Uitbreiding OSS, deels al vanaf 1 januari 2027
OSS
Lever je als in Nederland gevestigde btw-ondernemer goederen of diensten aan klanten in een ander EU-land die geen btw-aangifte doen? En moet je de over die goederen of diensten verschuldigde btw aangeven in dat andere EU-land? Dan kun je er in een aantal situaties voor kiezen om de verschuldigde buitenlandse btw aan te geven via een zogenoemde OSS-aangifte.
De OSS staat voor One Stop Shop en biedt je de mogelijkheid om via het éénloketsysteem in Nederland, de btw aan te geven die je in het ander EU-land verschuldigd bent. Dat doe je dan één keer per kwartaal. De Belastingdienst stuurt dan je melding en betaling naar de Belastingdienst van dat andere EU-land.
Uitbreiding OSS
In het op 26 maart 2026 bij de Tweede Kamer ingediende wetvoorstel ‘Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie’ wordt de OSS vanaf 1 januari 2027 uitgebreid voor leveringen van elektriciteit, gas, warmte en koude aan consumenten (B2C-leveringen ofwel Business to Consumer leveringen).
Daarnaast wordt in het wetsvoorstel de OSS per 1 juli 2028 verder uitgebreid voor B2C-montageleveringen, B2C-leveringen aan boord van schepen, luchtvaartuigen of treinen, en bepaalde binnenlandse B2C-leveringen.
Verder wordt in het wetsvoorstel vanaf 1 juli 2028 een nieuwe btw-regeling geïntroduceerd voor de overbrenging van eigen goederen, de zogenoemde overbrengingsregeling.
Uitbreiding btw-verleggingsregelingen
Vanwege het wetsvoorstel wordt per 1 juli 2028 ook een aanvullende verleggingsregeling ingevoerd. Dat leidt ertoe dat buitenlandse ondernemers die niet in Nederland zijn gevestigd en hier geen vaste inrichting en Nederlands btw-identificatienummer hebben, de verschuldigde btw vaker kunnen verleggen naar de Nederlandse afnemer.
Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn
De voorgestelde wetswijzigingen gaan over een van de drie onderwerpen uit de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). De andere twee onderwerpen worden via aparte wetsvoorstellen geïmplementeerd in de Nederlandse btw-wetgeving. De Europese VIDA-richtlijn gaat over de volgende drie onderwerpen:
- De introductie van elektronische facturering en digitale rapportageverplichtingen (vanaf 1 juli 2030).
- Regels voor de platformeconomie in de vorm van de invoering van een zogenoemde platformfictie voor het verrichten van bepaalde diensten (vanaf uiterlijk 1 juli 2028).
- De enkele btw-registratie (gedeeltelijk vanaf 1 januari 2027 en voor het grootste deel vanaf 1 juli 2028). Voor dit onderdeel is dus op 26 maart 2026 het hiervoor vermelde Nederlandse wetsvoorstel ingediend.
Waarom wordt de OSS uitgebreid?
De OSS wordt uitgebreid om de administratieve lasten te verlichten voor ondernemers met grensoverschrijdende transacties aan consumenten in andere EU-landen en om belemmeringen voor hun deelname aan de interne markt weg te nemen.
Door de uitbreiding van de OSS krijgen ondernemers de mogelijkheid om zich voor meer B2C-leveringen in één EU-land te registreren voor de btw. In dat EU-land kunnen die ondernemers de in de andere EU-landen verschuldigde btw aangeven en afdragen. Dit vermindert de administratieve lasten.
Let op! Een ondernemer is niet verplicht om voor de OSS te kiezen. Een ondernemer kan de eventueel in het buitenland betaalde btw op inkopen en investeringen niet in aftrek brengen in de OSS-aangifte. Dit kan een reden zijn om niet te kiezen voor de OSS en toch buitenlandse btw-aangiften te blijven doen
Let op!Het wetsvoorstel is nu nog in behandeling bij de Tweede Kamer. Als de Tweede Kamer instemt, moet daarna ook de Eerste Kamer nog instemmen.
Samengestelde heffing
Belgische werknemers betalen een bepaald percentage belasting over hun inkomen aan de nationale overheid. Daarnaast betalen ze extra percentages over hun inkomen aan stedelijke agglomeraties en gemeenten. Niet in België woonachtige belastingplichtigen betalen in plaats van deze extra percentages, een toeslag (opcentiemen genoemd) aan de nationale overheid. Deze toeslag ligt tussen de 6% en 7%.
Verboden discriminatie
Uit antwoorden van het Hof van Justitie op door een Belgische rechter gestelde vragen komt naar voren dat deze toeslag misschien in strijd is met EU-recht.
Die strijd met EU-recht is er als de belastingdruk op een niet in België woonachtige belastingplichtige zwaarder is dan de belastingdruk op een wel in België woonachtige belastingplichtige. Dit zou het geval kunnen zijn omdat de stedelijke agglomeraties en gemeenten zelf kunnen bepalen of ze extra percentages willen rekenen en zo ja, hoe hoog die zijn. Als gevolg daarvan kan het zijn dat de belastingdruk (inclusief de opcentiemen) voor buitenlandse belastingplichtigen hoger is dan de belastingdruk (inclusief de extra percentages voor gemeenten) voor inwoners van België. Of zo’n situatie zich voor doet, moet de Belgische rechter nog onderzoeken.
