Langere tijdelijke bescherming gevluchte Oekraïners
Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Door de Richtlijn Tijdelijke Bescherming kunnen gevluchte Oekraïners in de Europese Unie verblijven zonder dat zij asiel hoeven aan te vragen. Op 13 juni stemden de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken in met het voorstel van de Europese Commissie om de richtlijn te verlengen tot en met 4 maart 2027. Zonder deze verlenging zou de richtlijn eindigen op 4 maart 2026.
Let op! De formele besluitvorming vindt in de Raad van de Europese Unie is voorzien op 15 juli 2025.
Voor wie?
Op de website van de IND is te vinden voor wie de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geldt.
Voor mensen die niet de Oekraïense nationaliteit hebben, maar in Oekraïne verbleven met een tijdelijke verblijfsvergunning, stopte de tijdelijke bescherming in ieder geval op 4 maart 2024. In afwachting van een uitspraak van het Hof van Justitie van de EU en de Raad van State mochten zij toch langer gebruikmaken van de tijdelijke bescherming, maar dit stopt op 4 september 2025. Op de website van de IND is meer informatie te vinden over de gevolgen.
Werken
Een Oekraïner die bij een gemeente is ingeschreven, krijgt van de IND een bewijs van verblijf (een sticker in het paspoort, een los papier of een los pasje). Dit bewijs van verblijf heeft een Oekraïner nodig om in Nederland te mogen werken. Het is niet nodig om een tewerkstellingsvergunning aan te vragen als de Oekraïner een arbeidsovereenkomst, een bsn, een geldig paspoort, identiteitsbewijs of reisdocument en een bewijs van verblijf heeft.
Let op! De werkgever moet de echtheid en geldigheid van het paspoort, identiteitsbewijs of reisdocument controleren op edisontd.nl.
Online melden
Werkgevers moeten de Oekraïner wel online melden bij het UWV via het meldingsformulier ‘Melden tewerkstelling werknemer’, uiterlijk twee werkdagen voor de eerste werkdag van de nieuwe werknemer.
Let op! Blijft de werknemer langer of korter bij u in dienst en krijgt hij een andere functie? Dan bent u verplicht om deze wijziging(en) online door te geven aan het UWV via hetzelfde meldingsformulier.
Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid
Iemand van buiten de EU, EER of Zwitserland die langer dan 3 maanden in Nederland wil verblijven en bij u wil werken, kan dat, als hij aan de geldende voorwaarden voldoet, na toekenning van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) ofwel Single Permit. De verblijfsvergunning en de tewerkstellingsvergunning kunnen dan gecombineerd in één keer aangevraagd en afgegeven worden.
Hoewel de GVVA door zowel de werkgever als de werknemer kan worden aangevraagd, gebeurt dit over het algemeen door de werkgever.
Let op! Leidinggevenden, specialisten en trainees met een nationaliteit van buiten de EU, EER of Zwitserland, die binnen een groep worden overgeplaatst naar een Nederlandse vestiging, kunnen een vergunning intra-corporate transferee (ICT) aanvragen. Dit is een speciale vorm van een GVVA. Wat hierna voor de GVVA beschreven is, geldt daarom ook voor de ICT.
Kosten vergunning
U maakt bij de aanvraag van de vergunning kosten (manuren en advieskosten). Daarnaast is leges verschuldigd voor de aanvraag van de GVVA. Deze is formeel verschuldigd door de werknemer, maar wordt over het algemeen aan u als werkgever in rekening gebracht.
Deels loon, deels geen loon
De Belastingdienst heeft het standpunt ingenomen dat de kosten die u als werkgever maakt voor de aanvraag van de GVVA bedrijfskosten vormen. Deze bedrijfskosten vormen voor een deel een voordeel voor de werknemer, namelijk voor zover de kosten betrekking hebben op de verblijfsvergunning. U moet dit voordeel als loon in aanmerking nemen bij de werknemer naar de waarde in het economische verkeer. Wordt de aanvraag door uw adviseur gedaan, dan bedraagt het voordeel de factuurwaarde, voor zover dit ziet op de verblijfsvergunning.
Bepaalde kosten geen loon
U moet altijd bepaalde informatie en documenten aanleveren bij de aanvraag van de GVVA. Dit is onafhankelijk van de vraag of de vergunning door u of de werknemer wordt aangevraagd. Daarom vormen deze kosten geen loon voor uw werknemer. Ook de kosten die betrekking hebben op de tewerkstellingsvergunning vormen geen loon voor uw werknemer.
Kosten verblijfsvergunning wel loon
De kosten die betrekking hebben op de verblijfsvergunning vormen echter wel loon. Daarbij zien de kosten van de leges voor een GVVA volledig op de verblijfsvergunning. Deze kosten vormen daarom volledig loon voor uw werknemer.
Maar gericht vrijgesteld
De kosten die loon vormen kunnen echter ook onder de gerichte vrijstelling vallen van extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking (extraterritoriale kosten). In dat geval is dus geen sprake van belast loon bij uw werknemer, maar van een vrijstelling.
Let op! Deze vrijstelling kunt u niet toepassen als u de 30%-regeling al toepast bij uw werknemer. U kunt dan wel de kosten als eindheffingsloon aanwijzen in de vrije ruimte. In zo’n geval is er ook geen sprake van individueel belast loon bij uw werknemer en betaalt uw werknemer geen loonheffing. U betaalt dan alleen een eindheffing, voor zover u in een jaar de vrije ruimte overschrijdt.
