t
0344 647 000
|

Melding op parkeerautomaat wekt vertrouwen

Periode niet betaald parkeren

Rechtbank Leeuwarden behandelde een zaak waarbij een automobilist een naheffingsaanslag parkeerbelasting had ontvangen. De automobilist was het hiermee niet eens, omdat de parkeerautomaat de mededeling bevatte: “Periode niet betaald parkeren“. De tekst was voorzien van een groot, geel uitroepteken.

Cryptisch bedoeld

Voor de rechtbank stelde de heffingsambtenaar dat er wel degelijk parkeerbelasting verschuldigd was. De tekst op de parkeerautomaat was juist cryptisch bedoeld en de parkeerder had dan ook moeten onderzoeken of er al dan niet parkeerbelasting verschuldigd was.

Duidelijk

De rechtbank was echter van mening dat de tekst heel duidelijk is. Ook het uitroepteken maakte dit niet anders. De rechtbank was het dan ook met de automobilist eens dat de naheffingsaanslag ten onrechte was opgelegd en vernietigde deze.

Notariskantoor staat leeg

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch boog zich over deze vraag in een zaak waarbij het ging om een leegstaand kantoor dat al enkele jaren te koop stond. De eigenaar vocht de aanslagen voor de gebruikersheffing ozb, rioolheffing en zuiveringsheffing bedrijven aan, omdat er naar zijn mening geen sprake was van gebruik van het pand. De rechtbank had de aanslagen vernietigd, waarna de inspecteur in hoger beroep was gegaan.

Wat is ‘gebruik’?

Het Hof leidde uit de wetsgeschiedenis af dat er geen sprake is van gebruik als panden daadwerkelijk leeg staan, dus ook geen meubilair bevatten. Volgens rechtspraak uit het verleden wordt het bewust leeg laten staan van een pand weer wel gezien als gebruik. Dit is echter weer anders als een leegstaand pand is aangehouden of is aangeschaft voor handels- en/of beleggingsdoeleinden. Dan is er weer geen sprake van gebruik.

Onvrijwillige leegstand

In het betreffende geval was sprake van onvrijwillige leegstand. Ook werden er geen werkzaamheden verricht om het pand weer in gebruik te kunnen nemen. Het pand werd dan ook niet aangehouden ter bevrediging van de eigen behoefte van de eigenaar en duurzaam gebruik door hem viel niet meer te verwachten. Het Hof kwam op basis hiervan tot de conclusie dat de aanslag gebruikersheffing ozb onterecht was opgelegd.

Geen rioolrecht, wel zuiveringsheffing

Ook de aanslag rioolrecht verdween in de prullenmand, omdat volgens het Hof ook voor deze heffing niet kon worden gesproken van ‘gebruik’. 

Dat was anders voor de aanslag zuiveringsheffing. Deze bleef gehandhaafd, omdat hiervoor de beschikkingsmacht over het pand voldoende is en niet vereist is dat de ruimte ook daadwerkelijk wordt gebruikt.

Aanslagen van €1,5 miljoen

In een zaak die zich afspeelde voor de rechtbank Oost-Brabant, waren door een gemeente aan een bv aanslagen toeristenbelasting opgelegd voor een totaal van ruim € 1,5 miljoen voor de periode 2014 tot en met 2021. Het betrof een vakantiepark dat onder meer vakantiehuisjes verhuurde. De bv had deze vakantiehuisjes in de betreffende periode (onder meer) verhuurd aan arbeidsmigranten.

Wie is belastingplichtig?

Vooropgesteld is dat de heffingsambtenaar aannemelijk moest maken wie belastingplichtig is. De eigenaar van de bv stelde dat niet hij, maar de uitzendbureaus en huisvestingsondernemingen die de accommodaties op het vakantiepark huurden belastingplichtig waren. Als deze dan al niet belastingplichtig waren, dan was het wel een aan zijn bv gelieerde bv, zo stelde de eigenaar. 

De rechtbank was het hiermee niet eens, aangezien de bv in ieder geval betrokken was geweest bij de verhuur van de vakantiewoningen. Daarmee stond vast dat de bv gelegenheid bood tot het houden van verblijf in deze woningen.

Bijkomende en aanvullende diensten

De rechtbank stelde verder vast dat voor de belastingplicht ook van belang is wie bijkomende en aanvullende diensten biedt. Uit de feiten bleek dat de bv maar liefst 23 aanvullende diensten bood, zodat ook het merendeel van de aanvullende diensten door haar werd aangeboden. De bv bestreed dit weliswaar, maar zonder dit met bewijs te onderbouwen.

Aanslagen eerder te laag dan te hoog

De bv bestreed ook de hoogte van de aanslagen. Uit eigen administratie en uit informatie van de FIOD bleek echter dat een substantieel aantal overnachtingen niet geboekt was. De rechtbank concludeerde dan ook dat de aanslagen eerder te laag dan te hoog waren en liet deze onverkort in stand.

Reclamebelasting

Gemeentes mogen reclamebelasting heffen om op die manier inkomsten te genereren. Ten aanzien van deze belasting is wettelijk bepaald dat de belasting mag worden geheven terzake openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

Profijt niet van belang

In een uitspraak van het gerechtshof ’s Hertogenbosch werd geconcludeerd dat het profijt dat een onderneming van de opbrengst van de belasting heeft, in beginsel niet van belang is. In de betreffende zaak was in het centrumgebied van een stad reclamebelasting geheven. Het gerechtshof concludeerde om te beginnen dat het beperken van de heffing tot een bepaald gebied, in dit geval het centrum, is toegestaan. Hiervoor moet wel een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaan.

Objectieve en redelijke rechtvaardiging

De gemeente voerde aan dat niet alleen de heffing, maar ook de besteding van de middelen was beperkt tot een bepaald aangewezen gebied. Volgens het gerechtshof is de objectieve en redelijke rechtvaardiging dan aanwezig als de gemeente in redelijkheid ervan uit mocht gaan dat degenen die profijt kunnen hebben van de opbrengst van de reclamebelasting, de reclamebelasting ook betalen. Volgens het gerechtshof was dat hier het geval.

Individueel profijt

Uit de feiten bleek namelijk dat de opbrengst van de reclamebelasting was besteed aan projecten ter verbetering van de binnenstad, zoals de aankleding ervan, promotie en marketing. Ook het pand van de ondernemer die zijn zaak voor de rechter bracht, lag in het betreffende gebied. De onderneming, een advocatenkantoor, was van mening dat het profijt van de opbrengst voor hen nihil was. Het gerechtshof stelde echter dat een verschil in individueel profijt niet van belang is voor rechtsgeldigheid van de heffing van reclamebelasting. Het gerechtshof besliste daarom in het voordeel van de gemeente en liet de reclamebelasting in stand.