Vanaf 2 september extra subsidie statushouders
De subsidie is door werkgevers aan te vragen voor statushouders die vanaf 1 januari 2024 in dienst zijn en voor statushouders die nog niet eerder bij dezelfde werkgever in dienst zijn geweest.
Omvang subsidie
Werkgevers kunnen voor maximaal vier statushouders de subsidie aanvragen. De subsidie bedraagt voor de eerste statushouder € 8.000, voor de tweede € 6.000 en voor de derde en vierde ieder € 5.000. De totale subsidie kan dus maximaal € 24.000 bedragen.
Let op! De subsidie is verkrijgbaar naast de bestaande subsidies voor werving en selectie, opleiding en begeleiding van werkzoekenden.
Voorwaarden
De belangrijkste voorwaarde voor het verkrijgen van de subsidie is dat de statushouder na subsidieverlening een (leer-)arbeidsovereenkomst krijgt aangeboden van minstens 20 uur per week voor een periode van minstens één jaar. Ook moet een activiteitenplan worden gemaakt, waarin staat hoe het bedrijf de begeleiding organiseert, hoe de (organisatie-)cultuur wordt bijgebracht en hoe de statushouder de Nederlandse taal en vaktaal op de werkvloer wordt bijgebracht.
Handreiking
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een Handreiking ontwikkeld voor een te hanteren activiteitenplan. Hierin staat bijvoorbeeld aangegeven dat eventueel vertaalapps kunnen worden gebruikt voor het bijbrengen van de Nederlandse taal en wordt aanbevolen niet te snel over te stappen op de Engelse taal, ook wanneer dit voor de statushouder makkelijker is.
Aanvragen
De subsidie kan worden aangevraagd vanaf 2 september 9.00 uur tot en met 30 september 2024 23.59 uur bij het Subsidieportaal van Uitvoering Voor Beleid.
Europese aanwijsregels
Waar een werknemer sociaal verzekerd is, wordt bepaald door Europese aanwijsregels. Voor de sociale verzekeringen geldt als hoofdregel dat een werknemer sociaal verzekerd is in het land waar hij werkt. Werkt de werknemer echter ook in zijn woonland, dan is hij sociaal verzekerd in het woonland als hij 25% of meer van zijn totale werktijd in het woonland werkt.
Let op! Dit kan betekenen dat een werknemer die twee van de vijf dagen thuis in zijn woonland werkt, sociaal verzekerd is in dat woonland.
Uitzondering bij verzoek
Deze werknemers kunnen bij de SVB om een uitzonderingspositie vragen. Ze zijn dan, in afwijking van de Europese aanwijsregels, sociaal verzekerd in Nederland in plaats van in hun woonland.
De belangrijkste voorwaarden voor deze uitzonderingspositie zijn dat de werknemer buiten Nederland woont en alleen voor een in Nederland gevestigde werkgever of werkgevers werkt. Verder moet deze werknemer tussen de 25 en 50% van de totale werktijd in zijn woonland telewerken.
Terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2023
Tot 1 juli 2023 golden in verband met de coronacrisis een tijdelijke uitzonderingspositie. In de coronatijd werkten veel werknemers thuis, maar konden ze door de uitzonderingspositie toch in Nederland sociaal verzekerd blijven. Vanaf 1 juli 2023 is deze tijdelijke uitzonderingspositie vervallen en vervangen door de hiervoor beschreven uitzonderingspositie.
Voldoet u aan de voorwaarden van deze uitzonderingspositie en wilt u vanaf 1 juli 2023 sociaal verzekerd blijven in Nederland, dan kunt u nog uiterlijk 30 juni 2024 vragen om de uitzonderingspositie. Deze uitzonderingspositie kan dan terugwerkende kracht krijgen tot maximaal 1 juli 2023.
Let op! Voorwaarde hierbij is dat u gedurende deze tijd alleen in Nederland sociale verzekeringspremies betaalt.
Vanaf 1 juli 2024 nog maximaal 3 maanden terugwerkende kracht
Vraagt u vanaf 1 juli 2024 om de uitzonderingspositie, dan wordt deze maximaal voor drie maanden met terugwerkende kracht verleend. Voorwaarde hierbij is ook dat u in die tijd alleen in Nederland sociale verzekeringspremies betaalt.
Wijzigingen en verduidelijkingen
Het Handboek bevat alle wijzigingen in de loonheffingen ten opzichte van vorig jaar. Wijzigingen worden per hoofdstuk aangegeven. Zo is bijvoorbeeld de vrijstelling voor ov-kaarten verruimd. Ook zijn alle cijfers aangepast voor het jaar 2024 en is bijvoorbeeld aangegeven dat de AOW-gerechtigde leeftijd met twee maanden is verhoogd naar 67 jaar. Sommige zaken zijn verduidelijkt. Er wordt bijvoorbeeld aangegeven dat u over bedragen in de zogenaamde vrije ruimte niet alleen geen loonheffingen hoeft te betalen, maar ook niet hoeft in te houden.