Met succes aanslag aanvechten
Het voorgaande betekent dat niet in België wonende belastingplichtigen, zoals veel grensarbeiders, hun Belgische belastingaanslag voor wat betreft de toeslag misschien met succes kunnen aanvechten. Een en ander is nog wel afhankelijk van het onderzoek van de Belgische rechter. Zijn er situaties in België waarin de belastingdruk van een Belgische inwoner lager is dan de belastingdruk van een niet in België wonende belastingplichtige? Dan is er sprake van discriminatie en strijd met EU-recht voor alle niet in België wonende belastingplichtigen.
Let op!De toekomstige uitspraak van de Belgische rechter zal meer duidelijkheid geven. In verband met het verlopen van termijnen, is het wel verstandig om nu al in actie te komen. Neem hiervoor contact op met uw (Belgische) adviseur.
Simplicity Is Key
The simplicity of the plan is key. Currently, anyone wishing to operate in multiple EU member states often has to set up a separate company in each member state, such as a subsidiary. Each member state has its own conditions and rules regarding matters such as start-up capital and registration. An EU Inc. would greatly simplify this process through a harmonized set of rules. Choosing an EU Inc. is optional.
Fast and affordable
The incorporation of an EU Inc. can be completed entirely digitally within 48 hours for less than €100. There is also no capital requirement. Furthermore, a central EU registry containing company data will be introduced, and companies will automatically receive tax and VAT numbers upon registration. Bankruptcy proceedings will also be conducted entirely digitally.
Stock option plans
EU Inc. companies can launch stock option plans for their employees, with tax obligations to the tax authorities only arising upon the sale of the options. Investing is simplified by eliminating formal procedures and intermediaries in share transactions. Member states can decide for themselves whether to grant EU Inc. access to the stock market, whereby protection can be offered against hostile takeovers.
Several new initiatives
The EU announced several new initiatives, such as digitizing communication beatween businesses and the government as much as possible. There are also plans to establish separate judicial chambers for EU Inc. companies. Furthermore, the goal is to enable fully cross-border remote work for startups and scale-ups. Other initiatives include improving access to capital and evaluating European venture capital funds, creating equal tax frameworks, and reducing administrative burdens.
Implementation via regulation
The EU Inc. will be introduced via a regulation. The advantage is that this will have direct effect in all member states. A disadvantage is that unanimous support is required for a regulation. This carries the risk that countries will seek to add exceptions during the negotiations. The goal is to finalize decision-making on the EU Inc. by 2026.
Eenvoud belangrijkst
De eenvoud van het plan is het belangrijkst. Wie momenteel in verschillende EU-lidstaten actief wil zijn, moet vaak in iedere lidstaat een apart bedrijf oprichten in de vorm van bijvoorbeeld een dochtermaatschappij. Daarvoor gelden in iedere lidstaat aparte voorwaarden en regels met betrekking tot onder meer startkapitaal en registratie. Via een EU Inc. wordt dit met een geharmoniseerd aantal regels sterk vereenvoudigd. De keuze voor een EU Inc. is optioneel.
Snel en goedkoop
De oprichting van een EU Inc. kan binnen 48 uur volledig digitaal plaatsvinden voor minder dan € 100. Er is ook geen kapitaalvereiste. Verder wordt er een centraal EU-register met bedrijfsgegevens ingevoerd en ontvangen de bedrijven na registratie automatisch belasting- en btw-nummers. Ook faillissementsprocedures verlopen volledig digitaal.
Optieplannen
EU Inc.-bedrijven kunnen optieplannen voor hun werknemers starten, waarbij pas bij verkoop van de opties met de Belastingdienst hoeft te worden afgerekend. Investeren wordt vereenvoudigd door formele procedures en tussenpersonen bij aandelentransacties af te schaffen. Lidstaten kunnen zelf beslissen of ze de EU Inc. toegang verlenen tot de beurs, waarbij bescherming kan worden geboden tegen vijandige overnames.
Meerdere nieuwe initiatieven
De EU kondigde meerdere nieuwe initiatieven aan, zoals het zoveel mogelijk digitaliseren van de communicatie tussen bedrijven en overheid. Ook is het de bedoeling dat er aparte gerechtelijke Kamers komen voor EU Inc. bedrijven. Verder streeft men naar volledig grensoverschrijdend telewerken voor start-ups en scale-ups. Andere initiatieven betreffen het verbeteren van toegang tot kapitaal en een evaluatie van Europese durfkapitaalfondsen, het scheppen van gelijke fiscale kaders en een vermindering van de administratieve lasten.
Invoering via verordening
De EU Inc. zal via een verordening worden ingevoerd. Het voordeel is dat dit een directe werking heeft in alle lidstaten. Een nadeel is dat unanieme steun voor een verordening vereist is. Dit brengt het risico mee dat landen tijdens de onderhandelingen uitzonderingen willen toevoegen. Het streven is de besluitvorming inzake de EU Inc. nog in 2026 af te ronden.