aan hem ter beschikking staat. Dit geldt dus voor de ondernemer in de inkomstenbelasting.
Toch bijtelling?
Is een van de hiervoor genoemde voorwaarden niet van toepassing op uw situatie? Dan valt uw bestelauto onder de bijtellingsregeling.
De IB-ondernemer
Heeft u als ondernemer een bestelauto tot uw beschikking die tot uw ondernemingsvermogen behoort, dan valt deze bestelauto onder de bijtellingsregeling.
De bijtelling is het bedrag dat vanwege het privégebruik niet aftrekbaar is van de winst. Dit bedrag kan niet negatief worden, oftewel: de bijtelling kan nooit meer zijn dan de werkelijke autokosten (inclusief afschrijving).
Werknemers en de dga
Bij werknemers en dga’s aan wie een bestelauto ter beschikking is gesteld, wordt de bijtelling als loon aangemerkt. De werkgever is verplicht hierover loonheffing in te houden.
Hoeveel bijtelling?
De bijtelling bedraagt een percentage van de cataloguswaarde dat afhankelijk is van het jaar waarin de auto voor het eerst op kenteken is gesteld. Dit percentage blijft 60 maanden van kracht. Daarna wordt het percentage bepaald op basis van de dan geldende wetgeving. De bijtelling bedraagt 22% voor auto’s die in 2026 voor het eerst op kenteken zijn gezet en voor bestelauto’s die niet volledig elektrisch zijn of op waterstof of zonne-energie rijden. Voor volledig elektrische bestelauto’s bedraagt de bijtelling in 2026 18% van de cataloguswaarde tot maximaal € 30.000 en 22% over het meerdere. Voor het jaar 2017 bedraagt de bijtelling 20% van de cataloguswaarde tot maximaal € 30.000 en 22% over het meerdere. Vanaf 2028 geldt een bijtelling van 22% over de gehele catalogusprijs. Voor bestelauto’s op waterstof of zonne-energie geldt de bijtelling van 18% in 2026 en 20% in 2027 over de gehele cataloguswaarde. Vanaf 2028 geldt een bijtelling van 22% over de gehele cataloguswaarde.
Voorbeeld
Aan werknemer A is een niet-elektrische bestelauto met een cataloguswaarde van € 50.000 ter beschikking gesteld die in 2026 voor het eerst op kenteken is gezet. Aan werknemer B is een elektrische bestelauto met een cataloguswaarde van € 50.000 ter beschikking gesteld die ook in 2026 voor het eerst op kenteken is gezet.
Bijtelling werknemer A: € 50.000 x 22% = € 11.000
Bijtelling werknemer B: € 30.000 x 18% + € 20.000 x 22% = € 5.400 + € 4.400 = € 9.800.
Vereenvoudigde rittenregistratie
Als de werknemer door de aard van de werkzaamheden (vaak) veel ritten op een dag heeft met de bestelauto van de zaak, kan het bijhouden van een rittenregistratie een grote administratieve last zijn voor werkgever en werknemer. In dit geval mag de werknemer om praktische redenen het bewijs voor het aantal gereden privékilometers leveren met een combinatie van een vereenvoudigde rittenregistratie en de zakelijke adressen in de (project)administratie van de werkgever. De werkgever moet dan wel schriftelijk met de werknemer hebben afgesproken dat de werknemer een vereenvoudigde rittenregistratie bijhoudt, dat privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan en dat de werkgever de zakelijke adressen in zijn administratie bewaart. U kunt voor een vereenvoudigde rittenregistratie desgewenst gebruikmaken van bijgevoegde voorbeeldafspraak.
Belasting voor Personenauto’s en Motorrijwielen (bpm)
Bij aanschaf van een nieuwe auto, bestelauto of motorfiets betaalt u bpm. U betaalt ook bpm als u een dergelijk voertuig importeert. De bpm wordt berekend op basis van de CO2-uitstoot en de nettocatalogusprijs. Voor voertuigen zonder CO2-uitstoot betaalt u geen bpm. Als ondernemer kunt u sinds 1 januari 2025 niet langer in aanmerking komen voor een vrijstelling van bpm bij aanschaf van een bestelauto.
Motorrijtuigenbelasting (mrb)
Als u in Nederland met een voertuig gebruikmaakt van de openbare weg, bent u in beginsel motorrijtuigenbelasting verschuldigd. Hoeveel mrb u voor een bestelauto moet betalen, hangt af van het gewicht, de brandstof en hoe milieuvervuilend het motorrijtuig is. Voor ondernemers geldt onder voorwaarden een lager mrb-tarief. De belangrijkste voorwaarde is dat u de bestelauto meer dan 10% in het kader van uw onderneming gebruikt. U moet dit desgevraagd aannemelijk kunnen maken. Een rittenregistratie is daarvoor niet vereist.
Daarnaast geldt voor auto’s zonder CO2-uitstoot een korting op de mrb. Elektrische auto’s krijgen in 2026, 2027 en 2028 een korting van 30% op het normale tarief. In 2029 wordt de korting verlaagd naar 25% en per 2030 helemaal afgeschaft. Voor plug-inhybride auto’s geldt ’sinds het normale mrb-tarief. Voor bestelauto’s zonder CO2-uitstoot geldt in 2026 geen korting meer op het normale mrb-tarief, zodat u dan voor emissieloze bestelauto’s het normale mrb-tarief voor bestelauto’s betaalt. Ook de gewichtscorrectie van 125 kg is per 2026 afgeschaft, zodat u meer mrb betaalt.
Wat scheelt dat nu?
Stel, u rijdt in een bestelauto met dieselmotor, met een gewicht van 1.300 kilo. Bent u particulier, dan betaalt u € 352 mrb per kwartaal. Bent u ondernemer, dan betaalt u slechts € 121 per kwartaal.
Invoering zero-emissiezones
Als een gemeente een zero-emissiezone invoert, betekent dit dat in dat gebied alleen elektrische trucks en bestelauto’s mogen rijden. Hierdoor wordt de CO2-uitstoot beperkt.
Inmiddels hebben tal van gemeentes zero-emissiezones ingevoerd en delen boetes uit als met een vervuilende auto de zone betreden wordt. De boetes bedragen minimaal € 120 exclusief administratiekosten.
Invoering pseudo-eindheffing fossiele personenauto
Vanaf 2027 moeten werkgevers die hun personeel een fossiele personenauto ter beschikking stellen, extra belasting betalen. De heffing bedraagt jaarlijks 12% van de cataloguswaarde. De heffing geldt echter niet voor bestelauto’s, zodat het ter beschikking stellen van een bestelauto in 2027 niet tot extra kosten leidt.
Vragen?
Heeft u vragen over deze advieswijzer? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.
Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.