Vragen?
Het voorgaande is niet eenvoudig. Eenzelfde problematiek speelt bij de zogenaamde kennismigrantenregeling. Neem daarom altijd even contact op met een van onze adviseurs voor vragen met betrekking tot de GVVA, de ICT en de kennismigrantenregeling.
SOWIS
De Subsidieregeling Ondersteuning Werkgevers Inzet Statushouders (SOWIS) is bedoeld voor extra begeleiding van statushouders op de werkvloer. De subsidie kan worden aangevraagd voor activiteiten die zijn gericht op het leren van de vaktaal en het bijbrengen van de cultuur van de organisatie.
Voorwaarden subsidieregeling
De statushouders moeten een arbeidsovereenkomst van minimaal 20 uur per week voor de duur van ten minste 12 maanden hebben. Of zij een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd hebben, maakt niet uit.
Handreiking
Het Ministerie van SZW heeft een handreiking ontwikkeld voor een te hanteren activiteitenplan. Werkgevers moeten daarbij gebruikmaken van verplichte formats, die eveneens op de website beschikbaar zijn.
Tip! Regionale verbinders voor statushouders vervullen een spilfunctie binnen arbeidsmarktregio’s bij de integratie van statushouders naar werk. Zij kunnen ook adviseren en ondersteunen bij een subsidieaanvraag.
Maximale subsidie
Werkgevers kunnen voor maximaal vier statushouders subsidie krijgen. De SOWIS bedraagt voor de eerste statushouder € 8.000, voor de tweede € 6.000 en voor de derde en vierde ieder € 5.000. De totale subsidie kan dus maximaal € 24.000 bedragen. De subsidie kan worden aangevraagd voor hen die nog niet langer dan zes maanden in dienst zijn. Gebleken is dat het eerste jaar van indiensttreding essentieel is om iemand goed te laten integreren op de werkvloer.
Aanvraagperiode
De SOWIS kan van 2 juni 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 17.00 uur hier worden aangevraagd. Het is zaak de subsidie tijdig aan te vragen, omdat anders de subsidiepot leeg kan zijn. Activiteiten in het kader van deze regeling worden uiterlijk binnen twee jaar na de datum van de initiële subsidieverlening afgerond.
Belastingverdrag: verdeling belastingheffing
In het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland zijn afspraken opgenomen over in welk land welk inkomen belast mag worden. Zo is de afspraak dat als een inwoner van Duitsland voor een in Nederland gevestigde werkgever in Nederland werkt, Nederland belasting mag heffen over het loon. Dezelfde afspraak geldt voor een inwoner van Nederland die in Duitsland werkt voor een in Duitsland gevestigde werkgever, in dat geval mag Duitsland belasting heffen.
Werken in ander land
Als een inwoner van Duitsland voor een in Nederland gevestigde werkgever werkzaamheden verricht in Duitsland, verschuift het heffingsrecht over het met die werkzaamheden verdiende loon naar Duitsland. Duitsland mag dan over dat deel van het loon belasting heffen. Verricht de inwoner van Nederland voor een in Duitsland gevestigde werkgever werkzaamheden in Nederland, dan mag Nederland belasting heffen.
Thuiswerken
Het voorgaande betekent dat de inwoner van Duitsland die ook weleens thuiswerkt (in Duitsland) voor een in Nederland gevestigde werkgever, zowel in Nederland als in Duitsland belasting moet betalen. Dat geldt ook voor de inwoner van Nederland die ook weleens thuiswerkt (in Nederland) voor een in Duitsland gevestigde werkgever.
Dit heeft verschillende nadelen. Zo ontstaat er onzekerheid over het definitieve netto-inkomen omdat een deel van het loon in Nederland en een deel van het loon in Duitsland belast wordt. Bovendien leidt de belastingheffing in twee landen tot extra administratieve lasten en moeten er wellicht extra kosten voor een belastingadviseur gemaakt worden.
Wijziging belastingverdrag
Om deze nadelen (deels) te voorkomen, wordt het belastingverdrag gewijzigd. Opgenomen wordt dat een inwoner van Duitsland die werkt voor een in Nederland gevestigde werkgever in een kalenderjaar maximaal 34 dagen thuis kan werken, waarbij het heffingsrecht volledig in Nederland blijft. Een inwoner van Nederland die werkt voor een in Duitsland gevestigde werkgever kan, met behoud van het volledige heffingsrecht in Duitsland, per kalenderjaar ook maximaal 34 dagen thuis werken.
Let op! Nederland en Duitsland spraken ook af dat sprake is van een thuiswerkdag als meer dan 30 minuten per dag thuisgewerkt wordt..
Nog niet in werking
De wijziging is nog niet in werking getreden. Deze moet namelijk eerst nog worden voorgelegd aan de Raad van State en worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. Ook het Duitse parlement moet de wijziging nog goedkeuren.
Let op! Werkt de inwoner van Duitsland of de inwoner van Nederland per kalenderjaar meer dan 34 dagen thuis, dan hebben zij geen profijt van de wijziging. Nederland en Duitsland ondertekenden wel een intentieverklaring om op termijn te overleggen over een thuiswerkregeling met meer dan 34 thuiswerkdagen per kalenderjaar.