Lonen en premies
In het Handboek wordt uitgebreid ingegaan op de vraag wat precies tot het loon behoort, inclusief een specificatie van onder meer vrijgestelde loonbestanddelen en loonbestanddelen waarvoor een nihilwaardering geldt. Ook de berekening van premies werknemersverzekeringen en van de premie Zorgverzekeringswet komt uitvoerig aan bod.
Werkkostenregeling
De werkkostenregeling komt uiteraard ook ruim aan bod, inclusief de vraag hoe de vrije ruimte moet worden berekend en de voor de regeling geldende concernregeling. Het Handboek geeft ook cijfermatige voorbeelden en kent verschillende overzichten en tabellen, waaronder voor artiesten en voor toepassing van het anoniementarief.
Let op! Het Handboek gaat in een aparte bijlage ook in op de gevolgen van de Brexit voor bepaalde werknemers.
Downloaden
Het Handboek is te downloaden vanaf de site van de Belastingdienst. Wel is het van belang regelmatig te checken op een nieuwere versie, zodat u op de hoogte blijft van wijzigingen en correcties.
Wijzigingen 30%-regeling
Met ingang van 2024 en 2025 gelden de volgende wijzigingen in de 30%-regeling:
- In 2024 mag nog maar over een salaris tot maximaal € 233.000 de 30%-regeling worden toegepast.
- Vanaf 2024 geldt dat de eerste 20 maanden 30% van het salaris onbelast onder de 30%-regeling mag worden uitbetaald, de daaropvolgende 20 maanden is dat 20% en de laatste 20 maanden nog maar 10%.
- Vanaf 2025 vervalt de partiële buitenlandse belastingplicht. Dit betekent dat de werknemer voor wie de 30%-regeling wordt toegepast vanaf 2025 ook in box 2 en box 3 belasting moeten betalen over buitenlands kapitaalinkomen.
Overgangsrecht
Voor bestaande 30%-regelingen geldt gelukkig overgangsrecht. Daarbij geldt een onderscheid tussen werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2022 al de 30%-regeling werd toegepast en werknemers voor wie dat in het laatste loontijdvak van 2023 gebeurde.
30%-regeling in laatste loontijdvak van 2022
Werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2022 de 30%-regeling al werd toegepast, krijgen niet te maken met de wijzigingen onder punt 1 en 2. Zij krijgen vanaf 2027, indien de 30%-regeling dan nog loopt, wel te maken met de wijzigingen onder punt 3.
30%-regeling niet in het laatste loontijdvak van 2022, maar wel in 2023
Werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2022 nog niet de 30%-regeling werd toegepast, maar in het laatste loontijd van 2023 wel, krijgen niet te maken met de wijzigingen onder punt 2. Zij krijgen echter wel te maken met de wijzigingen onder punt 1. Ze krijgen vanaf 2027, indien de 30%-regeling dan nog loopt, ook te maken met de wijzigingen onder punt 3.
30%-regeling vanaf 2024
Werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2023 de 30%-regeling nog niet werd toegepast, krijgen volledig te maken met alle wijzigingen; voor punt 1 en 2 vanaf 2024 en voor punt 3 vanaf 2025.
Wisseling werkgever
Aan de Belastingdienst is de vraag gesteld of het overgangsrecht, zoals hiervoor beschreven, van toepassing blijft als de werknemer overstapt naar een andere werkgever. De Belastingdienst heeft geantwoord dat het overgangsrecht onder voorwaarden van toepassing blijft.
De voorwaarden zijn dat de 30%-regeling van toepassing blijft. Hiervoor moeten de nieuwe werkgever en de werknemer gezamenlijk tijdig – dat wil zeggen binnen vier maanden na indiensttreding – een verzoek doen. Daarnaast mag de periode tussen het einde van de tewerkstelling bij de oude werkgever en de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst bij de nieuwe werkgever niet langer zijn dan drie maanden.
Garden leave
De Belastingdienst geeft aan dat voor een werknemer die vrijgesteld is van werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld bij garden leave, de 30%-regeling niet kan worden toegepast in die periode. De werknemer blijft in die periode echter wel een ingekomen werknemer. De Belastingdienst concludeert hieruit dat het voor het antwoord op de vraag inzake het overgangsrecht bij wisseling van werkgever niet uitmaakt dat de werknemer bij de oude werkgever enige tijd is vrijgesteld van werkzaamheden.